Start

14. De Kerk van Jezus (11 januari 2004)

“Ik ben wel gelovig, maar ik heb daar geen kerk voor nodig”. Het is een opmerking die je vandaag regelmatig kan horen. In gesprekken met familieleden, vrienden of collega’s op het werk roept de Kerk niet zelden negatieve reacties op: het is een instituut dat zichzelf probeert in stand te houden, ze is niet mee met de tijd, ze is te weinig zus of te veel zo… Een aantal van die kritieken raken ons soms persoonlijk: ofwel omdat we zelf ook wel aanvoelen dat een aantal opmerkingen terecht zijn en dat onze Kerk inderdaad nood heeft aan bekering en vernieuwing. Ofwel omdat we ons juist niet herkennen in een aantal vooroordelen of clichés over de Kerk, omdat we zelf ook andere ervaringen hebben, maar niet de goede woorden vinden om te vertellen waarom de Kerk voor ons dan toch wél belangrijk is, waarin ze ons helpt en ons leven rijker maakt.

Zou het niet goed zijn om ook in gesprekken over de Kerk ter sprake te brengen wat de bijbel erover zegt? Het kan ons wellicht helpen om de vragen over de “buitenkant” en de structuren hun juiste gewicht te geven - zonder ze te negeren - en niet te vergeten waarom de Kerk er eigenlijk is.

Volgens de bijbel is de Kerk geen bijkomstigheid in ons geloof. Niet dat ze nodig zou zijn als een soort maatschappelijk instituut dat verantwoordelijk is voor de religieuze zaken. Een instituut dat tegemoet komt aan de godsdienstige behoeften van de mensen. Neen, de Kerk is - verrassend genoeg! - nodig omdat God op zoek is naar mensen die met Hem het leven willen delen. Ze is er niet omdat mensen zich vanuit een gezamenlijke interesse hebben verenigd, maar omdat God hen samenroept. Het bijbelse woord voor “Kerk”, ekklèsia, onderstreept dit: de Kerk is de gemeenschap van mensen, geroepen en verzameld door God zelf, van over alle grenzen heen (cf. Joh. 11, 52; 1 Kor. 12, 13). Daarom wordt ze ook Volk van God genoemd, in navolging van Israël (1 Petr. 2, 10). Die kerkgemeenschap is nodig opdat God al ergens een plaats zou hebben waar Hij vrij mag spreken over zijn bedoeling met mens en wereld. Ze is ook nodig opdat de verbondenheid met God al uitdrukkelijk gevierd zou worden en omgezet in een concrete manier van samenleven.

Naast de titel “Volk van God” zijn er nog twee andere bijbelse titels die aangeven waarom de Kerk er eigenlijk is. Ze is het “Lichaam van Christus”. Dat betekent: ze is geroepen om zichtbare gestalte te zijn van Christus zelf. Ze moet door haar manier van leven hetzelfde zichtbaar en tastbaar maken wat in het optreden van Jezus aan het licht is gekomen: de goedheid en mensenliefde van God (Tit. 3, 4). Ten derde wordt de Kerk “Tempel van de Geest”  genoemd (1 Kor. 3, 16; Ef. 2, 21). Niet toevallig is Pinksteren het “geboortefeest” van de Kerk. Het toont wat er gebeurt wanneer mensen zich open stellen voor Gods Liefdeskracht, hoe dit hun leven, denken en doen verandert, hoe het hen vrijmoedig maakt en bereid om zichzelf te geven. De Kerk moet een plaats zijn waar dat pinksterfeest steeds opnieuw gebeurt, waar Gods Geest thuis is en mag werken.

Zusters en broeders, de aangehaalde beelden hebben één ding gemeenschappelijk: ze spreken op een concrete manier over de Kerk. Het gaat om mensen, verbondenheid, een zichtbare levensstijl. Dat blijft ook wezenlijk vandaag: vormen wij een groep van mensen die ons door God samengeroepen weten? Willen wij samen een gemeenschap vormen die dankzij de Levensgeest van God de aanwezigheid van Jezus Christus zichtbaar en tastbaar maakt voor onze wereld?

Als we met anderen over de Kerk spreken, zullen we daarom het best ook concreet en persoonlijk spreken. Wat heb ik eraan om ’s zondags naar de parochie te gaan? Hoe geeft de deelname aan het kerkelijke leven mij inspiratie, kracht, rust, troost…? Waar ervaar ik er vriendschap, vreugde, hoop? Hoe kleurt mijn engagement voor een vereniging of voor bepaalde mensen mijn leven? Hoe kunnen wij samen iets betekenen voor de buurt waar we leven? Dit zijn zeer belangrijke vragen voor de Kerk, ook vandaag. Amen.