| Start |
|
AUTHENTICITEIT ALS NIEUWE LEVENSSTIJL
Een bijbels vertrekpunt.
In mijn noviciaat en mijn seminarietijd werd tijdens de lezingen over spiritualiteit nogal eens de nadruk gelegd op de uitzonderlijke waarde van de ‘ kloosterlijke staat ’. Daarvoor werd bijna altijd verwezen naar Matteus 5, 48: “ Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.” Ook in de kloosterregel werd het religieus leven voorgesteld als een staat van volmaaktheid. Ik heb me daar nooit heel happy bij gevoeld. Steeds had ik de indruk dat ik voortdurend mezelf moest overtreffen en de confrontaties met mijn eigen onvolmaaktheid leidden soms tot schuldgevoelens en spanningen. Dialoog met confraters bracht me op het spoor van een minder prestige gerichte kijk op deze zaak.
Heel veel jaren later bracht een exegese van de liberale rabbijn, Harold Kushner uit Boston, in zijn boek “ Hoe goed moet een mens zijn? ” (ten Have, Baarn 1996), in hoofdstuk 3: ‘Ik dacht dat ik volmaakt moest zijn?’ mij tot een totaal nieuw en boeiend inzicht.
In de nieuwe bijbelvertaling van 1995 staat ook iets helemaal anders voor de vertaling van Mt. 5, 48: “ Jullie zullen onverdeeld goed zijn, zoals jullie Vader in de hemel onverdeeld goed is.” In de Franse bijbelvertaling van André Nathan Chouraqui staat er dan: “ Ainsi, vous, soyez intègres comme votre Père des ciels est intègre.” Dat is dan toch een heel andere betekenis dan dat wij zo feilloos moeten zijn als God zelf. Geen wonder dat iemand dan op het denkbeeld komt: dat is niet voor dit gewone aardse leven bestemd, dat kan alleen slaan op een toestand van volmaaktheid in het ‘hiernamaals’.
De tekst is voor mij wat binnen mijn bereik gekomen toen ik vernam dat de woorden volmaakt, integer en onverdeeld uit deze teksten, in het hebreeuws ‘ tamien ’ luidt, dat vertaald zou kunnen worden als: uit één stuk, authentisch, op één doel gericht, met onverdeeld hart.
Deze woorden komen maar twee keer in het NT voor, maar wel 13 keer in het OT.
Dit woord komt reeds in Genesis voor, en wel bij twee verbondssluitingen. De eerste keer wordt het gezegd van Noach ( Gen.6,9) dat hij ‘ tamiem’ was, een oprecht man
(Statenbijbel), een ‘onberispelijk man’ (NBG vert.). Maar Buber vertaalt ‘ ein ganzer Mann’ - een man uit een stuk, een authentieke persoonlijkheid. Een tweede keer vinden wij het in Genesis 17,1, waar de Eeuwige een verbond sluit met Abraham en tot hem zegt:
“ Wandel voor mijn aangezicht en wees tamiem ”. Martin Buber, die het hebreeuws idioom van geboorte kent, vertaalt: “ sei ganz ”. Een opdracht én een belofte samen.
Ook in het verbond met Mozes komt het woord tamiem aan de orde, als deze het volk Israël voorhoudt: “ Oprecht zult gij wandelen met den Heere uwen God ” ( Deut. 18,13).
Als wij nu de levens van Noach, van Abraham en van Mozes nader bezien, vinden wij in hen niet wat wij zouden noemen ‘ volmaakt onberispelijke mensen ‘. Evenmin als David later zijn zij feilloos. Maar wel blijven ze, soms met een diepe val, mensen met in wezen onverdeeld en authentisch hart: hun hulp is van de Heer, met Hem staan ze in verbond.
Van Hem willen ze het hebben, op Hem is hun leven gericht.
1. Het verlangen naar authenticiteit
Bij een opsomming van de karakteristieken van onze postmoderne tijd zou men beslist één punt niet kunnen overslaan: de nieuwe pathos naar waarachtigheid. Onze eeuw munt uit door een nieuw gevoel voor oprechtheid, eerlijkheid, oorspronkelijkheid, integriteit, voor authenticiteit in de breedste zin van het woord, een gevoel dat niet eigen was aan de negentiende eeuw.
Met enkele steekwoorden kan herinnerd worden aan beslissende perspectieven.
Denken we aan de architectuur en de stijl van de ‘nieuwe zakelijkheid’, die in deze eeuw de onechtheden van neoklassiek, neogotiek en neoromantiek kwamen vervangen (Le Corbusier, Niemeyr). Deze moderne architectuur eist een inzichtelijke constructie en een eerlijke omgang met het materiaal: beton moet behandeld worden als beton, hout als hout en glas als glas. Ze krijgt haar vorm geheel vanuit het doel en wordt beheerst door heldere functionaliteit.
Denken we aan de plastische kunsten die terugkeren naar de oerelementen - kegel, bol, kubus en blok -; zij zoeken naar uiterste eenvoud en abstractie. Liever dan met het beschilderde gips van de negentiende eeuw construeren zij hun beelden uit ruw ijzer, uit draad of uit verschillende mechanische elementen.
Denken we aan de moderne schilderkunst en het verlangen van bv. Iemand als Henri Matisse en van het fauvisme naar de onvervalste zuivere kleuren, de ‘couleurs pures’, naar de onvermengde gradaties en eerlijke scherpe contrasten
Denken we aan de romans en de poëzie van onze eeuw met hun vaak bijtende eerlijkheid, die de zieke plekken van de ziel en de maatschappij blootleggen. Ook denken aan de strevingen naar echte vormgeving in de film. In de laatste oorlogsfilms van 98-99 is het niet meer de pure geweldactie die naar voren treedt, maar vele en lange sequenties laten de soldaten filosoferen over de onzin van blinde gehoorzaamheid en over hun deelname aan het zinloze geweld dat zij niet meer persoonlijk kunnen verwerken.
Denken we evenwel verder ook aan de moderne psychologie die de mens wil vatten in zijn ware werkelijkheid, en die door de analyse van zijn dromen afdaalt tot in zijn onderbewustzijn om hem te helpen komen tot de erkenning van de schaduwzijden van zijn persoon en tot waarachtigheid jegens zichzelf en de wereld rond hem. We stellen ook vast hoe in de werken van hedendaagse spiritualiteit de psychologie haar intrede heeft gedaan.
In de geestelijke oefeningen streeft men steeds naar gelijkvormigheid met de persoon van Jezus, maar, via de zelfontplooiing komt men op veel authentischer wijze tot persoonlijke transformatie.
De God-van-buiten wordt niet meer opgedrongen, maar men interpreteert de wereld via de goddelijke krachten die in de mens wonen ( de immanente God, de gaven van de heilige Geest die vanuit onze persoon ‘ het aanschijn der aarde zullen vernieuwen’).
Denken we ook aan de filosofie die bv. , zoals deze van Heidegger en Sartre, de mens krachtdadig willen bevrijden uit het knechtschap, uit de onwaarheid, uit de oneigenlijkheid, uit de ‘mauvaise foi’ om hem te brengen tot eigenlijkheid, authenticiteit, sincérité.
Het begrip ‘echtheid’ dat verwant is met ‘waarachtigheid’, is een lievelingsbegrip van Nietzsche en later door Sartre en Gide vertaald als ‘authenticité’.
Niet alleen de literatuur, de kunsten en de wetenschap van onze eeuw, ook het gedrag van de man-in-de-straat is gekenmerkt door de drang naar waarachtigheid die vele huichelarijen uit de Victoriaanse en de Wilhelminische tijd heeft weggevaagd. De mensen van tegenwoordig vergeven bijna allen zonden, tenminste als ze gedaan werden uit een eerlijke overtuiging. Verkiezingszondag 13 Juni 99 heeft bij ons het politieke landschap dooreen geklutst. Aan de gezeten burgers werd gevraagd van hun voetbank af te dalen en van hun vanzelfsprekende gezagsarrogantie af te stappen. Men voelt een instinctief wantrouwen tegenover alle grote woorden, tegenover alle frasen en al het pompeuze, dat hoe dan ook ruikt naar kitsch, façade en stoffering, naar onechtheid in het spreken, kleding en levensstijl. Alleen een gezag dat door zakelijke competentie in doen en laten bewijst, kan een gezag zijn waarbij innerlijk en uiterlijk samenvallen.
Het is geen overdrijving als wij zeggen dat onze dagen gekenmerkt zijn door een diepe drang naar authenticiteit: het gevoel van de hedendaagse mens voor waarachtigheid is iets groots, bevrijdend en bewonderenswaardig; iets wat vele ouderen doet zeggen: de jeugd van nu is beter, niet omzet ze minder kwaad doet, maar omdat ze eerlijker is.
Het beginantwoord op de dofheid van vroeger mag best een rustige bezinning zijn
2. Authenticiteit als een eis in Jezus’ boodschap.
Jezus verkondigt het Rijk van God dat aanbreekt. Jezus vervult zonder compromissen Gods wil ( het welzijn van de mensen!) en Hij doet dat in een alles omvattende liefde. Doordat Jezus helemaal voor God bestaat, bestaat Hij helemaal voor de mensen. Het radicale engagement voor God bestaat voor Hem uit een radicaal engagement voor de mensen. Deze boodschap van Jezus zal Hem heel vlug talrijke vijanden verschaffen.
Deze boodschap van Jezus was door haar positieve eis naar een waarachtig mens-zijn ten overstaan van God een hartstochtelijk protest tegen de onwaarachtigheid van de mens.
Een protest tegen de tegen de legalistische gezindheid van die mens wiens laatste norm niet de wil van God en de liefde is, maar een wet, een voorschrift, een protest tegen de onwaarachtige vroomheid-van-de-letter waarin de Spirit ontbreekt. Een protest ook tegen het onwaarachtige ritualisme waarbij de instemming van het hart niet in overeenstemming is en dat niet streeft naar echtheid doch slechts naar uiterlijke correctheid. Tegen deze onwaarachtigheid wordt bij Mt 15,8 geciteerd wat Jes 29,13 zegt: “ Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij. Zij eren mij, maar zonder zin, en mensenwet is wat zij leren ”. Welke kristen zou hier kunnen beweren dat dit alleen geldt voor de joden van toen?
Jezus’ protest is niet alleen een protest tegen de leugen in de zin van een casuïstische moraalklieverij, maar tegen al datgene wat de evangelies ‘huichelarij’ noemen.
Het hiervoor gebruikte Griekse woord hypokrisis komt van het werkwoord hypokrinesthai. Dit woord is een gangbare term uit de Griekse theatertaal en betekent: een rol spelen.
De ‘hypocriet’ is dus de toneelspeler. Het woord wordt op grond hiervan gebruikt voor alle toneelspelen, zich huichelend anders voordoen, zijn ware wezen, gevoelens en gedachten verbergen, zich een masker opzetten en daarmee voor de dag komen: tegenover God, tegenover de mensen en tegenover zichzelf.
Dit onwaarachtige zich anders voordoen, huichelen, houdt Jezus zijn tijdgenoten voor: huichelen bij het bidden, bij het geven van aalmoezen, bij het vasten. We kennen deze teksten uit de bergrede ( vgl. Mt 6,1-4.5-8.16-18). Huichelen echter ook in een onwaarachtige morele houding in verband met de sabbat, waar Jezus de aandacht moet trekken op de vanzelfsprekende waarheid: “ De sabbat is gemaakt om de mens, maar niet mens om de sabbat “ ( Mc 2,27). Volgens Jezus komen lichtekooien en tollenaars die tegenover zichzelf eerlijk zijn, er beter af dan de zgn. rechtvaardigen. In tegenstelling tot alle onware legalisme en vroomheid komt het voor Jezus uiteindelijk alleen aan op de liefde: “ Is het niet eerder geoorloofd op de sabbat goed te doen dan kwaad, iemand te redden dan te doden? ”(Mc 3,3).
Kan men zich een scherper vonnis over alle onwaarachtigheid, onechtheid, huichelarij voorstellen dan de grote strafrede bij Mt 23 waar steeds herhaald wordt: “ Wee u huichelaars. Wee u schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! De buitenkant van beker en schotel maakt ge schoon, maar van binnen zijn ze gevuld met roof en genotzucht. Gij lijkt op gekalkte graven die er van buiten mooi uitzien, maar van binnen vol zijn met doodsbeenderen en allerhande onreinheid. Zo ziet gij ook van buiten er voor de mensen wel uit als heiligen, maar van binnen zit gij vol huichelarij en ongerechtigheid ” (Mt 23,25-28). Ezechiël?
Hoe troostrijk is anderzijds voor de authentieke mens dat andere woord: “ De lamp van het lichaam is het oog. Wanneer dus uw oog helder is, zal heel uw lichaam verlicht zijn. Is echter uw oog troebel, dan is heel uw lichaam duister ” ( Mt6,22).
Als we nu zouden willen zien wat de boodschap van Jezus voor de waarachtigheid van de geloofsgemeenschap betreft, mogen we niet alleen uitgaan van de uitspraken van Jezus ivm de huichelarij, maar wel van het middelpunt van zijn boodschap. In haar verkondiging van Jezus als de Christus, de Heer, beroept de geloofsgemeenschap zich immers tegelijk op de boodschap van Jezus zelf. Die boodschap heeft niet als thema de geloofsgemeenschap, de kerk, maar de godsheerschappij, de verkondiging van Rijk van God. Deze boodschap bestaat eerst en vooral in de radicale vraag naar de authenticiteit van elke geloofsgemeenschap die zich op Jezus beroept. Vergeleken met deze radicale vraag naar de waarachtigheid van de kerken komen alle andere kritische vragen omtrent het ‘institutionele’ op de tweede plaats. Alleen in waarachtigheid kan de waarheid tot stand komen. In die zin is de authenticiteit van de mens veel fundamenteler dan zijn waarheid.
Zo wordt de authenticiteit voor de mensen een fundamenteel morele eis die betrekking heeft op alles wat de verhouding van de mens tot zichzelf, tot de menselijke (geloofs)gemeenschap en tot God inhoudt.
3. Visie naar de toekomst?
Wat betekent dit nu voor de kerk, die misschien het meest ‘de waarheid’ in de mond heeft en toch tegelijk het verwijt te horen krijgt dat zij niet altijd waarachtig is? Het is heel duidelijk dat vanuit de boodschap van Jezus zelf, vanuit heel het getuigenis van de apostelen en ook van deze postmoderne wereld, die dorst naar authenticiteit zich zeer sterk manifesteert. De kerk wordt uitgedaagd tot een vernieuwde blijde en dappere waarachtigheid.
Wanneer de kerk zich uiteindelijk altijd oriënteert op het bijbelse getuigenis, dan beschermt zij zichzelf tegen een valse waarachtigheid. Wordt de waarachtigheid verwaarloosd, dan komt men tot huichelarij. Wordt ze overdreven, dan komt men tot een vernietigend waarheidsfanatisme. De waarheidsfanaticus meent overigens onbekommerd op elk moment aan jan en alleman alles te mogen, ja zelfs te moéten zeggen. Hij heeft geen gevoel voor zwijgzaamheid en discretie die zichzelf en de anderen niet onnodig blootstelt. Ik ben ervan overtuigd dat de waarheid nooit als etalagemateriaal mag gebruikt worden.
Er bestaat nu eenmaal een ‘veritas homicida’, een moordende waarheid, zoals Augustinus zegt, en een waarachtigheid die volgens de woorden van Bonhoeffer een ‘satanswaarheid’ is waaraan men zonder voorbehoud het welzijn van de naaste en de gemeenschap opoffert.
De waarachtigheid wordt vooral vervalst als ze niet meer in alles geleid wordt door datgene wat haar alleen de juiste weg kan wijzen: door de liefde.
Door de liefde wordt de waarachtigheid verhelderd en verwarmd om totaal open te staan voor de waarheid die zij aan het licht moet brengen om zo de medemensen en juist daardoor ook God te dienen: “ Bekleedt u met de nieuwe mens die naar Gods beeld geschapen is in waarheid, in ware gerechtigheid en heiligheid. Doet daarom de leugen weg en laat ieder tegen zijn naaste de waarheid spreken, want wij zijn elkaars ledematen ” (Ef 4,23-25).
Tot deze echte christelijke waarachtigheid is de geloofsgemeenschap opgeroepen. Dit betekent voor haar een steeds voortdurende taak waarmee zij nooit definitief zal kunnen afhandelen. Het gaat hier voor de kerk om het waagstuk van de daad. Onze wereld gaat vooruit, voor een groot gedeelte ondanks de kerk. De wereld zal verder vooruitgaan, mét de kerk, zonder de kerk, en soms tegen de kerk in. De geloofsgemeenschap verwacht van de kerk concrete adviezen. Algemene beginselen zijn zeer belangrijk, toegepaste imperatieven zijn nog belangrijker, onloochenbare feiten zijn hét belangrijkst.
Het zou goed zijn, in plaats van alleen maar veel mooie en diepzinnige dingen te zeggen over de liefde en over het huwelijk, dat in de moeilijke kwesties van de huwelijksmoraal ( o.a. echtscheiding en reïntegratie) - zonder de bezorgdheid over vroegere antwoorden - thans een zuiver, eerlijk verstandig positief antwoord te geven.
Bij ‘gevormde’ mensen kan men de verantwoordelijk overlaten aan een eerlijke gewetensbeslissing. De kwesties van de methodes kunnen ingeroepen worden bij competente vakmensen. Dus waarachtigheid in de kerkelijke moraal.
Ook mag men pleiten voor authenticiteit in de verhouding van de kerk tot de wereld.
In plaats van altijd maar - in ons 21ste millennium-denken - op onze vooruitgang en organische ontwikkeling naar steeds groter volmaaktheid aan te draven, zouden we best eens ook onze kwade dingen, onze domheden en onvolmaaktheden zonder verdoezeling deemoedig en gelaten mogen toegeven. Zo komt men in alle geval tot verbetering en vernieuwing.
Mijn overgave gaat naar een geloofsgemeenschap die weet wat ze niet weet, die juist in haar zwakheid en onwetendheid vertrouwt op Gods genade ( herscheppende kracht) en Zijn wijsheid. Naar een geloofsgemeenschap vol geestelijke spontaneïteit, levendigheid en vruchtbaarheid met vermogen om lief te hebben. Naar een kerk die graag nieuwe vragen hoort en beluistert, die zakelijke en deskundige kennis, moderne methoden, waarnemingen en resultaten weet te appreciëren. Aan een authentieke kerk behoort de toekomst.
“ Een authentieke nieuwe levensstijl kan van ons leven een kunstwerk maken. De mens kan immers niet zonder stijl en dus vormloos leven. Bovendien verleent de nieuwe levensstijl op zijn beurt concrete vorm en aantrekkelijkheid aan het nieuwe wereldbeeld. Wat van de mens gevraagd wordt is, niet dat hij intellectueel sterk zou zijn, maar wel authentiek. Dit vergt moed ”.
Uit : A. Taymans, ‘ Authenticiteit ’, Garant, Leuven, 1998, blz 188.
Johan Van Calbergh,
Aan te bevelen lectuur:
Wildiers Max, ‘ Theologie op nieuwe wegen’, Kok, Kampen, 1985
Van der Veken, ‘God iedere morgen weer nieuw’ in Tijdschrift voor Theologie 18(1978)4, blz 361-389
Verhoeven Cornelis, ‘Een filosofie van het enthoesiasme’, Antwerpen, De Nederlandse Boekhandel, 1982
Dupré Louis & Edith Cardoen, ‘ Terugkeer naar innerlijkheid ’, Antwerpen, De Nederlandse Boekhandel, 1983
Küng Hans, ‘ Waarachtigheid ‘, Romen & Zonen, Roermond, 1968.
Illich Ivan, ‘ Naar een nieuwe levensstijl ’, Het wereldvenster, Baarn, 1973