Start

Het meisje met de zwavelstokjes
Verteller:
Het is winter, gruwelijk koud en het begint al donker te worden.
Ergens in een hoekje van een kerstmarkt zit, tussen de mooi verlichte kramen, een arm meisje blootshoofds en barrevoets. En op een omgekeerd sinaasappelkistje heeft ze zorgvuldig haar koopwaar uitgestald. Al de hele dag probeert ze haar zwavelstokjes te verkopen, maar niemand heeft iets van haar gekocht. Niemand heeft haar zelfs een aalmoes gegeven.
[Man en vrouw lopen de kraampjes voorbij]
Vrouw:
Heb je dat kind daar zien zitten? Wat een sukkelaar toch.
Zouden we niets vaar haar kunnen doen?
Man :
Vrouw, je weet dat het er een is van dat kamp buiten het dorp.
Ze zeen dat daar allemaal dieven zitten. Zo iemand kunnen we toch niet meenemen naar huis.
Verteller :
Zo blijft het meisje hongerig en verkleumd achter en iedere keer iemand voorbij komt, steekt ze in stilte haar hand uit met de zwavelstokjes. Maar niemand doet de moeite, er eentje van haar te kopen. Ondertussen vallen er sneeuwvlokken en iedereen haast zich naar huis. Het meisje durft echter niet naar huis omdat ze nog geen enkel zwavelstokje verkocht heeft
[verkoper en vrouw passeren het kind, beide trekken met hun koopwaar naar huis
Verkoper :
Wat zit daar kind daar nog te doen? De markt is al lang gedaan.
Vrouw
Komaan, we moeten naar huis; de kalkoen moet nog 2 uur de oven in en de gasten kamen al om 20 uur aan.
Verkoper :
Zie die sukkel daar! Die kan waarschijnlijk nergens terecht? Kunnen we haar niet meenemen?
Vrouw:
Ja, op een andere keer misschien, maar nu met kerstavond kan dat toch niet!
Kerstmis is toch een familiefeest, dan haal je toch geen vreemden in huis.
Verteller :
De handen van het meisje zin gevoelloos geworden van de kou, wat zou ze graag een zwavelstokje aansteken, om zich eventjes te warmen,

schuldbelijdenis
 
Ze steekt er een je aan en droomt weg...
" Hemelse muziek "
In haar dromen ziet ze een warme kamer met een gezellig haardvuur en een mooi versierde tafel vol heerlijke gerechten daarnaast een kerstboom met veel lichtjes en kaarsjes...  en cadeautjes... 
Ze beschermt het vlammetje want ze weet: als het uit is, is de droom weg
[ de muziek stopt plots als het vuur uit is ]
* zachtjes kerkklokken op de achtergrond
Verteller :
Later op de avond nodigen de klokken alle mensen uit naar de nachtmis.
In hun mooie feestkledij en warm ingeduffeld, komen mensen en kinderen vrolijk pratend na het eten en de win, voorbij
Kind 1
Heb je die sukkel daar gezien? Die zouden we toch moeten meenemen naar de nachtmis. Het is toch kerstmis!
Kind 2:
We kunnen haar toch zo niet meenemen. Ze heeft niet eens deftige schoenen aan.
Kind 1:
Ik wil er vlug naar huis halen.
Kind 2:
Dan komen we te laat, we moeten een kwartuur op voorhand zijn om de kerstliedjes nog eens te oefenen.
Komaan, haast u!
Verteller :
Wat zou het meisje graag de kerk zien en er binnen gaan om mee Kerstmis te vieren.
Zou het wonder misschien opnieuw gebeuren, als ze nog en zwavelstokje aansteekt?
·        2de zwavelstokje brandt
·        kerstklokken luider

Verteller :
En plots gebeurt het wonder opnieuw. Ze gaat in haar dromen de mooie kerk binnen. Ze ziet de kerststal en de beelden, en als ze goed luistert hoort ze zelfs het kinderkoor zingen.
* het koor zingt een strofe van een kerstlied
Verteller :
Net als de vorige keer verdwijnen alle beelden als het zwavelstokje is uitgedoofd.
[ 2 agenten komen voorbij
Agent 1:
Daar is ze weer aan het bedelen zeker?
Verdorie, die schooiers altijd!
We zullen ze meenemen naar 't bureau.
Agent 2:
Laat haar toch zitten, jong. Anders moeten we nog al die papieren invullen, en onze dienst zit er ver op.
Ik zou graag nog wat van het feest meemaken thuis.
Verteller :
Het meisje heeft het zo koud en ze is zo moe.
Naar huis kan ze al lang niet meer.
Ze heeft maar één zwavelstokje meer over.
Zou ze? Het laatste?
·        3de zwavelstokje aansteken
·        Hemelse muziek

Verteller :
Nu ziet ze het gezicht van Maria, doodmoe van de verre tocht en smekend om een plaats om te overnachten.
Ze stapt met Maria en Jozef mee, die ook nergens welkoe: zijn.
Samen met de herders en koningen gaan ze op zoek naar een arme stal.
Samen wachten ze op het kind dat alle mensen gelukkig zal maken.
* meisje stapt met een brandend zwavelstokje weg...