| Start |
|
In elke eucharistie klinken tijdens de consecratie de woorden: “Neem deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond; dit is mijn bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden.” En vlak voor de communie verwijst de priester naar de woorden van Johannes de Doper over Jezus: “Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld”. Het gaat hier om belangrijke uitspraken, anders zouden ze niet steeds opnieuw terugkeren: ze vertolken het geloof dat Jezus ons door de gave van zijn leven heeft verlost uit de zonde. Volgens de 1ste brief van Johannes is dat het doel van Jezus’ komst in de wereld: “God heeft zijn Zoon gezonden om door het offer van zijn leven onze zonden uit te wissen” (1 Joh. 4, 10).
Klinkt dit moeilijk voor ons? Dan komt het misschien omdat we niet goed begrijpen wat de bijbel bedoelt met het woord “zonde”. Het gaat er niet in de eerste plaats om de overtreding van een morele regel. We hebben het woord zonde vroeger wellicht teveel alleen in deze betekenis gebruikt. In de bijbel slaat zonde allereerst op de weigering van de mens om zijn verankering te zoeken in de Liefde van God. Zonde gebeurt wanneer de mens zich afkeert van God en zijn liefde weigert.
Deze afwijzende beweging kan zich in een mensenleven op vele manieren uiten: de “zonde” uit zich in een veelvoud van “zonden”. Ze ontstaat telkens wanneer wij tekort schieten in echte liefde tot God en tot de mensen. En met “echte liefde” bedoelen we: liefde waarbij we onszelf durven geven omwille van God en de ander. Als we eerlijk zijn, moeten we erkennen we deze liefde slechts gebrekkig waar maken. Vaak bepalen andere elementen ons handelen: angst om zelfbehoud, de drang om zich te doen gelden of om grenzeloos te genieten… Erkennen dat de zonde deel uitmaakt van ons leven, vraagt moed. Het betekent immers dat we ons ideaal zelfbeeld moeten loslaten, dat we onze onmacht om echt lief te hebben, durven toegeven. Dat is nooit gemakkelijk. Johannes schrijft echter nuchter: “Als wij zeggen zonder zonde te zijn, bedriegen wij onszelf en woont de waarheid niet in ons.” (1 Joh. 1, 8).
Pas wanneer we durven toegeven dat de weigering van Gods Liefde ook in ons leven aanwezig is, kunnen we ook de bevrijdende kracht ervaren van Jezus die ons verlost uit de macht van de zonde en een nieuwe verbondenheid met God tot stand brengt. Tijdens zijn leven al verkondigde hij de boodschap dat Gods Liefde krachtiger is dan de weigering van de mens. Tollenaars, prostituees, melaatsen, bedelaars, allen die volgens hun eigen oordeel of dat van de maatschappij uitgesloten waren uit de verbondenheid met God, reikte hij de hand: ook zij vallen volgens Jezus niet buiten Gods liefde en barmhartigheid, die sterker zijn dan alle zonde.
Het verhaal over het lijden, de dood en de verrijzenis van Jezus brengt dezelfde boodschap. De verwerping van Jezus is het toppunt van de menselijke afwijzing van Gods Liefde. En toch laat God zich ook door deze laatste weigering niet tegenhouden. De doodlopende weg van de zonde wordt definitief opengebroken door Jezus’ gehoorzaamheid en trouw aan de Liefde. “Hij is de middelaar van een nieuw verbond”, zegt de Hebreeënbrief (9, 15). Door de offergave van zijn leven is Jezus Christus eens en voor altijd onze Hogepriester geworden, dat wil zeggen, diegene die ons binnenvoert in de verbondenheid met God. In zijn persoon wordt de kloof tussen God en de mens voorgoed overbrugd. Vanaf nu af staat alles dan ook in een ander perspectief: als we ons aan Jezus Christus toevertrouwen, moeten we de waarde van ons leven niet meer uit eigen kracht proberen “bewijzen”: God geeft waarde aan ons bestaan, door ons aan te nemen als een geliefd kind. De ervaring van de zonde in ons leven hoeft dan niet langer een last te zijn die onze levensvreugde weg rooft, die ons moedeloos en wanhopig maakt. Want Jezus Christus is onze voorspreker bij God: hij neemt het voor ons op en laat ons niet los.
Zusters en broeders, het geloof dat we niet buiten de Liefde van God kunnen vallen, stelt ons in staat om in waarheid, maar met vertrouwen, naar onszelf te kijken: we leren zien waar we nog moeten groeien in Liefde, zonder angstig of krampachtig te worden. En we leren erop te vertrouwen dat God ons graag ziet zoals we nu zijn. Dat is een boodschap die ons tegelijkertijd nederig én vrij kan maken. Amen.