| Start |
|
18. Leven met mensen die anders doen en denken (8 februari 2004)
Op nauwelijks één generatie tijd heeft onze samenleving grondige verschuivingen doorgemaakt. Vlaanderen is pluralistisch geworden: allemaal komen wij in onze buurt en op ons werk mensen tegen die anders denken en handelen dan wij, mensen met soms heel andere opvattingen over het leven en de wereld, mensen met een andere levensstijl. We merken ook dat godsdienst of geloof – anders dan vroeger – geen belangrijke rol meer spelen in het maatschappelijke leven. Ze worden meer en meer beschouwd als privé-zaken: ze kunnen misschien wel nuttig zijn voor de “geestelijke gezondheid” van de mensen die er iets in zien, maar oefenen liefst niet te veel invloed uit op het concrete reilen en zeilen van de wereld. Vandaag zijn er andere factoren die een grote invloed gekregen hebben op het levenspatroon: de golfbewegingen van de economie, met haar wetmatigheden van productie en consumptie, of de beeldvorming via televisie en andere media.
Het is vandaag een tegendraadse keuze om het geloof echt een plaats te geven in het dagelijkse leven. De christenen in Vlaanderen die dát willen doen, zijn een kleine groep geworden, naast verschillende andere. Zo lijkt onze situatie steeds meer op die van vele christenen op andere plaatsen in de wereld, die vaak ook een minderheid zijn. Ze sluit echter ook onverwacht goed aan met de bijbelse beelden die spreken over de verhouding tussen Kerk en wereld: we moeten licht van de wereld zijn, zout van de aarde (Mt. 5, 13-14), gist in het deeg (Mt. 13, 33).
Het is een belangrijke vraag: hoe stellen we ons op ten opzichte van de wereld, en meerbepaald tegenover de mensen die er andere overtuigingen op na houden dan wijzelf? De aangehaalde beelden suggereren dat we ons open moeten stellen voor de wereld zoals hij is en delen in de “vreugde en hoop, het verdriet en de angst van de mensen van vandaag”. Gist en zout zijn er niet voor zichzelf, maar voor het deeg en voor het voedsel. Dit betekent helemaal niet dat we met alles akkoord moeten gaan wat er in onze wereld gebeurt. Maar het blijft waar dat het evangelie een cultuur slechts kan verrijken wanneer de christenen zich niet voor die cultuur afsluiten. Het veronderstelt dat we deelnemen aan het maatschappelijke leven en in dialoog durven te gaan met andere mensen, met respect en luisterbereidheid.
De feitelijke verscheidenheid aan opvattingen en levensstijlen maken verdraagzaamheid en respect voor ieders overtuiging trouwens nog belangrijker dan vroeger. Dit zijn waarden die in onze cultuur terecht veel aandacht krijgen, ook al is het niet altijd gemakkelijk om ze op een gezonde manier in praktijk te brengen. Zeker in onze dagen is het nodig om aan te tonen dat geloof en godsdienst niet onverzoenbaar zijn met pluralisme, dat ze integendeel de goede verstandhouding en het respectvol samenleven kunnen dienen. De ontmoetingen tussen de leiders van de verschillende wereldgodsdiensten, maar ook tussen plaatselijke geloofsgemeenschappen, zijn een belangrijk teken van deze bereidheid om vanuit de godsdiensten mee te werken aan dialoog, vrede en wederzijds respect.
Echte dialoog en pluralisme veronderstellen anderzijds echter ook dat we in de dialoog met anderen werkelijk vanuit onze christelijke identiteit durven te spreken en de verschillen in opvatting over bepaalde vragen niet uit de weg gaan. We zullen geen duurzame vrede winnen door alle standpunten maar gelijk te schakelen en de vraag naar wat de menselijkheid het meest dient tussen haakjes te zetten. Pluralisme mag niet herleid worden tot een valse neutraliteit, waarbij we de inspiratiebron voor ons handelen en spreken niet meer ter sprake zouden mogen brengen. Hebben wij vandaag de vrijmoedigheid om vanuit ons geloof te spreken over maatschappelijk belangrijke vragen? Durven we met een gezonde fierheid en blijheid verantwoording af te leggen van de hoop die het geloof in ons wekt (cf. 1 Petr. 3, 15)? Het evangelie zelf vraagt ons om met anderen daarover in gesprek te gaan, bescheiden en in eerbied voor ieders vrijheid, maar ook met enthousiasme. De lamp is er niet om onder de korenmaat te zetten en zout dat zijn kracht verliest, dient alleen nog om weggegooid en vertrapt te worden (Mt. 5, 13-15)… Amen.