Start

NATIONALE ZIEKENDAG 2005

SUGGESTIES VOOR LITURGIE EN HOMILIE
* Bezorg een vriendelijke uitnodiging aan alle zieken en maak een vervoers-regeling voor hen die niet op eigen krachten naar de viering kunnen komen.
*   Een hartelijke onthaal in de kerk of op de plaats van samenkomen maakt het meest duidelijk dat men er verwacht is.
* Goede afspraken bij het voorlezen van de teksten en bij de medewerking aan de offerande, verhoogt de kansen op een verzorgde en sfeervolle liturgie.  Hoe meer mensen daarbij kansen krijgen iets te doen… hoe groter de betrokkenheid.
* Het ter beschikking stellen van de teksten verhoogt de mogelijkheid om mee te bidden en te zingen.
* Een sfeervolle aankleding van de kerk of de zaal, de medewerking van een koor, mooie muziek,  wordt door iedereen sterk gewaardeerd.
* Bij het voorlezen van bezinningsteksten kan op de achtergrond ook wat muziek worden gegeven.  De voorgestelde liederen zijn gekend. Partituren van minder gekende liederen kan men bekomen op het ziekenzorgsecretariaat. Ook de teksten kunnen via E-mail daar worden besteld.
Wij wensen u alvast een sfeervolle viering bij de nationale ziekendag. 

Suggesties voor een homilie
De nationale ziekendag van 2005 wil onze bijzondere aandacht vragen voor mensen wiens leven door pijn wordt getekend.   Het gaat niet enkel over fysische pijn.  De moderne geneeskundige kan die dikwijls  het best lenigen.  Pijn heeft ook een innerlijke kant.  Als mensen ziek worden dan heb je niet alleen een ziekte, maar dan ben je een zieke mens.  Je ganse bestaan wordt er door getekend.  Het zich goed voelen in eigen vel kwijnt weg en de goede relatie met partner, kinderen en omgeving geraakt verstoord.  Bij gelovigen verschraalt ook dikwijls het geloof en vertrouwen in God. Je levenszin geraakt verstoord.
De pijn is steeds aanwezig en ze tekent je ganse bestaan. Velen lijden in de grootste eenzaamheid omdat pijn niet zichtbaar is en men juist daardoor zo weinig begrip en aandacht krijgt van zijn omgeving.
Eddy Claessen verklaart in het tijdschrift Onder Ons (Nr. 459): “Die spierpijnen zijn echter het ergste niet.  Het onbegrip doet evenveel pijn.” Pijn vraagt om erkend te worden. Want, waar pijn het leven gaat beheersen wordt er heel wat nagedacht. Een verpleegkundige zei eens: “Overdag vroeg de patiënt me: mag ik een tabletje en ’s avonds werd mij gevraagd: waar heb ik dit verdiend?”  Mensen met pijn kennen angst, voelen zich onzeker, stellen vragen naar de zin van hun bestaan en naar de zin van wat hun overkomt.  Misschien is de ergste  pijn wel dat men op die vragen zo moeilijk of geen antwoord vindt. 

Wie pijn trotseert om iets goeds te bekomen kan dikwijls aan dit lijden een plaats geven in zijn leven.  Bijvoorbeeld: de pijn bij een bevalling is reëel, maar wordt als zinvol ervaren, omwille van de geboorte van het kind.  Een zware revalidatie of een veeleisend trainingsprogramma worden als zinvol ervaren omwille van het verhoopte resultaat.  De zorg en de inzet van ouders voor hun kind kan zwaar doorwegen maar is betekenisvol omwille van het geluk van zij voor hun kind beogen.  Dit neemt de hardheid van het leven en de sterkte van de pijn niet weg maar maakt het wel dragelijk omdat men een duidelijk doel voor ogen heeft.  Moeilijker wordt het als men geen zinvolle betekenis aan het lijden kan geven.  Als mensen getroffen worden door ziekte en elke dag lijden en pijn kennen, als men gebukt gaat onder een uitzichtloos verdriet en het gemis van een geliefde, als men machteloos moet toekijken hoe anderen lijden….

Wij moeten op onze hoede zijn voor wat wij zeggen op de vraag rond de zin van het lijden.  Immers, wat heb je eraan als mensen zeggen: ‘God is liefde’ terwijl je ten ondergaat van pijn en verdriet.  Pijn dient op de eerste plaats zoveel mogelijk vermeden en behandeld te worden.  Dolorisme is uit den boze.  Jezus gaf mensen de opdracht om wie ziek is en lijdt te helpen.  Wij mogen dus niet op de vlucht slaan voor de pijn die mensen treft en nog minder onze ogen sluiten voor het lijden dat mensen moeten dragen.  Maar dikwijls voelen wij ons zelf machteloos en bedroefd omdat wij niet (beter) kunnen helpen.

En toch, wij kunnen veel… wie pijn lijdt vraagt om ernstig genomen te worden, om beluisterd te worden.  Mensen hebben zo’n nood aan iemand bij wie men zijn hart kan uitstorten en zijn nood en angst kan uitschreeuwen. Wij mogen dit ook doen tegenover God, zoals blijkt uit de eerste lezing.  Wij mogen geen dam opzetten tegen het verdriet dat mensen treft maar moeten een bedding zijn waarlangs het verdriet kan geuit worden. 
In het boek Job lezen wij: “Zeven dagen en zeven nachten zaten ze bij hem (Job) op de grond zonder een woord te zeggen, want ze zagen hoe groot zijn lijden was.” (Job 2, 11).  Het ganse boek is een afrekenen met een verkeerd beeld over God dat hardnekkig blijft bestaan en die de oorzaak zou zijn van het lijden dat mensen treft om hen zo tot betere gevoelens te brengen.  Het boek Job laat ons naar het eind toe een God kennen die met mensen begaan is; een meelijdende God die nabij wil zijn.  Ook Jezus geeft nergens grote uiteenzettingen over de zin van het lijden als Hij met zieke en lijdende mensen in contact komt. Maar Hij luistert naar hen, laat hun op verhaal komen en schenkt aan mensen de kans om uit te spreken wat hen ten diepste beroert.  Hij raakt mensen aan, niet alleen lichamelijk.  Zijn zorg en genegenheid raakt mensen tot in het diepste van hun bestaan.  Het aanraken, het strelen is een sterk aangrijpende taal, zonder woorden echter, maar met een enorm helende kracht.  “Wat niet geheeld kan worden, moet gestreeld worden” schreef Joost Van de Vondel.   Wil de lijdende mens terug ‘greep’ krijgen op zijn verscheurde bestaan dan heeft hij vooral nood aan mensen die ‘begrip’ opbrengen.

In het evangelie dat wij vandaag hebben beluisterd, krijgen wij een verslag van Jezus’ verblijf in Kafarnaüm  (= oord van vertroosting).     Kafarnaüm bestaat eigenlijk overal waar mensen teder omgaan met elkaars broze bestaan.  Op die plaats kwam de honderdman Jezus opzoeken… Blijkbaar een mantelzorger, want hij droeg zorg voor zijn knecht, had hem opgenomen in zijn huis en was bezorgd om zijn leven nu hij aan ‘vreselijke pijn’ leed.  Die honderdman wordt door Jezus tot model  van vertrouwen gesteld. Juist zijn zoektocht naar Jezus schenkt hem de kracht om zijn knecht helend nabij te zijn en te ‘genezen’. 
De schoonmoeder van Petrus wordt door Jezus aangeraakt en dat schenkt haar de kracht om weer op te staan en te bedienen.  In dat tedere gebaar vindt zij terug de kracht om zich dienstbaar op te stellen en het niet op te geven voluit mens  voor de anderen te zijn.
Velen komen naar Jezus.  Elk met hun verhaal, elk met hun zorgen en pijn… ze verlangen naar een ander leven, nieuwe perspectieven….
opstaan uit dat oude bestaan en nieuwe mensen worden.  Jezus bemoedigt hen door taal en teken om te geloven in het leven, in hun eigen leven, en in de kracht die nog schuilt in hun getekend bestaan.
“Uw geloof heeft u genezen”; zegt Jezus zo dikwijls.  Het geloof kan ons een enorme kracht schenken om in verzet te gaan tegen wat mensen lijden doet,  die opstandigheid ombuigt tot opstanding, die klacht doet omslaan in kracht.  Het schenkt een mens de kracht om staande te blijven en niet ten onder te gaan aan pijn en verdriet. De moderne psychiatrie toont aan dat mensen depressief worden en verkommeren wanneer hetgeen hun overkomt zinloos lijkt.  Ons geloof helpt ons niet om het lijden op zich zinvol te maken.  Het helpt ons wel om aan ons leven, nu het zo is, een nieuwe zin te geven.  Ons geloof is ook meer dan een methode om het lijden te verwerken.  Het feit dat mensen ook dan standhouden en zelfs gelukkig kunnen zijn, wijst er op dat er voor die mensen iets ‘boven-menselijk’ bestaat, dat aan ons bestaan een diepere zin geeft, ook op momenten dat het duister wordt voor je ogen.   Een Chinese uitdrukking zegt ons:  “Je kunt niet beletten dat de kraaien van zorg en kommer over uw hoofd vliegen, maar wel dat ze zich in uw haar nestelen.”

Jezus nodigt ons uit om in moeilijke omstandigheden elkaar nabij te zijn. Hij vraagt ons om aandacht te hebben voor wat omgaat in het leven van zieken.  Hij vraagt ons eveneens om aandacht te hebben voor allen die dagelijks de zware opdracht op zich nemen voor een zieke partner of kind, ouder of familielid te zorgen: de mantelzorgers.  Ook zij gaan dikwijls gebukt onder een groot lijden en hebben nood aan begrip en ondersteuning, aan wat bemoediging en waardering. Juist door onze aandacht en nabijheid geven wij hun de nodige draagkracht om  het vol te houden.

De apostel Paulus zegt in zijn Galatenbrief: “Help elkanders lasten dragen”.  Help elkaar, opdat niemand ten ondergaat.  Help elkaar, heb aandacht voor elkaar… Dat schenkt mensen kracht, draagkracht, om ook in moeilijke omstandigheden nog ‘ja’ te zeggen tegen het leven.  Waar mensen doorheen hun liefde en zorg Gods nabijheid en zorg tastbaar maken, daar geschieden ook vandaag wondere dingen! 
‘Uw geloof heeft u genezen!’ zegt Jezus.  Dat geldt zowel voor wie lijdt als voor wie mede-lijdt.

De Craene Paul, 0475/26.40.53      paul.decraene@scarlet.be