| Start |
|
De beelden verstaan
Vierde paaszondag
_________
Een verhaal.
Als een film. Het ene beeld overvloeiend in het andere.
Mooie verhalen, zei onlangs een jonge man. Maar wat kan ik ermee aanvangen?
Spontaan zou ik zeggen: Leven, jongen! Van daaruit leven!
Alsof het allemaal zo simpel is. Aan de mooie verhalen die Blijde Boodschap
zijn, heeft de jonge man geen boodschap. Hij niet alleen.
We leven in een beeldcultuur en toch ligt de beeldrijke
taal van het Oosten, van het evangelie, ons moeilijk. Ze behoort tot een andere
cultuur, tot een andere tijd. De beelden moeten hun interpretatie krijgen vanuit
cultuur en persoonlijke ervaring, en wel van het vertellend personage, van de
auteur van het verhaal en van de lezer /toehoorder. Die moeten elkaar daarin
vinden. Dan pas worden de beelden communicatie, taal, ontmoeting.
Naar die ontmoeting verlangen is de impuls om de beeldspraak te willen begrijpen.
Ten diepste is het een verlangen om uit te breken uit zichzelf, om in ontmoeting
gelukkiger te worden. Om die reden willen mensen nog steeds de evangelietaal
beluisteren. Het is een verlangen dat in ieder bewust of onbewust leeft. Ook
in de jongeman. Hij wijst de verhalen niet af maar bekent zijn onmacht ermee
om te gaan in de vraag: wat kan ik ermee doen? Jezus verklaart de essentie van
de metafoor: " Ik ben de deur." Hij zegt niet : " Ik ben de herder."
Weten Jezus' toehoorders nu meer? - En wij?
Christenen zijn al langer vertrouwd met deze taal. De schapen, dat zijn wij,
heeft men ons geleerd. Voor het overige zegt die beeldspraak, geënt op het plattelandsleven
in het Palestina /Israël van Jezus' tijd ons niet zoveel. Dat schapen gevoelig
zijn voor het stemgeluid van hun herder? Het zal wellicht wel. Het heeft mij
nooit geraakt, tot een keer in Ierland. Een uitgelaten ram stormde plots wild
en dwaas aan ons voorbij, recht het struikgewas in naar de top van een hoge
heuvel. Niemand kon hem tegenhouden of bedwingen. Tot de eigen herder zijn stem
liet horen, luid in een eigen taalbrouwsel, voor zijn dieren bestemd. De ram
stond stil en keerde gekalmeerd en spontaan naar de herder terug. Ik heb dit
nooit vergeten. En begrijp nu beter de unieke relatie tussen herder en schapen.
Jezus heeft het landleven ervaren en geobserveerd.
Wat komt nu vanuit deze lezing in grote lijnen op ons af?
Er is een aandoenlijke verstandhouding tussen de herder en zijn schapen. Naar
een vreemde stem luisteren ze niet. Dat blijkt goed te zijn. Want veiligheid
en geborgenheid worden geboren uit de goede relatie met de herder. Met hem leven
ze buiten en vinden ze warmte binnen, als groep, als kudde. Maar ook individueel
tellen ze mee. "Hij roept zijn eigen schapen bij hun naam. " Als ik
dan een schaap ben, wie is mijn herder? Niet Jezus zelf in dit evangelie. Hij
is de deur en de herder gaat door die deur naar binnen.
De herder kan om het even wie zijn, die mij met de gezindheid van Jezus tegemoet
komt. Hij /zij die de gezindheid van Jezus in mij versterkt en verheldert:
door woord of daad of manier van zijn en leven. Zelfs iemand die Jezus niet
kent of belijdt, maar toch zijn gezindheid uitstraalt en meedeelt. Trouw, eerlijk,
nederig, in liefde. Van zo iemand word ik beter, liefdevoller, moediger, waarachtiger.
Iemand die naar Jezus verwijst en Hem laat vinden, is herder. Zo iemand komt
binnen door de deur langs Jezus in de warmte en de geborgenheid bij God, bij
de Vader. "Niemand komt tot de Vader, tenzij door mij", zegt Jezus
elders.
Er vallen ook rake woorden. Dieven en rovers zijn zij die het stabiele geluk
zoeken of aanbieden waar het niet is of zij die God willen vinden tegen Jezus'
levenshouding in. In drugsdealing, in seksuele uitspatting, uitbuiting van al
het geschapene, in vernedering en uitsluiting van anderen, in machtsontplooiing
en geweld onder het mom van bestrijding van kwaad, in ongebreidelde geldzucht.
Allerlei schone schijn en onwaarachtigheid. Daar beginnen dood en verderf.
Men heeft wel eens gemeend op grond van de harde woorden van Jezus mensen te
moeten verketteren, uitsluiten en te laten boeten. Maar dit is dan juist weer
geen Jezushouding. Het zijn hier vrij harde woorden die willen waarschuwen uit
zorg, om af te houden van het kwaad. Woorden die ertoe aansporen kwaad een kwaad
te noemen en het niet in taalgebruik of levenshouding te verdoezelen en zo aan
normvervaging te doen.
-Een Italiaans politicus verheft zijn frauduleus gedrag tot algemene norm in
zijn kiespropaganda en probeert het gerecht naar zijn hand te zetten. Hij wordt
verkozen .Wat vinden we daarvan? Slim gevonden? Want inspelen op de fraudeerzucht
van iedereen? Zelfverdediging? Normvervaging.
-Een scholier laat een boek achter in de klas. Het wordt gestolen. Reactie van
de directie: je let erop je boek mee te nemen. Is dat opvoeden tot rechtvaardigheid
als de dief niet een dief wordt genoemd maar alleen de bestolene een terechtwijzing
krijgt?
-Een handelszaak lanceert een reclamestunt: wie een bewijs van een verkeersboete
kan voorleggen, wordt beloond met een gratis cd. Gebrek aan verantwoordelijkheidszin
in het verkeer wordt weggelachen, het kwaad wordt schaamteloos beloond. De moraal
op haar kop. Of tof gevonden?
Rovers en dieven zegt Jezus. Let er voor op. Wie onder het mom het kwaad te
bestrijden anderen de dood en de ellende injaagt, zal niet langs de deur, die
Jezus is, de vrede en de veiligheid van God binnengaan. En zal die aan anderen
ook niet kunnen bieden. Een christen doodt de boosdoener niet, maar nodigt hem
uit tot ander, nieuw leven.
Het getuigt niet van Jezus' gezindheid als we ook niet eerst en vooral in het
eigen hart kijken. Daar is ook wel eens vergoelijking, gesjoemel en gefoefel
met het eigen geweten. Maar wie moedig het kwaad als kwaad erkent, vindt weer
de deur open naar het geluk in God.
Mensen zoeken altijd weer de weg naar de deur. Ook in het maatschappelijk leven.
In een artikel in de Standaard 2 weken geleden, lees ik: "Gezinsbond voert
kruistocht voor sociale samenhang." Verder: "mensen leven in onzekerheid
en angst en onmacht " . De redding komt van - ik citeer - het belangloze,
vanzelfsprekend, onvoorwaardelijk beschikbaar zijn voor elkaar. Dan denk ik:
daar hebben christenen altijd al naar gestreefd. Wil men het sociale klimaat
verbeteren dan is daar innerlijke omkeer voor nodig. De vraag is dan niet: wat
heb ik eraan. Wel: wat kan ik ervoor doen?
Wie kan die omkeer reëel teweegbrengen? De voorzitter van de Gezinsbond kan
de aanleiding zijn. Hij brengt ons met zijn artikel op ideeën. Hij is dan voor
ons een herder. Maar de deurwachter opent de deur die Jezus is, zegt het evangelie
van vandaag. Gods heilige Geest, dynamische liefdeskracht, werkt mensen via
Jezus naar de geborgenheid in de Vader. Zonder deze deurwachter, de H. Geest,
gaan herder en schapen niet binnen in de sociale geborgenheid waar de maatschappij
naar snakt. Als mensen onder invloed van de H. Geest voor elkaar herder en schaap
worden, ontstaat een geheim, krachtig weefsel. Zo begint kerk. Zo ontstaat ze
altijd weer, altijd opnieuw, elke dag. In een parochie waar dit gebeurt, gaat
het goed. Er is leven. In overvloed. Er is opnieuw kerk.
De evangeliën in de Paastijd baden in de sfeer van intimiteit met de verrezen
Christus. Daarin ontstaat, onder de kracht van de H. Geest, steeds weer levende
gemeenschap, onverwoestbaar want geborgen in de warmte en veiligheid bij de
Vader.
In deze evangelietekst schuilt al een verwijzing naar Pinksteren en naar Drievuldigheidszondag.
Liturgie weerspiegelt de theologie d.w.z. het inzicht in het geheime leven,
in de mystieke verbondenheid van christenen met elkaar en met Jezus in de drievuldigheid
van God. In het evangelie van vandaag ligt de hele theologie sluimerend als
een zaadje in de lente-aarde, gereed om ontwikkeld te worden. De essentie van
ons christendom, verdoken in een ogenschijnlijk banaal verhaal over schapen.
Helena Oomes, Schilde, Witte-kerkgemeenschap