Start

Christelijke tafelmanieren
29 augustus - 22ste zondag (Lucas 14,1.7-14)

Zoals bij ons ook wel eens gebeurt, kon in Jezus' tijd een gastmaal de gelegenheid scheppen voor interessante gesprekken over allerlei grote en kleine levensvragen.
Op een maaltijd bij een van de voornaamste farizeeŽrs zag Jezus hoe bij het binnenkomen de genodigden de voornaamste plaatsen uitzochten. Naar aanleiding daarvan geeft Jezus een wijze raad. "Als je uitgenodigd wordt, ga dan niet op de ereplaats zitten. Komt er iemand die voornamer is, dan moet je met beschaamde kaken wijken naar een mindere plaats. Maar als je onderaan gaat zitten, bestaat de kans dat je hogerop mag, en dan valt je eer te beurt in het oog van allen."

Eerder zou je zo'n raadgeving verwachten in een boek over tafelmanieren en wellevendheid,dan in het evangelieboek. Weloverwogen eigenbelang - niet uit de toon vallen - gaat hier samen met menselijke bescheidenheid. Met andere woorden, hoe bescheidener je gedrag, des te meer kans dat je voor het strelende oog van allen verheven wordt. Zo evangelisch is dat toch ook niet! Het is je voordoen voor wat je niet bent, veinzen dat je minder bent of minder kunt dan je in feite kan. Nederigheid kan dan een prestatie zijn om je slag binnen te halen,om jezelf te verheffen.

Voortdurend jezelf anders voordoen dan je in feite bent, leidt naar vervreemding van jezelf en tegenover de andere mensen is het een leugen.
Beter is het te streven naar waarachtigheid, naar de juiste inschatting van je talenten en van je tekorten. Welnu, het is dat waartoe deze evangelieparabel ons oproept. Elke parabel vertelt over gewone, menselijke situaties - hier over ereplaatsen aan tafel - om uiteindelijk iets te zeggen over onze relatie met God.

Je kan het zo omschrijven: zoals ja aan tafel een mindere plaats inneemt uit weloverwogen eigenbelang, zo moet je ook tegenover God jezelf niet verheffen.

Tegenover Hem moeten we ons niet bewijzen, zoals we geneigd zijn te doen tegenover de mensen, want hij kent ons door en door. Wij mensen zitten allen een leven lang aan de tafel van God. Tegenover hem moeten we ons niet vernederen, want onze talenten en al wat we mogen verwezenlijken, danken we aan zijn scheppende hand. Erkenning van Godswege of hoger opklimmen in Gods achting is niet weggelegd voor wie meent er recht op te hebben of het te verdienen, maar ook niet voor wie zich onwaardig acht of niet op zijn liefde durft ingaan. Van God mogen we er zijn zoals we zijn, gewoon waarachtig onszelf. Hij kan zich diep genoeg bukken.

Hij zegt: "Ga, jij die mijn handen hebben geboetseerd; jij, vrucht van mijn liefde. Ga verder je eigen voetafdruk en je zult verheven zijn in mijn ogen, opklimmen in mijn genegenheid."

"Het gebeurde op een sabbat", zegt het evangelie.

De rust en de maaltijd van de sabbat, zijn door de vrome jood vanouds gezien als de viering van de ideale, toekomstige wereld. Vanouds was het een sociale en godsdienstige wet bij de Joden op alle religieuze en ook andere feesten minderbedeelden voor de maaltijd uit te nodigen, of tenminste een deel van de spijzen naar hen te dragen. Maar die broederlijke, sociale plicht werd dikwijls verwaarloosd en men nodigde alleen nog vriendjes en zogenaamd 'nuttige relaties' uit. Aan tafel bij de farizeeŽr brengt Jezus dit ter sprake als hij zegt: "Nodig niet alleen je vrienden, familie en hoge relaties uit, vraag veeleer armen, gebrekkigen en gehandicapten, die het je niet kunnen vergelden."

Gods schepping is er voor alle mensen. De vruchten moeten dus door ons gedeeld worden. Pas dan worden we samen kinderen van God in broeder- en zustergemeenschap.

Miljoenen mensen zijn hun plaats kwijt geraakt en leven als thuisloze,ontheemde mensen, dichtbij er veraf. De gegroeide wanverhoudingen tussen rijk en arm hebben velen kansloos gemaakt. Wij zien hun gelaat. Haast dagelijks kunnen wij hen in de ogen kijken. Wie Jezus boodschap ter harte neemt werkt mee aan een andere tafelpolitiek waarbij de ontheemde en uitgestoten mens een plaats krijgt aan de tafel. Die boodschap brengt Jezus ons, en wel door over zoiets eenvoudigs te vertellen als over een maaltijd. Op een maaltijd waar iedereen welkom is voltrekt zich Gods droom met de mensen.