| Start |
|
Tochtgenoten naar de Waarheid
18 januari: Gebedsweek voor de eenheid (Efeziërs 2,13-18 - Johannes 14,23-31)
De teksten uit het Nieuwe Testament die vandaag
worden gelezen, stammen uit het einde van de eerste eeuw. Algemeen wordt aangenomen
dat de brief aan de Efeziërs niet van de hand van Paulus is maar van iemand
die zich in diens traditie weet staan. Iemand die schrijft in de geest van Paulus
met het opzet zijn intentie verder door te trekken. Het evangelie van Johannes
is dan weer in een andere context te situeren.<br>
We lazen dus uit documenten die in elk geval reeds op een behoorlijke afstand
van het leven van Jezus staan. Beide stammen uit een tijd dat er zich reeds
heel wat evoluties hebben voorgedaan.
Juist het proces van de ontwikkelingen in
het vroege christendom kan voor ons allicht een spiegel zijn. Ze zeggen namelijk
hoe onvoorspelbaar de evolutie van de christelijke gemeenschappen verloopt.
Het waren ontwikkelingen die gedragen werden door mensen die zich hebben opengesteld
voor de geest van Jezus die ze in hun eigen leven en dat van hun gemeenschap
hebben ervaren.
Over hoe de ontwikkeling na Jezus' dood concreet in haar werk is gegaan, weten
we niet zo veel met absolute zekerheid. Maar over enkele grote lijnen kan nauwelijks
twijfel bestaan. Voor de eerste vrienden en sympathisanten van Jezus viel het
niet mee er aan vast te houden dat hij een man van God was geweest. Meer nog,
dat hij de Messias was. Hij was toch terechtgesteld op aanstoken van de officiële
religieuze leiders van zijn dagen. Als godslasteraar. En toch komt die beweging
van de grond. Aanvankelijk zijn dat joodse mensen. Ze situeren zich aanvankelijk
ook binnen de joodse traditie. Maar algauw worden de spanningen voelbaar. Niet
alleen doordat die christenen er ook nog eigen bijeenkomsten op nahielden en
een eigen initiatieritueel praktiseren (het doopsel). Het zit hem eigenlijk
al in de belijdenis waarrond deze mensen elkaar vinden. Dat Jezus de Christus
is, de Messias. Het stond in flagrante tegenspraak met de reden van zijn executie.
En inderdaad, enkele jaren na Jezus' dood barst een eerste conflict los, waarbij
een groep christenen uit Jeruzalem wordt weggejaagd. Het wordt op gedramatiseerde
wijze ten tonele gevoerd in de steniging van Stefanus. Deze had Jezus boven
de tempel en de joodse wet gesteld. Een dergelijke visie was voor joden onverdraaglijk.
Stefanus en de zijnen moesten eruit. Ze werden zelfs vervolgd. We weten dat
Paulus hierin aanvankelijk een belangrijke rol heeft gespeeld. Van huis uit
gelovige jood, hartstochtelijk ijveraar voor de voorvaderlijke tradities, was
hij in eerste instantie een fanatiek vervolger van de nieuwe weg die de christenen
voorstonden.
Wat hem overkomt is evenwel tekenend voor het proces dat zich vanaf deze tijd
begint door te zetten. Er is sprake van een 'ontmoeting' die bij Paulus een
existentiële ommekeer veroorzaakt. Een nieuw inzicht dat zijn vertrouwde joodse
denkkader openbreekt. Niet de joodse wet en traditie is weg tot heil, maar Jezus
Christus. In de liefde wordt de hele wet vervuld. Daardoor worden mensen bevrijd
tot een nieuw bestaan en tot een vrijheid die alle grenzen overstijgt.
Deze vrijheid brengt echter tegelijk spanningen met zich mee. Hebben de gewoonten
en gebruiken van de joodse wet dan helemaal geen betekenis meer? We voelen de
spanningen in de verschillende geschriften van het Nieuwe Testament. Het is
helemaal niet moeilijk de verschillende strekkingen op het spoor te komen. Paulus
vervolgt zijn weg in openheid naar de wereld van de niet-joden, de leiders te
Jeruzalem houden vast aan het joodse verleden. Het leidt zelfs tot een nieuw
conflict. Hoe dat conflict wordt opgelost kan ons vandaag allicht ook wel inspireren.
De kwestie die ter discussie stond is welbekend. De vraag luidde of niet-joden
die zich bij die christelijke gemeenschap wilden voegen eerst jood dienden te
worden, dwz. zich eerst moesten onderwerpen aan de voorschriften van de joodse
traditie.
Men is op die eerste kerkvergadering in Jeruzalem uit elkaar gegaan zonder consensus
te bereiken. Men koos er voor gescheiden wegen te gaan. Blijkbaar geloofde men
in een verbondenheid die belangrijker en fundamenteler is dan plaatsgebonden
tradities en gewoonten, wezenlijker dan cultuurgebonden vormgevingen. Mensen
voelen zich in staat, vertrouwend op hun eigen geloofsintuïtie, om met grote
vrijheid in te gaan op de uitdagingen die een nieuwe situatie met zich meebrengt.
De auteur van de brief aan de Efeziërs ziet de zaak als beslecht. Dat de twee
werelden één zijn geworden, het is niet zonder slag of stoot gebeurd, maar de
zaak mag als beklonken worden beschouwd.
Johannes biedt een eigen overweging bij deze evolutie. Hij stelt Jezus voor
als iemand die belooft een helper te zenden. Iemand die hen zal binnenvoeren
in de volle waarheid. Hij zal hen alles in herinnering brengen. Hij zal de leerlingen
het leven en de boodschap van Jezus in een nieuw licht leren zien en begrijpen.
Het blijkt inderdaad dat de leerlingen van Jezus zich ontpoppen als mondige
volgelingen, die hun eigen geloofsintuïtie durven vertrouwen. Jezus kan door
niets of niemand worden opgeëist. Geen enkele gemeenschap kan zich van hem meester
maken. Hij wordt door verschillende christengemeenschappen op een telkens nieuwe
wijze begrepen. Want dat is toch het Nieuwe Testament: niet zomaar het levensverhaal
van Jezus, maar tegelijk het verhaal van die verschillende gemeenschappen van
mensen die met Jezus in zee zijn gegaan. Die zich hebben open gesteld voor zijn
geest, zijn mentaliteit. Daarmee is dan ook het Nieuwe Testament geen mooi afgerond,
harmonisch verhaal. Integendeel, het is een waaier van uiteenlopende verhalen
die ons vertellen hoe het met mensen met deze Jezus vergaan is. In telkens nieuwe
beelden en verhalen moet dat uitgebeeld en verteld worden. Alleen in deze waaier
van verschillende verhalen voelen we de levenskracht van die geest in deze wereld.
Eenzelfde grondthema in onophoudelijke variaties.
We mogen hopen dat de ontwikkelingen die zich in het Nieuwe Testament zelf aftekenen,
blijven doorgaan. Het gaat in de Jezusbeweging inderdaad om een open verhaal.
Een verhaal dat enkel levend blijft wanneer het onbevangen de ontmoeting aangaat
met de nieuwe uitdagingen die zich melden. In gesprek met mensen die er andere
meningen op nahouden. Met mensen die vanuit een verschillende achtergrond komen,
vanuit een andere traditie.
Je hoopt dat die openheid van geest ons ontvankelijk maakt voor waarheid, waar
deze ook te vinden is. Een openheid die bereid maakt stellingen te herzien,
standpunten bij te stellen, in de leer te gaan bij anderen. Dat men leert in
bescheidenheid de eigen overtuiging in te brengen zonder anderen af te breken
of te kleineren. Is niet de gezamenlijke zoektocht naar wat ons leven zin en
samenhang kan geven, datgene wat ons met elkaar verbindt? Niet het gevecht om
de ander te overdonderen, ook niet de angstige reflex om de eigen stelling waar
te willen hebben, maar de gemeenschappelijke zoektocht van mensen die elkaars
tochtgenoot willen zijn: daar gaat het toch om. Wij zijn met allen zoekers naar
waarheid, en we willen daarbij het gesprek met elkaar en met onze cultuur niet
uit de weg gaan.
De geschiedenis leert dat de ontmoeting met de ander, de vreemde, heel vruchtbaar
kan zijn. De ontmoeting met de ander, de vreemde, zal ons verplichten dichter
bij onze eigen kern te komen en de ballast die er in de loop van zoveel eeuwen
aan gekorst is, weg te krabben. We staan vandaag voor nieuwe uitdagingen. Ik
noem er enkele.
Het ziet er naar uit dat we globaal genomen nauwelijks of zelfs helemaal niet
in staat zijn om onze geloofsovertuiging door te geven aan de volgende generatie.
Onze geloofstaal komt hen over als abracadabra. Het confronteert ons met de
vraag of we zelf wel begrijpen wat we belijden. Zijn we zelf in staat om ons
geloof te verwoorden in een taal die mensen vandaag nog iets zegt? Ligt hier
geen indringende uitdaging? Verder. Wij leven in een cultuur waarin andere godsdiensten
niet alleen tot het straatbeeld behoren, maar ook de discussies in de politieke
arena beroeren. De discussie aangaande de religieuze symbolen in openbare plaatsen
is daar een exponent van. Hoe situeren christenen zich hierin? Is niet een eerste
voorwaarde om vooroordelen af te bouwen of te vermijden dat we elkaar wederzijds
leren kennen ! Bij elkaar op de koffie komen om begrip en waardering op te bouwen.
Ten slotte. De tijd is voorbij dat zogeheten christelijke waarden het onbevraagde
referentiepunt vormde
n voor ethische discussies. Men denke aan euthanasie, kunstmatige geboorteregelende
middelen, homohuwelijk, enz. Christenen dienen zich op een nieuwe manier te
positioneren in een cultuur die ze delen met bewust zoekende atheïsten en authentieke
humanisten.
Waar we het aandurven op deze uitdagingen in te gaan, kan het ons misschien
duidelijk worden dat het bekende visioen van Jesaja ons inderdaad een wereldwijd
perspectief voorhoudt. Het gaat niet om het eigen volk of de eigen overtuiging,
de eigen godsdienst of kerk. Het gaat erom dat goddelijke waarheid alle mensen
mag verlichten.