| Start |
|
De naam Jezus betekent letterlijk: “God redt.” Hij drukt de zending van Jezus uit: Jezus is in de wereld gekomen om te doen waar het God al sinds de uittocht uit Egypte om te doen was: de mens leven geven in overvloed; redding, bevrijding en verlossing brengen. De bijbelse verhalen tonen dat dit niet van een leien dakje loopt: de mens staat blijkbaar niet altijd open voor Gods bevrijdend Woord… Steeds opnieuw moet God, met een eindeloos geduld, de obstakels uit de weg ruimen die de mens opwerpt tegen zijn uitnodiging om Hem lief te hebben.
Welnu: met de geboorte van Jezus neemt God een nieuw initiatief om zijn volk redding en verlossing te brengen. De engelen melden aan de herders: “Vandaag is in de stad van David uw redder geboren” (Lc. 2, 11). De evangelies vertellen inderdaad hoe in Jezus’ leven Gods verlossende kracht aan het licht komt: hij richt mensen op, hij kijkt hen aan met liefde, geeft hen opnieuw zelfvertrouwen en hoop, hij geneest en vergeeft. Net als zijn Vader is het Jezus blijkbaar ook te doen om “exodus”, “uittocht” uit alles wat de mens gevangen houdt of van levenskracht berooft.
Hiermee is echter nog niet alles gezegd over de verlossing die Jezus brengt: in de vroege verkondiging van de kerk duikt al de idee op dat ook Jezus’ lijden en dood op het kruis een gebeuren is van verlossing en heil. Dat is natuurlijk geen “gemakkelijke” uitspraak: het kruis spreekt immers allereerst over mislukking en over de wreedheid van mensen. Het roept de vraag op waarom juist diegene die een beeld was van Gods mensenliefde, moest sterven.
Met die vraag heeft ook de jonge kerk geworsteld. Maar de ervaring van Jezus’ verrijzenis heeft haar tot de overtuiging gebracht dat zijn dood niet zinloos is geweest, en dat het kruis zelfs de plaats is waar Gods heil en verlossing bij uitstek aan het licht zijn gekomen. Jezus’ doortocht van dood naar leven is het begin van de definitieve bevrijdende “exodus”, waarin de macht van zonde en dood uiteindelijk overwonnen zal worden. Dankzij zijn trouw aan de Liefde, is Jezus voortaan onze Herder en Voorspreker. Hij trekt ons met zich mee in de geborgenheid van God, door kwaad en dood heen.
Dit geloof in de verlossende betekenis van Jezus’ kruisdood klinkt door in de verschillende teksten waar gezegd wordt dat “Christus gestorven is voor onze zonden” (1 Kor. 15, 3), dat Hij “zich gegeven heeft voor onze zonden” (Gal. 1, 4), of dat hij zijn leven gegeven heeft “als losgeld voor velen” (Mc. 10, 45).
Belangrijk is ook de overlevering van Jezus’ woorden en gebaren tijdens het laatste avondmaal: “Dit is mijn lichaam; het wordt voor jullie gegeven. Blijf dit doen om mij te gedenken” (Lc. 22, 19). Deze woorden laten aanvoelen welke betekenis Jezus zelf aan zijn dood heeft gegeven. Hij heeft zijn dood zien aankomen, en gezocht naar de zin ervan. Het groeiend besef dat zijn zending onvermijdelijk lijden mee zou brengen, heeft hem misschien doen denken aan Mozes of Jeremia: ook zij ondervonden tegenstand en traden op als “voorsprekers”; ook zij hebben hun leven gegeven voor hun volk, en de pijn om de ontrouw aan den lijve ondervonden. Waarschijnlijk heeft Jezus zichzelf sterk herkend in de oude woorden uit Jesaja. Die profeet sprak over een dienaar van God, die geroepen zou worden als een licht voor alle volkeren, die verworpen zou worden, maar door zijn trouw aan zijn zending redding zou brengen: “Hij werd doorstoken vanwege onze opstandigheid, vanwege onze zonden werd hij gebroken. Hij werd gestraft; ons bracht het vrede, en dankzij zijn striemen is er genezing voor ons.” (Jes. 53, 5).