| Start |
|
16. De sacramenten van de Kerk (25 januari 2004)
“Gij komt tot ons, gans onverwacht, in alle mooie dingen”. Velen onder ons herkennen wellicht deze beginregels van een mooi kerklied (ZJ 715). De tekst ervan vertolkt het bijbelse geloof dat God zichzelf aan ons laat kennen “in duizend, duizend dingen”, doorheen alle wisselvalligheden van het leven. Omdat Hij een God van mensen is, komt Hij ons ook heel menselijk en concreet tegemoet met zijn bevrijding en genezing. In kleine, onopvallende gebeurtenissen en gebaren wil Hij ons ontmoeten en laten delen in zijn Liefde.
Dit geloof is ook een belangrijk uitgangspunt om de sacramenten te begrijpen. Onze Kerk viert namelijk de sacramenten vanuit het vertrouwen dat God ons in broze, kwetsbare tekens tastbaar tegemoet komt: in brood en wijn, een zalving met olie, een hand boven ons hoofd, of water… Deze sacramentele tekens hebben dezelfde bedoeling als de verkondiging en de dienstbaarheid: aan mensen van vandaag laten ervaren dat God ons geluk op het oog heeft, dat Hij ons zijn Liefde aanbiedt en ons uitnodigt om er een antwoord op te geven. Zo realiseert de Kerk in de sacramenten op een bijzondere manier haar opdracht om voor de wereld het sacrament, het daadwerkelijke teken, te zijn van Gods trouwe liefde. De doop is het eerste sacrament waarin ons zo’n teken gegeven wordt van Gods genegenheid. Hij schenkt zijn goede Geest en zegt: “Jij bent mijn geliefd kind”. Deze gave is meteen een oproep om die intieme verbondenheid met God in ons verdere leven te verdiepen.
De sacramenten spreken niet alleen van Gods Liefde voor ons. Ze drukken ook uit dat de verrezen Heer Jezus tot op vandaag zijn werk van bevrijding en genezing verder zet. Anders gezegd: Christus doet nu in de sacramenten wat Hij deed tijdens zijn aardse leven. Jezus heeft op zijn tochten door Galilea zieken getroost, de handen opgelegd en opgericht. In de ziekenzalving krijgt deze liefde van Christus voor de zieken opnieuw gestalte. Jezus heeft Zacheüs en zovele anderen Gods barmhartigheid en vergeving laten ontdekken. In het sacrament van de verzoening zegt Hij ook tot ons: “Ga in vrede, je zonden zijn vergeven, je vertrouwen heeft je gered”. Zo drukken alle sacramenten elk op hun manier uit dat Christus ook vandaag “weldoende rondgaat”. Hij maakt er ons tot zijn broers en zussen en laat ons er al proeven van zijn verrijzenisleven.
De Kerk heeft bij dit alles echter weet van haar menselijke beperktheid. Ze is zich ervan bewust dat de bevrijding en genezing die ze in de sacramenten viert, niet haar eigen werk zijn. Daarom klinkt telkens de vraag: “Zend uw Geest”. Als we willen groeien in gelijkenis en verbondenheid met Christus, dan hebben we Gods kracht nodig…
In de katholieke Kerk kennen wij vandaag zeven sacramenten. Doop en eucharistie zijn de voornaamste: de doop verbindt ons met Jezus Christus en leidt ons binnen in de kerkgemeenschap. Christen ben je echter niet ééns en voorgoed, je moet het ook steeds opnieuw worden. Daarom is er de eucharistie, waarin onze band met Christus telkens weer wordt gevoed. Het vormsel is eigenlijk een bevestiging van het doopsel: we bidden er om de Geest die ons geloof krachtig maakt. Naast deze drie initiatiesacramenten zijn er twee “sacramenten van genezing”: de verzoening en de ziekenzalving. Elk op hun manier willen ze de verbondenheid met Christus willen herstellen of verstevigen, wanneer die bedreigd of gebroken is door ernstige ziekte of zonde. Verder zijn er twee sacramenten die, ook elk op hun manier, de kerkgemeenschap als “Lichaam van Christus” mee helpen op te bouwen: het sacrament van de wijding en het huwelijk.
Hoe verschillend deze zeven sacramenten ook zijn, de uitdaging is telkens dezelfde: dat we ze leren beleven als momenten waarop Gods Liefde ons heel nabij komt, tekens waarin we Jezus Christus aan het werk zien, en ontmoetingen die ons opnieuw laten delen in Gods Geest. Amen.