| Start |
“Ga drinken aan de bron en
was u er”
(Lourdes 25 februari 1858, 9de verschijning)
Meibedevaarten Oost-Vlaanderen 2008
Lied om stil bij te worden: ’t Klinkt zo zacht (ZJ 751)
’t Klinkt
zo zacht mij in d’oren, het blijde Weesgegroet,
simpel, zuiver en zoet als ’t lied der engelenkoren.
Refr.
Ave Maria! Ave Maria!
Kon, o Moeder mijn zingen, diep in uw harte dringen.
Ave Maria! Maria!
In
de hemelse vrede, laat mij dan ’t Weesgegroet,
Moeder zingen voor goed, door alle eeuwigheden, Refr.
Openingswoord
Welkom beste mensen, van waar je ook gekomen bent. Jullie
die hier zijn
samengekomen in dit bedevaartsoord.
We weten ons hier verenigd als gelovige, misschien zoekende mens, hier bij de
Bron
waar Maria, die bijzondere vrouw, zovelen tot steun en troost is geweest.
Maria, de moeder van Jezus, die zelf zoveel heeft gedragen, maar moedig in het
leven
stond. Die zonder klagen in alle eenvoud haar zorgen en pijn, biddend aan God
heeft
toevertrouwd. Haar levenswijze mag voor ons een Bron van bemoediging zijn,
een bron waarbij wij ons mogen laven.
Bede om vergeving
Pr.
Laten we
bij het begin van ons samenzijn even voor de spiegel gaan staan en de
levenswijze van Maria en haar Zoon Jezus er bijnemen, en onze kleinheid aan God
toevertrouwen.
Lector
We zijn vaak zo
vol van onszelf, in het geloof van eigen kunnen en kennen, en eigenen ons het
toevertrouwde goed toe als ons bezit. We vergeten God wel eens dankbaar te zijn
om onze talenten, om de natuur en alles waarvan wij mogen leven dat ons als
geschenk gegeven is.
Heer, ontferm U over ons.
Lector
We zijn vaak zo vol van onszelf, in onze houding tegenover medemensen. Soms
zijn we bezitterig in wat we hebben verworven, in onze houding ook naar anderen
in het delen van aandacht en nabijheid. Soms kennen we mensen in nood en zijn
we te stoer om een vraag met een uitgestoken hand te beantwoorden…
Christus, ontferm U over ons.
Lector
We zijn vaak vol
van onszelf, hebben altijd wel iets te zeggen over anderen. We hebben zo weinig
respect en waardering voor het positieve of goede dat mensen voor elkaar kunnen
zijn. We zijn soms zo weinig dankbaar om de dienstbaarheid en zorg aan ons
besteed…
Heer, ontferm U over ons.
Pr
Moge de
liefdevolle God zich over ons ontfermen, onze kleinheid en zonden vergeven
en ons geleiden tot nieuw en eeuwig leven. Amen.
Laten we God eer en lof brengen
Gebed
bij het begin van de viering
God en Vader,
Gij hebt ons uw Zoon geschonken,
in Hem hebt Gij Uw droom met de mens aan ons kenbaar gemaakt.
Wij danken U dat wij ons ook vandaag kunnen laven
aan de bron van levend water, Uw Blijde Boodschap.
De Bron ook van waaruit Maria ons tot voorbeeld is geweest
als biddende en dienende vrouw, als moeder van Jezus.
Mogen ook wij die mensen zijn die inspiratie putten
uit die Bron van leven. Amen.
Eerste
lezing: Exodus 17,1-7
Vanuit de woestijn van Sin
trok het hele volk van Israël verder, van de ene pleisterplaats
naar de andere, volgens de aanwijzingen van de Heer. Toen ze hun tenten
opsloegen in Refidim, bleek daar geen water te zijn om te drinken.
Ze begonnen Mozes verwijten te maken en zeiden:
“Geef ons water te drinken.” Mozes antwoordde:
“Waarom maakt u mij verwijten en waarom daagt u de Heer uit?”
Maar de mensen leden daar hevige dorst; ze bleven tegen Mozes morren en zeiden:
“Waarom hebt u ons weggevoerd uit Egypte als we toch met kinderen en vee van de
dorst moeten sterven?” Mozes klaagde zijn nood bij de Heer:
“Wat moet ik toch doen met dit volk? Zij staan op het punt mij te stenigen.”
De Heer antwoordde Mozes: “Ga met enkelen van Israëls oudsten voor het volk
uit,
neem de staf in uw hand, waarmee u de Nijl geslagen hebt, en ga op weg. Ik zal
je opwachten op de rots bij de Horeb. Sla op die rots: er zal water uitstromen
zodat de mensen kunnen drinken.” Mozes deed dat in het bijzijn van Israëls
oudsten.
Hij noemde de plaats Massa en Meriba vanwege de verwijten van de Israëlieten en
omdat
zij de Heer hadden uitgedaagd door zich af te vragen: “Is de Heer nu in ons
midden of niet?”.
Tussenzang: Broeders die op uittocht
gaat (ZJ 328/601)
Broeders die op uittocht
gaat, uit het land der slaven,
uit die ban van dood en kwaad: wie toch zal u laven?
Refr. Heer die met
ons gaat, ’t water uit de rotsen slaat,
Heer, Gij zult ons laven.
’t Volk dat zwerft in
de woestijn, zal Hij dat verlaten?
Zal Hij niet hun leeftocht zijn en hun levend water?
Refr. Heer die met
ons gaat, ’t water uit de rotsen slaat,
Heer, ons levend water.
Water is het levend
woord dat ons toe zal klinken.
Broeders die Gods woorden hoort, komt hier allen drinken.
Evangelie Joh. 4,3-15
Jezus verliet Judea en ging
weer naar Galilea.
Daarvoor moest hij door Samaria heen.
Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob
aan zijn
zoon Jozef gegeven had, waar de Jakobsbron is.
Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het
middaguur.
Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten.
Jezus zei tegen haar: “Geef mij wat te drinken”.
Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen.
De vrouw antwoordde: “Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen?
Ik ben immers een Samaritaanse!”
Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. Jezus zei tegen haar:
“Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt,
zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven”.
“Maar heer”, zei de vrouw, “u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u
dan levend water vandaan halen? U kunt toch niet meer dan Jakob, onze
voorvader? Hij heeft ons die
put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.”
“Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen”, zei Jezus, “maar wie
het water drinkt
dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in
hem een bron
worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.”
“Geef mij dat water, heer,” zei de vrouw, “ dan zal ik geen dorst meer hebben
en hoef ik
ook niet meer hierheen te komen om water te putten”.
Homilie
Voorbeden
Pr
Laten we in onze voorbeden
onze wensen, onze noden en zorgen
aan God en aan Maria toevertrouwen.
Lector
Wij willen ons laven aan de
Bron van levend water en bidden:
Dat wij ons mogen openstellen voor het geschenk van het leven dat ons gegeven
is,
dat wij dankbaar zijn voor de talenten die ons eigen zijn, voor de schoonheid
van de natuur en al wat de aarde voortbrengt.
Laat ons zingend bidden.
Mijn hart zingt voor de Heer: Magnificat! Mijn God
is mij genadig,
mijn vreugde overdadig; en
ieder prijst mij zalig: Magnificat!
Mijn hart zingt voor de Heer:
Magnificat!
(refrein van lied ZJ 748)
Wij willen ons laven
aan de Bron van levend water en bidden:
Dat wij ons mogen openstellen voor onze medemensen, dat wij het goede en mooie
in medemensen mogen waarderen en bewonderen. Dat wij dankbaar mogen zijn om de
uitgestoken hand, voor elke dienst en zorg aan ons betoond.
Laat ons zingend bidden.
Mijn hart ….
Wij willen ons laven
aan de Bron van levend water en bidden:
Dat wij ons mogen openstellen en dankbaar zijn voor onze medemensen die zich
inzetten in onze samenleving, in ons dorp, onze parochie of onze organisaties.
Dat zij van ons waardering mogen ontvangen voor het meebouwen aan een
samenleving waar warme menselijke nabijheid heerst.
Laat ons zingend bidden.
Mijn hart ….
Wij willen ons laven
aan de Bron van levend water en bidden:
Dat wij ons mogen verbonden weten in gebed met medemensen die er hier heel
graag waren bij geweest, hoogbejaarden, zieken en gehandicapten. Dat zij niet
verstoken blijven van de nodige aandacht, en dat zij bemoediging mogen
ontvangen.
Laat ons zingend bidden.
Mijn hart….
Wij willen ons laven
aan de Bron van levend water en bidden:
Dat wij ons mogen verbonden weten met allen die ons in dit leven zijn
voorgegaan,
onze dierbare overledenen, medeleden, familieleden of vrienden.
Dat zij een plaats krijgen in ons gebed, een gebed van dankbaarheid om al het
mooie dat zij ons hebben nagelaten.
Laat ons zingend bidden.
Mijn hart…..
Pr
God en Vader, kruiken hebben
wij gevuld aan de Bron van levend water.
Mogen zij ons inspireren om, de droom van God met de mens, waar te maken in het
leven
van alle dag, net zoals Maria ons dat heeft voorgeleefd. Amen.
Gebed
over de gaven:
God, onze Vader,
Gij hebt ons Maria gegeven, die ons hier samenbrengt
rond deze gaven, de vruchten van onze arbeid,
het licht en de bloemen van ons samenzijn.
Maar bovenal rond de gaven van brood en wijn,
de tekenen van Jezus gegeven leven.
Schenk ze ons terug als Lichaam en Bloed van uw Zoon,
Jezus onze Heer. Amen.
Eucharistisch gebed
Onze Vader
Vredewens
Communie
Communielied:
Lieve Vrouwe van ons land (ZJ
746)
Lieve Vrouwe van ons land,
met uw kroon en sleep van kant, ·en getorst door ruwe hand langs de vlakke
wegen.
Lieve Vrouw langs beemd en gaard, Lieve Vrouwke bij den haard,
door geslachten vroom bewaard, schenk ons volk uw zegen.
Refr.
Ave Maria, ave Maria; ave
Maria.
Moeder die op
Vlaandren waakt, van zover onz’ heugnis raakt,
al wat Vlaandrens grootheid maakt hebt Gij ons gegeven:
eenvoud, adel van gemoed, moederweelde, minnegloed,
reinheid en de stille moed voor uw Zoon te leven. Refr.
Gij hebt ons de vree
gebracht na zo meen’ ge bange nacht:
bij U vond ons volk de kracht ’t eigen huis te bouwen .
Lieve Vrouwe t’ allen tijd, blijve Vlaandren U gewijd,
in de zeeg’ als in de strijd, in al vreugd en rouwen. Refr.
Liefde
gaf U duizend namen (ZJ 747)
Liefde gaf U duizend namen,
groot en edel, schoon en zoet,
maar geen een die ’t hart der Vlamen even hoog verblijden doet
als de naam, o Moedermaagd, die Gij in ons landje draagt
schoner klinkt hij dan al d’ and’ren :
Onze Lieve Vrouw van Vlaand’ren, onze Lieve Vrouw van Vlaand’ren.
Waar men ga langs
Vlaamse wegen, oude hoeve, huis of tronk,
komt men U, Maria tegen, staat uw beeltenis te pronk,
lacht ons toe uit lindegroen, bloemenkrans of blij festoen,
moge ’t nimmer hier verand’ren,
O gij lieve Vrouw van Vlaand’ren, o gij lieve Vrouw van Vlaand’ren.
Blijf in ’t Vlaamse
harte tronen als de hoogste koningin,
als de beste moeder wonen in elk Vlaamse huisgezin.
Sta ons bij in alle nood, nu en in het uur der dood,
ons, uw kind’ren en ook d’ and’ren,
liefste lieve Vrouw van Vlaand’ren, liefste lieve Vrouw van Vlaand’ren.
Slotgebed
God, wij bidden U,
dat wij ons mogen laven aan de Bron
en aan het leven van deze eenvoudige en toch grote vrouw Maria.
Dat wij dank zij haar, ook leren zien hoe Gij
bevrijdend en bemoedigend werkzaam zijt onder ons.
Dat wij, naar haar voorbeeld,
ook zusters en broeders zijn voor elkaar,
die het leven blijvend behoeden en uw woorden doorgeven.
Amen.
Zegen en zending
Wij mochten ons, beste
mensen, laven aan de Bron.
De Bron waaruit ook Maria, kracht en bemoediging heeft geput.
Mochten wij elkander blijvend nabij zijn
met woorden en daden van troost, hoop en vertrouwen.
Moge God ons nabij zijn en zegenen: Vader, Zoon en heilige Geest. Amen.
KAARSENPROCESSIE
Bezinning:
Maria leeft in elke mens
die om het even waar
wordt vergeten en over het hoofd gezien.
Maria leeft in elke
mens
van wie niemand iets verwacht.
Maria leeft in elke
mens
die niet berust in minachting of onmacht
maar die -tenminste bij zichzelf-
de hoop wakker houdt
dat ook een neergeslagen mens
ooit rechtop zal lopen.
Maria leeft in elke
mens
die weigert te verlammen in de angst
en durft te geloven in dat woord:
‘vrees niet’,
met jou wil God iets nieuws beginnen.
Ieder mens kan in
zijn of haar leven
de kiemen dragen van een nieuwe toekomst
en kracht putten uit de Bron van levend water.
Te Lourdes op de bergen
Te Lourdes op de bergen
verscheen in een grot,
vol glans en vol luister de Moeder van God. Refr.
Zij riep Bernadette,
een nederig kind,
‘Wie zijt gij, vroeg ‘t meisje, die u daar bevindt?’ Refr.
‘Ik ben d’ Onbevlekte
en zuivere Maagd;
gans vrij van de zonde heb Ik God behaagd’.Refr.
Zij deed er
ontspringen een klare fontein,
met helende waat’ren, als waar medicijn. Refr.
‘Dat pelgrims hier
komen, van wijd en van zijd,
‘k zal zalving hier geven aan ieder die lijdt’ Refr