Terminologie en classificatie

Alhoewel baksteen een zeer oud industrieproduct is, bestaat er weinig wetenschappelijke literatuur over. De terminologie is dan ook sterk lokaal gebonden en de gebruikelijke classificaties zijn eerder rudimentair. Een nationale norm voor de afmetingen bestaat eerst sinds 1940, een Europese norm is nog niet uit het embryonaal stadium. (in sommige Europese landen zoals Frankrijk en Italie ontbreekt zelfs de nationale norm en werkt men nog steeds met regionale formaten.)

De technische en fysische eigenschappen van baksteen zijn meetbaar en het is perfect mogelijk deze in cijfers uit te drukken. Dit belet niet dat Belgische architecten in hun bestekken nog steeds subjectieve en nietszeggende beschrijvingen gebruiken zoals "eerste keus", "goed gebakken", "beste soort" enz. Het komt niet zelden voor dat lokale baksteen wordt voorgeschreven in streken waar sinds jaren geen enkele steenbakkerij meer actief is.

Het woord 'baksteen' is in heel Vlaanderen gebruikelijk. In Limburg heeft men het echter wel eens over 'brikken' en in Brabant over 'karelen'. Een strengperssteen heet in de provincie Antwerpen nog vaak 'machiensteen' en in Brabant 'gesneden steen' (naar analogie met het Engelse 'wirecut'). De handvorm heet in de Rupel meestal 'handsteen' en de gewone rode handvorm heet 'paepesteen', een naam die er historisch te verklaren is, maar in andere landen aan andere steensoorten gegeven wordt. De 'klampsteen' is een duidelijk gedefinieerd product, dat alleen in de Rupel gemaakt wordt. (de Engelse 'clamp brick' is iets anders).

De geperforeerde baksteen van groot formaat wordt meestal 'snelbouw' genoemd (ook in franstalig Belgie), al komt de naam 'traalieblok' sporadisch ook wel voor.

Een aantal traditionele formaten draagt een eigen naam, waarvan de oorsprong moeilijk te achterhalen is. Een 'Rijnvorm' meet 180 x 85 x 50 mm en werd vroeger ook wel 'derdeling' genoemd. Een 'Boerke' meet 180 x 85 x 65 mm, een 'Superboer' meet 180 x 85 x 90 mm. Het Romeinse formaat is 220 x 105 x 40 mm, het 'Vechtformaat' 210 x 100 x 40 mm en een 'Waalvorm' meet 210 x 100 x 50 mm.

Afbeelding van het "Waalformaat'

 

 

 

 

De genormaliseerde afmetingen zijn gebaseerd op een modulus van 10 cm en worden moduulformaten genoemd. Deze formaten worden heden ten dage het meest gebruikt en verdringen langzaam maar zeker de traditionele formaten. Vele traditionele formaten (Kust, Brussel, Aalst, ... ) zijn overigens reeds van de markt verdwenen.

De invoering van de spouwmuur heeft ook de klassieke metselverbanden - waarvan sommige zeer dekoratief zijn - in onbruik doen raken. Vele hedendaagse metselaars zijn niet meer in staat een 'Vlaams verband' of een 'Kruisverband' uit te voeren, hetgeen ongetwijfeld een verarming betekent voor onze architectuur.

EVOLUTIE VAN DE BAKSTEEN
 
onze ambachtelijke baksteen