Start

Huwelijk als fundament van de samenleving 

Jef Snaet, stafmedewerker Ethiek en Pastoraal Boerenbond.

Gaan wij naar een ontkenning van het huwelijk als fundament van de samenleving?
Onder deze titel schreef Roger Burggraeve een uitgebreid artikel in 'Rondom Gezin', het tijdschrift van de Interdiocesane Dienst voor Gezinspastoraal. We geven hierbij een overzicht van deze bijdrage, gevolgd door enkele vragen.
OVERZICHT
Het huwelijk is niet het enige fundament van de samenleving, maar alleszins toch een zeer belangrijk. Het ziet naar uit dat het zijn fundamentele rol aan het verliezen is. Vooreerst wordt de situatie beschreven, niet alleen in haar feitelijkheid, maar ook wordt aangetoond welk mensbeeld er in deze ontwikkeling werkzaam is.

1    Pluralisering van relatie- en samenlevingsvormen
1.1     Evolutie in de beleving
De traditionele christelijke benaderingswijze poneert een onlosmakelijke band tussen drie dimensies, namelijk liefde, seksualiteit en vruchtbaarheid.
Huwelijk = relatieverbond van liefde en leven, geheiligd als sacrament
Huwelijk en gezin horen samen.
In de feiten: allerlei loskoppelingen en afsplitsingen
-     Loskoppeling van seksualiteit en vruchtbaarheid
Sinds de jaren 60: anticonceptiepil, verder gezet in medisch geassisteerde bevruchting, homologe en heterologe K.I., leenmoederschap...
-     Andere relatie tussen seksualiteit en liefde: meer nadruk op de subjectieve en persoonlijke beleving van seksualiteit en minder op de objectieve gevolgen; seksualiteit als expressie van liefde
-     Meer nadruk op emotionele en affectieve aspecten van de relatie: geluksbeleving en zelfontplooiing krijgen meer nadruk dan de objectieve verantwoordelijkheid voor het nageslacht waardoor een samenleving toekomst heeft
-     Loskoppeling van seksualiteit en liefde: seksualiteit als plezier beleven en als zelfexpressie, erotiek als 'religieuze' band met een groter geheel.
Op ethisch vlak: de enige norm die overblijft is het autonomie en het niet-schadebeginsel: Seks kan en mag als ik het zelf wil en als de ander het ook wil en als we beiden de mogelijke 'accidenten' of negatieve gevolgen proberen te voorkomen.

1.2 Evolutie in de maatschappelijke vormen
Verschillende mate van engagement
-     losse relaties (gelegenheidsseks)
-     los-vaste relaties (heel beperkte betrokkenheid op elkaar)
-     vast-losse relaties (belang van relatieaspect, maar voorlopigheid is ingerekend)
-     vaste relaties (aandacht voor exclusiviteit en duurzaamheid, die duurt zolang ze duurt)
Vormen van ongehuwd samenwonen
Zeer vrijblijvend
Proefhuwelijk, proefrelatie,
Pendel of LAT relatie
Alternatief voor het huwelijk, maar zonder tralala en rompslomp
Holebirelaties, (in evenveel vormen als heterorelaties)
Postmaritaal samenwonen: echtgescheidenen, weduwen en weduwnaars, onderling of met personen in een andere situatie

1.3 Kwalitatieve verschillen
Een veelheid van belevingswijzen in alle relatievormen (samenwonen, huwelijk    ... ) inzake rollenpatroon, intiem leven, relatiecultuur. Daarbij wordt onderhandeld en gezocht naar een eigen, persoonlijk ingekleurd evenwicht tussen nabijheid en afstand, autonomie en afhankelijkheid, vrijheid en gezamenlijkheid, gelijkheid en verschil.

1.4 Meerdere gezinsvormen
Traditionele gezinnen: man, vrouw kinderen Eenoudergezinnen na scheiding
Nieuw samengestelde gezinnen
Na scheiding
Hertrouwd of niet
BOM moeders (Bewust ongehuwde moeders) Holebi-gezinnen (in diverse vormen)

2.  Egalisering van huwelijk en andere samenlevingsvormen
Er zijn niet alleen meer vormen van relaties en gezinnen, ze worden ook hoe langer hoe meer als gelijkwaardig beschouwd. In de privé-sfeer is er bij velen een voorkeur voor een of andere vorm, ook voor het huwelijk, maar in de publiek sfeer geldt de wet van de tolerantie. Men is zo bang om van discriminatie verdacht te worden dat men publiek geen oordeel meer durft uit te spreken, afziet van enige opinie of die hoogstens privé verwoordt. (Dit blijkt onder meer uit het zoeken naar neutrale benamingen zoals 'tweerelaties', 'partner'). Het huwelijk is één van de vele samenlevingsvormen waar men al dm niet voor kiest.

Opzet van het artikel:
Deze ontwikkelingen kritisch evalueren vanuit cultuurhistorisch en cultuurfilosofisch standpunt met als rode draad de overgang van premodern over modern, naar postmodern een evolutie die zich voltrekt maar waarvan de verschillende fasen gelijktijdig blijven bestaan.
Invalshoek: het seksuele lichaam, getekend door het seksuele verschil.
Voornaamste inzicht: de geschetste ontwikkelingen kunnen gezien worden als gevolg van het feit dat het seksuele lichaam niet meer gezien wordt als bron en betekenis en drager van zin waarnaar het subject zich moet richten. De moderne en postmoderne mens beleeft zijn lichaam als een gegeven waarvan hij als subject zelf kan bepalen wat de zin ervan is. Het beleefde lichaam wordt gebruikt in de zoektocht naar zin, maar men ontkent dat in het lichaam zelf aanwijzingen zijn hoe de zin ervan kan opgenomen worden.

3.  De premoderne, naturalistische benadering van het seksuele verschil
-Aspecten van deze benadering
- Het seksuele verschil: een natuurgegeven, meegegeven met de schepping, door God gewild.
- Eerste doel van het huwelijk: voortplanting.
- Tweede doel: 'wederzijdse hulp', niet als seksuele liefde, maar als sociaal-economisch gegeven.
- Seksuele beleving: remedie tegen boze begeerlijkheid en ontrouw.
Op grond van deze opvattingen worden allerlei maatschappelijke verhoudingen gelegitimeerd:
- De onderschikking van de vrouw aan de man, niet alleen in het huwelijk, maar ook in de samenleving
- De dubbele moraal: de man mag meer dan de vrouw
- De meerwaarde van de man in het sociale en politieke leven, vrouwen worden beperkt tot de huiskring.
- De schoonheid en de verhevenheid van de moederrol worden opgehemeld om de uitsluiting van vrouwen uit het publieke leven te verdoezelen en te legitimeren.

4.  De emancipatorische onverschilligheid voor het seksuele verschil
Het emancipatiestreven van de vrouw heeft geleid tot een egalitair huwelijksmodel: man en vrouw zijn gelijk. Dit was een terechte afwijzing van het vorige model. Vrouwen wilden zichzelf realiseren als sociale actor en als volwaardig subject in de relatie.
Dit was een noodzakelijke ommekeer: om de gelijkwaardigheid van de vrouw ten opzichte van de man, zowel binnen en buiten het huwelijk en het gezin, te kunnen poneren moest men het seksuele verschil relativeren tot een cultureel, flexibel zelf vorm te geven aspect. De emancipatiegedachte beklemtoonde niet alleen de gelijkwaardigheid, maar ook de gelijkheid: het verschil is verwaarloosbaar want het is het resultaat van menselijke keuzes.
'On ne naît pas femme, on le devient' (Simone De Beauvoir).
In het huwelijk heeft dit geleid tot het kameraadschaphuwelijk, met klemtoon op gelijkheid en wederkerigheid, in contrast met het hiërarchisch huwelijks- en gezinsmodel.
Verder ook tot het contractmodel: man en vrouw sluiten een contract waarvan ze de betekenis zelf invullen en dat eventueel, in overleg, ook kunnen opzeggen.
Gevolgen hiervan zijn:
-     Emancipatie van de vrouw uit het huwelijk
-     Echtscheiding op grond van vrije persoonlijke beslissing
-     Opheffing van Oe discriminatie van niet-huwelijkse vormen van relatie en samenleving.

Citaat van het Humanistisch Verbond (1987)
"Vrijzinnige humanisten een mensvriendelijke maatschappij voor, waarin zowel principieel als feitelijk optimale ontplooiingsmodaliteiten bestaan of gecreëerd worden voor alle gewenste leefvormen. Dat veronderstelt het creëren van een positief klimaat door mentaliteitsverandering, en een concreet leef- en uitingsveld voor alle mogelijke leefvormen. Het o.m. om de aanvaarding van alternatieven naast het traditionele huwelijk, de afbouw van wettelijke en feitelijke discriminaties, het individualiseren van genoemde opties,.. Maatschappelijk gezien dient men te streven naar de verwezenlijking van een samenlevingsverband waarin een ruime waaier van leefvormen gelijkwaardig erkend en uitgebouwd worden. Fundamenteel heeft de staat niet het recht daarin bepalend in de één of andere richting op te treden, tenzij om pluriformiteit mogelijk te maken en te waarborgen."
En nog
Het huwelijk als monogaam, heteroseksueel, duurzaam verbond, gericht op liefdevol samenleven, seksuele beleving, voortplanting, kinderopvoeding en economische samenwerking, bevoordelen en normatief stellen als enige leefvorm boven en tegen alle andere leefvormen moet zonder meer als intolerantie bestempeld worden. "Iedereen moet vrij en autonoom kunnen beslissen welke betekenis en functie worden gegeven aan samenleven, seksualiteit, voortplanting en opvoeding... "
De meest recente uiting daarvan is de vraag naar het recht op huwelijk voor holebi's. Wie voor het huwelijk kiest moet dit kunnen. Die vraag is de uiting van de emancipatorische strijd voor gelijkberechtiging, voor sociale erkenning en integratie, maar steunt niet op de eerste plaats op een ethische overtuiging noch denkwijze over de inhoudelijke beleving en ontvouwing van de homoseksuele menselijke conditie.

5.  De postmoderne herwaardering van het seksuele verschil
De begripsverwarring tussen gelijkheid en gelijkwaardigheid heeft verstrekkende gevolgen op antropologisch en ethisch vlak.
Op andere domeinen wordt dit onderscheid wel gehandhaafd, en met duidelijke, positieve gevolgen. Inzake mensenrechten wordt aangenomen dat mensen gelijkwaardig zijn, ondanks grote verschillen: ze delen dezelfde menselijke waardigheid, en bij het toekennen van deze waardigheid mag geen onderscheid gemaakt worden op basis van ras, huidskleur, herkomst, godsdienst. Als we spreken over mensen moeten we oog hebben voor hun gelijkwaardigheid, maar tegelijk ook voor hun verschillen. De verschillen zijn verschillen tussen mensen die gelijk zijn in hun mens-zijn.
De kritiek op het gangbare, moderne, emancipatiedenken is dat het de verschillen ten gronde ontkent. Natuur, lichaam, biologische verschillen zijn in die visie geen dragers van betekenis en zin, niet in de man-vrouw relatie, niet in het huwelijk. Het lichaam is niet meer dan het voorwerp van bedoelingen, opzet en planning , een middel om dingen te doen en uit te drukken, maar brengt zelf geen eigen zin of betekenis of wijsheid aan waaraan het zingevend subject zou moeten 'gehoorzamen' gehoor geven, luisterend en creatief mee omgaan. Het is een middel of instrument om subjectieve betekenissen en bedoelingen 'vrij en vrolijk' mee uit te drukken. Het seksuele lichaam is geen bron van geest en zingeving, het is er enkel nog voorwerp van. Het seksuele verschil is geen bron van zingeving meer. Het is terug gebracht tot een neutraal object dat enkel vanuit de actief zingevende mens betekenis krijgt maar zelf niet bijdraagt tot menselijke zingeving door bepaalde mogelijkheden en betekenissen die het vanuit zijn aard of functioneren suggereert. Zelfs in de liefde tussen man en vrouw zou het seksuele lichaam geen eigen betekenis meer aanbrengen.
Kritisch beschouwd moeten we zeggen dat dit een vorm van dualisme is, een scheiding van de lichamelijkheid en de spirituele dimensie van de mens die niet beantwoordt aan wat mensen ten diepste zijn: een eenheid van biologische en niet-biologische, natuurlijke en culturele aspecten.
Het is een oud dualisme, omdat men in alle tijden deze scheiding gedacht heeft en ook tegen elkaar uitgespeeld: lichaam en geest, het lagere en het hogere, het demonische en het goddelijke. Het is ook een modern dualisme omdat het ontstaan is en gevoed wordt door het Verlichtingsdenken met zijn klemtoon op zelfstandigheid en op het proces van intentionele zingeving die volledig bepaald wordt door de mens zelf.

Onze zingeving en onze vrijheid ontstaan echter niet uit het niets, maar enkel in onze omgang met onze conditie en met wat vooraf gegeven is. In deze zin is het geven van betekenis aan het seksuele alleen interpretatie, geen zinschepping uit het niets. Deze interpretatie is cultureel bepaald, getekend door menselijke geschiedenis, nuw altijd vanuit de biologische, lichamelijk zichtbare gegevenheid die precies vraagt om persoonlijk opgenomen en geïnterpreteerd te worden.
Een goed voorbeeld is het moederschap. Niet iedereen kan er vrij voor kiezen. Mannen kunnen geen moeder worden. In die zin is het menselijk lichaam een 'fatum', in zekere zin dwang en onvrijheid, maar tegelijk ook een vraag en een mogelijkheid om er zin aan te geven. Een vrouw kan er niet alleen voor kiezen om al dan niet moeder te worden, maar ook hoe ze aan haar keuze vorm en gestalte geeft. Het moederschap is niet alleen een biologische conditie, maar tegelijk een bron van menselijke zingeving en persoonlijke invulling, zonder dat deze invulling los gemaakt kan worden van de biologische voorbepaaldheid.
Het seksueel zijn van het menselijk lichaam reikt betekenissen aan die vragen om creatief opgenomen te worden. Wat cultureel is is niet willekeurig.
Dit is geen terugkeer naar het premoderne naturalisme dat de zinsbijdrage van het lichaam absoluut stelt. Het emancipatiedenken heeft dit terecht aangevochten en die kritiek moet blijvend gehoord worden.
Besluit:
Een integrale mensvisie ziet de mens als een lichamelijk - cultureel wezen, als vlees en geest, dit wil zeggen als geest dank zij het lichaam, en als menselijk lichaam, dank zij de geest.
Mens = belichaamde ziel / bezielde lichamelijkheid  : personalisme
Deze stelling wordt uitgewerkt in het laatste deel.

6.  De stichtende bijdrage van het seksuele lichaam tot huwelijk en gezin
De christelijke grondintuïtie is zeker niet seksvijandig: het seksuele lichaam is waardevol als expressiemiddel voor gevoelens maar ook omdat het een eigen betekenis draagt die andere menselijke waarden een fundament geeft.
Theologische grondslag: het geloof in de incarnatie
Incarnatie betekent letterlijk: de vleeswording van God. Het menselijk lichaam is de toegang tot het geestelijke, tot God. Als we iets willen weten over God moeten we kijken naar het vlees, het concreet beleefde lichaam. Het lijfelijk optreden van de concrete mens Jezus van Nazareth, zijn lichamelijk doen en laten, was de belichaming van God zelf Dit geldt niet alleen voor de Christus, maar voor elke mens die leeft vanuit Gods Geest, ook in het beleven van de seksualiteit. In het christelijk geloof is er geen plaats voor dualisme: ons doorleefd lichaam is onze geest, en er is geen geest zonder lichaam. Het christelijk huwelijk en gezin kennen een belangrijke rol toe aan het seksuele lichaam als
expressiemiddel en als symbolische kracht.
Deze grondintuïtie wordt in de volgende paragrafen verder uitgewerkt. Daarbij wordt er ook afstand genomen van sommige beperkte visies en verkeerde interpretaties in de feitelijke christelijke traditie die dit grondinzicht verduisterd hebben en soms nog verduisteren.

6.1     Huwelijk een integraal persoonlijk levensverbond
De pastorale constitutie 'Gaudium et Spes" (1 965) beschouwt het seksuele lichaam als relatielichaam door het te verbinden met het huwelijk als 'gemeenschap van liefde en leven' en daarvoor de bijbelse notie 'verbond' te gebruiken.
Dit is nieuw. Zo nieuw dat het 35 jaar later nog altijd niet ten volle, niet door de top en niet door de basis, aanvaard is. Pas in 1983 werd deze intuïtie overgenomen in het kerkelijk wetboek. Voordien stond in de kerkelijke huwelijksopvatting de leer van de dubbele doeleinden voorop: het eerste en voornaamste doel van het huwelijk is de voortplanting, het secundair doel is de wederzijdse hulp. En men moet van goede wil zijn om 'wederzijdse hulp' te interpreteren als het relationele aspect van het huwelijk.
Principieel zijn het relationeel en het procreatief aspect van het huwelijk gelijkwaardig. Feitelijk krijgt het relationele de voorrang. Het huwelijk is aldus een verbond, een intieme gemeenschap van leven en echtelijke liefde.

6.2 Ook de seksuele eenwording sticht het huwelijk
Het huwelijk is geen geestelijke vriendschap maar een seksueel partnerschap voor het leven. De seksuele beleving is niet bijkomstig, maar is stichtend voor het huwelijk, evenzeer als de, evenzeer tussen twee vrije personen. Er is geen liefdes - en levensgemeenschap tussen man en vrouw zonder dat zij ten volle lichamelijk en seksueel is. Er is geen verbond, geen huwelijk zonder seksualiteit.
In de lange kerkelijke geschiedenis van het huwelijk werd dikwijls de discussie gevoerd over de vraag hoe het huwelijk tot stand komt: door het ja-woord van de huwenden of door hun seksuele gemeenschap. Nu eens werd het accent gelegd op het ene, dan weer op het andere. Nooit was een van de twee helemaal afwezig, ook niet in het preconciliaire huwelijksrecht. De integrale visie op de mens zegt dat we beide aspecten zoveel mogelijk samen moeten houden. Het woord ondersteunt de daad en geeft er zijn menselijke betekenis aan, de daad zonder het woord incarneert niet ten volle de menselijke betekenis ervan.
We moeten op onze hoede blijven. In christelijke kringen (bijvoorbeeld in een homilie bij een huwelijk) kan de huwelijksliefde zo symbolisch en spiritueel geduid worden dat ze eenzijdig spiritueel wordt, een vorm van dualisme. Huwelijksliefde is niet te herleiden tot agapè zonder eros, tot liefde zonder begeerte, tot geest zonder lichaam. De interpersoonlijke liefde tussen neen en vrouw is het opnemen van het seksueel begeren en het cultiveren ervan.

6.3     Het seksuele verschil maakt vruchtbaarheid mogelijk.
Om een nieuwe mens te laten geboren worden zijn een man en een vrouw nodig. Dit is tegelijk een biologisch gegeven en een symbolisch gebeuren. Als biologisch gegeven is het onontkoombaar, ook bij medisch geassisteerde bevruchting. Maar dit gegeven vraagt m op menselijk niveau symbolisch aanvaard en geduid te worden. Dan wordt duidelijk dat gescheidenheid en verschil noodzakelijk zijn om creatief en vruchtbaar te zijn.
Dit is de diepere betekenis van het verlangen van man en vrouw naar elkaar en naar een kind. Eigenlijk verlang ik niet zozeer naar de ander, maar verlang ik dat de ander naar mij  verlangt en mij begeert. Vit die wederzijdse begeerte kan een kind ontstaan dat niet van mij alleen is, ook niet van de ander alleen, maar tegenover beide partners een eigen gestalte heeft die vraagt om erkend en bemind te worden.
Het is op grond van dit seksuele lichaam waarin het verschil radicaal verankerd ligt, dat man en vrouw met en door elkaar kunnen vruchtbaar zijn, dat ze van minnaars tot ouders worden. De drie aspecten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: seksualiteit, liefde, vruchtbaarheid.  Dit is ook de reden waarom er een onverbrekelijke band is tussen seksuele eenwording en vruchtbaarheid (Gaudium et Spes en Humanae Vitae)
Gaudium ot Spes spreekt over de onverbrekelijke band tussen het seksueel liefdesleven van het huwelijk als geheel enerzijds en de vruchtbaarheid en het ouderschap anderzijds. Humanae Vitae heeft het over de onverbrekelijke band tussen de unitieve en procreatieve betekenis van de seksuele daad op zich (en dus van elke daad afzonderlijk) die niet op een kunstmatige wijze van zijn eventuele vruchtbaarheid mag ontdaan worden. Dit is een nefaste verenging van het grondinzicht van het concilie waarvan de pijnlijke gevolgen nog steeds voelbaar zijn.
(Intermezzo: Burggraeve houdt hier een uitvoerig pleidooi voor de opheffing van het anoniem donorschap. Het is een goede toepassing van de basisinzichten, maar is hier storend in de logische opbouw van het betoog.)

6.4 Het seksuele verschil, basis voor intergenerationeel en sociaal netwerk
De samenhang tussen de drie genoemde aspecten van het seksueel zijn van de mens is ook constitutief voor het sociale netwerk waarin mensen leven. De sociale aspecten van het menselijk leven en samenleven zijn niet gefundeerd in een contract tussen vrije individuen maar in de condition humaine, die altijd seksueel gesitueerd is.
Ouderschap en vruchtbaarheid zijn niet alleen het resultaat van seksueel handelen, maar allereerst het gevolg van partnerschap dat zelf gebaseerd is op het seksuele begeren tussen een man en een vrouw, die zelf ook het leven kregen dankzij een seksuele ontmoeting van hun ouders. Een huwelijk is verankerd in een gemeenschap, bouwt verder op een geschiedenis en opent toekomst, niet alleen voor zichzelf maar ook voor de" samenleving

7.  Besluit
Het huwelijk is een funderend gegeven voor het menselijk samenleven. Dit vraagt om profilering en bevestiging niet om gelijkschakeling met andere vormen van samen leven.
Andere samenlevingsvormen mogen bestaan en zelfs een wettelijke en institutionele vorm krijgen, want zij kunnen bijdragen tot een humaniserend sociaal netwerk. Maar het verschil met het huwelijk moet duidelijk blijven.

ENKELE VRAGEN
Antropologische vragen
De tekst van Prof. Burggraeve maakt vrij vlug de stap van antropologie naar het eigen christelijk mensbeeld. De verbondsidee is een bijbels idee, die een algemeen menselijk gegeven religieus fundeert en onderbouwt. De verantwoording van de visie vanuit antropologische inzichten wordt slechts summier aangegeven. Voor een maatschappelijke discussie zou dit meer moeten uitgewerkt worden. Anders uitgedrukt. Als christenen hebben wij het recht om een eigen visie over huwelijk en gezin te ontwikkelen en maatschappelijk te verdedigen. Maar we mogen onze argumentatie in het publieke debat niet alleen steunen op bijbelse gronden (dat ook), want dan krijgen we de opmerking dat we in een pluralistische maatschappij onze opvatting een particuliere opvatting is en moet blijven. We moeten dus ook argumenteren op basis van algemeen menselijke inzichten.
De idee van 'verbondenheid' die thans in de christen-democratie als 'idée maîtresse' wordt voorgesteld sluit nauw aan bij de verbondsgedachte maar is er toch niet mee gelijk te stellen. Er kan wel op doorgedacht worden om verbondenheid binnen het huwelijk en het gezin te funderen.

Pastorale vragen
Binnen de kerkgemeenschap is er geen ritualisering noch erkenning van andere samenlevingsvormen, Dit zou nochtans een bijdrage kunnen zijn om de eigenheid van het huwelijk te accentueren. Nu is er het huwelijk of ... niets.
We denken aan echtgescheidenen die niet terug kerkelijk kunnen huwen, maar die hun nieuwe relatie religieus willen duiden en beleven.
Is er een ritualisering denkbaar voor samenwonenden voor wie de volheid van het christelijk huwelijkssacrament niet haalbaar is?
De hier voorgestelde visie op het huwelijk zal pas geloofwaardig kunnen verkondigd worden als de rampzalige vereniging van Humanae Vitae ten opzichte van Gaudium et Spes in de kerkelijke leer en verkondiging ongedaan wordt gemaakt.
Zit hier stof in voor een vormingsavond voor onze leden?
Ja, als
-     we de tekst herschrijven in een vlot leesbare taal, -
-     het antropologisch deel sterker wordt uitgewerkt,
- er enkele concretiseringen in functie van de actualiteit worden aan toegevoegd: rechten van holebi's, homohuwelijk, voortplanting met genetisch materiaal van derden,...