| Start |
|
De eerste woorden die we Jezus in het Marcusevangelie horen spreken, klinken als volgt: “De tijd is rijp en het koninkrijk van God is ophanden. Bekeer u! Heb geloof in de goede boodschap.” (Mc. 1, 15). Volgens bijbelkenners is dit een goede samenvatting van wat Jezus van Nazareth inderdaad als boodschap heeft verspreid in zijn land.
In de vrij korte periode van zijn openbaar optreden -men vermoedt ongeveer drie jaar- heeft hij de spoedige komst aangekondigd van Gods heerschappij, Gods koninkrijk. Hiermee staat Jezus in de lijn van Johannes de Doper en de profeten uit het Oude Testament, die Israël steeds weer opriepen tot trouw aan Gods Verbond. Maar wat die komst van Gods koninkrijk inhoudt, dat klinkt bij Jezus toch wel anders dan bij Johannes. In Jezus’ prediking komt God niet in de eerste plaats om de al zo lang verwachte scheiding te maken tussen rein en onrein, tussen de “heilige rest” en de zondaars, tussen koren en kaf. Neen, God komt om zijn menslievendheid, zijn genade en goedheid te tonen, om bevrijding en gerechtigheid te doen aanbreken. Jezus’ boodschap is er één van vreugde en hoop, voor alle mensen die er open voor staan.
Deze boodschap brengt Jezus in woord en daad. Vaak spreekt hij in beelden en parabels: die zetten aan het denken en doen de toehoorders met een schokeffect ontdekken hoe eigenaardig de logica van God wel is. God oordeelt niet kil en afstandelijk, zoals mensen vaak doen; Hij denkt en handelt vanuit zijn grote Liefde en barmhartigheid: Hij geeft de werkers van het laatste uur evenveel als die van het eerste uur. God is niet gefascineerd door wat rijk en sterk is, zoals het bij ons vaak gaat. Neen, zijn Liefde gaat allereerst uit naar wie klein en arm is: Hij gaat op zoek naar het verloren schaap. Zo opent Jezus in zijn spreken onverwachte vensters op Gods logica van de Liefde, die de menselijke redeneringen en oordelen vaak op hun kop zetten.
Jezus verkondigt zijn boodschap echter niet alleen met woorden, maar meer nog met daden. De draagwijdte en betekenis van zijn woorden worden zichtbaar in de manier waarop hij met mensen omgaat, vooral dan met hen die er in de ogen van zijn tijd “niet bij horen”. Zijn leven en persoon zelf zijn “blijde boodschap”. Twee elementen in Jezus’ handelen springen in de evangelies bijzonder in het oog: hij heeft zieken genezen en zondaars vergeving geschonken. Jezus’ genezingen en zijn vergevende omgang met zondaars hebben te maken met de kern van zijn boodschap: ze laten heel concreet zien dat Gods “heerschappij” van Liefde en bevrijding inderdaad doorbreekt in de wereld, dat Hij met zijn zorg naar mensen toekomt en de kwade machten verdringt. Jezus geneest melaatsen (die onrein zijn volgens de Wet van Mozes) en hij doet het dan nog op de sabbat, want de sabbat is er volgens hem precies om de mens nieuwe levenskracht te geven; en hij gaat aan tafel met tollenaars en publieke vrouwen, want de uitnodiging van God om open te staan voor zijn Liefde geldt evengoed voor hen. “Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars” (Mc. 2, 17), zegt hij.
Jezus’ boodschap vertrekt vanuit het diepe vertrouwen op Gods grote liefdeskracht. Hij leefde vanuit het vaste geloof dat die liefde alle breuken, alle isolement, alle kwade krachten kan overwinnen, en dat zij genezing, verzoening en nieuw leven schept, wanneer mensen ze willen aanvaarden. Snel moet hij echter vaststellen dat deze boodschap ook tegenstand oproept. Men verwijt hem hoogmoed, pretentie en zelfs godslastering: “Wie kan er zonden vergeven dan de enige God?” (Mc. 2, 7). “Met welke bevoegdheid doet u dit? (Mt. 21,23). Jezus’ dood zal dan ook geen toevallig ongeluk zijn, maar uitgelokt worden door zijn boodschap en optreden, dat steeds meer ervaren wordt als een bedreiging voor de gevestigde orde.
Zusters en broeders, deze boodschap van Jezus dragen wij in de kerk nog altijd verder. Het is onze opdracht om ze ook vandaag te laten klinken, in onze woord en daden. Als we waarachtig christen willen zijn, moeten ook wij spreken over de God van Jezus, die bevrijding en redding brengt, die vergeving en genezing bewerkt. En zoals Jezus zijn ook wij geroepen om door ons handelen concreet te werken aan verzoening, genezing, vrede en bevrijding. Waar die dingen gebeuren, komt het koninkrijk van God opnieuw onze wereld binnen.