| Start |
|
De piccolospeler
Er was eens een piccolospeler. Hij was er altijd tintelend bij en zat parmantig
op de eerste rij. Maar die dag ging de muziek niet. Hij voelde zich zo onnozel
klein tegen die hoge bassisten opzij en de ronde bolle bombardons.
Zijn piccolo bleef in zijn hand liggen. Hij dacht bij zichzelf: 'Niemand zal
mij zien en horen, als ik niet meedoe vandaag.'
Maar 't orkest speelde lam, 't liep mis tot de dirigent riep:
'Hé, daar, piccolo, waar blijf je? We kunnen je niet missen.
Jij bent onze onmisbare vogel die kweelt en speelt.
Jij fluit ons naar omhoog!'
En het orkest was weer gelukkig met zo'n piccolospeler. Van puur contentement wilden ze elkaar niet meer missen. Nu wisten ze het weer: elk heeft zijn rol, hoog of laag, en ieder speelt het best zijn lied, onmisbaar in het orkest van de dag.