Start

11. God en ons lijden (16 november 2003)

Men vertelt dat de Duitse theoloog Romano Guardini op zijn sterfbed aan zijn vrienden zei dat hij zich – oog in oog met God – niet alleen zou laten ondervragen. Hij zou ook zelf aan God een antwoord vragen op de vraag die geen enkel boek, geen enkel leergezag of theologie voor hem kon beantwoorden: “Waarom, God, voeren er zulke afzichtelijke omwegen naar heil? Waarom lijden er zoveel onschuldigen?” 

Inderdaad, wanneer mensen geconfronteerd worden met lijden, komen spontaan de vragen naar boven: Waarom is het er toch? Wat is het verband tussen God en dit lijden? Is het een straf van God? Waarom laat Hij het toe? Kan Hij het niet verhinderen? Kan men nog wel spreken van een God van liefde? Kan men in een goede God blijven geloven als men ziet hoeveel zinloze beproevingen er bestaan?

Dit zijn vragen van alle tijden. De bijbelse traditie worstelt er ook mee en zoekt antwoorden op de vraag waarom er zoveel lijden is in de wereld. Het boek Job is al een poging om valse antwoorden aan de kant te schuiven: God is geen strenge rechter die het lijden gebruikt als straf of vergelding voor begane zonden; en het lijden is ook geen hulpmiddel dat God aanwendt om de mens op te voeden en te louteren. Maar de vraag naar het “waarom” blijft ook voor Job open: aan het einde van zijn lijdensweg, met momenten van vertwijfeling, protest en aanklacht van God, komt Job tot een dubbele houding: enerzijds erkent hij dat hij er niets van begrijpt, maar anderzijds houdt hij vast aan de belijdenis van Gods goedheid, ook al is ze ondoorgrondelijk (Job 40, 4-5; 42, 2-6).

Ook het Nieuwe Testament geeft geen pasklaar “antwoord” op de vraag naar de betekenis van het lijden. Toch komt in het optreden van Jezus iets belangrijks aan het licht: Jezus belijdt namelijk in woord en daad dat God aan de kant staat van de lijdenden, van allen die verdrukt, ziek, arm of uitgesloten zijn. God is solidair met ons wanneer ziekte, de dood van een dierbare, tegenslag of ongeluk ons treffen. Ons lijden komt niet van Hem, Hij leeft met ons mee, Hij doorstaat mee onze machteloosheid, en Hij houdt ons vast, wat er ook gebeurt.

Nochtans toont die bijstand van God zich niet op een onmiddellijke manier. Dat blijkt heel scherp in het passieverhaal: wanneer Jezus zelf geconfronteerd wordt met tegenstand en lijden, moet ook hij de duisternis binnen stappen, waar de antwoorden uitblijven en waar de ervaring van Godverlatenheid overheerst. Belangrijk voor ons is de manier waarop Jezus met dat lijden omgaat: hij heeft het zeker niet gezocht of gewild, maar vlucht er ook niet voor als het onvermijdelijk is. Hij draagt het, in het blinde vertrouwen dat zijn Vader hem blijft dragen. 

Nogmaals, die houding van Jezus is geen sluitend “antwoord” op de vragen van daarnet. Wel opent Hij een weg, een perspectief voor ons, om zelf met het lijden om te gaan. De Hebreeënbrief zegt: “Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft, kan Hij allen helpen die beproefd worden” (2,18). Jezus, de Gekruisigde en Verrezene, heeft ons lot gedeeld, ook het onschuldige lijden. We mogen hopen op zijn nabijheid, en Hem vragen om kracht in uren van pijn en leed: Hij is er zelf ook door gemoeten…  

Zusters en broeders, wanneer mensen ons de vraag voor de voeten gooien waarom God zoveel lijden toelaat, hebben we niet zoveel om te “antwoorden”. De vragen die bij hen opkomen, zijn ook onze vragen, ook wij voelen ons soms onmachtig en opstandig.   

Spreken over het lijden is altijd een delicate zaak. Als we iets zeggen, zullen we altijd ook duidelijk moeten maken dat we in de eerste plaats het lijden willen bevechten daar waar we kunnen. Lijden op zich is immers zinloos. Soms zullen we kunnen wijzen naar Jezus, de gekruisigde, die zijn weg ten einde toe is gegaan, in de hoop dat mensen Hem kunnen ervaren als een bron van licht en troost in hun duisternis. Maar in contact met groot lijden past soms enkel een stilzwijgende aanwezigheid. Was het ook niet zo bij Maria onder het kruis? Het belangrijkste is dan dat we niet vluchten, maar de lijdende mens nabij blijven; dat we hem of haar laten voelen dat hij of zij niet alleen is in de nood. Amen.