| Start |
|
De Kruisweg: meditatie bij de 14 staties door zuster Emanuelle van de voddenrapers van Kairo.
Eerste statie: Jezus wordt ter dood veroordeeld;
Toen zei Hij hun: “Mijn ziel is ten dode toe bedroefd.”. In Doodsstrijd werd Zijn zweet als dikke druppels bloed die op de grond vielen. Judas gaf Hem een kus. “Vriend, is het met een kus, dat gij de Mensenzoon verraadt?” Zij grepen Jezus vast, boeiden Hem, spuwden op Hem, gaven Hem kaakslagen en sloegen Hem terwijl ze riepen: “Ter dood, ter dood met hem!”.
Heer, vandaag worden ook nog mensen verraden met een kus: zij krijgen kaakslagen, worden bespuwd, overladen met slagen, veroordeeld. Zovele van mijn zusters voddenraapsters blijven arme geslagen slaven. Uit de diepte roep ik tot U, Heer. Luister naar mijn schreeuw, laat Uw oor aandacht schenken aan de schreeuw van mijn broer. Heb medelijden met allen die vandaag verraden worden met een kus, barmhartige Vader, ontferm U over hen! Voor allen die veroordeeld worden en gefolterd, Geest van liefde en medelijden, ontferm U over hen. Vader, vergeef aan allen die verraden, die doen lijden, zij weten niet wat zij doen.
Tweede statie: Jezus wordt met het kruis beladen.
Zelf Zijn kruis dragend, kwam Jezus op Golgotha aan, de Schedelplaats. “Ziehier het Lam, het draagt de zonden van de wereld.” Waarlijk het waren onze ziekten die Hij droeg, onze pijnen waarmee Hij beladen was.
Heer, wij zijn allen met zo een zware
last beladen, een te zware last. Wie is de mens die geen zwaar kruis te dragen
heeft, en het dag aan dag moet meeslepen? Neem nu dat voddenrapertje van acht
jaar, die elke dag die veel te zware kist op zijn rug meesleept, die kist, vol
met vuil van anderen….
Voor allen die vandaag wankelen onder het kruis, Barmhartige Vader, ontferm
U over ons!
Voor al die kleinen, die het vuil van anderen dragen, Geest van Liefde en medelijden,
ontferm U over ons! Aan allen die door anderen de last van hun vuil laten dragen,
Vader vergeef het hun, zij weten niet wat zij doen.
Derde statie: Jezus valt de eerste maal.
Nu is mijn ziel bedroefd, en wat zal ik zeggen? Vader, red mij uit dit uur? Als het daarom is dat ik in dit uur gekomen ben, Vader, verheerlijk Uw naam.
Heer, wij mensen vallen allen op onze
beurt. Soms door een lelijk egoďsme, machtswellust die onze broeders verplettert,
hoogmoed in ons leven. Het vlees sleurt ons mee. Wij verraden soms door alcoholmisbruik,
door drugs, door seksualiteit…
Het is moeilijk, Heer, om weer op te staan.
Voor hen die onderuit gaan, barmhartige Vader, ontferm U!
Voor allen die gedomineerd worden door passies die sterker zijn dan zij, Geest
van liefde en medelijden, ontferm U! Aan allen die drugs verkopen om er zelf
te kunnen gebruiken, Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen.
Vierde statie: Maria ontmoet haar Zoon onderweg
Simon zei tot Maria: “Ook Uw ziel
zal door een zwaard worden doorboord”.
Maria zei tot Jezus: “Kind, waarom heb je ons dit aangedaan?, kijk eens met
wat een angst ik je heb gezocht”.
Heer, het ergste is te botsen op de
dood van iemand van wie je houdt.
Het kind, de echtgenoot, de vader, de moeder…
Hij of zij van wie je houdt, gaat je weldra verlaten voor altijd.
Maria, moeder van Smarten.
Stabat Mater -- de Moeder stond daar …rechtop, de moeder van smarten die het
kruis omhelst. Zij ziet haar “kleine jongen” die sterft in de diepste eenzaamheid
en zijn ziel in de handen van zijn Vader legt.
Voor allen die nu aan het bed van een stervende staan, barmhartige Vader, ontferm
U!
Voor allen die op hun bed kreunen van de pijn, Geest van liefde en medelijden,
ontferm U!
Aan allen die een ongeval veroorzaken, Vader, vergeef het hun, zij weten niet
wat zij doen.
Vijfde statie: Simon van Cyrene helpt Jezus’ kruis dragen.
Wanneer zij Hem wegvoerden om Hem te kruisigen, verplichtten zij een zekere Simon, die van het veld kwam, hij was afkomstig van Cyrene, om achter Jezus aan Zijn kruis te dragen.
Heer, wat zijn de anderen zwaar om dragen!
Zij aan zij leven, dag na dag, met een man of een vrouw die op ons weegt, belet
ons om te leven….
Een opstandig kind, dat voortdurend problemen schept, iemand die depressief
is, een geweldenaar, een gedrogeerde …
Voor allen die anderen moeizaam dragen, ten einde krachten, barmhartige Vader,
ontferm U!
Voor alle families van kinderen, die door het leven gekwetst zijn, voor de families
van druggebruikers, Geest van liefde en medelijden, ontferm U!
Aan allen die op een mensenhart wegen, die de hoop en de vreugde van anderen
doen verliezen, Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.
Zesde statie: Veronika droogt het gelaat van Jezus af.
Ik heb mijn wangen aangeboden aan wie Mij de baard uitrukten, ik heb mijn gelaat niet afgewend van wij mij bespotten en bespuwden. Zo was zijn gelaat geschonden, zijn uitzicht was niet meer dat van een mens en zijn gelaat niet meer dat van een kind, dat van mensen. Daarom zal Hij talrijke naties doen wankelen.
Heer, zovele wanhopige gezichten, misvormd,
met een bedroefde trekken, met doffe ogen, zonder uitdrukking …
Waar blijven de handen die deze gezichtjes afdrogen, en ze strelen?
Voor al die wanhopige mensen in de wereld, voor kinderen zonder hoop, barmhartige
Vader, ontferm U!
Voor al die doffe ogen, die droeve en uitdrukkingsloze gezichten, Geest van
liefde en medelijden, ontferm U!
Aan hen die zich op de weg afkeren van de ongelukkige voorbijganger, Vader,
vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.
Zevende statie: Jezus valt voor de tweede maal onder Zijn kruis.
Mijn knieën wankelen, mijn lichaam is
uitgeput, ik ben een voorwerp van spot.
Het zijn onze misdaden die Hem hebben verpletterd…
De straf die ons vrede brengt is op Hem gelegd, Heer, en wij wankelen. Wij leven
te midden van een draaikolk die ons meezuigt en ter aarde werpt.
Apostel Paulus zegde het reeds lang geleden: “Het goede dat ik wil doe ik niet,
het kwade dat ik niet wil, dat doe ik wel. Wie zal mij verlossen dan dit lichaam
ten dode? Jezus Christus, onze Heer?” (Rom 7)
Over al diegenen die wankelen, die op het punt staan om in te storten, barmhartige
Vader, ontferm U.
Over al diegenen die zich weren en die lijden onder hun zwakheden, Geest van
liefde en medelijden, ontferm U!
Aan allen die anderen meesleuren in hun val, Vader, vergeef het hun, want zij
weten niet wat zij doen.
Achtste statie: Jezus troost de wenende vrouwen van Jeruzalem.
Een grote menigte volk volgde Hem. Ook vrouwen drongen bij Hem aan; Jezus keerde zich naar hen en zei: “Dochters van Jeruzalem, ween niet over mij, ween veeler over uzelf en over uw kinderen.”
Oorlogsdrama over de hele wereld: ween,
vrouwen van Europa, van Azië, ween, vrouwen van Amerika, van Afghanistan, van
Afrika, ween over uw kinderen, uw gebombardeerde huizen, uw uitgebrande huiskring,
uw gedode mannen en zonen.
Ween, vrouwen van Soedan, over de duizenden mensen en dieren die van honger
zijn omgekomen.
Over de moordende broederoorlogen die het vlees van de mensheid verslinden,
barmhartiger Vader, ontferm U!
Over de kampen waar de vluchtelingen zijn weggestopt, geest van liefde en medelijden
, ontferm U!
Voor de naties die wapens verkopen en profiteren van de dood van onschuldige
mensen, Vader, vergeef ons, weten wij wel wat wij doen?
Negende statie: Jezus valt voor de derde maal onderweg.
De vijand wil mij echt van het leven beroven, hij gooit mij reeds ter aarde. Ik strek mijn armen naar u uit. Haast U, Heer, verhoor mij, ik ben ten einde adem, ik heb met vertrouwen gewacht en de Heer heeft zich naar mij toegekeerd, hij heeft mij uit de modderpoel getrokken.
Heer, Gij weet het, wij beleven verwarrende
uren, wij voelen ons op de bodem van de modderpoel, neergeslagen, aan het einde
van onze krachten, niemand schijnt ons te willen begrijpen of te willen helpen.
Over hen die zich op de bodem van de afgrond bevinden, barmhartige Vader, ontferm
U!
Over al diegenen die besmettelijk ziek zijn, over al de oudere mensen die niemand
nog gaat bezoeken, Geest van liefde en medelijden, ontferm U!
Vergeef ons, Vader, want soms wijzen wij onze broeders en zusters af, wij weten
niet wat wij doen.
Heer, maak ons ontvankelijk voor Uw liefde, voor Uw aanwezigheid.
Tiende statie: Jezus wordt van Zijn kleren beroofd.
Nadat de soldaten Jezus gekruisigd hadden, namen zij zijn kleren en verdeelden ze in vieren: een deel voor elke soldaat. Dan was er nog zijn bovenkleed. Dit was zonder naad, van bovenaf in één stuk geweven. Was het misschien geweven door de Maagd Maria, zijn moeder? Zij zegden onder elkaar: “Laten wij het niet scheuren, maar er om loten wie het krijgt. “ Zo werd de schrift vervuld, zij hebben zijn kleren onder elkaar verdeeld, en het lot geworpen over zijn lijfrok.
In de miseriesteden hebben de vrouwen
een droevige toekomst: vernederd, onteerd, verkocht zelfs… zij hunkeren naar
het allernoodzakelijkste, naar respect en liefde.
Over al deze onteerde vrouwen, barmhartige Vader, ontferm U!
Over al die vrouwen die ouder worden, alleen en verlaten, geest van liefde en
medelijden, ontferm U!
Aan allen die uw schepselen profaneren, Vader, vergeef het hun, zij weten niet
wat zij doen.
Elfde statie: Jezus wordt aan het kruis genageld.
“ Tussen twee bandieten gekruisigd, de een rechts, de ander links.” Hij werd doorboord omwille van onze zonden, omwille van mijn zonden, gemalen omwille van onze ongerechtigheden. Het is door zijn dodelijke wonden dat wij genezen zijn, dat ik genezen ben.
Voor het kind dat nog geen naam heeft,
gedood in de schoot van zijn moeder, het kind dat niet bemind wordt, het kind
dat gemarteld wordt, het straatkind dat zonder hoop door de straten dwaalt…
Alle gebroken, gekruisigde harten.
Over allen die gekruisigd zijn: mannen, vrouwen, kinderen, barmhartige Vader,
ontferm U!
Over alle mannen, vrouwen en kinderen die aan de rand van de zelfmoord staan,
Geest van liefde en medelijden, ontferm U!
Wanneer onze maatschappij, door egoďsme, door hebzucht de werklozen niet helpt,
onze broers die naast ons staan, klaar voor de zelfmoord, Vader vergeef ons!
Kennen wij het kwaad dat wij aanrichten?
Twaalfde statie: Jezus worstelt met de dood en sterft aan het kruis.
Zeven woorden van Christus op het kruis: “Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen.” Tot Maria, zijn moeder, terwijl hij Johannes aanwijst: “Ziedaar je zoon.” Tot Johannes: “Ziedaar je moeder.” En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich op. De moordenaar die aan het kruis hing tot Jezus: “Gedenk mij.” Het ongelofelijke, wonderbare antwoord: “Vandaag nog zal je met mij in het paradijs zijn.” “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?” “ Ik heb dorst” “ Alles is volbracht.” “Vader, in uw handen beveel ik mijn geest.”
Op elk uur van de dag, die dag die ook
een nacht is, treden de mensen binnen in de dood, wat ook de oorzaak moge zijn:
ziekte, zelfmoord, aanslag, ongeval…
Over al die stervenden, barmhartige Vader, ontferm U!
Over al de slachtoffers van aanslagen, over hun families, geest van medelijden,
en liefde, ontferm U!
Aan de daders van aanslagen, Vader, vergeef hen, want zij weten niet wat zij
doen.
Dertiende statie: Jezus wordt van het kruis afgenomen en aan zijn moeder teruggegeven.
“ Toen het avond werd, zagen de soldaten dat Jezus reeds dood was. Eén van hen gaf met zijn lans een stoot in zijn zijde en doorboorde ze. Terstond kwam er bloed en water uit.” “ Hieraan hebben wij de liefde herkend: hij heeft zijn leven gegeven voor ons, voor mij.”
De wereld is vol van mannen en vrouwen
die een dode geliefde in hun armen houden. Hun wonde is zo groot als de zee.
Over hen allen, die een dood lichaam in de armen drukken, barmhartige Vader,
ontferm U!
Over hen allen die zich ver bevinden van hun dierbaren, die sterven, geest van
liefde en medelijden, ontferm U!
Aan hen bij wie men, als met een lansstoot het hart doorboort, Heer, ontferm
U!
Veertiende statie: Jezus wordt in het graf gelegd.
Jozef van Arimathea nam het lichaam van Jezus van het kruis en wikkelde het in een lijnwaad. Hij legde het in een graf, dat in de rots was uitgehouwen.
Steeds weer hebben mensen hun dierbaren
in een graf gelegd. De aarde is een immens kerkhof. Gedenk, o mens, dat gij
stof zijt….
Over alle doden van onze begraafplaatsen, barmhartige Vader, ontferm U!
Over allen die schreien op een graf, geest van liefde en medelijden, ontferm
U!
Over allen die sterven omdat zij niet bemind worden of over hen die mensen doen
sterven van liefde, Heer, ontferm U!
Jij die uit liefde gestorven bent, leer ons beminnen, Heer.
Ik kan niet beminnen, Heer, leer mij beminnen zoals Jij bemind hebt, ten einde
toe.
Slotgebed:
Kruisweg – Levensweg!
Heer, help me om Uw weg te volgen,
doorheen de moeilijkheden van het leven.
Opdat ik een overmaat van menselijkheid zou zijn,
Waar Jij je mysterie vernieuwt.
Je, mijn welbeminde Jezus,
Jij bent gestorven en Jij bent verrezen!
Ik geloof in Jou, ik geloof in de verrijzenis,
Mijn welbeminde Jezus,
Met Jou is de dood mooi,
De verrijzenis wacht ons, dank U!