| Start |
|
De spiritualiteit van het huwelijk Hugo Roeffaers s.j.
1. Spiritualiteit: omschrijving
1. 1. Wat is spiritualiteit?
Uit de vele gangbare definities van 'spiritualiteit' put ik de volgende
kenmerken:
Spiritualiteit is
- de manier waarop men een bepaalde werkelijkheid beleeft en er zin
en betekenis aan geeft
- de bron waaraan men zich voedt en waarnaar men alles terugvoert:
eenmaking
- de visie en het perspectief die richting geven aan het leven
- de beleving (lichamelijk, affectief en geestelijk) van het immanente
in het licht van het transcendente
- een manier om onze Godservaring te verdiepen en te verankeren in
het leven van elke dag - een specifieke leessleutel voor het evangelie: een
weg waarop men de Heer wil volgen
Uit deze omschrijvingen kunnen we concluderen dat spiritualiteit te maken heeft
met de afstand en spanning tussen zijn en worden, tussen wat er reeds is en
wat er nog niet is, tussen werkelijkheid en ideaal of droom. In christelijke
termen uitgedrukt kan men zeggen dat spiritualiteit te maken heeft met de spanning
tussen het immanente en het transcendente, tussen het reële en het beloofde
land, tussen Zijn weg en Zijn weg met mij.
Geconfronteerd met de afstand tussen werkelijkheid en droom, en in het besef
dat de droom een altijd wijkende horizon zal zijn, kan ik ofwel resigneren ofwel
het in die afstand en spanning uithouden. In plaats van 'of.. of, kies ik dan
voor 'en ... en'. Het gaat immers om twee polen die zich dialectisch tot elkaar
verhouden, d.w.z. de ene roept de andere op; ze zijn niet los verkrijgbaar;
de ene werkelijkheid komt tot haar volle recht dankzij de andere en vice versa.
1.2. Spiritualiteit van boven en spiritualiteit van beneden
Wat ik hier geschetst heb doet allicht
denken aan wat Anselm Grün schrijft over een spiritualiteit van beneden en een
spiritualiteit van boven, in zijn overbekende boekje 'Spiritualiteit van beneden'
(Kok/Kampen; Carmelitana/Gent, 1996). Toch meen ik dat hij juist te weinig aandacht
heeft voor de dialectische spanning tussen een spiritualiteit van boven en een
van beneden. Ter herinnering, even zijn beschrijving van deze beide vormen:
'Met een spiritualiteit van beneden wordt bedoeld dat God niet enkel
in de Bijbel en door de Kerk tot ons spreekt, maar ook door onszelf, door onze
gedachten en gevoelens, door ons lichaam, onze dromen en juist ook door onze
verwondingen en door wat wij aanzien als onze zwakke plekken' (p. 7). en 'De
spiritualiteit van boven ontspruit aan het menselijk verlangen steeds beter
te worden, steeds hoger te stijgen, steeds dichter tot " te naderen' (p.
8).
Ofschoon Anselm Grün een vurig pleidooi houdt voor een spiritualiteit van beneden,
merkt bij toch op: 'Zonder een spiritualiteit van boven komen we er dus niet.
Zij heeft een positieve functie doordat ze leven in ons wekt' (p. 12). De &oom
die wij koesteren over ons leven, het leven dat wij ons wensen is nooit helemaal
te realiseren. En toch, het is juist deze droom die ons wakker houdt, die ons
voortstuwt, die ons gaande houdt en ons telkens weer in beweging zet. Bekend
is het bijbelse gezegde 'Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk' (Spreuken
19,18). Positiever uitgedrukt: zolang men kan dromen, zolang men een lange-termijn
visie heeft, krijgt het dagelijkse kleur en glans, Antoine de Saint-Exupery
drukte het zo uit: 'Wil je dat iemand een boot bouwt, maak dan allereerst bij
hem het verlangen naar de oceaan wakker'. Nu is het gevaar reëel dat men zich
luchtkastelen bouwt en dat onze &omen fantasierijke idealen zijn die wij
voor onszelf produceren. Een toetsing van onze dromen is dan ook nodig. Terecht
stelt de Saint-Exupery dat een ander die droom in ons kan wekken.
In christelijke zin is die ander de Heer zelf. Christelijke spiritualiteit heeft
dan ook alles te maken met 'leven in Zijn geest', of, zoals we bidden: 'Wek
in ons de gezindheid die was in Jezus van Nazareth'. Zoals onze droom door Hem
gewekt wordt zo wordt ook Zijn droom gewekt door een Ander: 'Zoals de Vader
mij heeft liefgehad, zo heb ik jullie liefgehad' (Joh. 15,9). Daaruit
volgt dan: 'Hou van elkaar, zoals ik van juffie heb gehouden'. Zijn droom voor
ons beantwoordt aan onze diepste droom, ons verlangen naar liefde. De liefde
die wij beleven is altijd al een antwoord op liefde die ons geschonken werd.
En, die liefde toont een aantal kenmerken die tegemoet komen aan onze diepste
noden:
- gratuïteit bijvoorbeeld: onvoorwaardelijke liefde.
De liefde die je niet hoeft (en ook niet kunt) te verdienen. Een liefde die
ons uitnodigt (1) te geven zonder berekening, zonder de verwachting liefde terug
te krijgen, en (2) liefde te ontvangen als gratuit en onverdiend geschenk en
niet als het verdiende loon van onze liefde.
- een liefde die vergeeft: 'Ook als ons hart ons aanklaagt, God is
groter dan ons hart' (1Joh 3,19-20).
- een trouwe liefde
Maar deze 'spiritualiteit van boven' dient een ankerplaats te hebben in een 'spiritualiteit van beneden', d.w.z. in ons lichamelijk, affectief en geestelijk leven. In een christelijk perspectief is ook die verankering ons voorgeleefd, in de menswording namelijk, in liefde die geïncarneerd d.w.z. vlees en bloed geworden is. De evangelische droom of het verlangen dat in ons wordt gewekt, zou men dan ook lapidair als volgt kunnen verwoorden. 'Doe als God, wordt mens'. Spiritualiteit wordt dan 'een oefening in mens-worden'.
2. Beleving van spiritualiteit
In het voorgaande heb ik geprobeerd te
omschrijven wat 'spiritualiteit' inhoudt. In wat volgt zal ik het hebben over
'hoe spiritualiteit beleefd kan worden', 'hoe ze vlees en bloed, verankerd,
kan worden'.
Wat men klassiek onder spiritualiteit verstaat, omvat immers ook een aantal
modellen, wegwijzers, 'methoden' d.w.z beproefde want verkende wegen. De stichters
van religieuze Ordes bijvoorbeeld hebben een bepaalde weg uitgeprobeerd en voor
anderen bewegwijzerd. Zo heeft Ignatius van Loyola zijn ervaringen onderweg
- op zijn 'spirituele' tocht - neergeschreven in de zogenaamde Geestelijke Oefeningen.
Geheel in de fijn van wat ik daarstraks zei, monden die uit in een gebed 'om
vanuit de liefde te mogen leven' (G.O. 230 e.v.). hij merkt daarbij op: 'De
liefde bestaat in wederzijdse mededeling. Wie liefheeft geeft en deelt mee wat
hij heeft of vermag aan wie hij liefheeft, en zo ook omgekeerd, wie geliefd
wordt aan wie hem liefheeft (G.O. 231).
Deze wederzijdse liefde is ook het hart van wat men huwelijksspiritualiteit
kan noemen. En, ook hier werden ervaringen opgedaan, wegen gegaan en verkend,
handreikingen gegeven en ankerplaatsen aangewezen. Drie wegen wil ik hier vermelden
die voor vele gehuwden of liever huwende mensen begaanbaar blijken, met name
(1) de weg van de dialoog, (2) de weg van tederheid en lichamelijke nabijheid
(intimiteit) en ten slotte (3) de weg van het gebed.
2. 1. De weg van de dialoog.
BEWUSTWORDINGSFASE
- Wat voel ik? vier grote families: blij, triestig,
kwaad en angstig
- Wat denk ik? bedenkingen, flitsgedachten
-
Wat zie ik mij spontaan doen? (gedrag)
ONDERSCHEIDINGSFASE
Gevoelens verwijzen mij naar mijn noden:
- individuele noden: eigenwaarde en bemind worden
- relatienoden: zelfstandigheid en verbondenheid
Positieve gevoelens zeggen mij dat mijn twee noden in evenwicht zijn, d.w.z.
dat beide gevoed worden. Negatieve gevoelens zeggen mij dat een nood gevoed
wordt ten koste van de andere.
- Welke nood - zelfstandigheid of verbondenheid - komt in
het gedrang?
- Verschil tussen noden en behoeften
|
NODEN |
BEHOEFTEN |
|
Noden 'ben' ik |
Behoeften 'heb' ik |
|
1. Onveranderlijk: steeds dezelfde
nl. zelfstandigheid en verbondenheid |
1. Veranderlijk en wisselend |
|
2. Blijvend en permanent aanwezig
want nooit geheel vervuld |
2. Komen en gaan: tijd en plaats
gebonden Gericht op onmiddellijke vervulling: |
|
3. zijn persoonsgericht, gericht op ontmoeting van de andere, ze betreffen mijn hele persoon. |
3. zijn op dingen gericht, op activiteit, de andere als middel om ... |
|
Let bijv. op het verschil tussen lichamelijke eenwording als ontmoeting en... |
lichamelijke eenwording als bevrediging van seksuele behoefte. |
|
4. doen beroep op de eigen verantwoordelijkheid- ik moet opkomen voor mijn noden. |
4. schuiven de verantwoordelijkheid af op de andere: hij of zij moet mijn behoefte bevredigen |
Ik moet aandacht besteden aan beide: mijn noden en mijn behoeften,
maar behoeften mogen niet de plaats innemen van noden.
BESLISSINGSFASE
- Wat kan ik anders doen.
- Wat ga ik doen: een haalbare stap.
Toelichting:
- ik luister naar mijn drijfveer, mijn diepste verlangen
- ik maak zelf uit wat ik beslis te doen. Ik neem mijn verantwoordelijkheid.
2.2. De weg van de lichamelijke nabijheid (tederheid)
Transparantie en helderheid (zuiverheid) in:
- wat ik nodig heb, wat ik vraag
- wat ik niet wil, wat ik weiger
- wat ik geef, mijn antwoord op wat de ander vraagt
- wat ik krijg, de manier waarop ik ontvang wat de ander geeft
2.3. De weg van het gebed: een relationeel gebeuren
.
'Spreken tot de Liefde terwijl de geliefde luistert'
Bidden is een ontmoetingsgebeuren en dus een
- Bewust worden van de aanwezigheid van de A(a)nder
- Zichzelf ter sprake brengen: mijn beleving
- Kenbaar maken van de manier waarop je in het leven staat: vragen,
danken, prijzen, treuren ...
3. Huwelijksspiritualiteit: een spiritualiteit van de Weg
In de Handelingen (9,2)
worden de eerste christenen 'de mensen van de Weg' genoemd. Daarmee wordt bedoeld
(1) dat zij een Weg volgen, een weg waarop zij zich geroepen weten, (2) dat
zij dat samen met anderen doen en (3) dat die weg nooit af is.
In die zin zou ik 'huwelijksspiritualiteit' een 'spiritualiteit van de Weg'
willen noemen.
Die spiritualiteit bestaat hierin:
(1) dat men op de weg die men naar elkaar gaat niet alleen elkaar maar
ook de Heer ontmoet. Voor huwende mensen is de weg naar mekaar de bevoorrechte
vindplaats van God.
Mocht het waar zijn wat sommige exegeten vermoeden, dat de niet bij naam genoemde
leerling van Emmaüs, de metgezel van Kleopas, diens vrouw was, dan zou het evangelie
van de Emmaüsgangers (Lucas 24,13 e.v.) een prachtige uitbeelding zijn van de
weg die een echtpaar gaat,
(2) dat men deze weg niet alleen gaat, maar samen met tochtgenoten. In
evangelisch perspectief. ik ben persoonlijk aangesproken en op die weg geroepen,
maar wel samen met anderen. Jezus sprak zijn leerlingen persoonlijk aan, maar
hij koos wel voor een gemeenschap van twaalf en later koos hij er nog tweeënzeventig
en stuurde hen op weg, niet alleen maar twee aan twee ... Die gemeenschap beantwoordt
aan mijn diep menselijke nood van en voor iemand te mogen zijn, erbij te mogen
zijn, aanvaard en erkend, bemind.
Ik heb inderdaad een diepe nood aan:
- een gemeenschap waarin de zin voor wat ons verbindt sterker is
dan wat ons scheidt (dan onze verschillend.
- een gemeenschap waarin ik nieuwe kansen krijg, opnieuw mag beginnen,
niet vastgeprikt wordt op mijn verleden, kortom: waarin ik vergeving ervaar
en verzoening, waarin mensen elkaar 'heel' maken.
- een gemeenschap die openstaat voor allen, veeleer probeert in te
sluiten dan uit te sluiten; die verschillen als een rijkdom en niet als een
bedreiging beleeft.
- een gemeenschap die iets mag betekenen voor anderen, die vruchtbaar
mag zijn en er niet alleen voor zichzelf is.
Het voorgaande is in feite een omschrijving van de vier kenmerken die wij in onze 'geloofsbelijdenis' uitspreken over de gemeenschap die wij de kerk noemen: 'Ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk'.
(3) dat men beseft dat men steeds onderweg is en nooit reeds gearriveerd. De evangelische boodschap luidt inderdaad: 'Ik heb jullie de taak gegeven op tocht te gaan...' (Joh 15,16). In een opmerkelijke bijdrage met de verrassende titel 'Das Liebesspul' (de liefdesvaat) verzet zich de auteur, Fulbert Steffensky, zowel tegen wat hij de 'verafgoding van de extase' en de 'heelheidsdwang' noemt als tegen de 'relatiekrenterigheid' en het 'privé-karakter' van de liefde. Het tijdsklimaat, schrijft bij, wordt gekenmerkt door een 'Ziekelijke hunkering naar vervulling, een onmiddellijkheidsdwang'. Daartegenover stelt hij dat er een extase bestaat 'in de kostbaarheid van de lange termijn en in het zwarte brood van elke dag'. Tegen de 'heelheidsdwang' stelt hij het 'begrensde geluk, het begrensde slagen' en de 'begrensde vervulling'.
Huwelijksspiritualiteit als spiritualiteit van de Weg, betekent:
- dat men zich geroepen weet de weg naar elkaar te gaan om zo Zijn
weg met ons zichtbaar, tastbaar en geloofwaardig te maken
- dat men die weg samen met anderen gaat die in huwenden meer zien
dan twee mensen die toevallig bij elkaar horen. Want, zoals Steffensky schrijft:
'Als mensen die van elkaar houden geen ander blik hebben dan die in de eigen
ogen, verkommeren ze'.
- dat men gelooft dat het geluk niet in het aankomen bestaat maar
in het onderweg zijn en blijven.