| Start |
|
Bisdom Hasselt
Kleine pastorale brieven van
bisschop Paul
voor de zondagen in de zomervakantie 2003
(6 juli tot 31 augustus)
Aan mijn vrienden priesters en diakens
Goede vrienden
Ik ben heel dankbaar om de wijze waarop jullie heel het jaar door, zondag na zondag, het evangelie verkondigen door de homilie in onze christelijke gemeenschappen in Limburg.
Ik begrijp dat velen onder jullie in de vakantietijd aan een rustiger tempo willen leven en zo niet altijd de ruimte vinden om een homilie voor te bereiden.
Daarom bied ik jullie ook dit jaar deze “kleine pastorale brieven” aan om eventueel voor te lezen (of je er door te laten inspireren) op de zondagen in de vakantietijd.
Als bisschop is het mijn zending het Woord Gods te verkondigen.
Ik probeer dit elke zondag te doen in één of andere parochiekerk in ons bisdom.
Ik probeer dit ook te doen met enkele grotere pastorale brieven, bij de aanvang
van het jaar en in de veertigdagentijd, maar ook door deze kleine pastorale
brieven in de vakantietijd. Zij worden pas echt een gelovig gebeuren als zij
door jullie hart heengaan en vanuit je hart voorgelezen worden.
Zo worden deze teksten een homilie op afstand vanwege mij en tegelijk toch jullie
eigen homilie.
Ik wens jullie uiterharte een goede, welverdiende vakantie.
Vrede en vreugde
+ Paul
14de zondag door het jaar (Mc 6, 1-6) – 6 juli
MENSEN ZIJN NIET ZO GEWOON ALS MEN DENKT
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Volgens vele schrijvers is één van de grootste heiligen van de laatste eeuwen: Teresia van Lisieux. Zij werd door de Paus uitgeroepen tot patrones van de missies. Zij stierf op jonge leeftijd. In de wereld buiten haar slotklooster was zij maar door weinige mensen gekend. Ook in het klooster zelf maakte zij op een aantal medezusters geen grote indruk. Van op haar ziekbed hoorde Teresia een medezuster ooit aan anderen zeggen: “Wat zal onze overste na de dood van onze jonge zuster wel aan goede dingen over haar kunnen vertellen. Zij heeft toch niets speciaal gedaan!” Toch heeft deze jonge vrouw na haar dood een heel grote invloed uitgeoefend. Haar geheim was de liefde in het leven van iedere dag. Zij droomde er ooit van missionaris of predikant te worden. Maar in een brief van Paulus ontdekte zij: “De grootste gave is de liefde!” En die liefde beleefde zij heel intens.
Is dat niet het evangelie van vandaag? Jezus is in zijn vaderstad om daar de blijde boodschap te verkondigen. Maar een aantal mensen reageren afwijzend: “Wij kennen zijn familie … het zijn toch onopvallende mensen. En ook hijzelf is een eenvoudige man, een gewone timmerman.” De stadsgenoten van Jezus sluiten zo hun ogen voor zijn diepere betekenis, voor de boodschap van zijn leven.
Gebeurt dit ook niet in ons dagelijks leven? Wij zijn te zeer gewoon geraakt aan de mensen met wie wij elke dag samenleven en die wij op ons werk en in de straten van onze gemeente ontmoeten. Hebben wij nog oog voor de kwaliteiten van hun hart? Zien wij het typische goede in hun leven? Laten wij onszelf daardoor aanspreken? Worden wij door hun getuigenis betere mensen?
Wat zouden wij dan deze week kunnen doen? Wij kunnen proberen in onze ontmoetingen niet aan de oppervlakte te blijven staan. Want juist de schijnbaar meest eenvoudige mensen dragen dikwijls een mooie parel in hun hart. Die parel mogen wij steeds weer ontdekken tot onze eigen vreugde. Iedere mens wordt intens door God bemind. Zo is er in het hart van allen die wij ontmoeten een spoor te vinden van Gods liefde.
’s Avonds kunnen wij dan terugblikken op alle ontmoetingen van die dag. En wij kunnen God danken voor al het mooie en het goede dat mensen ons steeds weer schenken. In een onzevader kunnen wij dan al die mensen aan God toevertrouwen. Zo groeit de vriendschap in de wereld.
+ Paul
15de zondag door het jaar (Mc 6, 7-13) – 13 juli
VREDE ZIJ U!
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Enkele tientallen jaren geleden zijn jonge mensen een nieuwe religieuze gemeenschap
begonnen in een bos ergens in de Ardennen. Zij willen als broeders samenleven
in de geest van het evangelie. Zij wonen samen in primitieve huizen. Hun samen
bidden in de boskapel is heel levensecht. Zij leven van hun handenarbeid. Elke
zondag komen vele mensen uit de verre omgeving naar hun gemeenschap voor het
avondgebed en voor een gesprek rond het evangelie. Maar regelmatig gaan zij
ook op tocht, in groepjes van twee, heel dikwijls in het gezelschap van hun
ezel. Zij nemen geen geld mee. Zij vragen voedsel en een nachtverblijf aan de
mensen in de dorpen waar zij voorbijkomen. En in de scholen en in de kerken
getuigen zij over hun levenservaring. Aan alle mensen onderweg verkondigen zij
de vrede van Jezus. En hun vriendschap met al die mensen deelt die vrede daadwerkelijk
mee.
Onlangs waren vier broeders ook in Haspengouw. Zij hebben het leven en de tafel
van de mensen in onze dorpen gedeeld. In de kerken en in de scholen hebben zij
met heel hun hart over het evangelie getuigenis afgelegd. Vooral jongeren werden
door hun woorden getroffen.
Op die wijze vindt de oproep van Jezus in het evangelie dat wij zojuist beluisterd hebben, een weerklank tot in onze tijd. Wanneer Jezus zijn leerlingen zendt, twee per twee, vraagt hij hun het leven van de mensen te delen overal waar zij zullen komen. Zij moeten niet zomaar van het ene huis naar het andere overgaan, zoals mensen die reclamebladen in de brievenbussen stoppen. Zij moeten het gesprek met mensen aangaan, op een bijzondere wijze aan de tafel, waar zij eten en drinken wat de tafel die dag meebrengt.
Eén woord moet in het hart en op de tong van de leerlingen van Jezus leven, als zij op die wijze de vriendschap met vele mensen beleven. Dit woord is: Vrede! Christenen verlangen immers dat alle mensen die zij ontmoeten, vrede vinden in zichzelf, tussen elkaar en met God die hen uitermate liefheeft.
Hoe kunnen wij op onze beurt dit evangelie deze week beleven? Wij zouden nog beter dan gewoonlijk, de pijn, de hoop en de vreugde van mensen kunnen delen. Wij kunnen proberen met heel ons hart naar hen te luisteren en met hen mee te leven. Heel onze dag kan zo een feestmaaltijd van vriendschap zijn. En op vele wijzen kunnen wij vrede brengen in deze ontmoetingen, door het getuigenis van vriendschap en door een goed woord. Betekent onze groet “goede dag” trouwens niet dat wij wensen dat de dag goed zou zijn voor de mens van deze ontmoeting? En ’s avonds kunnen wij terugblikken op al deze ontmoetingen. In het onzevader kunnen wij dan om vrede bidden voor al de mensen van die dag. Zo groeit de vrede van Jezus in onze wereld. Een goede dag! Vrede zij aan jullie.
+ Paul
16de zondag door het jaar (Mc 6, 30-34) – 20 juli
MENSEN ZIJN STEEDS WELKOM
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Een echtpaar vertelde mij dat zij met heel hun hart hadden uitgekeken naar een vrije dag om eens alleen te zijn met elkaar en van de rust te genieten. Het is immers belangrijk voor zichzelf zorg te dragen. Als men zichzelf niet liefheeft door zich de nodige rust te gunnen, kan men anderen niet echt liefhebben. Een uitgerust en een rustig hart is toch het instrument van onze vriendschap.
Maar juist op die dag kwam er een telefoon van goede vrienden: “Wij hebben
het moeilijk met elkaar … kunnen wij met jullie komen spreken … het is echt
dringend.” Man en vrouw bekeken elkaar. Moesten zij hun vrije dag opofferen
voor hun vrienden? Maar spontaan zeiden ze: “Wij verwachten jullie.” Het werd
een heel goed gesprek. Er kwam een zekere vrede in het hart van de bezoekers.
De gastvrouw zei op het einde van het gesprek: “Jullie zullen thuis wel geen
eten klaar hebben. Blijf met ons mee-eten …”
’s Avonds zeiden ze aan elkaar: “Onze dag is toch heel goed geweest.”
Ik weet niet of dit echtpaar ervan bewust was dat zij die dag op de wijze van Jezus zelf hadden gereageerd. Zoals wij zojuist in het evangelie gehoord hebben, nodigde Jezus, na drukke dagen, zijn leerlingen uit om met Hem alleen te zijn en te rusten. Maar een grote menigte komt Hem achterna. Het zijn schapen zonder herder. Hun hart zoekt de Herder Jezus. Zij zijn op zoek naar een dieper geluk. Zij willen daarom het Woord van Jezus horen. Jezus luistert naar hen en spreekt tot hun hart. Hij is die dag ook hun gastheer die zorgt dat zij niets tekortkomen.
Wat betekent dit evangelie voor ons in deze tijd? Vooreerst kunnen wij proberen aanspreekbaar te zijn voor de vragen van kleine kinderen en voor de zorgen van grote mensen. Ook op momenten dat wij eigenlijk terecht hopen met rust te worden gelaten, kunnen wij met heel ons hart proberen te luisteren. Want ook in onze omgeving kunnen er schapen zijn zonder herder die naar een goede herder uitkijken.
Dit evangelie leert ons ook dat Jezus zelf altijd aanspreekbaar is. Zoekt ook ons eigen hart geen goede herder om zich aan uit te spreken? Op elk ogenblik kunnen wij in ons bidden bij Jezus terecht.
Deze week kunnen wij concreet proberen aanspreekbaar te zijn voor mensen die kleine of grote zorgen ter sprake brengen. Meer en meer kunnen wij vanuit de evangelische liefde “in staat van aandacht” zijn. En ’s avonds kunnen wij even terugkijken naar de ontmoetingen van die dag en zelf ook ons hart aan God uitspreken in een onzevader of in een spontaan gebed. Want onze God is altijd aanspreekbaar voor zijn geliefde kinderen.
+ Paul
17de zondag door het jaar (Joh 6, 1-15) – 27 juli
MET KLEINE GAVEN EN EEN GROOT HART ONZE GEMEENSCHAP OPBOUWEN
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
In een telefonisch gesprek in de nieuwjaarsnacht vertelde mij een man dat hij een maaltijd met uitgelezen spijzen en de beste wijn had voorbereid voor zijn vrienden. Maar niemand was komen opdagen. Meer dan ooit voelde hij zich hopeloos eenzaam in die nacht.
Die pijnlijke ervaring doet mij denken aan een heel ander gebeuren, een samenzijn
met vrienden op een heuvel in Ruanda. Wij zaten een hele avond samen. De gastheer
had maar weinig aan te bieden aan eten en drinken. De limonadefles ging de kring
rond van mond tot mond. Ieder genoot met kleine slokjes, denkend aan de dorst
van de anderen. Er was ook een tros bananen en wat nootjes. Ik voelde me opgenomen
in een vriendenkring. De kleine gaven van de gastheer waren de uitdrukking van
een grote liefde. Zij waren die avond in die Afrikaanse hut de bouwstenen van
gemeenschap.
Dit samenzijn was voor mij een concrete ervaring van de wonderbare spijziging
in het evangelie van vandaag. Vele mensen luisterden naar Jezus op een eenzame
plaats. Het wordt etenstijd. De mensen hebben geen proviand meegebracht. Wat
nu gedaan? Als eerste oplossing wordt door één van de leerlingen voorgesteld:
laat die mensen maar voor zichzelf zorgen! Een andere mogelijkheid komt even
ter sprake: moeten wij niet zelf eten gaan kopen en een voedselhulp organiseren?
Zijn dat ook geen eigentijdse reacties: mensen moeten maar voor zichzelf zorgen
of wij gaan een organisatie op poten zetten!
Maar Jezus zelf nodigt de mensen uit om gemeenschap te vormen. In groepjes gaan zij in het gras samen zitten. Gelukkig is er een jongen met twee broden en vijf vissen. Edelmoedig stelt hij die kleine gaven ter beschikking. Door dit gebaar kan Jezus een hele gemeenschap voeden. En die gemeenschap begint bij een jongen met weliswaar kleine gaven, maar met een grote liefde.
Hoe kunnen wij dit evangelie deze week proberen te beleven? Ieder van ons heeft zijn eigen gaven. Soms lijkt dit in het dagelijks leven maar klein: een telefoongesprek, een vriendelijk gebaar, een eenvoudige dienst. Maar als wij daarin liefde steken, worden deze gaven vermenigvuldigd. Zo groeit onze gemeenschap. ’s Avonds kunnen wij even nadenken over onze concrete gaven van die dag. Wij kunnen de liefde in al deze gaven naproeven. Wij kunnen ook dankbaar zijn voor de kleine gaven die ons door anderen met een groot hart werden geschonken. Dit alles vloeit dan misschien samen in een onzevader, recht uit ons leven, recht uit ons hart.
+ Paul
18de zondag door het jaar (Joh 6, 24-35) –
3 augustus
JEZUS, BROOD VAN EEUWIG LEVEN
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Wanneer iemand naar een feestmaaltijd is geweest, vragen zijn vrienden soms: “Wat stond er op het menu? Was het eten goed?” Dit is een normale vraag. Eten is immers belangrijk voor de mens. Zonder eten kunnen wij niet leven. Maar voluit leven is toch nog meer dan eten. In die zin zegt Jezus in het evangelie van vandaag: “Werk niet voor het voedsel dat vergaat.” Jezus is teleurgesteld omdat de mensen Hem alleen maar opzoeken om door een wonderteken weerom eens goed te kunnen eten. Want de vorige dag hadden zij dankzij Jezus kunnen eten “tot hun honger gestild was”.
Daarom is het goed ook andere vragen te stellen aan vrienden die een feestmaal
hebben meegemaakt. Het gaat in de maaltijd en in het leven toch om meer dan
de spijzen die op tafel komen. Zo zou men kunnen vragen: “Was er veel vriendschap
en vreugde tijdens de maaltijd?”
En nog sterker: “Hebben jullie in dit klimaat van vriendschap ook over de diepere
dingen van het leven kunnen spreken?” Want vooral het brood van de vriendschap
en het brood van de hoop zijn belangrijk om echt te kunnen leven.
Dat kan je b.v. ervaren in grote bijeenkomsten van jongeren zoals in Taizé of bij de wereldjongerendagen. Het eten is er dikwijls eerder aan de sobere kant. Maar het hart wordt er gevoed door de vriendschap van velen en door het brood van de hoop. Dit brood van onze hoop, waardoor ons echte leven gevoed wordt, is dan Jezus zelf, zijn Woord, zijn getuigenis. Dat horen wij ook in het evangelie van vandaag: “Het brood uit de hemel wordt jullie door de Vader gegeven … Dit brood geeft leven aan de wereld.”
Daarom zullen zelfs de beste maaltijden, hoe zinvol zij ook zijn, ons nooit ten diepste gelukkig kunnen maken. Dat kan alleen het brood van de vriendschap en het brood dat Jezus zelf is.
Hoe wordt onze diepste honger gestild door het Brood-Jezus? Dit gebeurt als wij opkijken naar Hem die als weldoener rondging. Dit gebeurt ook als wij zijn Woord lezen en het grote gebod van de liefde beleven. En op een bijzondere wijze worden wij door Jezus gevoed in de eucharistie.
Wat kunnen wij deze week als christenen doen? Wij kunnen zeker dankbaar zijn
om het brood op onze tafel en ook genieten van de vreugde rondom de tafel. Maar
wij kunnen ons ook laten voeden door het brood van eenvoudige vriendschap. En
wij kunnen ons ook door de liefde van Jezus laten voeden. Dit kan als wij ’s
avonds bidden of een bladzijde uit het evangelie lezen of in deze vakantietijd
even een kerk binnengaan. Dit brood geeft leven aan de wereld en aan ieder van
ons.
+ Paul
19de zondag door het jaar (Joh 6, 41-51) –
10 augustus
JEZUS LEREN KENNEN VAN BINNENUIT
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Een man en een vrouw die in hun huwelijk heel veel van elkaar houden, vertelden mij dat zij in dezelfde straat waren opgegroeid. Zij hadden dezelfde vriendengroep. Zij gingen samen uit. Regelmatig hadden zij met elkaar een praatje. In hun familie dacht men dat zij ooit wel eens samen door het leven zouden gaan. Maar een hele tijd bleven zij alleen maar goede vrienden zonder meer. Opeens sloeg de vonk van de liefde tussen hen over van hart tot hart. Zij zagen elkaar nu met nieuwe ogen. Ineens waren zij heel uniek voor elkaar. Zij begrepen elkaar van binnenuit. De kennis van buiten uit was ineens liefde van binnenuit geworden.
Misschien is dat ook de geschiedenis van ons gelovig worden? Een bekend theoloog, professor in Parijs in de 16de eeuw, getuigt in één van zijn geschriften dat hij in zijn jeugd en opleiding veel over Jezus had gehoord. Hij had zelf over Jezus les gegeven. Maar die bleef toch op een zekere afstand van zijn hart. Toen maakte hij een bezinningsweek in stilte mee. Ineens sloeg de vonk van de vriendschap met Jezus over in zijn hart. Hij zag Jezus nu met nieuwe ogen. Jezus werd voor hem het echte brood van zijn dagelijks leven. De kennis van buiten uit werd zo een liefde van binnenuit.
De laatste zondagen en ook vandaag wordt ons in het evangelie gezegd dat Jezus het brood van ons leven is. Hij alleen voedt ons hart dat naar geluk hunkert. Maar deze boodschap kan toch gemakkelijk een mooie formule blijven. Hoe kunnen wij het Brood dat Jezus is echt ontdekken? Hoe kan onze waardering voor Jezus een reële vriendschap met Hem worden? Hoe springt de vonk van deze vriendschap over in ons hart?
In het evangelie van vandaag vinden wij een antwoord op deze vragen. Daarin wordt gezegd dat wij ons van binnenuit door God moeten laten aantrekken. Jezus verzekert ons: “Allen zullen zo door God onderricht worden.”
Hoe gebeurt dit? Hoe onderricht God ons van binnenuit? Hoe geeft Hij ons nieuwe ogen om Jezus te zien? Hoe leert Hij ons Jezus smaken als Brood van ons leven?
Dit gebeurt in de stilte van ons hart. Als wij tijdens een wandeling of bij mooie muziek of zomaar, rustig naar ons hart luisteren, voelen wij ons eerst misschien een beetje onwennig. Maar dan wordt stilaan in ons een groot verlangen wakker naar echte liefde. Wij willen meer en meer goede mensen zijn. De liefde van God maakt dit verlangen wakker in de stilte van het hart. Dan is dit hart meer open om Jezus en zijn boodschap te verstaan. Want ook die boodschap gaat over de liefde. En Jezus is zelf helemaal Liefde.
Zo zouden wij deze week elke avond een tijdje stil kunnen worden. Stilaan komt zo het beste in ons hart naar boven. En dan bidden wij in dit klimaat het onzevader. Zo groeien wij in de vrijheid van het evangelie. Zoals Jezus worden wij zo ook meer en meer goed brood voor de mensen rondom ons.
+ Paul
20ste zondag door het jaar (Joh 6, 51-58) –
17 augustus
DE GAVE VAN DE EUCHARISTIE
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Tijdens de volkerenmoord in Ruanda was één van de moedigste getuigen van de
evangelische liefde een jonge vrouw, Felicitas. Als hutu was zij verantwoordelijke
van een groep vriendinnen van een apostolische lekengroep. De meeste anderen
waren tutsi-vrouwen. Hun groep was toevallig samen toen de onlusten uitbraken.
De soldaten wilden Felicitas, iemand van hun eigen volksgroep, in vrijheid laten
gaan en de anderen vermoorden. Maar Felicitas wou ten alle prijze bij haar vriendinnen
blijven. Zo werd zij samen met hen vermoord en in een massagraf geworpen. Haar
vriendinnen getuigen dat Felicitas ook in de gewone omstandigheden van het leven
een uitzonderlijke getuige van het evangelie was. Enkele jaren later leerde
ik haar broer kennen, een wijze man die zich inzet voor de vrede en voor de
verzoening.
Hij zei mij dat hij veel te danken had aan zijn zus. Ik vroeg hem: “Wat was
het geheim van de liefde van Felicitas?” Zonder aarzelen antwoordde hij mij:
“haar liefde voor de eucharistie”. En hij vertelde mij dat zij reeds op 15-jarige
leeftijd elke morgen in looppas naar de eucharistie trok in een centrale missiepost
op een afstand van tien kilometer. Daarna liep zij terug naar huis om voor het
gezin te helpen zorgen. Haar broer die toen nog een kleine jongen was, liep
soms een eindje met haar mee. In de eucharistie geeft Jezus zijn leven voor
de mensen. Felicitas leefde uit die eucharistie. En in de kracht van de eucharistie
gaf zij op haar beurt haar leven, trouw aan haar vriendinnen.
Door dit getuigenis van Felicitas krijgt het evangelie van vandaag voor mij een concreet gezicht. Jezus zegt in dit evangelie: “Mijn lichaam is echt voedsel en mijn bloed is echte drank.” Hoe kan dit? In zijn godmenselijke liefde kan Jezus in brood en wijn helemaal zichzelf geven. Als wijzelf aan elkaar een geschenk geven, steekt daar zeker ook altijd liefde in. Maar die liefde van ons is nooit totaal. Bij ons geschenk komt ook nog een beetje liefde bij. Maar het geschenk blijft toch het geschenk. De liefde van Jezus echter die goddelijk is en daardoor scheppend, grijpt zijn geschenk, brood en wijn, in de diepte aan. Hij omvormt ze. Zijn geschenk is nu niet meer brood en wijn, maar Hijzelf, het echte Brood op onze levensweg.
Aanstonds na de communie kunnen wij kijken naar de week die voor ons ligt: waar zullen wij overal komen, wat hebben wij te doen … En wij kunnen de Heer vragen dat Hijzelf het Brood zou zijn dat ons sterkt op onze levensweg. En zo kunnen wijzelf ook voedzaam brood zijn voor de mensen die wij onderweg ontmoeten. Laat ons dit deze week proberen in de kracht van de Heer.
+ Paul
21ste zondag door het jaar (Joh 6, 60-69) –
24 augustus
GIJ ALLEEN HEBT WOORDEN VAN EEUWIG LEVEN
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Onlangs zijn enkele jonge Oekraïense zusters in Limburg komen wonen. De boegbeelden van hun congregatie zijn enkele zusters van rond de 80 jaar die als levende martelaren het communistische bewind hebben overleefd. Met grote eerbied spreken de jonge zusters over hen. Vele zusters zijn in de congregatie ingetreden na het einde van het communisme. Maar de groep van verantwoordelijke zusters zijn vrouwen tussen de 40 en de 50 jaar die in de laatste periode van het communistisch bewind religieuzen zijn geworden. Ik vroeg aan één van hen: “Dat moet toch wel een heel moeilijke beslissing geweest zijn!” Zij antwoordde: “Natuurlijk was dit een risico. Maar ik heb graag dit avontuur gewaagd omdat ik had ervaren dat Jezus en het evangelie onze vreugde zijn.”
Dit is natuurlijk een uitzonderlijke keuze. Gebeurt zulke keuze ook in ons midden? Is zulke keuze voor Jezus merkbaar in Limburgse gelovigen, bij jongeren in Limburg? Onlangs vertelde mij een meisje van 15 jaar dat de godsdienstleraar in de klas vroeg: “Wie van jullie gaat ’s zondags naar de eucharistie?” Ik vind persoonlijk dat het beter is zulke discrete vragen niet te stellen in deze context. Maar in die klas staken vier jongeren hun vinger op. Eén van de klasgenoten begon te grijnslachen. Maar een meisje reageerde: “Ik heb je zondag ook in de kerk gezien. Waarom durf je daar niet vooruitkomen? Ik ben alleszins blij dat ik een christen ben. Jezus betekent veel voor mijn dagelijks leven. Dit ervaar ik samen met anderen in mijn groep van plussers.”
In Oekraïne en in een school in Noord-Limburg gebeurt op die wijze hetzelfde als in het evangelie van vandaag. Als vele mensen wegtrekken, vraagt Jezus aan zijn leerlingen: “Willen ook jullie heengaan?” In naam van zijn vrienden antwoordt Petrus: “Heer, Gij alleen hebt woorden van eeuwig leven … Naar wie anders zouden wij wel gaan?”
Ook voor ons heeft Jezus woorden van eeuwig leven. Woorden om echt van te leven, horen wij toch zo weinig in onze samenleving. Naar wie kunnen wij dan gaan met de vragen van ons hart? Jezus zegt ons altijd weer opnieuw: “God ziet jullie graag, bemint elkaar!” Zijn dat juist geen woorden om steeds weer opnieuw van te leven?
Deze week kunnen wij elke morgen een woord van Jezus lezen of het ons herinneren. Het kan dikwijls ook het grote woord van Jezus zijn: “God ziet jullie graag, bemint elkaar.” Met zulk een woord kunnen wij de dag ingaan, elke dag opnieuw, met vallen en opstaan. En dankbaar kunnen wij zo’n dag besluiten met een onzevader. Laten wij dit proberen tot onze vreugde en voor de vreugde van onze vrienden.
+ Paul
22ste zondag door het jaar (Mc 7, 1-8.14-15.21-23) – 31 augustus
VOORAL HET HART IS BELANGRIJK
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Enkele maanden geleden ontmoette ik in de gevangenis een man die omwille van
zware feiten een langdurige straf opliep. Toen hij in de gevangenis terechtkwam,
vroeg hij zich af: “Wat is eigenlijk het meest zuivere en het meest vreugdevolle
moment van mijn leven geweest?” Hij herinnerde zich dat hij als jonge man een
ogenblik diep ontroerd was geweest toen hij een dominee toevallig over Gods
liefde hoorde vertellen. Bij deze ervaring wou hij nu in de stilte van zijn
cel opnieuw aansluiting vinden. Hij vroeg aan de aalmoezenier een bijbel. Hij
ontdekte het evangelie. Hij kende ook hele stukken psalmen vanbuiten, zoals:
“Gij zijt mijn Heer, o God, voor mij is er geen vreugde buiten U.” Hij leerde
met heel zijn hart bidden. Gods liefde leefde in deze gevangeniscel even intens
als in een kloostercel! Tegelijk groeide de liefde van deze man voor zijn medegevangenen.
Hij liet hen graag zijn telefoonkaart gebruiken. Hij ving nieuwe gevangenen
op en gaf hen goede moed. Alle uiterlijk religieus vertoon was hem vreemd. Maar
van binnenuit beleefde hij een diepe vriendschap met Jezus. Hij zei me ooit
dat zijn hart alleen nog voor die vriendschap klopte.
Het getuigenis van deze man is juist het tegenovergestelde van de houding van diegenen die door Jezus in het evangelie van vandaag zo indringend bekritiseerd worden. Jezus spreekt over mensen die aan de buitenkant van hun leven, vóór het oog van de anderen, er heel vrome praktijken op nahouden. Maar hun hart is ver van God. In hun binnenste hebben hebzucht en trots en nog vele andere boze krachten vrij spel. Eigenlijk komt het in het evangelie op het hart aan. Ook als men niet veel vrome gewoonten heeft en zelfs een slechte faam heeft, zoals mijn vriend in de gevangenis, kan het hart van een mens heel kort bij God staan. En als men uiterlijk een vrome levensstijl heeft, is het belangrijkste toch dat het hart God en de mensen oprecht liefheeft.
Hoe kunnen wij dit evangelie deze week beleven? Wij zouden b.v. elke morgen kunnen bidden met het woord van een psalm: “Heer, geef me een helder hart en een oprechte geest.” Ofwel: “Heer, geef mij een nieuw hart.” Zo kunnen wij gedurende de dag de mensen rondom ons met heel ons hart ontmoeten. En ’s avonds kunnen wij terugblikken op onze dag en heel langzaam het onzevader bidden. Zo worden wij steeds meer mensen met een oprecht en vrij hart. Deze ervaring is een diepe vreugde.
+ Paul