| Start |
|
Zondag van de derde leeftijd
Vandaag begint de week van de derde leeftijd. Vroeger gaf men er een andere naam aan. Men sprak van de week van de bejaarden. Nu is dat veranderd want wij voelen ons niet oud. Ik mag wel zeggen wij, want ik hoor erbij.
We moeten ons natuurlijk niets wijsmaken: stappen gaat wel iets minder goed, we moeten wel eens de hand aan ons oor leggen om iets beter te kunnen verstaan en een warme 'bouillotte' ‘s avonds kunnen we goed gebruiken om niet teveel last te hebben van ‘t frissein’, zoals de mensen dat vroeger zegden.
Maar wij laten ons niet doen door die lastige kanten van onze gezegende leeftijd. Positief willen we staan tegenover al wat het leven ons geeft, tegen al wat we nog mogen krijgen uit Gods handen. En dat is nogal wat.
Alleen maar dit: we zijn er nog. Want dat is niet evident. Wij leven doorgaans veel langer dan onze grootouders. Ik las onlangs dat de leeftijdsgrens bij ons dubbel zo hoog ligt als in centraal-Afrika. Dat wil dus zeggen dat die mensen oud zijn als ze veertig jaar geworden zijn. En wie vijftig wordt die mag zich gelukkig voelen. En dat komt omdat de mensen ginder ver niet de middelen hebben om zich te laten verzorgen.
We voelen ons misschien soms als krakende wagens, maar men geeft ons de middelen om ons te laten verzorgen. Als dat geen reden is om dankbaar te zijn, dan weet ik het niet. Dankbaarheid tegenover de mensen die het allemaal mogelijk maken en dankbaarheid tegenover God die de mensen zoveel verstand heeft gegeven omdat alles mogelijk te maken.
We hebben soms wel eens de indruk dat men ons niet meer nodig heeft. Dat wil dus ook zeggen dat we veel minder verantwoordelijkheid dragen. Wel, alles komt op tijd en stond. Wij hebben gewerkt en allicht ook hard gewerkt. Dus verdienen we het dat we het rustiger aan doen. We moeten dan maar denken: dat de jongeren maar eens bewijzen dat ze het ook aankunnen. We hebben daaromtrent misschien zorgen. Wel, laten we vertrouwen scheppen - dat komt niet zomaar - in de toekomst. Toen wij jong waren hebben de mensen op leeftijd - geloof ik graag - hetzelfde over ons gezegd. En we hebben het niet zo slecht gedaan. Waarom zou dat nu ook niet mogelijk zijn.
We komen naar de KBG omdat we nood hebben aan contacten, aan een gezellig babbeltje en een kaartje of een flink petanquenspel. Om die vriendschapsbanden die zo geschapen worden moeten we dankbaar zijn. Het is belangrijk dat we ons niet opsluiten. We kunnen zagen en klagen over onze eigen situatie, maar dat lost niets op. Belangstelling hebben voor de mensen rondom ons, dat is het beste geneesmiddel tegen zwartkijkerij en zelfbeklag, iets wat we moeten mijden als de pest.
We moeten God danken dat onze Bond en onze parochie bestaat. Maar we moeten er echter wel voor zorgen dat dit een grote vriendenkring blijft. We moeten blijven aandacht hebben voor de mensen die in een andere situatie terecht komen zodat ze een beetje uit het zicht verdwijnen. Zo zijn er mensen die naar Den Bond niet meer kunnen komen omdat ze niet meer uit de voeten kunnen. Die hebben misschien nog de meeste nood aan contact en vriendschap. Bravo voor de mensen die zo zorg dragen voor elkaar. Een telefoontje, een kort bezoekje, een elektronisch e-maailtje, - jaja er zijn er die dat kunnen - kan mensen uit hun eenzaamheid halen. Daarom moeten we elkaar dankbaar zijn.
En we hebben ook ons geloof. Wij geloven in de toekomst die ons door God gegeven wordt. We zeggen dat vaak de laatste jaren: God geeft ons leven in overvloed. Dat heeft Ons Heer ons in elk geval beloofd. Onze toekomst ligt in Gods handen. Ik heb ooit eens een lang gesprek gehad met een oudere man, heel geleerd en belezen, iemand aan wie men geen vertelseltjes moest wijsmaken. Hij vertelde mij: "in mooie boeken lezen we soms dat we zullen voortleven in Gods gedachten, dat Hij ons niet zal vergeten." En hij voegde eraan toe. "Dat vind ik niet genoeg: alleen maar leven in de herinnering van God. De merkwaardigste boodschap van Jezus Christus was toch dat God een Vader is en dat Hij ons leven zal geven in overvloed." En hij zei nog: "Ik ben echt nieuwsgierig. Maar ik vermoed dat het formidabel zal zijn." Ik heb die man, enkele dagen daarna in Leuven mogen begraven. Ik had de indruk dat hij er echt bij was, niet in levende lijve, maar levend voor goed.
Dat te mogen en te kunnen geloven is een gave Gods en voor die gave moeten we Hem dankbaar zijn. Want wij staan allemaal volop in het leven, misschien tegen alle schijn in. De toekomst ligt in onze a-handen. Jezus is ons in dat volle leven vooraf gegaan.
Wat een geluk dat we mogen en kunnen geloven in die bevrijdende boodschap van Ons Heer. De toekomst ligt in onze handen omdat we eens ons leven in Gods handen kunnen leggen. Daarom moeten we van het leven durven genieten. Uiteindelijk is alles een gave Gods.
Ik wens jullie allemaal veel vreugde toe in de tijd die we nu leven.