Start

MARIA , MOEDER VAN DE HOOP
Meibedevaarten KVLV-LG Oost-Vlaanderen 2009

=Openingslied :’t Klinkt zo zacht (ZJ751)
’t Klinkt zo zacht mij in d’oren, het blijde Weesgegroet,
simpel, zuiver en zoet als ’t lied der eng’lenkoren.
Refr.
Ave Maria, Ave Maria,
kon o moeder mijn zingen,
diep
in uw harte dringen.
Ave Maria, Maria.

Komt mijn stervensuur nader, blijf moeder dan bij mij,
maak
het sterven mij blij, en voer me tot de Vader.

In de hemelse vrede, laat mij dan ’t Weesgegroet,
Moeder, zingen voor goed, door alle eeuwigheden.

=Opening
Vandaag zijn we opnieuw samen met de Landelijke Beweging,
op
bedevaart op deze vertrouwde plaats, dit oord van Maria.
Het feit dat wij hier bijeen zijn, is een teken van hoop en van vrede.
Hoop en vrede worden ook doorgegeven door mensen die vol zijn van Gods Geest.
Maria is de eerste onder hen, zij is de moeder van de hoop.
In haar zien wij hoe geloof, hoop en liefde in een mensenleven kunnen werken.

Laat ons dan samenzijn in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

=Schuldbelijdenis
Pr.
Laten we ook in deze viering
een moment stil staan bij onze schuld,
bij
ons tekort aan geestdrift, geloof en hoop.

L.
Maria was één en al vertrouwen.
Ons vertrouwen is zo rap zoek.
Wij zijn dan moe, moedeloos en neerslachtig.
We vragen om vergeving.
Heer, ontferm U over ons.

L.
Maria is beeld van de kerk.
Zij was een vrouw van geloof.
Ons geloof blijft klein en onder de maat.
We vragen om vergeving.
Christus, ontferm U over ons.

L.
Maria had een grote liefde voor God
En haar medemensen.
Wij staan niet altijd klaar om ergens te helpen.
We vragen om vergeving.
Heer, ontferm U over ons.

Pr.
Heer God, blijf met ons begaan en ontferm U over ons.
Wijs ons de weg naar een blijvende vreugde.
Dat vragen wij U, door Christus onze Heer.

=Openingsgebed
Heer, onze God,
in Maria toont Gij ons wat geloven betekent :
steeds weer op weg gaan
naar een onbekende toekomst.
Moge haar geloof ons blijvend inspireren.
Laat in ons groeien een sterke hoop
en een grote toekomstverwachting.
Moge haar danklied ook ons lied worden tot U.
Dat vragen wij, door Christus onze Heer.
Amen.

=Eerste lezing : Gen.7
Honderdvijftig dagen lang voer Noach met zijn drijvende dierentuin over de wateren. Toen werd het lente. En God gedacht Noach en alle dieren die bij hem waren, hij deed zijn adem over de aarde gaan en de wateren bedaarden, de vloed nam af en de ark kwam tot rust op de bergen van Ararat.
Noach opende het venster van de ark en zond een raaf op verkenning uit. Een wilde vogel is de raaf, een rover. Het dier bleef driftig heen en weer vliegen, Noach werd er niet veel wijzer van.
Na zeven dagen zond hij een duif uit, een vogel die het liefst nestelt waar de mensen wonen. Maar nergens vond het dier van de vrede een hol voor zijn voet, de wateren bedekten nog gans de aarde. Noach stak zijn hand uit het venster en bracht de duif weer veilig binnenboord.
Na weer zeven dagen liet Noach de vogel andermaal los. Des avonds kwam de duif terug, met een olijfblad in zijn snavel. Een eerste groet uit het herwonnen paradijs. Belofte van een nieuwe tuin.
Weer wachtte Noach zeven dagen. Onze schipper naast God telde kennelijk van sabbat tot sabbat. Hij telde de dagen van God uit naar God toe. Toen liet hij de duif ten derde male gaan. Die avond keerde de duif niet weer.
Noach en de zijnen verlieten de ark, samen met de dieren. Aan land gegaan bouwde hij een altaar om er een brandoffer te brengen, God dankend voor hun redding, voor hun behouden vaart en voor dit nieuw begin. (Vertaling Nico ter Linden)        

=Bezinningszang :Hoge Vrouwe in de hemel
Hoge Vrouwe in de hemel, ’s Heren Moeder, reine Maagd.
Hoor het volk der Lage Landen, dat U ned’rig bijstand vraagt.
’t Heeft al oude adelbrieven van zijn godsvrucht, deugd en eer.
Wil, zo smeken wij U Vrouwe, voor ons bidden bij de Heer.
Refr.
Lieve Vrouwke in de hemel,
die der Vlamen Moeder zijt,
red uw volk uit diepe noden,
maak
het tot de deugd bereid.

Lieve Vrouwe, zo was Vlaand’ren, hoofs, eenvoudig en devoot.
Kersten van geloof en zeden bleef het in zijn hoogste nood.
’t Bouwd’ U tempels en kapellen van de zee tot in de hei,
’t Schilderd’ U in pracht van kleuren, ’t zong U lied’ren in de mei.

=Evangelie : Lucas 1,45-55 (Magnificat)
Mijn ziel maakt groot de Heer,
en mijn geest is verrukt over deze God,
mijn bevrijder,
omdat
hij heeft omgezien
naar de lage staat van zijn dienstmaagd.
Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen
alle geslachten, omdat de Almogende
grote dingen aan mij gedaan heeft.
En heilig is zijn naam,
en
zijn barmhartigheid is van geslacht op geslacht
voor wie hem eerbiedigen.
Een krachtig werk heeft God gedaan,
hij heeft hoogmoedigen verstrooid,
machtigen van de troon gestort,
vernederden
verhoogd.
Hongerenden heeft hij met goede gaven overladen,
rijkaards ledig weggezonden.
Israël, zijn knecht, heeft hij vastgehouden,
zijn
erbarmen voor Abraham en zijn nageslacht
indachtig tot in eeuwigheid. (vertaling Nico ter Linden)

=Homilie

=Geloofsbelijdenis
(samen)
Ik geloof door alle twijfel heen,
dat
U de Schepper van alle leven bent.
Ik geloof door alle twijfel heen,
dat
U de mens opnieuw geboren laat worden
en door het duister in het licht brengt.
Ik geloof met alle hoop die in mij is,
dat U ons geschonken hebt aan elkaar;
om elkaar te behoeden,
te beschermen en tot vrede te brengen.
Ik geloof met alle hoop die in mij is,
dat U door mensen heel warm en menselijk tot ons wilt komen;
dat U in ons de hoop doet groeien
dat de dag komt van vrede, zonder oorlog en geweld.
Ik ‘geloof’, ondanks alle twijfel, maar met alle ‘hoop’ die in mij is.
Amen.

=Hulde aan Maria
Bij het Mariabeeld worden gekleurde sjaaltjes gedrapeerd. Telkens nadat een doek is aangebracht wordt een korte tekst voorgelezen.

Maria, wat ons boeit in jou
is je bereidheid om te delen:
je
spontane dienstbaarheid.
Je vindt het zo vanzelfsprekend
dat je tijd maakt om te luisteren,
dat je tijd maakt om te helpen,
dat
je tijd maakt om lief te hebben.

Bij de blauwe doek

Daarom schenken we je
een blauwe mantel, je eigen kleur Maria,
de kleur van water en lucht, van de horizon,
blauw is de kleur van verlangen, van hemel en van verten,
een mantel voor je onbevangen keuze voor het leven,
omdat
je steeds ‘ja’ hebt gezegd, je hele leven lang.

Bij de groene doek

Maria, we willen je kleden met een mantel van groen.
De kleur van hoop en van leven, van de jeugd.
Groen is de kleur van leven, natuur en van rust.
Een mantel voor je luisterend oor,
want
jij bewaart onze woorden diep in je hart
en geeft hoop en geloof, als wij zijn verstard.

Bij de purperen doek

Misschien een wat droeve mantel, Maria van smarten.
Een kleur vol bezinning en omkeer. Het is de kleur van verdriet.
Soms sterker dan wankel licht.
Maar de glans van vertrouwen en stille hoop schijnt er doorheen.
Het is de kleur ook van de mantel die Jezus kreeg omgelegd
De kleur van pijn, maar ook van geloof in Pasen.

Bij de rode doek

Maria, we geven jou een rode mantel.
De kleur van liefde en van strijd,
de
kleur van het volk en van solidariteit.
Rood is de kleur van de warme trouw,
een
mantel voor een vrouw als een rots in de branding.
In ons rusten en in ons werken, voor oud en voor jong
blijf 
jij herkenbaar als medemens in ons midden.

Bij de witte doek

Maria, jij bent voor velen de veelkleurige ,
beschermende mantel, een toevlucht en een hulp.
Alle kleuren passen daarbij, een echte regenboog van kleuren.
Daarbij hoort ook nog een witte mantel,
Alle kleuren in het witte licht,
de
glans van een ster in de nacht.

=Gebed bij de gaven
Heer, uit het goede van uw schepping
bieden wij U deze gaven aan
en vragen dat Gij ze wilt aanvaarden.
Moge dit brood ons sterken
om hoopvol mee te werken aan uw schepping
vandaag en morgen.
Door Christus, onze Heer. Amen.

=Eucharistisch gebed

=Onze Vader

=Vredesgebed en vredewens
Allen verlangen wij naar liefde en geluk,
maar
geluk is broos
en de liefde wordt dikwijls beschadigd.
Jezus Christus wekt ons op
met hart en ziel en lichaam lief te hebben.
Daarvan heeft Hijzelf een voorbeeld gegeven.

Laat ons dan bidden :
Heer Jezus Christus,
in
woord en daad
hebt Gij Gods liefde getoond.
Vrienden hebt Gij ons genoemd.
Wij bidden U,
dat
wij wegen van vrede en liefde vinden
naar allen die wij ontmoeten.
Dat vragen wij U, die leeft in eeuwigheid. Amen.

=Communie

=Communielied:  Lief Vrouwke
Lief Vrouwke, ik kom niet om te bidden,
maar
om een poos bij U te zijn.
Ik heb U niets te geven, niets te vragen deze dag.
Ik bezit alleen de grote vreugde
dat ik U bekijken mag . (bis)

Lieve Vrouwe, ik kom om U te danken
voor deze schone heil’ge stond.
Ik weet dat Gij mij lief hebt altijd meer nog elke dag.
Ik bezit alleen de grote vreugde
dat ik U beminnen mag. (bis)

Lieve Vrouwe, ik kom om U te vragen
wil ons allen zeg’nen nu.
Ik reken op uw goedheid, moederliefde elke dag.
Ik bezit alleen de grote vreugde
dat ik op U steunen mag. (bis)

=Slotgebed
(samen)
Maria,
we kwamen hier samen met onze vragen en twijfels,
met
onze vreugde en verdriet.
Het feit dat wij hier bijeen waren,
is
een teken van hoop en vrede.
Het is een teken van gemeenschap tussen mensen.
Help ons dat fijne gevoel van samenhorigheid te bewaren,
zodat
wij weer een tijdje bestand zijn tegen het leven
dat soms toch hard kan zijn.
Maar help ons ook om oog te hebben
voor alle mooie en goede dingen rondom ons.
Want elke dag is er nieuw leven in de natuur
en zingen de vogels hun mooiste lied.
Leer ons weer wat tijd te nemen
om het eens stil te maken in onszelf
en te genieten van de eenvoudige dingen. Amen.

=Zegen

Eventueel bij de start van de kaarsenprocessie
=O.L.V. van Vlaanderen
Liefde gaf U duizend namen,
groot en edel, schoon en zoet,
maar geen een die ’t hart der Vlamen
even hoog verblijden doet,
als de naam, o Moedermaagd,
dien Gij in ons landje draagt
schoner klinkt hij dan al d’andren:
Onze Lieve Vrouw van Vlaand’ren. (bis)

Waar men ga langs vlaamse wegen,
oude hoeve, huis of tronk,
komt men U, Maria tegen,
staat uw beeltenis te pronk,
lacht ons toe uit lindegroen,
bloemenkrans of blij festoen,
moge ’t nimmer, hier verand’ren,
o gij Lieve vrouw van Vlaand’ren. (bis)

Blijf in ’t vlaamse harte tronen
als de hoogste koningin,
als de beste moeder wonen
in elk vlaamse huisgezin.
Sta ons bij in alle nood,
nu en in het uur der dood,
ons uw kind’ren en ook d’and’ren,
liefste
lieve Vrouw van Vlaand’ren. (bis)

Varianten

=Offeren van een kaars
Voor we van hier weggaan
willen we nog eens ons vertrouwen in Maria uitdrukken
door het offeren van een kaars.
Het licht dat wij hier mochten vinden,
willen we graag brandend houden in de komende tijd,
ook
nadat we van hier zijn weggegaan.
Wij stellen ons door het symbool van de kaars
onder Maria’s blijvende bescherming.
Wij vragen haar deze bescherming
ook voor hen die hier nu niet aanwezig zijn
maar in gedachten toch bij ons zijn.

=Litanie
Als onze wereld donker wordt. MARIA, BID VOOR ONS.
Als wij wachten op het licht. MARIA, STA ONS BIJ.
Als twijfel ons verbittert en verscheurt. MARIA, BID VOOR ONS.
Als wij danken om de schepping. MARIA, STA ONS BIJ.
Als wij geen vrede vinden in onszelf. MARIA, BID VOOR ONS.
Als wij een stap naar vrede zetten. MARIA, STA ONS BIJ.
Als verzoening ons onmogelijk lijkt. MARIA, BID VOOR ONS.
Als wij ons met elkaar verzoenen. MARIA, STA ONS BIJ.
Als wij niet trouw zijn aan uw Zoon. MARIA, BID VOOR ONS.
Als wij trouw zijn in het kleine. MARIA, STA ONS BIJ.
Als wij ons sluiten voor de liefde. MARIA,BID VOOR ONS.
Als wij leven in de liefde. MARIA, STA ONS BIJ.
Als wij niet groeien in geloof. MARIA, BID VOOR ONS.
Als wij de weg gaan van geloof. MARIA, STA ONS BIJ.
Als wij kleinmoedig zijn in hoop. MARIA, BID VOOR ONS.
Als wij ondanks alles ‘hopen’. MARIA,STA ONS BIJ.
Als leed ons moedeloos maakt en hard. MARIA, BID VOOR ONS.
Als wij het lijden niet ontlopen. MARIA, STA ONS BIJ.
Als wij bang zijn voor de dood. MARIA, BID VOOR ONS.
Als wij de dood in de ogen kijken. MARIA, STA ONS BIJ.

-2009-