Start

Geen christendom zonder God

Peter Vande Vyvere

Wanneer christenen belijden dat ze geloven in God, ‘Schepper van hemel en aarde’, menen ze dan ook dat God bestaat? Of drukken ze daarmee alleen een besef van kwetsbaarheid en dankbaarheid uit? René van Woudenberg, hoogleraar filosofie aan de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam, vindt dat geloofsuitspraken altijd ook waarheid claimen.

Slaat geloof noodzakelijk op werkelijkheid? Kun je religieus leven zonder in het bestaan van God te geloven? Dat soort vragen staat centraal in de lezingenreeks Religie Heen/Terug die de Katholieke Universiteit (KU) Leuven, de Universiteit Antwerpen (UA) en Cera-Foundation nu het derde jaar op rij organiseren.
De eerste lezing van de lopende jaargang vond vorige week donderdag plaats. Gastspreker was René van Woudenberg. Hij is hoogleraar ken- en zijnsleer in Amsterdam. Om de veertien dagen brengt hij in de Nederlandse krant Trouw een column, een ‘oefening in denken’.
Vele van zijn publicaties onderzoeken de relatie tussen geloof en denken en hebben te maken met de vraag of traditioneel christelijk geloof de toets van de rede doorstaat. Van Woudenberg meent van wel. Zelf is hij een pratikerend en overtuigd protestants gelovige met een gereformeerde achtergrond.
In de huidige reeks Religie Heen/Terug beet Van Woudenberg de spits af - en wel op tegendraadse wijze. Want in het rijtje denkers dat op het programma staat, is hij de enige die stellig verdedigt dat geloofsuitspraken wel degelijk iets over de werkelijkheid zeggen en werkelijk waarheid claimen. De andere sprekers zien dat anders. Voor hen ligt de betekenis van geloofsuitspraken in het tot expressie brengen van een moreel gevoel, een emotie of een houding tegenover de werkelijkheid.
,,In filosofische kringen is dat anti-realisme vandaag populair,’’ zegt Van Woudenberg. ,,Toch sluit mijn positie aan bij wat de meeste gewone gelovigen bedoelen wanneer ze de geloofsbelijdenis uitspreken.’’

Wat brengt u in tegen denkers die geloofsuitspraken louter als expressies van een bepaalde levenshouding beschouwen?
,,Allereerst dit: nogal wat mensen zeggen vandaag dat ze hun geloof verloren zijn. Meestal gaan ze daardoor geen andere morele levenshouding aannemen. Wat zij verloren hebben, is de overtuiging dat wat zij voorheen aanvaardden, waar was.
Verder: bedoelt een gelovige met de uitspraak ‘God is de Schepper van hemel en aarde’ werkelijk alleen tot uitdrukking te brengen dat we een houding van respect tegenover de wereld en de medemens moeten aannemen? Waarom bedienen mensen die zichzelf niet als gelovigen beschouwen zich dan niet van die woorden wanneer ze zo’n houding tot expressie willen brengen? De verklaring ligt voor de hand: omdat wat de gelovige zegt daartoe niet te reduceren valt.
Ik ontken natuurlijk niet dat wie een geloofsbelijdenis uitspreekt, dat ook doet met een houding van dankbaarheid en ontzag jegens God. Maar ik ontken dat een geloofsuitspraak daarin opgaat.’’

Anti-realisten beseffen zelf toch dat hun interpretatie van de geloofstaal een vorm van reductie is. Waarom blijven ze gehecht aan die taal, aan gebruiken en rituelen van de kerk?
,,Vaak uit esthetische overwegingen. Sommige rituelen zijn van een verheven schoonheid, sommige liturgische teksten zijn prachtig. Het leven raakt zo snel afgeplat, maar goede liturgie raakt een snaar van ons mens-zijn aan, die de televisie veelal niet beroert.
Wat ook meespeelt, is dat sommigen er werkelijk van overtuigd zijn dat de wetenschap de traditionele substantie van de godsdienst onderuit heeft gehaald. ‘De wetenschap heeft aangetoond dat er geen God-schepper is,’ klinkt het dan. Een manier om de twee toch te verzoenen, is een soort boedelscheiding. Wetenschap gaat over waarheid, maar in godsdienst en rite gaat het om zingeving, troost en emotie. De scheiding van waarheid en geloof betekent dan tevens de redding van het geloof.’’

Het beruchte conflict tussen geloof en wetenschap speelt dus nog altijd?
,,In mijn boek Toeval en ontwerp in de wereld ga ik in op een aantal bezwaren van de wetenschap tegen het christelijk geloof. Ik doe niets af aan het grote belang van de wetenschap, maar ik benadruk dat ze ook haar evidente competentiegrenzen heeft. Bepaalde dingen kan de wetenschap niet. En ik probeer aan te tonen dat je niet kunt volhouden dat er een serieus inhoudelijk conflict is tussen wat een traditionele gelovige voorhoudt en wat de wetenschap voorstaat.’’

Geen conflict dus tussen toeval en ontwerp? Gelovigen menen dat God de wereld schept en bestuurt, nemen ze de talrijke toevalligheden in het leven dan wel ernstig?
,,Voor mij zijn toeval en ontwerp geen twee elkaar uitsluitende begrippen. Wanneer je goed analyseert wat we precies onder toeval verstaan, merk je dat wat toevallig is, niettemin toch heel goed ontworpen of bestuurd kan zijn. Een voorbeeld. Ik koop een huis en stoot in de tuin op een kistje met gouden munten. Ik denk: ‘Wat een toeval, net nu ik zo’n hoge hypotheek heb moeten nemen, vind ik die schat.’ Ik zeg toevallig, maar eigenlijk bedoel ik: onverwacht, niet gepland. Maar stel dat een rijke vriend die mij welgezind is, van die hoge hypotheek hoorde en als weldoener besloot op te treden. Hij wist wanneer ik van plan was de tuin om te spitten en begroef er een kistje. Toeval voor mij, maar niettemin is het ontworpen. Dat is maar een van de acht betekenissen van het woord toeval. En van alle acht kun je aantonen dat ze compatibel zijn met ontwerp. De wetenschap heeft nog wel meer objecties tegen het traditionele theïsme of godsgeloof. Maar volgens mij houdt geen daarvan steek. Als ik gelijk heb - en wetenschap en geloof elkaar niet uitsluiten - zie ik niet in waarom ik een anti-realistische interpretatie van geloofsuitspraken voor mijn rekening zou nemen.’’

U beaamt toch dat geloven niet in de eerst plaats het aannemen van geloofswaarheden betekent, maar wel een relatie met God aangaan?
,,Uiteraard. Je kunt geloven niet identificeren met het onderschrijven van een aantal proposities. Iemand die in God gelooft, neemt een bepaalde levenshouding aan, neemt deel aan het gebed, gaat ter communie of naar het avondmaal. Hij probeert in het dagelijkse leven een praktische navolger van Christus te zijn en zoekt een leven te leiden dat de liefde van God in de wereld weerspiegelt. Geloven is een complex ding met allerlei facetten en schakeringen. Maar het aanvaarden van bepaalde dingen als waar is daar wel een belangrijk onderdeel van. Hoe kan je als vrome ongelovige bijvoorbeeld deelnemen aan de praxis van het gebed terwijl je niet gelooft dat het gebed ‘een adres’ heeft? Hoe hou je dat vol?’’

Hoe ziet u zelf de toekomst van het christendom in onze cultuur? Het is niet denkbeeldig dat gelovigen zo gemarginaliseerd raken, dat het geloof bij ons geen toekomst meer heeft.
,,Enerzijds stel ik vast dat het in Nederland met de traditionele kerken niet erg goed gaat. Anderzijds schieten op vele plaatsen opnieuw enthousiaste christelijke gemeenschappen wortel. Ik ben niet zonder meer negatief over de toekomst. Ik ontmoet veel jongeren met een oprechte interesse voor het christendom. Ze willen weten: hoe zit het in elkaar, wat houdt het nou in? Ik denk dat traditionele kerken al te lang hebben verzaakt om zich met hun core-business bezig te houden. Ze hebben zich over van alles en nog wat uitgesproken, maar de zielszorg, de verkondiging van het evangelie en de wijding van het leven zijn soms erg ten achter gebleven. Velen zijn gaan denken: ‘Waarom zit ik hier eigenlijk? Er zijn zoveel clubs van goed bedoelende mensen. Waarom zou ik me uitgerekend hier bij aansluiten?’ De kerk heeft een unieke boodschap in de wereld. En het is beter daar expliciet over te zijn, natuurlijk door daar op een verantwoorde manier over te spreken. Waar dat gebeurt, zie je dat het christendom diepe behoeften in de mens aanspreekt.’’

God valt niet uit de lucht, maar speelt in op menselijke verlangens?
,,Ja, op onze worsteling met schuld en zonde, ons verlangen naar geborgenheid, onze hang naar authentieke vrijheid. Daarin volg ik Augustinus: er leeft in de mens een verlangen naar God en God is naar de mens toegekomen. Hij spreekt dat verlangen aan. Dat betekent dat christen zijn een levenstaak inhoudt. Je bent niet zomaar een bootje dat op de oceaan dobbert, je moet een koers uitzetten. Het is niet allemaal om het even, je wordt uitgedaagd op een welbepaalde manier te leven, je moet een bepaalde stijl voeren. Ik denk dat we dat in onze cultuur hard nodig hebben. Onze cultuur gaat eraan zonder instellingen zoals kerken die haar werkelijk richting kunnen geven.’’

RENE VAN WOUDENBERG, Toeval en ontwerp in de wereld. Apologetische analyses, Damon, 2003, 200 blz. Bestellen kan via tertio@tertio.be
In de lezingenreeks Religie zonder God? (Religie Heen/Terug) spreekt Han J. Adriaanse op 4 maart over Transcendentie in posttheïstisch perspectief, Don Cupitt op 19 maart over The Turn to Life in Modern Religious Thought en Arnold Burms op 1 april over Vrome ongelovigen. De lezingen vinden plaats in de Promotiezaal van de KU Leuven, Naamsestraat 22, beginnen om 20 uur en zijn gratis. Info bij Ingrid Lombaerts 016/32.63.28 of ingrid.lombaerts@hiw.kuleuven.ac.be

Reageer op dit artikel: Peter Vande Vyvere