Start

Open brief aan Maria

Dag Maria,

Zo graag had ik je eens in levende lijve ontmoet om heel lang naar jou te luisteren en om je heel veel vragen te stellen.  Over het leven en de liefde, over onzeker zijn en niet meer weten hoe het allemaal moet, over reizen en vluchteling zijn, over kinderen opvoeden en loslaten, over afscheid nemen en lijden, kortom over mens zijn.  Want hoe meer ik naar je leven kijk, hoe meer ik ook het gewoon menselijke in je ontdek, hoe meer ik je zie als de ons zo nabije vrouw, echtgenote en moeder die – net als wij – de gewone alledaagse vreugden en verdriet heeft meegemaakt.

Heel veel dingen maken je voor ons zo herkenbaar.  Je verwarring bij voorbeeld toen de engel je die verrassende boodschap bracht dat je moeder ging worden.  “Hoe zal dat geschieden?” vroeg je.  Je zou van minder…
En dat je dan over de heuvels holt naar je nicht Elisabeth omdat je het blijde nieuws niet voor jezelf kon houden, maakt je zo echt menselijk.

Weet je, Maria, soms denk ik: je hebt zoveel ervaren en zoveel meegemaakt dat je wellicht uren had kunnen vertellen.  En soms vraag ik mij af: waarom vinden wij zo weinig woorden van jou in de evangeliën?  Je zei blijkbaar niet zoveel.  Misschien omdat er zo weinig woorden zijn om uit te drukken wat heel diep in je omgaat?  Misschien omdat de diepste dingen van het leven toch niet te zeggen zijn?  Ik weet het niet.  Maar wat ik wel ontdek bij jou is de enorme kracht van je geloof, het enorme vertrouwen in God waardoor je in alle eenvoud kon zeggen “Mij geschiede naar uw Woord”.  Wij zeggen het zo graag net andersom “U geschiede naar mijn woord.” 

En daarom kijk ik naar je op, Maria, om dat godsvertrouwen dat als een rode draad doorheen je leven loopt.  De woorden die van jou staan opgetekend zijn daar ook de uitdrukking van:
het magnificat waarmee je je vreugde en dankbaarheid tegenover God uitjubelde vertelt ons iets over de diepe blijheid die je als gelovige kan ervaren;
jouw moederlijk bezorgde vraag toen je je Zoon – eindelijk – in de tempel terugvond “Waarom heb Je ons dit aangedaan?” toont ons iets van Gods bezorgdheid voor elk van ons;
jouw fijngevoelige opmerkingsgeest op de bruiloft van Kana toen je zei  “Zij hebben geen wijn meer” licht iets op van Gods aandachtige blik op elk van ons.  En jouw woord tot de dienaars “Doe maar wat Hij u zeggen zal” openbaart je geloof en vertrouwen in jouw Kind als Zoon van God.

Je leefde zo sterk in de overtuiging dat God je graag zag, dat je recht bleef in alle situaties van het leven, ook in de heel moeilijke, ook onder het kruis.

En dat, Maria, maakt jou dan weer zo goddelijk: een vrouw van God, een vrouw aan God gegeven.  Jouw hele leven lijkt wel een uitnodiging te zijn tot elk van ons, een oproep om diezelfde weg te gaan: vrouwen en mannen van genade worden: mensen die het leven als geschenk van God ervaren en Hem daarom heel nabij weten, ook in momenten van pijn en lijden, ook in situaties waar het enkel nacht en duisternis is.
Dat lijkt soms een onmogelijke opgave, maar ook hierin ga jij ons voor, toon jij ons de weg naar hoopvol leven: het gebed.

Wat is bidden voor jou, Maria?
Luisteren naar Gods Woord in de Schrift?
Met de woorden van de psalmist zingen voor God?
In de stilte van je hart zomaar bij Hem aanwezig zijn?
Of is het Hem jouw diepste vreugde vertellen en met je eigen woorden alles wat je meemaakt aan Hem toevertrouwen?
Zo’n bidden, zo leven in verbondenheid met Hem zal jou wellicht gemaakt hebben tot wie je geworden bent: de blije, gelovige, sterke vrouw, zachtmoedig en trouw, moeder van velen.

En als wij vandaag jouw tenhemelopneming vieren, dan gedenken wij op die manier de kern van jouw leven: opgenomen worden in Gods Liefde, heel dicht bij Hem mogen zijn en blijven voor altijd…

Maria, ik ben blij dat ik je zo mocht leren kennen, dat jij zo voor elk van ons Maria wil zijn.  Dankjewel.

Dag Maria!

Mieke