| Start | De Sint-Amelberga-ommegang |
![]() |
Verloop van de ommegang | ||
| De viering
van Sint-Amelberga is verdeeld over drie tot vier dagen, waarvan de ommegang
op 10 juli het hoogtepunt vormt. De drie dagen die het feest van 10 juli voorafgaan wordt een rondgang door het dorp gedaan door een folkloristisch gekostumeerde groep. Deze bestaat uit een fijfelaar, een trommelaar en een dansende nar. Ze gaan van huis tot huis de mensen uitnodigen tot het feest, op de tonen van een deuntje van fijfelaar en trommelaar, gepaard met een dansje van de nar. De kassier die het trio begeleidt nodigt uit met de woorden: "We komen u uitnodigen voor 't feest van Sint-Amelberga, gelijk alle jaren. Ge zijt verwacht en goeie feesten!" De muzikanten doen een keuze uit een 8-tal deuntjes, waarvan de oorsprong zou teruggaan tot in de Spaanse tijd (XVIe - XVIIe eeuw). Deuntjes en dansje zouden een herinnering opwekken aan het spel en de dans van de harlekijn aan het koninklijk of prinselijk hof van Amelberga en van Karel Martel. Door de kassier wordt aan de genodigden een Sint-Amelberga-vaantje aangeboden in ruil voor een gift in de "sacoche". |
|||
|
Dit vaantje is een papieren blazoentje, dat wellicht een schakel vormt tussen een pelgrimsteken en een bedevaartsvaantje. Op het vaantje staat Sint-Amelberga afgebeeld, met een kromstaf in de linkerhand en met een stramijn in de rechterhand. De groep legt het volgend wegtraject af:
|
|||
![]() |
Op 10 juli is de apotheose van het feest. Wie van Mater is zal op die dag niet nalaten op het feest aanwezig te zijn. Nooit is men afgeweken van deze 10 julidag en er wordt op die dag niet of zeer weinig gewerkt. Reeds op de avond vóór 10 juli te 19 uur wordt het feest ingeluid door klokkengelui en weerklinkt een salvo van 9 kanonschoten. Om 20 uur worden het schieten en luiden hernomen. Vanaf 20u30 geeft de Materse muziekmaatschappij vanop de kiosk, die op Matersplein opgesteld staat, enkele melodieën ten gehore. Omstreeks 21 uur, terwijl fluitje, trom, nar en penningmeester de dorpskom naderen, waarbij zij hun driedaagse rondgang beëindigen, weergalmen opnieuw klokken en kanonnen. Op 10 juli worden te 5 uur 's morgens stipt de bewoners van Mater wakker geschud door kanonnengebulder en klokkengelui. Te 6u30 hernemen geschut en gelui. Omstreeks 8 uur gaan de ruiters van Mater de kapitein van de Koninklijke Ruitersmaatschappij Sint-Amelberga ten huize afhalen. Het folkloristisch gezelschap biedt aan de ruiters een vaantje aan en gaat de optocht van de Materse ruiters vooraf op weg naar het dorp. |
||
| Terwijl opnieuw kanonschoten dreunen, sluiten ruiters en rijtuigen uit tal van omliggende gemeenten zich bij de stoet aan. Te 8 uur wordt een h. mis t.e.v. de H. Amelberga opgedragen, waarna de gelovigen met de reliek van de H. Amelberga worden gezegend. Omstreeks 8u30 wordt terzijde van de Sint-Amelbergakapel de zegen gegeven door de pastoor met de reliek van de H. Amelberga, vooreerst aan het folkloristisch gezelschap, vervolgens aan het voorbijtrekkend muziek- en trommelkorps van Mater. | |||
|
|
Onmiddellijk daarna
komen de kapitein en zijn twee luitenants gevolgd door de ruiters van
Mater, ten zegen. Vervolgens laten zich de ruiters zegenen van de omliggende
gemeenten. Bij de verdere optocht der ruiters door de Karel Martelstraat
weerklinken opnieuw 9 kanonschoten. De ruiters trekken afwisselend stapvoets
en in draf verder door de Holle Weg, de Ruitersstraat en de Sint-Amelbergastraat,
waar ze aan de voormalige afspanning 'Den Appel' worden opgewacht door
fluitje, trommel, nar en kassier en de Materse muziekmaatschappij. Ter
hoogte van het Sint-Amelbergakapelletje maakt de stoet halt en komen de
kapitein en zijn adjuncten aan de pastoor aan het hek der pastorij de
toelating vragen om hun intrede in het dorp te mogen doen.
Dit ritueel is een herinnering aan de komst van Karel Martel met zijn ruiterlijk gevolg naar Mater, waar priester Waldulf Karel Martel op de verkeerde weg zond, vooraleer hij Amelberga in haar kapel ontdekte. Na de toelating bekomen te hebben doen kapitein en luitenanten een rondrit om de kerk en keren ze tot bij hun manschappen terug. De Materse muziekmaatschappij speelt vervolgens het Nationale Volkslied en onder 9 kanonsalvo's en triomfantelijk klokkengelui zet gans de indrukwekkende stoet van ruiters en gespan zich nu stapvoets in beweging rond de kerk naar Kerkgate in neerwaartse richting, door de Tempelstraat, de Sint-Amelbergakouter en terug naar Kerkgate in opwaartse richting. |
||
|
Dan volgt een drievoudige ommegang rond de kerk, de eerste maal stapvoets, de tweede maal in draf en de derde maal in galop, onder de tonen en het geroffel van muzieken trommelkorps. Hierna ontbindt zich de ruitersstoet en vangt omstreeks 10u30 de plechtige hoogmis aan in een voor deze gelegenheid bomvolle kerk. Na de hoogmis heeft er in de Kantschool een receptie plaats met uitreiking van prijzen aan de verschillende deelnemende ruitersmaatschappijen. De gelovigen gaan tussendoor, vóór en na de hoogmis, de reliek van Sint-Amelberga vereren in de kapel en ontsteken er ter harer ere een kaars.
|
|||
| Processielied voor Sint-Amelberga te Mater | |||
| Tekst: E.H. P. Soms; Muziek: Oct. Vandevelde, mei 1947 | |||
|
Sinte Amelberga,
al sedert vele eeuwen Refrein |
Sinte Amelberga,
al sedert vele eeuwen Sinte Amelberga,
we komen in stoet |
||
| Lofdicht ter ere van Sint-Amalberga | ||
| 1. Komt hier den lof vermeeren. Gij Matersche borgers al: Ons Patrones vereeren Zij voor ons bidden zal. |
18. Met bidden nog met dreigen En veranderd haar gemoed; "Mijn trouw is aan God eigen," Sprak zij en spaar uw moed. Help ons, enz. |
36. |
| Refrein Help ons God door Uw Heilige Maagd. Help ons God door haar die U behaagd. |
19.
Als hij dit heeft vernomen, Door gramschap heel ontstelt, Dreigt haar met echte vrome, Te nemen met geweld. Help ons, enz. |
37. Door haar gebed komt eene steur Gezwommen aan den kant: Zoo zij gebied al aan de heur Men vangt hem met de hand. Help ons, enz. |
| 2. Verheugd u dan gij lieden: Zingt nu met vroolijkheid Want God die komt ons bieden Bijstand die ons bevrijdt. Help ons, enz. |
20.
Tot de H. Maagd, O.L. Vrouw Neemt zij terstond de vlucht, En bid haar met een vast betrouw 't Helpen uit dit geducht. Help ons, enz. |
38.
Nu vol gratie en deugden, Zeer naar de dood verlangt; Haar kerkenrecht vol vreugden, Zeer heiliglijk ontvangt. Help ons, enz. |
| 3. Ziet Amelberga, Maagd glorieus Bruid Christi zeer bemind In werken is zij mirakeleus Zoo m'in haar leven vindt. Help ons, enz. |
21.
Een beer die bieën stoorde: Riep daar een huismans vrouw Karolus dit aanhoorde Hij frisch hem dooden wou. Help ons, enz. |
39.
Vervuld met vele gratiën, Zoo hare deugd vereischt, Vol hemelsche consolatië Geeft aan God haren geest. Help ons, enz. |
| 4. 't Ardene is zij geboren Uit koninklijken stam Van den Heer uitverkoren In gratie voortgang nam. Help ons, enz. |
22.
De Maagd met haren broeder Wijselijk de vlucht aannam; Door den engel haren behoeder Zoo zijn geweld ontkwam Help ons, enz. |
40.
Te Temsche is zij begraven, In de kerk van haar gesticht. Door liberale gaven Zeer treffelijk begift. Help ons, enz. |
| 5. Een kapelleken nog teêre, Timmert zij in 's vaders hof, Daarin bad zij den Heere, Daar gaf z'Hem eer en lof. Help ons, enz. |
23.
Te Vilvoorden in Brabant, Aldaar was grooten nood: Van spijze komt daar aan den kant Een visch uit water vlot. Help ons, enz. |
41. Haar reliquieën viert men daar Tot troost van alle man... Zijt gij droef, of zijt gij zwaar?.. Zij al ons helpen kan. Help ons, enz. |
| 6. De schoone vruchten en bloemen Offert zij aan God aldaar, Die zij eerst kost bekomen, Met iever op den altaar. Help ons, enz. |
24.
De Maart die roept "Mevrouwe "De visch die is zoo wreed". Zij sprak "Heb maar betrouwen Hij zal u doen geen leed" Help ons, enz. |
42. Nu zit zij in den bruidegomstroon Een hemelsche prinses ; Na arbeid geniet zij den loon Kiest haar voor Patrones. Help ons, enz. |
| 7. Een kind steelt van dees offerand, Door duivels haat en nijd. Terstond verstijfd zijn arm en hand Door pijn het jammerlijk krijt. Help ons, enz. |
25.
Door Sinte Amelbergs gebod De visch die wordt gedood, Den arme valt het beste lot De zieke hulp genoot. Help ons, enz. |
43.
Dat zij ons wil bevrijden In ziel en in de erf, Gelijk zij op andere tijden Gedaan heeft menigwerf! Help ons, enz. |
| 8. De ouders komen kermen, En vallen de maagd te voet: Dat zij hun wil ontfermen, Voor hen bidden met ter spoed. Help ons, enz. |
26.
Te Materen woont zij metterdaad Als Karolus dit vernam! Van haar te zoeken niet en laat, Ter plaatse zelve kwam. Help ons, enz. |
44.
O Heer, die hier beneden Sint Amelberg hebt vereerd Jon ons door haar gebeden, Het kwaad van ons afkeer. Help ons, enz. |
| 9. De maget die wordt zeer beweegd Over 't kinds droevig kas. Zoo zij haar tot gebed begeeft Het kind terstond genas Help ons, enz. |
27.
Voor Gods altaar ter aard geveld, Verhaast in haar gebed; " O Heer die dat groot geweld Tegen mijn zuiverheid belet!" Help ons, enz. |
45.
O Heilige Maagd Sint Amelberg Wij aanroepen U met ootmoed! Bewaar ons rijk van alle erg In christelijke voorspoed! Help ons, enz. |
| 10.
Sinte Landrada heeft haar geleerd In deugden zeer vermaard; Heeft in haar gratie vermeerd; En deugden al vergaard. Help ons, enz. |
28.
Zij snijd af haar schoone haar, Voor Christi liefde groot; Den zwarten weil die nam zij daar En zette hem op haar hoofd. Help ons, enz. |
46.
Laat ons al met vlijtigheid Nu dezen weg omgaan Opdat ons vruchten zijn bevrijd Die nog in zorge staan. Help ons, enz. |
| 11.
In schoonheid was zij verheven, Eeniegelijk aangenaam, Door penetentieus leven. Wordt zij voor God bekwaam. Help ons, enz. |
29.
Met eenen weil haar ziende, Werd hij vergramd zoo zeer; Riep: "Wie heeft mijn beminde Doen wijden aan den Heer?" Help ons, enz. |
47.
De akkerman die heeft zijn zaad Ter aarde nu gedaan Bid nu, o Maged dit weldaad Zijn vruchten mag blij ontvaan. Help ons, enz. |
| 12.
Van Frankrijk komt getreden De koning aan 't klooster aan, De schoonheid en de zeden, Van die maagd hem wel aanstaan Help ons, enz. |
30.
Hierom was hem 't hoofd zoo warm Door gramschap heel ontsteld. Hij nam haar vast al met den arm En trok haar met geweld. Help ons, enz. |
48.
Volbreng dees heilige beevaart Tot Sint Amelberg's eer Dat zij in voorspoed ons bewaar, En groeien in gratie meer. Help ons, enz. |
| 13.
Hij dacht: voor zijnen zone Is dit een edel Maagd Om zijn vrouw te zijn idone: Hij heeft het haar gevraagd, Help ons, enz. |
31.
De schouder gaat om stukken, De weil valt van haar hoofd, Met haar alzoo te rukken, Ziet haar van haar haar ontbloot Help ons, enz. |
49.
Ons tarwe, vlas en koren Heer, 't zijn uw gaven al, Dat zij niet gaan verloren, Uw bruid verwerven zal. Help ons, enz. |
| 14. "Heer koning, hoog verheven". Sprak zij met goed gelaat. "Mijn trouw is God gegeven," "Hij bovenal in 't herte staat". Help ons, enz. |
32.
De Maagd die was vol pijne, Van tranen overgroot... Christus geneest de zijnen, Bijstaat haar in den nood. Help ons, enz. |
50.
O Heer, wil ons ontfermen, Door uwe maagd Idoon, Den rijke met den arme; Dat zij krijgen 's hemels troon. Help ons, enz. |
| 15.
Des koningzoon heeft dit verstaan Karolus kloek en stout; Naar 't klooster is hij ras gegaan Zoekt te wezen getrouwd. Help ons, enz. |
33.
Daarna zoo is haar een vermaan Geschied door een visioen Dat zij naar Temsche zoude gaan Haar pelgrimage voldoen. Help ons, enz. |
51.
Glorie, eer en dankbaarheid Zij God uit allen mond, Voor zijne liberaligheid Door zijne bruid ons gejond! Help ons, enz. |
| 16.
Hij vindt haar steenen dragen, Daar 't klooster getimmerd werd Om God zoo te behagen, Zij geeft hem lof in 't hert, Help ons, enz. |
34. |
52.
Maget van verdiensten rijk, Onze dienst is zoo slecht, Uwe glorie onweerdeerelijk, Vereischt veel meer met recht. Help ons, enz. |
| 17.
De knecht die neemt de steenen af Zoo zijne heere wou; Zijn begeerte hij te kennen gaf: Om zijn bruid te zijn getrouw. Help ons, enz. |
35. |
53.
Wij willen ook bedanken hier Die Sint Amelberg heb vereerd; Dat z'u behoed van al dangier Namaals uw glorie vermeer! Help ons, enz. |