Start

Zondag 14 juli - Vijftiende zondag door het jaar.

Intredegezang: Wonder van God:
                          Mensen -  in -  vrede.

G.L. Laten wij samenzijn “ In de naam van de   
        Vader en de Zoon en de heilige Geest.Amen.

G.L.
Goede morgen beste vrienden;

Christus vraagt ons elke zevende dag te vieren en God te eren en daartoe samen te komen in gebed.
Christus heeft ook gezegd: “ waar twee of meer mensen in mijn naam samen zijn, daar ben Ik in hun midden.”
Wij mogen dus Christus in ons midden weten.
Wij zijn samengekomen op deze vijftiende zondag door het jaar
om Kerk van Christus te vormen en zo getuigen wij van ons Geloof in de Heer, onze God.
Het thema van het Evangelie van deze zondag is:
“een zaaier ging om te zaaien…”
Wanneer voor een landbouwer de tijd is aangebroken om te zaaien, dan heeft hij zijn akker reeds bewerkt; gestrooid, geploegd, geëgd en dan zal hij tenslotte zaaien in vertrouwen op het verdere verloop tot de oogst er zal zijn.

 G.L.Bij de aanvang van deze gebedsdienst willen wij de Heer
        onze tekortkomingen voorleggen en belijden:

Wij hebben elkaar veel meer nodig, dan we laten blijken.
Wij hebben elkaar veel meer te bieden, dan we gewoonlijk geven.
Wij hebben elkaar veel meer te zeggen, dan we uitspreken.
Wij hebben elkaar veel meer te troosten, dan we beseffen.
Heer, ontferm U over ons.

We kunnen elkaar veel meer danken, dan we vermoeden.
We kunnen elkaar veel meer steunen, dan we tot nog toe deden.
We kunnen elkaar veel meer vergeven, indien we onszelf beter kennen.
We kunnen elkaar veel beter begrijpen, indien we aandachtig zijn.
Christus, ontferm U over ons.

Wij kunnen elkaar veel meer verdragen, indien we rustig zijn.
Wij zouden elkaar veel meer moeten aanmoedigen, in het goede.
Wij zouden elkaar veel meer moeten bewonderen, in het schone.
Wij zouden elkaar veel meer moeten helpen, in het moeilijke.
Heer, ontferm U over ons.

 
Laten wij nu samen het “Zondagsgebed”bidden.

Lieve God, bewerk de akker van ons hart,
opdat het zaad van Jezus’ daarin mag doordringen,
ontkiemen en gedijen.
Maak zijn woorden vruchtbaar in ons midden,
opdat wij een rijke oogst opleveren, aan wat Gij van ons
verwacht aan recht en gerechtigheid, aan vriendschap en vrede. Amen.

Mag ik u nu uitnodigen te luisteren naar de bijbellezing
uit de Profeet Jesaja, welke Christine ons zal voorlezen.

Tussenzang: “Wees hier aanwezig”

Evangelielezing.

Laten wij rechtstaan om te luisteren naar het heilig Evangelie.

De Heer zij met u allen.
A.
     En met uw geest.

Wij lezen uit het heilig Evangelie van onze Heer, Jezus Christus, volgens Mattheüs  13, 1 – 23.
A.     Lof zij U, Christus.

Op die dag was Jezus het huis uitgegaan en Hij zat aan het meer.
Er stroomden zoveel mensen bij Hem samen, dat Hij in een boot ging zitten, terwijl het volk allemaal op de oever stond.
Hij vertelde hun veel door middel van gelijkenissen:
‘ Een zaaier ging het land op om te zaaien. En bij het zaaien viel er een deel op het pad, en de vogels kwamen het opeten.
Een ander deel viel op de rotsgrond, waar het niet veel aarde had, en het kwam meteen op, doordat het geen diepe grond had. Toen de zon opkwam, verschroeide het, en doordat het geen wortel had, verdorde het.
Weer een ander deel viel tussen de distels, en de distels schoten op en verstikten het.
Weer een ander deel viel in goede aarde en leverde vrucht op: honderdvoudig, zestigvoudig, of dertigvoudig.
Wie oren heeft, moet horen.’
De leerlingen kwamen Hem vragen: ‘Waarom spreekt U tot hen in gelijkenissen?’ Hij gaf hen ten antwoord:
’ Jullie is het gegeven de geheimen van het koninkrijk der hemelen te verstaan, maar hun niet. Want aan degene die heeft zal gegeven worden, en wel overvloedig.
Maar aan degene die niet heeft, zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft. Hierom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat ze kijken en niet zien, luisteren en niet horen en begrijpen.
In hen wordt de profetie  van Jesaja vervult, die zegt:
Met uw oren zult u horen en niet begrijpen,
met uw ogen zult u kijken en niet zien.
Want het hart van dit volk is verhard;
met hun oren luisteren ze slecht
en hun ogen houden ze dicht,
opdat ze met hun ogen niet zien,
en met hun oren niet horen,
opdat ze met hun hart niet verstaan
en zich bekeren, en Ik hen zou genezen.
Gelukkig zijn jullie, omdat jullie ogen zien en jullie oren horen.
Want Ik verzeker jullie, veel profeten en rechtvaardigen hadden willen zien wat jullie zien en zij hebben het niet gezien, en hadden willen horen wat jullie horen, maar zij hebben het niet gehoord.
Luisteren jullie dan naar de gelijkenis van de zaaier.
Telkens wanneer iemand het woord van het koninkrijk hoort en het niet begrijpt, komt de boze en rooft weg wat in zijn hart is gezaaid.
Dat is degene die op het pad is gezaaid.
Die op de rotsgrond is gezaaid, dat is degene die het woord hoort en het meteen met vreugde aanneemt. Hij is niet echt geworteld, hij is iemand van het ogenblik; als er dan onderdrukking of vervolging ontstaat vanwege het woord, komt hij meteen ten val.
Die tussen de distels is gezaaid, dat is degene die het woord hoort;
maar de zorgen om het bestaan en de begoocheling van de rijkdom verstikken het woord, en hij blijft zonder vrucht.
Die in goede aarde is gezaaid, dat is degene die het woord hoort en begrijpt en die draagt dan vrucht: de een honderdvoudig, de ander zestigvoudig, weer een ander dertigvoudig.
Dit zijn voor vandaag de woorden van de Heer, Jezus Christus voor ons.
Wij danken God.

Homilie.

Goede Vrienden,
Als wij het Evangelie dat wij daarnet hoorden ontleden, dan stellen wij vast dat de kansen, dat het zaad ontkiemt één op vier zijn.
Eén op vier zijn de kansen dat  het zaaien geen verloren moeite is.
Eén op de vier… wij zouden ons kunnen afvragen of wij wel zouden beginnen met zaaien, als wij tenslotte weten dat maar één vierde van het zaad tot oogst zal komen?
Wat zou u doen?
Als men iets wil bereiken, onderzoekt men toch eerst wat de kansen op slagen  zijn. Daarna zoekt men de beste  condities om een mislukking te voorkomen. Als het mij duidelijk is dat tussen de doornen, op de rots of op de weg niets groeit, dan zaai ik daar niet.

Maar…. er is een grote maar; als we zo beginnen te redeneren,
dan begrijpen wij niets van de gelijkenis  uit dit evangelie.
In deze gelijkenis gaat het immers niet om raadgevingen voor de zaaier.
Die gelijkenis nodigt ons uit om na te denken, hoe God werkt in de wereld, hoe het Rijk Gods in deze wereld groeit.
Volgen wij even de zaaier uit de parabel.
Er wordt alleen van hem gezegd  dat hij zaait. Hij zaait grootmoedig, verkwistend. Hij zaait ook daar waar hij geen oogst verwachten kan.
Hij zaait zonder zich af te vragen wat het zaad zal opleveren.
Hij denkt niet eens aan de oogst.
Hij zaait en daarmee heeft hij zijn plicht gedaan.

Bekommert de zaaier zich niet om het groeien? Daarover geen woord.
Het is voor hem vanzelfsprekend dat het zaad zijn vrucht zal dragen!
Hij is er zeker van dat de oogst komen zal.
En …, de oogst komt! Honderdvoudig, zestigvoudig, dertigvoudig brengt dat deel van het zaad, dat op de goede grond is gevallen, vrucht voort. Mogen de kansen dan maar één op vier zijn, toch is er geen enkele reden om de moed op te geven; geen reden om niet te hopen, geen reden om te berusten.
Het is duidelijk; deze gelijkenis van de zaaier nodigt ons uit om met vertrouwen te zaaien, met de zekerheid dat ons zaaigoed en onze arbeid niet vruchteloos zullen zijn.
Elk zaad, elke goede daad heeft een innerlijke kracht in zich.
Vanzelf schiet het zaad op en geloof maar, dat het groeien zal.
God heeft er de hand in. Hij heeft er iets mee te doen.
Met iedere mens schrijft God geschiedenis; daar kunnen wij zeker van zijn.
Wie in die geest zaait, oogst reeds tijdens het zaaien vertrouwen in de toekomst.
Wie zo zaait kan zich verheugen over het onvermoede dat komen zal.
Wil je wel geloven…. Amen.

G.L. Jezus heeft gezegd: ‘ Vraag en ge zult verkrijgen,
        klop en er zal u worden opengedaan’.
       Daarom mogen wij vol vertrouwen bidden:

Voorbeden.  ( Christine)

-  Bidden wij tenslotte ook voor de intentie van vandaag.
   Voor alle Parochianen dat zij van  een deugddoende  
   verlofperiode mogen genieten en opbeuren.
   Bidden wij ook voor onze Pastoor, Johan, dat hij na een
   zonnig verblijf in Zuid Afrika behouden weer mag
   thuiskomen en zijn pastoraal werk in ons midden mag
   hernemen.
   Laten wij bidden.

G.L. Wij laten nu eerst de collecte doorgaan. Het is vandaag         
         een gewone collecte ten voordele van de parochiale noden.
        Dank u voor uw mildheid.

De G.L. gaat nu achter het altaar staan.

Broeders en Zusters, wij hebben gebeden en geluisterd naar de woorden van de Heer, onze God.
Nu wil Hij ons voeden met zijn brood.
In een vorige Eucharistieviering lag dit brood op de offertafel en werd het geconsacreerd tot lichaam van Christus. Christus die zich op een tastbare wijze wil geven voor ons.
Zo heeft uw Pastoor het ons mogelijk gemaakt dat wij vandaag in deze heilige Communie de eenheid kunnen beleven met Christus en met heel zijn Kerk.
Wij eten van hetzelfde brood.
Laten wij ons daarom verenigd weten met alle broeders en zusters, als leden van éénzelfde lichaam van de Heer, Jezus Christus.

G.L.  De vrede van de Heer zij altijd met u allen.
A.     En met uw geest.

G.L. Zalig wij allen, die genodigd zijn aan de tafel van de
        Heer.
        Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonde van de wereld.

A.     Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt,
maar spreek en ik zal  gezond worden.

Uitreiking van de H. Communie  ( met twee )

Enkele ogenblikken bezinning.

De G.L. gaat terug achter de lezenaar staan.

Laten wij ons in deze verloftijd richten tot Maria, de Moeder
van God en van ons allen en bidden wij samen :

Wees gegroet Maria, vol van genade.
De Heer is met U.
Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen
en gezegend is de vrucht van uw lichaam, Jezus.
Heilige Maria, Moeder Gods,
bid voor ons, arme zondaars,
nu en in het uur van onze dood. Amen.

Goede vrienden,
laten wij tot slot van deze viering samen bidden:

Onze Vader, al zolang onderweg van de hemel naar de aarde,
uw naam worde geheiligd,
nooit meer in gevechten van volk tegen volk,
van man tegen man.
Uw naam worde gedaan en doorgegeven in gerechtigheid en vrede, van mens tot mens, van land tot land, over heel de wereld.

Laat komen uw rijk door allen die veranderd zijn
in mensen van vrede en mededogen.
Laat gebeuren in ons midden
wat wij hebben uitgesteld tot in de hemel.

Geef ons heden zoveel inzicht dat wij werkelijk weten
wat ons tot toekomst en tot vrede brengt.
Vergeef ons dat wij U tegenhielden
in zoveel mensen, zoveel eeuwen lang.

En leid ons weg uit de verleiding van macht en geweld,
maar verlos ons, vandaag nog, van een wereld voor enkelen
en open die wereld van God – en – mens – met – allen. Amen.

Dank voor uw aanwezigheid.
Het was goed dat wij hier samen Kerk van Christus mochten zijn.
Laat ons, gesterkt door dit samenzijn in gebed, heengaan in de vrede van de Heer.

In de naam van de Vader en de Zoon
en de heilige Geest. Amen.

G.L.Nog een aangename zondag, en laten wij van     
       hier heengaan in vrede. Tot volgende zondag!

A. Wij danken God.