| Start |
|
Wat is de mens? Waarin ligt zijn eigenheid, zijn bestemming, zijn geluk? Wat is de zin van ons leven? Hoe kunnen we vervulling vinden van onze diepste dromen en verlangens? Het zijn belangrijke vragen, die bij alle mensen opduiken op de ernstige momenten in hun leven.
De allereerste alinea van de Katechismus van de Katholieke kerk laat al aanvoelen in welke richting onze bijbels-christelijke geloofstraditie een antwoord heeft gezocht op deze vragen: “God, die oneindig volmaakt en gelukkig in zichzelf is, heeft, uit zuivere goedheid, in vrijheid de mens geschapen, om hem te laten delen in zijn eigen gelukzalig leven.” (K.K.K., 1) En een beetje verder luidt het: “Het verlangen naar God is gegrift in het hart van de mens, want de mens is door en voor God geschapen; God houdt niet op de mens naar zich toe te trekken en de mens zal slechts in God de waarheid en het geluk vinden, die hij zonder ophouden zoekt.” (K.K.K., 27).
In deze woorden zit inderdaad een antwoord vervat op de vragen van daarnet. “Wat is de mens?”. De mens is een schepsel. Dat betekent zoveel als: we hebben onszelf niet gemaakt. Dit is een diepmenselijke ervaring: wij staan niet zelf aan de oorsprong van ons leven. We hebben het gekregen, ontvangen als een geschenk. Niet alleen aan het begin trouwens, maar elke dag opnieuw. In de bijbel klinkt dat als: “wij komen voort uit Gods hand, we zijn door Hem geschapen”.
Schepsel zijn betekent verder ook: wij zijn god niet. Wij zijn geen meester over alles. Integendeel: we botsen in ons leven op onze eindigheid, onze grenzen, onze onmacht. Natuurlijk, dankzij de wetenschap en de techniek hebben we vandaag een grotere greep op de natuur. Maar ondanks alle kennis en mogelijkheden moeten we erkennen: wij kunnen niet alles, er is veel dat ons te boven gaat en waar we geen vat op hebben. De kostbaarste dingen in ons leven – gezondheid, vriendschap - kunnen we niet kopen of manipuleren.
“Waarvoor is de mens dan geschapen? Waarin ligt zijn bestemming?”. Ons geloof zegt ons: de zin en bedoeling van een mensenleven is om te delen in het leven van God zelf, om Hem te leren kennen en lief te hebben. Daarin zal de mens echte vrijheid en geluk vinden. Anders gezegd: een mensenleven krijgt zin door de liefde. Maar wat “liefde” eigenlijk betekent, dat ontdekt de mens slechts door zich open te stellen voor God die Liefde is. Als de mens zich dus niet opent voor God, als hij niet toelaat dat Zijn Liefde in zijn leven binnenkomt – en daarbij de eigen projecten en plannen wellicht doorkruist – dan zal hij rusteloos blijven zoeken, zonder te vinden.
Dit zijn natuurlijk woorden die vandaag niet vanzelfsprekend zijn. We leven immers in een cultuur waarin vele van onze tijdsgenoten vrijheid en geluk zoeken los van God, vanuit de overtuiging dat de mens uit eigen kracht vrijheid en geluk kan en moet realiseren. Maar we zien ook hoe velen inderdaad rusteloos zoeken naar zin en geluk, zonder het te vinden; of hoe de ervaring van lijden en dood scherpe vragen blijven stellen bij de maakbaarheid van het geluk.
Zusters en broeders, de antwoorden van ons geloof op de diepe vragen van de mens naar zijn oorsprong en zijn eindbestemming, zijn vandaag niet vanzelfsprekend, ook niet voor onszelf. Toch geven ze te denken: ze zijn gegroeid vanuit de levenservaring van vele generaties gelovigen, en ook vandaag getuigen er mensen door hun leven van de diepe ervaring dat een mens vrijheid en geluk vindt wanneer hij zich opent voor God.
“Wat is de mens?” en “Waarin ligt de zin van ons leven?”: die vragen gaan ons allemaal aan. Laten we er samen over spreken en denken, vanuit onze ervaring en vanuit ons geloof.