| Start |
|
De Kerk van Christus is geroepen om voor de wereld een daadwerkelijk teken te zijn van Gods menslievendheid. Deze algemene zending van de Kerk moet zich echter vertalen in een concrete levenswijze van de christenen. De vraag rijst dan: hoe gebeurt dat? Wat zijn de basishoudingen van ons gelovig leven? Waar komt het op aan voor wie met Christus verbonden wil leven?
Paulus vat het in zijn brief aan de Galaten heel kort samen. Volgens hem is de kern van het christelijke leven “het geloof dat werkzaam is door de liefde” (Gal. 5, 6). Geloof dat zich uit (letterlijk: “uitwerkt”) in liefde: dat is de uitdaging van het leven in de Geest van Christus. Daar komt het op aan.
Het is wel belangrijk dat we nagaan wat Paulus verstaat onder “geloof” en “liefde”. Beide woorden kunnen namelijk heel verschillend ingevuld worden. Voor Paulus is geloof geen vaag begrip: het betekent meer dan een soort basisvertrouwen in het leven, in de mens of in de toekomst. Geloof slaat voor Paulus op de erkenning dat Jezus de Levende is die ons binnenleidt in de gemeenschap met God. Dit veronderstelt ook een houding van overgave en de opbouw van een vertrouwensrelatie met Christus.
Welnu, het is dit geloof dat zich moet uiten en vertalen in een concrete manier van leven waarin de liefde centraal staat. Ook hier moeten we Paulus goed verstaan. Onze cultuur geeft vaak een zeer affectieve betekenis aan het woord “liefde”. Men verstaat het dan spontaan als de emotionele band die groeit tussen twee mensen die zich tot elkaar aangetrokken voelen. Voor Paulus heeft liefde echter niet te maken met gevoel, maar met de nuchtere wil om niet jezelf in het centrum te plaatsen maar je naaste. Liefde is: je zelfbetrokkenheid doorbreken en de ander willen dienen. Ook deze houding brengt Paulus in verband met Jezus, omdat Hij ons precies die liefde tot het uiterste heeft voorgeleefd: “Die gezindheid moet onder u heersen, die ook in Christus Jezus was: Hij die bestond in de gestalte van God heeft er zich niet aan willen vastklampen gelijk aan God te zijn. Hij heeft zichzelf ontledigd en de gestalte van een slaaf aangenomen” (Fil. 2, 5).
In zijn “hooglied op de liefde” (1 Kor. 13) bezingt Paulus hoe deze liefde naar Jezus’ voorbeeld zich verder concreet vertaalt in verschillende deugden. Het is een tekst om regelmatig opnieuw te overwegen en op ons eigen leven te leggen…
Paulus vermeldt aan het eind van zijn hooglied trouwens een derde houding die samengaat met het geloof en de liefde: de hoop. “Deze drie dingen blijven altijd bestaan: geloof, hoop en liefde; maar de liefde is het voornaamste” (1 Kor. 13, 13). De dichter Charles Péguy noemt de hoop het “kleine meisje” dat tussen de twee vrouwen “geloof” en “liefde” in loopt. Ze is de meest broze en kwetsbare van de drie, zegt hij, maar ook degene waarover God zich zelf het meest verwondert. Het is inderdaad verwonderlijk hoe hoop mensen recht kan houden, doorheen alle miserie en nood.
In onze traditie worden geloof, hoop en liefde de “goddelijke deugden” genoemd. Anders dan bijvoorbeeld de rechtvaardigheid of de matigheid zijn het inderdaad deugden die gericht zijn op God. Het zijn de basishoudingen waarin onze relatie met God gestalte krijgt. We noemen ze bovendien “goddelijk”, omdat ze altijd ook een gave zijn: wie eruit leeft toont dat de Geest al aan het werk is… Het komt er ook voor ons vandaag op aan dat we met geduld en volharding ons leven op die goddelijke gaven richten. Dan kan de Kerk een teken worden van Gods menslievendheid. Amen.