| Start |
|
Ik knielde neer terwijl de hemel zong.
De priester legde zachtjes op mijn tong
de Hostie van het Laatste Avondmaal
waarin de Heer der Heren slechts de taal
der liefde spreekt... ik werd zo innig stil
en vond geen woorden om mijn wankele wil
naar Hem alleen te richten op deze aard
ik was gelukkig en, om mij vergaard,
vergaten allen, voor één enkele stond.
het leed dat ieder op zijn wegen vond.
Jezus, weet Ge wat mamaatje
Mij van morgen heeft verteld?
Dat Gij onder al de kindjes
Zoveel lieve vriendjes telt.
Ik ben toch uw beste vriendje
Is 't niet, kleine Lieve Heer?
Daarom komt Ge in mijn hartje
Deze allereerste keer.
Jezus blijf toch in mijn hartje!
'k Hou het met mijn handjes toe
Want zo ben ik 't liefste schatje
Van mijn paatje en mijn moe.
Mijn hartje zingt en dankt zo blij
Gij grote God. Gij kwam in mij,
In mij, zo klein. Gij grote Heer.
Als Levend Brood voor d' eerste keer.
Zend zegen op ons huisje neer
Wees Gij er Koning. God en Heer.
Laat dikwijls ons weer saam bij U
Uw gastmaal delen zoals nu.
Maria, koningin van mei
Uw kindje ben ik, 'k geef mij blij
Aan U, want Gij brengt mij steeds meer
En dichter bij mijn lieve Heer.
Welgekomen, Jezus zoet,
Op deze eerste dag
Waarop ik, fier en blijgemoed,
U in mijn hartje ontvangen mag.
'k Weet - al ben ik nog zo klein
Hoe gaarne Gij mij ziet:
Daarom wil ik Uw vriendje zijn,
En doe U nooit verdriet.
Zegen ons nu allemaal,
En keer dan dikwijls weer
Opdat ik U, lijk nu, herhaal:
«Heb dank, o lieve Heer».
'k Ben zoetjes en zachtjes,
tot Jezus gegaan;
met bei mijn handjes samen,
m'n oogjes neergeslaan.
Toen kwam er op mijn tong,
Een hostie, wit en rond,
Zodat ik vol van vreugde
m'n plaats wedervond.
O Jezus, zo lief,
Gij zijt mijn hartendief
Voor U wil ik steeds leven,
U gans mijn hartje geven,
Verlaat mij nimmer meer
Mijn zoete Lieve Heer.
Weet gij wat Onze Lieve Heer,
Als Hij, den allereerste keer,
Door 't lachend mondje in 't hartje treedt,
U zeggen zal?
O wis, gij weet
Dat Hij maar één woord zeggen zal!
Hij zegt ‘uw naam’ en 't is al.