Start

Dat wij toch nooit erkennen, het recht van vuur en zwaard

Lied: Een lied tegen de derde wereldoorlog.   G.V.L. nr 553.
Wijze: Ik wil mij gaan vertroosten Tekst: H. Oosterhout.
Wij die met eigen ogen de aarde zien verscheurd
maar blind en onmeedogend ontkennen wat gebeurt:
dat oorlog is geboden en vrede niet mag zijn,
dat mensen mensen doden, dat wij die mensen zijn.

Wij die nog mogen leven van hoop en vrees vervuld,
aan machten prijsgegeven aan meer dan eigen schuld,
wij die god weet hoe verder tot hiertoe zijn gespaard,
dat wij toch nooit erkennen het recht van vuur en zwaard.

Dat wij toch niet vergeten waartoe wij zijn gemaakt,
dat diep in ons geweten opnieuw het licht ontwaakt,
dat in ons wordt herschapen de geest die overleeft,
dat onze lieve aarde nog kans op redding heeft.

Inleiding: Wat gaat mij ter harte?

Wat gaat mij ter harte?
De dingen der wereld
de stem van de mensen
het woord van mijn God.

Het brood en de stenen
de zon in het water
de bomen de dieren
ze spreken mij aan

de mensen - hun dromen
de hoop in hun ogen
hun ja en hun nee
daarop moet ik bestaan
Het woord van mijn God en zijn zwijgen,
zijn verte een naam
om te hopen de tekens verstaan.

Wat houdt mij in leven?
Het brood van de wereld
het woord van de mensen
de trouw van mijn God.

Gebed met schuldbelijdenis

Zwijg niet, o God, maar zie en hoor ons als wij U belijden
dat wij ons vertrouwen zoeken bij idolen zonder gezag,
goden die geen uitzicht bieden, ideeën die niets zeggen.
Spreek tot ons, roept ons terug, begin opnieuw met ons,
wil onze bondgenoot weer zijn,
vandaag en alle dagen die ons gegeven zijn op aarde.
Omwille van uw dienaar Jezus,
uw woord, uw stem, de weg, de waarheid en het leven.

Kyrie Litanie : God, wij roepen uit de diepte.
G.v.L. nr. 214.   T.J. Duin, M.C. Rademaker

Gebed

God, maak ons verstandig in de omgang met de goederen der aarde,
leer ons gerechtigheid,
zodat wij geven wat wij te geven hebben en dankbaar zijn voor ons aandeel.
Geef dat wij de goede weg kiezen, dat wij op deze aarde leren leven als bondgenoten van elkaar, dat wij elkaar blij en gelukkig maken, elkaar steunen in verdriet en dat zo Uw wil geschiede: dat zo het aanschijn der aarde vernieuwd wordt. Amen.

Lezing: De zaligsprekingen Bewerking Pius Drijvers

Wat een geluk, wanneer je niets te verliezen hebt, want dan hoor je bij God.

Wat een geluk, wanneer je niet oppervlakkig over alle ellende heenleeft,
want je zult worden getroost.

Wat een geluk, wanneer je een mild mens bent, want je zult het beloofde land bezitten.

Wat een geluk, wanneer je verlangt dat alles terecht komt, want je zult het overvloedig    zien gebeuren.

Wat een geluk, wanneer je durft vergeven, want je zult genadig worden behandeld.

Wat een geluk, wanneer je hart ongecompliceerd is, want je zult God zien.

Wat een geluk, wanneer je vrede sticht, want God zal je zijn kind noemen.

Wat een geluk, wanneer je lijdt om te bereiken dat alles terecht komt,
                    want dan hoor je bij God thuis.

Lied: Wonen overal nergens thuis.
G.v.L. nr 551. M.Suze Naanje; T.H. Oosterhuis.

Wonen overal nergens thuis,
aarde, mijn aarde, mijn moeders huis.
Vallende sterren, de schim van de maan,
mensen die opstaan en leven gaan,
mensen, veel geluk.

Wonen overal even thuis
handel en wandel en huis na huis
loven en bieden op waarheid en waan
wagen en winnen en verder gaan
mensen veel geluk.

Wonen overal bijna thuis aarde
mijn hemel mijn vadershuis
stijgende sterren de lach van de maan
mensen die dromend een stem verstaan
mensen veel geluk.

Lezing: Judith 4:11 – 12

Alle Israëlieten die in Jeruzalem woonden, wierpen zich met vrouwen en kinderen ter aarde voor de tempel, bedekten hun hoofd met as en spreidden hun boetekleden uit voor JHWH. En ze riepen samen hartstochtelijk tot de God van Israël om toch niet toe te laten dat hun kinderen werden geroofd, hun vrouwen als buit weggevoerd.

We lezen van vrees en beven, maar ook van kloekrnoedigheid (zoals onze voorouders zeiden), de wil tot verzet. Men geeft Jeruzalem niet prijs. We lezen voorts van gebed en van vasten en boete.

De aangevochtenen keren zich niet alleen TEGEN de macht die hen bedreigt, ze komen ook tot Inkeer. Ze zoeken het kwaad niet alleen daarbuiten, maar ook vanbinnen.
Ze strooien as op het hoofd (bij ons nog altijd éénmaal per jaar een ritueel, op de Aswoensdag) en, zoals de tekst luidt:
ze spreiden het boetekleed uit voor het aangezicht van de Heer. Andere tekstover-levering zegt: ze deden het boetekleed aan. Het is een veelzeggend en ontroerend ritueel. Een stilzwijgend gebed. Maar er wordt ook HARDOP gebeden. En hoe! Als uit één mond riepen ze tot de God van Israël, dat Hij het zou verhoeden en dan volgt de korte samenvatting van alle angsten: hun kinderen geroofd, hun vrouwen buitgemaakt, hun steden verwoest en het heiligdom prijsgegeven aan de ontwijding en aan de spot en hoon van de volkeren.
W. Barnard

Litanie: Om vrede!

Wil jij vrede? Ik wens je vrede.
Vrede, vrede, ik wens je vrede.
Praters en vechters, ik wens je vrede.
Wolven en schapen, ik wens je vrede.
Mensen met je groot gelijk, ik wens je vrede.
Mensen in de hoek gezet, ik wens je vrede.
Breek de muur af, ik wens je vrede.
Ga de straat op, ik wens je vrede.
of ben je bang soms, ik wens je vrede.
Ben je tevreden? ik wens je vrede.

Maar hoor de mensen, roepen om vrede.
Huilende moeders, roepen om vrede.
Eenzame vaders, roepen om vrede.
Kinderen in tranen, roepen om vrede.
De slachtoffers van overal, roepen om vrede.
Uit de diepte, roepen om vrede.
Vloeken en bidden, roepen om vrede.
Of zonder woorden, roepen om vrede.
Hoor ons roepen, breng ons tot leven.
God van vrede, breng ons tot leven
Wees weer onze God, en geef ons vrede
Geef ons je vrede, breng ons tot leven.

Voeg ons samen, maak ons sterk, breng ons tot leven.
Liefde sterker dan de dood, breng ons tot leven.
Ik zal er zijn was toch jouw naam, breng ons tot leven.
Liefde sterker dan de dood, breng ons tot leven.

God van liefde, breng ons tot leven.
God van Jezus, breng ons tot leven.
Doe ons opstaan en geef ons vrede.
Maak ons gelukkig en geef ons vrede.
Hoor ons roepen en geef ons vrede.
Doe ons opstaan en geef ons vrede.

Gebed over brood en beker

Zoals de vele graankorrels eens verspreid over de akkers nu bijeen zijn gebracht in dit brood, zo willen wij het ene Volk van God zijn.

Zoals vele druiven geworden zijn tot deze wijn, zo willen wij verenigd zijn in de liefde van God.

Lied: Midden in de dood
G.v.L. nr 496 – ZJ nr 906. 1’, 2’, 3’ couplet.

Tafelgebed: Tegen onszelf.

God, Vader, levensbron, stem, hart, maker van mens,
-hebt gij ons niet gemaakt om elkaar te behoeden en te dragen?-
Wie kan ons beschermen tegen ons zelf dan uw kracht in ons, uw woord in ons?
Wees rusteloos in ons, wees helder licht in ons, wees inzicht, kennis, taai geduid in ons. Wees een dorst naar vrede en gerechtigheid die niet te lessen is in ons.

U bidden wij: tegen ons zelf, tegen ons leverniet-weten in,
tegen onze zwijgende meerderheid, tegen de slimheid van onze economische politiek,
tegen de drogredenen, de halve waarheden, de hele leugens,
tegen de wapenhandel, tegen de dood van duizenden, iedere dag,
en hoelang nu al niet tegen de napalm, de verschroeide aarde,
tegen de vernedering van alle zwarte mensen,
in Suriname, in Angola, en hier in Nederland, in Zuid-Afrika, in Noord-Amerika,
uitgebuit om onze welvaart, verafschuwd en gevreesd
omdat zij zijn zoals gij hen geschapen hebt, gij die alles goed, zeer goed hebt willen maken, waarom gaat alles zoals het gaat, waarom doen wij zoals wij doen?

Zijt gij machtig? Bevrijdt hen dan uit onze handen.
Zijt gij machteloos? Dan zijt gij één van hen die sterven moeten zonder te hebben geleefd.
Zijt gij de God die heeft gezegd: "Ik zal er zijn voor jou":
wees dan God voor onze naasten, verweg, uw mensen,
maar wormen, gelijkend op hem die werd getrapt, verkocht, gekruisigd, Jezus uw zoon.

Wij bidden u, voor alle mensen die moeten leven met geweld,
voor hen die van de toekomst nauwelijks iets anders te verwachten hebben
dan nog meer rampen op hun hoofd;
voor allen die het moe zijn, te praten over vrede,
te vechten voor gerechtigheid, die niet meer geloven dat het anders kan,
voor hen die afgestompt en sceptisch zijn, en tot geen verweer en protest meer in staat. Wij bidden u, voor hen die het niet opgeven, voor vrijheidsvechters, guerrilla's:
dat zij op hun post blijven, scherpzinnig, onwrikbaar.
Dat nooit ontbreken in ons midden mensen
die het uithouden tegen onbegrip en trouweloosheid in.

Voor ons zelf, die brood hebben, en geld, en meer dan dat:
dat wij gaan inzien op welke wijze wij deze chaos in stand helpen houden, en hoe wij ons laten inschakelen in het oorlogsbedrijf.

Voor allen die leven in welvaart en toch geen hoop hebben, geen levensvervulling;
die schade lijden aan hun ziel, verdeeld en vereenzaamd,
gevangen in hun macht en hun bezit.

Zo gaan wij tot u, onze mond vol woorden, ons hart bezwaard,
wij, aangeklaagden door de stem van ons geweten
die zegt, dat het zo niet langer kan
wij mensen, door u gekend en geroepen,
verantwoordelijk gemaakt, aansprakelijk gesteld,
wij mensen, als die ene uit onze rij, die wordt genoemd,
van oudsher, en op hoop van zegen, uw zoon, de eerste uit de doden, eindelijk een mens: Jezus van Nazareth die heeft geleefd
alles wat een mens te leven krijgt wanneer hij goed wil zijn,
alles wat onmenselijk en zinloos is en niet te harden,
die honger, dorst en eenzaamheid gekend heeft,
die verraden is, die toch aan u heeft vastgehouden in geloof: Jezus van Nazareth

die in de nacht van zijn lijden en dood brood heeft genomen, en gezegd: ik wil gegeten worden, ik wil delen wat ik ben,
met jou, mijn naaste, en met ieder mens,

die een beker wijn heeft ingeschonken en doorgegeven, en gezegd:
ik wil gedronken worden, ik zou mijn bloed, mijn ziel, prijs willen geven,
voor een nieuw verbond van alle mensen.

Wie mij hoort, en inkeert, en volhardt, doet goed.
Wie goed doet God ontmoet.

Zo nemen wij dit brood, breken en delen het met elkaar,
ten teken van ons geloof dat het onmogelijke mogelijk is:
een nieuw verbond van mens tot mens, gerechtigheid gedaan, God-in-ons-midden.

Zo reiken wij.de beker over aan elkaar, in naam van Hem die heeft gezegd:
kun jij de beker drinken die ik drinken moet?

Lied: Midden in de dood    couplet 4,5,6.

Onze Vader

A  Onze Vader, al zolang onderweg van de hemel naar de aarde,
uw naam worde geheiligd,
nooit meer in gevechten van volk tegen volk,
in bewapening van land tegen land;
          uw naam worde gedaan en doorgegeven in gerechtigheid
          en vrede van mens tot mens, van land tot land over heel de wereld.

V  Laat komen uw rijk door allen die veranderd zijn in mensen van vrede en                     
         mededogen

A  Laat gebeuren in ons midden wat wij hebben uitgesteld tot in de hemel.

V  Geef ons heden dagelijks zoveel inzicht
    dat wij weten wat ons werkelijk tot vrede strekt en wat onze toekomst is.

A  Vergeef ons dat wij U tegenhielden, in zoveel mensen, zoveel eeuwen lang
 En leid ons weg uit de verleiding tot macht en geweld.
Maar verlos ons, vandaag nog, van een wereld van enkelen.
En open die wereld van God en mens met allen. Amen.


Gebed om vrede. Vredewens.

V  Heer Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd:
         "Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u".
 Let niet op onze zonden, maar op het geloof van uw kerk
 Vervul uw belofte:  geef vrede in uw naam,
           en maak ons één, Gij die leeft in eeuwigheid.

A  Amen.

V   De vrede des Heren zij altijd met u.

A   En met uw geest.

V   Wenst elkaar de vrede.

Acclamatie

Sjaloom! Sjaloom! Sjaloom!

Communie

Lied: Het brood in de aarde gevonden.


Zegenwens

V    Moge God zich met ons verbinden in een nieuw verbond
      tegen de chaosmachten,    de wegen ten dode.
    
      Zegene ons de God van het leven,
      op weg naar het land van de vrede.
      een nieuwe aarde,
      waar gerechtigheid woont.

     Door Jezus Christus onze Heer,
     de gekruisigde die leeft,
     het Lam aan wie macht gegeven
     in de hemel en op aarde.