Start

DE WEG

Met zijn handen vol vergeving
en op zijn lippen nog de echo
van de blijde boodschap,
werd Hij door een zee van mensen de dood ingejaagd.
Veroordeeld en vereenzaamd, verraden en verloochend.
Was dit het voorspel
van wat de eeuwen door zou gebeuren ? Zou zijn helende kracht
nooit een kans krijgen
en zal zijn blijde boodschap
het altijd weer besterven
tussen de witte lakens
van macht en geld ?
Wij christenen
volgen van op grote afstand. We zijn bang
om in zijn nabijheid te komen.  Wij zoeken de warmte
bij het vuur op de binnenkoer en wachten gespannen
op de uitslag van zijn proces.

Wij nemen zelf geen risico, verbergen ons gelaat
en als het niet anders kan zullen wij vloekend
hem zelfs ontkennen.
Christen zijn
is vriendschap sluiten met een veroordeelde, veroordeeld om voor altijd buiten spel te blijven, veroordeeld omdat Hij ooit beweerde
dat mensen zo kostbaar zijn
dat zij nooit mogen gebruikt of vernederd,
of geslagen of verdrukt worden.
Dat een mens zo heilig is als een tempel, onaantastbaar,
geen koopwaar en geen lustobject,
geen nummer op een ziekbed,
geen cijfer in een statistiek.
Maar enig en uniek,
door God tot leven vrij gekust.

I.               VEROORDEELD

Toen de landvoogd had gesproken het doodvonnis geveld
liet bij een kom met water komen en waste zich de handen:
een dubbelzinnig ritueel
als om te zeggen: nu is 't aan u. Voer gij maar uit.
Ik heb er niets meer mee te maken: De plantrekker !
De avond tevoren
had Jezus ook een kom met water genomen. Niet om zijn handen
maar om de voeten
van zijn leerlingen te wassen:
een ritueel gebaar om duidelijk te maken:
Gij zijt mij zo kostbaar,
gij en elke mens.
Ik was jou de voeten
want niemand minder dan mijn
Vader heeft jullie tot leven vrij gekust.

God en Vader,
er is iets tussen ons
dat niet meer weg te denken is.
Uw liefde heeft ons tot bestaan verwekt Gij blijft ons volgen.
Ook als wij u vergeten,
ook als wij u vervloeken.
Er is iets tussen ons:
het is niet te noemen.
Is het een gevoel, is het een geweten ?
Is het mijn aandrang om te leven,
om te lachen ?
Is het de terugblik op mijn daden
met een spijt of een berouw
of met een milde glimlach van
'zo is 't goed ' ?
God, Vader, waar huist gij in mij?
Hoe doet gij mij leven ?
Gij zijt zo stil en zwijgzaam als die Jezus
toen hij voor Pilatus stond.

Wij kunnen U verloochenen en afzweren
rond het vuur van samenkomst. Veroordeeld en verloochend
zijt gij nog aanwezig
tot in de verste uithoeken van ons bestaan,
zonder stem en zonder macht
Alleen die blik van u
kan ons doen wenen als wij heel alléen,
vertroosting zoeken in de nacht Veroordeeld zijt gij nog aanwezig
in de laatste _gedachte van uw wanhopige vriend
die zich verhing op zijn eigen kleine Golgotha
God, Vader, er is iets tussen ons, voor altijd.
Voor alle eeuwigheid ?

II.            MET HET KRUIS BELADEN

God draagt het kruis van de wereld, torst het gewicht
van scheefgegroeide structuren, voelt de scherpe kanten
van duizenden conflicten
en de waanzin van volkenmoord keer op keer.
Het is een weg
van eeuwen en eeuwen,
de steenweg van geschiedenis aangelegd door slaven en proleten. Steenweg zonder einde: gewonden langs de weg
en wrakken van verdriet.
Men hoort het huilen
en het doffe snikken,
de wanhoop is vlakbij en overal.

God draagt het kruis van de wereld,
met niets dan zijn aanwezigheid.
Aanwezig in de pijn, de honger,
de verknechting en vervreemding.
God aanwezig in zijn eigen schepping,
worstelend naar voltooiing.
Jezus wankelend onder het gewicht
van de kruisbalk is de icoon van God,
geschilderd in de tijd,
met de trekken van de eeuwigheid. Jezus beladen met het kruis
is de levende parabel van de Vader, angstig op zoek
naar het verdwaalde schaap.

 
God en Vader,
ik kan de gedachte niet verdragen
dat Gij lijdt en afziet
als een mens bijna.
Ik kan niet verstaan
dat Gij, ook machteloos,
bij ons wilt zijn als verdriet en pijn
een kruis tekenen over ons eerste geluk.
Uw Jezus nam het kruishout over.
Met zijn tere, tengere handen
heeft Hij onze pijn gedeeld,
zich met de hele mensheid
mee op weggezet
doorheen de beklemming van het
kwaad naar de bevrijding van de liefde.
In zijn eerste stappen met het kruis zijt Gij,
Goden Vader,
naar ons toegekomen.
Gij hebt zijn kruisbalk opgetild
zoals Gij elk lijden van elke mens snee wilt verderdragen.

III.          JEZUS VALT ONDER HET KRUIS

'Kom, meisje sta op'.
'Talita koerni'.
Zo dikwijls heeft Hij mensen opgericht.
De kromgebogen vrouw
kon met opgeheven hoofd
weer verder leven.
Hij bevrijdde mensen
die gebukt gingen onder een demonische last, Hij tilde mensen op
uit bezetenheid, uit verlamming,
uit schuldgevoel, uit angst.
Het was de levende illustratie
van zijn boodschap:
mensen moeten rechtop kunnen lopen, zonder angst voor niemand,
zelfs niet voor God...
De innerlijke bevrijding was belangrijker
dan de lichamelijke genezing.

De struikelende en gevallen Jezus
bleef soeverein, rechtop.
Uitgelachen en vernederd
tot op de straatstenen
bleef Hij innerlijk bewust
dat Hij Gods wil tot vervulling bracht, dat iedere stap
een trek was in het beeld
dat Hij van zijn Vader mocht tekenen. Met iedere stap
zou voor de wereld duidelijker worden dat God één grote liefde is.

God,
wij zijn zo bezorgd
om ons uiterlijk.
We treden zograag
op het voorplan,
willen aanzien verwerven
en indruk maken.
Maar innerlijk
zijn we arm en lelijk.
En als we ten val komen kruipen wij voor wie machtig i's. Geef ons iets, God
van die innerlijke kracht
die uw Jezus bezielde,
iets van zijn echte vrijheid
die sterker is dan elke spot, sterker dan elke vernedering, Laat ons aanvoelen God,
in de moeilijke momenten
van ons leven
dat Gij onze echte vrijheid zijt.

IV.          JEZUS ONTMOET ZIJN MOEDER

Plots was hij weer die kleine jongen
die zich heeft pijn gedaan
en toevlucht zoekt bij moeder...
Weer was bij dat kind
dat schreit van binnen
om wat vreemde mensen
hem hebben aangedaan.
Het verhaal van die nacht
kan bij niet vertellen.
Geen ogenblik werd hem gegund
om zijn zere hoofd te laten betten.
Het lijden is zo vaak een donkere tunnel, een enkele richting:
geen keerpunt en geen rustpunt onderweg. Tenzij, heel diep van binnen
waar liefde tussen mensen
sterker is dan pijn en onmacht
en alle afstand overbrugt...

God, wij weten niet
langs welke staties
onze kruisweg zal lopen.
Wij weten niet hoe lang,
hoe pijnlijk
onze donkere tunnel zal zijn,
en of er iemand langs de weg zal staan, of er iemand, nu en dan,
ons bij de hand zal nemen
en zonder woorden ons zal zeg_gen
dat we nog altijd,
net als toen en vroeger,
geliefd en onvervangbaar zijn.

V.            SIMON VAN CYRENE MOET TER HULP KOMEN

Lijden maakt een mens eenzaam.
Een kruis op de schouders isoleert.
Vrienden zoeken ander gezelschap
en zelfs hun troost
kan pijnlijk overkomen.
Dan wordt lijden bitter
en gaan we als mens ten onder.
Jezus echter toonde
hoe het kruis samen kan gedragen worden.
Hoe lijden kan gedeeld worden,
boe de weg naar Golgotha
met tweeën beter begaanbaar wordt.
Hij heeft geen hulp afgewezen,
geen hoogmoed deed hem weigerachtig staan ook niet voor gedwongen hulp

God,
bevrijd ons van de verbittering.
Dat wij ook in ons lijden
de opdracht ontdekken tot samenhorigheid
dat wij geen goedbedoelde hulp afwijzen.
Samen is nooit zo sterk
als in gedeeld verdriet.
Geef ons de moed, God
niet weg te lopen
als we iemand, vreemd en onbekend, zijn kruis zien dragen.
Geef ons de moed
om nabij te zijn
en bij de hand te nemen.

VI.          VERONICA DROOGT HET AANGEZICHT VAN JEZUS AF

Omdat zij teer en klein was,
omdat zij kwetsbaar was, omdat zij vrouw was, kon zij door de soldaten heen
naar de gekwetste Jezus gaan.
Om zijn zieke hoofd te betten
met een natte doek:
een vluchtige verlichting van een helse pijn. Maar ook een teken
dat zijn lijden niet tevergeefs zou zijn.
Dat overal ter wereld en ten allen tijde,
mensen, klein en kwetsbaar zouden opstaan en, ondanks alle geweld,
lijden zouden lichter maken...
Waar de uitverkoren twaalf
hebben gefaald en de moed niet vonden,
heeft een onbekende Veronica
tegen alle redelijkheid in
haar hart getoond
aan een veroordeelde en gefolterde Man.

God,
ook vandaag is uw kerk niet zo zeer gebouwd
op diegenen die ambtelijk zijn uitverkoren. Zij is vooral gebouwd
op zoveel onbekende Veronica's
die hun handen uitsteken
en het lijden verlichten,
die vluchtig en misschien
zonder blijvend resultaat
het mystiek lichaam van Jezus
telkens en telkens opnieuw
opfrissen tot nieuw leven.
Dankzij hen
blijft uw gelaat zichtbaar, God
op het doek van de geschiedenis.

VII.        JEZUS VALT VOOR DE TWEEDE MAAL

Het lichaam begeeft,
de veerkracht gebroken.
Hij strompelt en valt
op de stenen van de straat.
Teken van onmacht
voor de pelgrims uit de hele wereld
die zich in het drukste van de stad vergapen
aan een menselijk wrak.
Wie is die Man onder het kruis ?
Een rebel ?
Een crimineel ?
Of toch een profeet ?
De Messias ? Neen toch ?
'Wie zeggen de mensen dat Ik ben ?'
Ook vandaag is het moeilijk
om in de lijdende mens,
in de uitgestoten mens
het gelaat van God te zien.

God, leer ons
in de drukte van ons leven,
oog te hebben
voor mensen met verborgen leed,
voor mensen die,
de veerkrachtgebroken,
nog ten prooi vallen
aan publieke belangstelling
maar door niemand recht geholpen worden.
Help ons God,
ons met hen verbonden te voelen,
zoals Gij u op een bijzondere wijze verbonden hebt gevoeld
met wie uitgestoten
en veroordeeld was.

VIII.      JEZUS EN DE WENENDE VROUWEN

'Ween niet, vrouwen, over Mij...
Spaar uw tranen en misbaar...'
Jezus weet maar al te goed
dat zijn lijden
slechts een teken
en een voorspel is
van een wereld
waaruit God verdreven is.
Zijn kruisweg zal de kruisweg worden van het onnoemlijk leed
dat mensen, mensen aandoen.
Tot op vandaag
wordt het dorre hout
gebroken en verbrijzeld.
Zijn kruisweg gaat verder
in massa's mensen op de vlucht
voor oorlog en vernieling,
in massa's mensen
zonder onderdak en zonder eten.

Ween niet, vrouwen, over Mij maar weent over uw kinderen als zij moeten groot worden
in een wereld
waarin God nog elke dag gekruisigd wordt.

God, leer ons eindelijk inzien
dat zonde en kwaad
een spoor trekken
van dood en vernieling
en een wonde slaan
in de menselijkheid
die eeuwen blijft bloeden.
Niets is zo historisch als het kwaad. Leer ons inzien, God,
Dat wij één gemeenschap zijn
in goed en kwaad
over alle tijd en eeuwigheid.

IX.          JEZUS VALT DE DERDE MAAL

De derde val is de val
aan de rand van de wanhoop.
Als de innerlijke weerstand is gebroken
en geen mens nabij
om even tegen aan te leunen
komt het ogenblik
van de laatste verzoeking.
De verzoeking om te blijven liggen,
om zachtjes dood te bloeden
te verdwijnen in de afgrond
waar geen gedachten,
geen gevoelens meer zijn:
Geen pijn en geen vernedering meer.
Alleen maar doodgaan.
Ook hier bleef Jezus
aan de kant van het leven staan.
Hij is van onder de kruisbalk recht gekropen en ging de weg van het leven
tot het laatste uur.

God, blijf ons nabij
als wij aan de rand
van de afgrond staan
Behoed ons dan voor de wanhoop dat
wij nooit verzaken aan het leven maar telkens weer
uw derde val indachtig zijn.
Dat wij, in het zicht van de eindbestemming,
meer dan ooit gelijken
op uw Jezus,
en de moed hebben
om ons leven te voltooien
in geloof hoop en liefde.

X.            VAN ZIJN KLEDEREN BEROOFD

Zijn kleren waren
dat laatste stukje privacy dat nog overbleef.
De Man had geen steen
om zijn hoofd op neer te leggen.
Nu had Hij ook niets meer
om zijn naaktheid te bedekken.
Hij werd de levende illustratie
van een leven naar Gods gedacht:
loslaten, alles loslaten alles kunnen missen
en helemaal vrij worden.
Het intiemste van een mens, intiemer dan de kleren
is de gedachte die men over zichzelf heeft,
het zelfbeeld dat men koestert
waar men zich aan optrekt.
'Leven' is ook dat kunnen loslaten
om vrij en onbevangen te kunnen groeien.
In de mate dat we kunnen loslaten
worden wij nieuw, worden wij toekomst.
Ook Jezus werd maar de Christus
nadat Hij alles had prijsgegeven.

XI.          AAN HET KRUIS GENAGELD

'Kom vriend,
reik je hand, ik ken mijn stiel.
Ik zal vakkundig de gesmede nagel
door je broze vlees drijven.
Het is mijn job.
Sorry, voor de pijn.'
De Romeinse soldaat doet zijn werk.
Zoals zovelen tot op vandaag
in de laboratoria, in de research,
in de productie van de wapenindustrie.
Zij doen hun job.
Met uiterste precisie
werken zij aan steeds fijnere instrumenten om feilloos te doden.
Want de oorlogsmachine valt nooit stil.
In de armste landen
worden de meeste oorlogen uitgevochten.
Ook kind-soldaten, vrouw-soldaten...
Zij doen hun job.
'Waarom grijpt God niet in ?' Cynische vraag
als men Hem eerst de handen vastgenageld heeft.

God,
Gij hebt onze handen gemaakt
tot precisie-instrumenten
om vaardig en vakkundig
met de dingen om te gaan.
Om uit ruwe stof
subtiele schoonheid tot stand te brengen.
Gij hebt ons handengegeven
om te genezen, om te spelen en te strelen:
handen, vrij om te geven.
Blijf ons nabij,
Dat wij ze nooit laten vastnagelen
op een taak die uw kijk tot een u topje
en uw droom tot een illusie maakt,

XII.         JEZUS STERFT AAN HET KRUIS

Op de kale heuvel buiten de stad
werd de Messias terechtgesteld.
Toen stierf de menselijkheid op deze wereld.
De onschuld werd verbeurd verklaard,
de echte liefde werd opzij gezet
voor begeerte en berekening.
Het werd donker op de wereld,
want Jezus is niet zo maar gestorven:
Hij is vermoord
en zou nog duizend maal worden vermoord
overal waar onschuldigen
door macht worden verpletterd,
ten onder gaan in oorlog, honger en corruptie,
overal waar mensen leren haten
en elkander naar het leven staan.
Jezus stierf...
Het was omstreeks het negende uur van de dag maar de schaduw van zijn dood
reikt tot op vandaag, tot in ons eigen leven.

God en Vader,
Wij staan nog altijd
onder het kruis van uw Zoon.
Het kwaad blijft tastbaar onder ons aanwezig.
Het is vergroeid met onze samenleving.
Het volgt elke vooruitgang,
elke ontwikkeling,
eik samenzijn van mensen.
Leerling van Jezus zijn
is dit kwaad in eigen leven
overwinnen door het goede.
Help ons, God,
hou ons staande onder zijn kruis.
Hou ons staande in alle duisternis
en trek met ons de wacht op bij
het goede totdat het morgen wordt

XIII.      VAN HET KRUIS AFGENOMEN

Zijn aanklagers konden nu rustig
hun paasfeest vieren.
Hij zou geen parabels meer vertellen
waarin zij te kijk werden gezet.
Hij zou nooit meer
vertrouwelijk doen over God
alsof het zijn Vader was.
Hij zou geen massa's meer
in beweging zetten.
Hij zou van het tempelplein wegblijven,
voorgoed.
Nu was Hij ongevaarlijk:
een dode met nauwelijks genoeg vrienden
om Hem van het kruis af te halen.
De avond viel.
De sabbat begon.
De Romein had zich weer teruggetrokken in de kazerne.
Het incident was gesloten
Het dode lichaam van Jezus
was het beste bewijs van zijn mislukking. Zijn aanklagers
konden rustig paasfeest vieren.

Heer God,
in uw zoon Jezus
hebt Gij onze dood geproefd:
de dood van het laatste uur
maar ook de dood van elke dag,
hoe eindig en beperkt we zijn,
hoe wij mislukken en falen.
Ten diepste zijt Gij met ons verbonden.
Sterven wordt nu minder eenzaam,
mislukken minder tragisch.
Het kruis is ontdaan van het dode lichaam.
Het wordt een teken van geleden leed
en van een liefde,
sterker dan de haat,
sterker dan de dood

XIV.       IN HET GRAF GELEGD

In de kilte van de rotswand,
in het donker van de aarde,
wordt het ontzielde lichaam
neergelegd
zoals men met een kostbare zaadkorrel doet. De weg naar het leven
loopt zo vaak over dood:
vergaan om te bestaan.
Hier gaat de oude mens ten onder,
de nieuwe ontkiemt,
een nieuwe manier van denken en van leven: er op uit zijn om te dienen,
niet om macht te veroveren,
de wraak overstijgen
en durven vergeven.
Nooit heeft leven en toekomst
zich zo sterk getoond
als hier in dit verlaten graf.

God en Vader,
Ons leven als christen
is een langzaam proces
waarin de oude mens sterft
en de nieuwe ontkiemt
Al te krampachtig klampen wij ons vast
aan wat voorbij is.-
leven op instincten,
leven als veredelde dieren.
Al te vaak zijn wij zo bang
om die oude mens uit te trekken,
om machtsdrang af te leggen,
om van wraak_gedachten af te zien.
God en Vader wij bidden U,
in herinnering aan de begraven Jezus,
help ons om de nieuwe mens aan te trekken,
de mens zoals die in Jezus
even zichtbaar werd.

XV.        VERRIJZENIS

Nooit was een morgen in de lente
zoveel morgen, zoveel lente.
Niet de wereld was veranderd,
wel de manier om naar die wereld te kijken: het licht van de dag vertelt van jezus,
licht voor de wereld.
De wind in de bomen
zingt van de Geest die waait waar Hij wil.
De bloemen langs de kant,
de oogst op het veld
zeggen hoe God met mensen is begaan.
Het brood en de wijn
in de samenkomst van herdenking
worden de tastbare tekenen
van Zijn aanwezigheid.
Nooit was een morgen in de lente
zo vol nieuwe dingen,
zo nieuw dat zij het vandaag nog zijn
voor wie de wereld als christen wil beleven.

Vader van de Heer Jezus,
die nu ook onze Vader zijt,
Herschep ons tot mensen van verrijzenis, dat onze woorden
blijde boodschap worden
en onze daden, wonderen van liefde. Heel de wonden
die ons kwaad heeft aangericht,
tot littekens van verheerlijking, voortekenen van de grote vreugde
op de jongste dag.