Start

Meibedevaart  2002

Maria, Ark   van  geborgenheid   en geloof

Intredelied        (t.: H. Oosterhuis   m.: G. Philippeth ZJ 410 of 420)

De geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt,
in al wat groeit en leeft zijn adem uitgezaaid.
De Geest van God bezielt die koud zijn en versteend,
herbouwt wat is vernield, maakt één wat is verdeeld.

De Geest die ons bewoont verzucht en smeekt naar God,
dat Hij ons in de Zoon doet opstaan uit de dood.
Opdat ons leven nooit in weer en wind bezwijkt,
kom Schepper Geest, voltooi wat Gij begonnen zijt

Inleiding : Een sterke vrouw, wie vindt haar ?

Lezing naar het Boek der Spreuken  hoofdstuk  31

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden  ?
Zij heeft haar eigen onvervangbare plaats.

Ze kan regeren met een vaste hand en een rijk gemoed,
met een boordevol hart en een scherpe geest.

Zij denkt beredenerend, liefdevol en intuïtief afgerond.

Zij gelooft in mensen en in God.
Haar hoop schept toekomst,
haar liefde ontsluiert het mooiste dat leeft in een mens.

Zij is onzegbaar trouw en een gegeven woord is heilig voor haar.
Zij is een veilige haven voor wie bedroefd is en in nood verkeert.

Zij blijft de dienende, de sterke die leven geeft én het leven koestert.
Een liefhebbende echtgenote, een beste moeder,
wie zal haar vinden in deze tijd  ?

God zal haar opwekken in lengte van jaren
want de wereld – onbewust  -
bouwt verder op haar wezen-in-nabijheid.

Vergevingsmoment

Zich over iemand ontfermen is zich
het lot van die ander aantrekken.
Zo ontfermt God zich over ons.
Hij heeft het beste met ons voor.
Daarom mogen wij ons keer op keer aan hem toevertrouwen,
ons telkens weer laten koesteren door Hem
en Zijn ontferming vragen.
Omdat Hij onze Vader - en Moeder - is,
en wij Zijn kinderen zijn.

Heer God, wanneer wij ons klein en breekbaar voelen,
wanneer wij opgaan in de maalstroom
en onszelf dreigen te verliezen,
ontferm U dan over ons. 
  Heer ontferm U

Heer God, wanneer we ons zó onvolmaakt voelen
in een wereld die van ons de perfectie schijnt te eisen,
wanneer wij enkel nog de gebreken aan onszelf zien
en niet tevreden zijn met wie we zijn,
zie ons dan graag  en ontferm U over ons.       
   Christus ontferm U

Heer God, wanneer we ons opgejaagd en bedreigd voelen,
wanneer we bijna kopje onder gaan in stress en haast,
wees dan voor ons een oase van rust,
een veilige plaats om te schuilen.
Ontferm U dan over ons   

   Heer ontferm U  

Openingsgebed

God, onze Vader,
Vandaag zijn wij hier samen
om de belofte te vieren die Gij ons hebt toegezegd:
dat Gij onze ark wilt zijn die ons draagt op de stormen van onze tijd;
dat Gij ons als een Moeder wilt dragen en koesteren;
dat wij bij U geborgen mogen zijn.
Met Maria willen wij U daarom loven en danken
omdat Gij de kleinsten en de zwaksten uitkiest
om dragers van Uw nieuwe schepping te zijn.
Blijf daarom bij ons met uw Geest van liefde en trouw
in deze viering en in heel ons leven
door Christus onze Heer. Amen.

Eerste lezing : Hand. 1,14

Maria keek uit het kleine raampje van de bovenzaal, richting Olijfberg.
'Ze zullen zo dadelijk allemaal weer binnenstuiven...' dacht ze.
Al die vrienden van Jezus waarmee ze nu zo vertrouwd was geworden.
Elke dag vonden ze mekaar in dezelfde bovenzaal.
Het was hun stamcafé geworden.
Ook de Olijfberg was zo een plek waar ze vaak bijeenkwamen.
Vanaf het begin had Johannes Maria meegebracht  en zij vond er haar vreugde in.
Zij voelde iets van de geest die Jezus in die groep had teweeggebracht.
De jongens hielden van elkaar.
Op die bewuste nacht hadden ze wel allen de vlucht genomen,
maar nu zouden ze voor elkaar door een vuur gaan. Ineens kwamen ze binnen.
Zij had hen niet horen aankomen.
Ze bleken allen zo stil en zo ontdaan...
'Is er iets?'
Simon dronk even van de kruik,
die in een koele hoek van de zaal stond...
'Wij hebben Jezus gezien, wellicht voor de laatste keer.
Hij is nu, waar Hij eigenlijk thuishoort:
bij de Vader waar Hij zo vaak over gesproken heeft.
Hij heeft ons de Geest beloofd,
want, zegde hij, gij moet veel verder gaan dan Jeruzalem.
Hij sprak over Samaria, evengoed als over Judea,
ja, tot het einde van de aarde moet gij gaan.
Gij zijt mijn getuigen...'
De mannen luisterden instemmend naar Petrus' woorden, als las hij een testament voor,
en keken dan bezorgd naar Maria.
Het zou dus gedaan zijn met dit gezellig onder-onsje.
'Toen Jezus, enkele jaren geleden uit mijn huis wegging,' zei Maria, ‘k heb ik hem nagekeken.
Toen begreep ik het allemaal niet, toen dacht ik: het loopt allemaal op niets uit.
Maar nu weet ik beter: Hij moest weggaan.
Zo is het ook met u allemaal.
Wij moeten mekaar durven verlaten, telkens weer

Lied  :   Door zachte stilte   :    naar J. van Opbergen / m.: ZJ 514)

Door zachte stilte nieuw gevonden
en voorbereid op nieuwe storm;
door zachte stilte nieuw gevonden,
de geestkracht zoekt zich nieuwe vorm.

De visioenen gaan herleven
van onderop en reken maar:
de Messias komt in ons leven,
een nieuwe toekomst met elkaar

De grote woorden zullen keren,
maar dan bescheiden, zacht en sterk;
de grote woorden zullen keren,
door liefde Gods als mensenwerk.

Evangelie    :  DE JONGE KERK uit Hand. 2,42-47

De Galileeërs ? Speciaal volkje!
Ze blijven hier in Jeruzalem rondhangen
en houden zeer sterk aan mekaar.
Zij zijn vriendelijk en dienstvaardig voor iedereen.
Hun groep wordt met de dag talrijker.
Men zegt zelfs dat er Jerusalemmers bijkomen
die hun bezittingen verkopen
en het geld in een gemeenschappelijke pot leggen.'
Als een vuurtje liepen de geruchten
door de straatjes en steegjes van de stad.
Elke dag zag men hen in groepjes optrekken naar de tempel.
Daarna gingen ze binnen in één of ander huis.
Verwonderd sloegen de mensen hun doen en laten nauwkeurig gade.
Ook Maria was verwonderd dat zij elke dag
nieuwe gezichten
zag binnenkomen in het huis van samenkomst.
Voor elk van hen had zij een bijzondere aandacht.
Met veel moederlijke zorg vroeg zij aan ieder van hen
hoe het hen ging?
Zij luisterde naar hun kleine en grote noden.
Die samenkomsten waren voor haar sublieme ogenblikken. Als het brood gebroken werd
en 'zijn' woorden weer werden uitgesproken,
was Jezus weer bij haar aan tafel.
Dan was Hij, - anders dan vroeger - nog dichterbij dan toen.
Maria mocht de kleine kudde bevestigen en bemoedigen. Zij zorgde ervoor dat niemand van hen
enig gebrek moest lijden,
dat niemand, die het moeilijk had, ongetroost naar huis ging.

Homilie

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God de Vader, Schepper van hemel en aarde,
Ruimteverschaffer aan mensen, Laatste geborgenheid van ons bestaan.

Ik geloof in Jezus de zoon, de betrouwbare Messias,
Mensenzoon die de goede richting wijst :
Hij is mijn Weg,  mijn Waarheid en mijn Leven.

Ik geloof in de Heilige Geest die ons deel doet hebben
aan het nieuwe Messiaanse leven van geloof, hoop en liefde

Ik geloof in het Rijk van God dat zich overal ter wereld aandient
waar mensen zich oefenen In een grondhouding van
Recht doen, getrouwheid en liefhebben en eerlijk wandelen met God.

Ik geloof dat wij op weg zijn naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde
waar ooit gerechtigheid zal wonen.

Ik geloof in het gebed en in het wachten op Gods tijd.
Zo houd ik de deur open naar mijn toekomst :
Totdat God alles in allen zal zijn.

Voorbeden

Bidden wij tot God, onze Vader,
op voorspraak van Maria, de moeder van Jezus.

Voor hen die verantwoordelijkheid dragen in de kerkgemeenschap,
in onze parochies, in onze Landelijke Beweging :
dat ze mogen groeien in geloof en vertrouwen in de Heer,
dat ze een échte Blijde Boodschap mogen doorgeven,
en dat ze vreugde mogen kennen in hun inzet en edelmoedigheid :
Laat ons bidden

Voor de vrede in de wereld :
dat onze menselijke verhoudingen
worden gedragen door geloof en dienstbaarheid,
door toegankelijkheid en beschikbaarheid :
Laat ons bidden

Voor onszelf en voor wie ter harte gaan,
voor wie we misschien op bedevaart gekomen zijn,
voor hen die met ons samenleven in familiekring en beweging,
dat we allen , in de kracht van de Heest
vindingrijk zouden zijn om elkaar gelukkig te maken :
Laat ons bidden

Lieve Maria,
smeek voor ons om de gaven van de Heilige Geest, die zoveel van je houdt
opdat in onze schoot, in ons hart
een nieuw moeder- en vaderschap kan groeien
waardoor wij mensen, veraf of dichtbij
zo echt liefhebben dat anderen in God zullen geloven
omdat ze zien wat ook van de Eerste Kerk gezegd werd :
“ Zie hoe ze elkaar beminnen ”   Amen

Offerandelied  (t.: Oosterhuis / m.: Huijbers ZJ 559

De Heer heeft mij gezien en onverwacht
ben ik opnieuw geboren en getogen.
Hij heeft mijn licht ontstoken in de nacht,
gaf mij een levend hart en nieuwe ogen.
Zo groeit Hij steeds met stille overmacht
en zo neemt hij voor lief mijn onvermogen.

Gij geeft het uw beminden in de slaap,
Gij zaait uw naam in onze diepste dromen.
Gij hebt onszelf ontvankelijk gemaakt,
zoals de regen neerdaalt in de bomen,
zoals de wind, wie weet waarheen hij gaat,
zo zult Gij uw beminden overkomen.

Gebed over de Gaven

God, onze Vader,
Gij hebt ons Maria gegeven die ons hier samenbrengt rond deze gaven :
de vruchten van onze arbeid , het licht en de bloemen
van de vreugde van ons samenzijn.
Aanvaard dit brood en deze wijn : tekenen van Jezus’ gegeven leven.
En schenk ze ons terug
als het Lichaam en het Bloed van Uw Zoon, Jezus Messias.

Dank- en tafelgebed

Pr.:

Wij danken U, Vader, dat Gij een God van mensen zijt
dat Gij ons draagt zoals het water een boot laat drijven,
dat Gij ons kent bij onze naam,
dat Gij de wereld in uw handen houdt.

Allen:            

Want daarom hebt Gij ons geschapen
en daartoe ons geroepen in dit leven,
dat wij met U en met elkaar verbonden zouden zijn,
Uw volk op deze aarde.

Pr.

Gezegend zijt Gij om het licht van onze ogen
en om de lucht die wij ademen.
Wij danken U voor heel de schepping,
voor alles wat Gij gedaan hebt in ons midden
door Jezus, Uw zoon.

Allen:

Want waar hij was, die mens Jezus,
gingen doven de oren open
en vielen blinden de schellen van de ogen.

Pr.:

Waar hij was werd de besmette melaatse in de kring opgenomen
en werden zieken de straffende vinger van God uit het hoofd gepraat.

Allen:

Waar hij was werd brood en vis van harte gedeeld
en groeide uit ‘amper iets voor één’ :
‘overvloed voor allen’.

Pr.:

 Hij vertelde over het dagelijkse leven:
over een zaadje zo klein en de boom zo groot,
over een man met schuren vol en zo arm als wat,
over een kind dat wegliep en terugkwam,
Duidelijke taal voor wie horen kan.

Allen:

Onvergetelijk wat hij zei over vrije vogels
die zaaien noch maaien en niet opslaan in schuren
maar geen gebrek lijden.
Over bloemen in ‘t wild:
ze zetten geen stap, ze spinnen geen draad
en er is geen mens die gekleed gaat als zij.

Pr.:

Vanaf de berg zag Hij de wereld op zijn kop.

Allen:

Zalig de armen, want je bent niet gelukkig om wat je bezit
en je wordt niet rijk van wat je hebt; -
zalig die van wapens niet willen weten,
ze winnen de wereld zonder geweld; -
zalig die hun zinnen zuiveren,
ze vinden God in het diepst van hun hart; -
zalig die deemoedig zijn,
als een kind bij hun moeder zijn zij geborgen bij God.

Priesters. 

En hier denken we terug aan die laatste avond die Jezus doorbracht temidden van de zijnen,
hoe hij brood brak en uitdeelde met de woorden
NEEM EN EET HIER ALLEN VAN, DIT IS MIJN LICHAAM VOOR U GEGEVEN.
Daarna nam hij ook de beker met wijn, dankte God en zei :
NEEM EN DRINKT HIER ALLEN UIT, DIT IS DE BEKER VAN HET GELOOF,
HET NIEUWE EN ALTIJD DURENDE VERBOND :
HET IS MIJN BLOED VOOR U VERGOTEN.
EN  BLOEDVERGIETEN MAG ALLEEN DIT BETEKENEN :
IK GEEF MIJN LEVEN VOOR IEMAND ANDERS.

ALLEN  :   Verkondigen wij de kern, het mysterie van het geloof.

Allen:

Zo heeft Hij de hoop op leven
in het hart van de mensen neergelegd,
zijn geloof dat alles zich uiteindelijk ten goede keert.
Wat Hij heeft gezegd en gedaan,
dragen we als een kind in onze schoot,
het kan ons niet meer worden ontvreemd,
in geen graf voorgoed begraven worden.

Pr.:

Steeds weer zal het tot leven komen, en uit de dood opstaan,
zal God zijn rijk doen komen op aarde.
om steeds weer hetzelfde:
vrede en gerechtigheid, op aarde als in de hemel,
Uw naam geheiligd, Uw wil gedaan.

Onze Vader 

ONZE  VADER

Onze Vader in de hemel, maak alles nieuw.
Geef uw naam aan deze wereld, maak alles nieuw.
Breng uw koninkrijk tot leven, maak alles nieuw.
Wees de hemel, wees de aarde, maak alles nieuw.
Geef uw brood in onze dagen, maak alles nieuw.
En vergeef ons onze schulden, maak alles nieuw.
Lat ook ons elkaar vergeven, maak alles nieuw.
God, verlos ons van het kwade, maak alles nieuw.

Na de communie : Het lied van Maria             (t.: H. Bouma / m.: ZJ 403)

God wil bij mensen wonen,
Hij vraagt om onderdak.
Wie stelt zich voor hem open,
Wie geeft aan Hem zijn hart?
Waar is het huis op aarde,
dat Hem een welkom roept,
Wie is voor onze schepper
de mens naar wie Hij zoekt?

Een vrouw neemt hem ter harte
Maria is haar naam.
Haar God is haar te machtig,
zij biedt haar diensten aan
Zij huivert van ontroering,
geluk valt in haar schoot,
God kiest haar tot de moeder
van zijn geliefde Zoon

Maria zingt haar loflied,
God voelt zich thuis bij haar,
wie is Hij dat Hij omziet
naar haar geringe staat?
Hij is de God der armen,
voor wie Hem roept in nood,
Hij is de mens barmhartig
die ned'rig op Hem hoopt.

Slotgebed :

Lieve Maria en Jozef,
leer ons met elkaar
en met alle mensen rondom ons beter omgaan.
Help ons de anderen ten diepste te respecteren, hen niet te bezitten,
niet tot de onze te maken,
maar vrij te laten in de handen van God.
Want wij zijn kleine mensen,
je kent ons wel,
behept door het kwaad
dat greep op ons wil krijgen
in eer- , heers- en hebzucht.
Toon ons hoe ook wij voor elkaar
de armen en de schoot kunnen worden
waarin God mensen draagt. Amen

Zending en zegen

Slotlied  “ Liefde gaf u duizend namen ”
( voor Oostakker nog processie  met rozenkrans )

Slotgebed

Maria,

leer mij een betrouwbaar mens te zijn,
die elk toevertrouwd geheim
schroomvol bewaart, zijn leven lang.

Leer mij een toegankelijk mens te zijn
aan wie anderen zich kunnen toevertrouwen
met hun pijnen en hun verlangens.

Leer mij een grootmoedig mens te zijn
die geen jaloersheid kent
en blij is om het succes van de anderen.

Leer mij een begrijpend mens te zijn
die iedereen het recht laat
om groot te worden in zijn vergissingen.

Leer mij een beschikbaar mens te zijn
die zijn blijheid vindt
als anderen een beroep op hen doen.

Leer mij een mens van mededogen en barmhartigheid te zijn,
maak van ons allen een ark van verbondenheid
zoals Jij was voor Jezus
en zoals Jezus het was voor ieder mens.
Amen.

Zegening met het heilig sacrament.