| Start |
|
Bisdom Hasselt
Kleine pastorale brieven van bisschop
Paul
voor de zondagen in de zomervakantie 2002
(30 juni tot 25 augustus)
Beste Confrater
De homilie tijdens de eucharistie is elke priester en diaken heel dierbaar.
Daarin legt hij de band tussen het evangelie en het concrete leven van een gemeenschap.
Om verschillende redenen is het soms moeilijk in de periode van het groot verlof
telkens de homilie voor te bereiden en uit te spreken.
In dit perspectief bied ik, zoals verleden jaar, negen pastorale briefjes aan
voor de zondagen van de vakantietijd. Een pastorale brief heeft niet dezelfde
kracht als een homilie! Maar het is toch een soort homilie “op afstand” vanwege
de bisschop in de christelijke gemeenschappen van zijn bisdom.
Men kan deze brieven gebruiken als inspiratie voor een eigen korte homilie.
Men kan ze laten voorlezen of ze zelf voorlezen, met of zonder persoonlijk commentaar.
Men kan deze teksten enkele zondagen gebruiken of ook gedurende een langere
periode. Men kan deze brieven misschien ter beschikking stellen van de gelovigen
om ze thuis te herlezen en er misschien een gesprek over te hebben.
Soms is het goed de band te leggen tussen twee zondagen, door b.v. in de schuldbelijdenis
de uitnodiging van het evangelie en van de homilie/pastorale brief van de vorige
zondag terug op te nemen. Ook is het zinvol in de uitnodiging tot gebed na de
communie en in de zending de centrale gedachte van het evangelie even te laten
doorklinken.
De teksten zijn, goede confrater, aan uw vrijheid en aan uw wijsheid toevertrouwd.
+ Paul
30 juni : 13e zondag: Mt 10,37-49: Leven geven
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Tijdens dit groot verlof ontmoet je langs de wegen heel wat jongeren van jeugdbewegingen,
te voet of per fiets. Onlangs vertelde iemand uit de leiding van een plaatselijke
jeugdgroep mij een ervaring tijdens een fietstocht met zijn vrienden. Hijzelf
had een mountainbike. Bij de beklimming van een bergje in onze Ardennen reed
hij dan ook onmiddellijk in de eerste gelederen. Maar in de draai van een weg
keek hij achterom. Hij zag dat één van de jongeren, met een gewone fiets, nauwelijks
kon volgen. Toen verwisselde die leider van fiets met die jongen. Nu had hijzelf
moeite om te volgen. Maar in zijn hart was er voor de eerste keer een echte
vreugde heel voelbaar. Dit is eigenlijk het evangelie van vandaag: “Wie zijn
leven angstig vasthoudt, verliest de vreugde van het echte leven, maar wie zijn
leven in de liefde “verliest” op de wijze van Jezus, ontvangt een diepere levensvreugde.”
Hebben wij dit allemaal niet reeds ondervonden in ons dagelijks leven?
Jezus wordt in het evangelie nog concreter! Hij zegt dat het geven van zijn
leven aan anderen begint met het geven van een beker water aan iemand die dorst
heeft. Enkele jaren geleden wijdde ik een priester die een hele tijd begeleider
van een jeugdgroep was geweest. Eén van de jongeren van die jeugdbeweging hield
een kleine toespraak. Hij bedankte deze jonge priester omdat hij dikwijls in
gezellige bijeenkomsten van de leidingsploeg een taart had meegebracht. Als
hij die opensneed, nam hij voor zichzelf altijd het kleinste stuk! Was dit niet
een gebaar in de stijl van een glas water geven aan wie dorst heeft? En wie
de beste stukken taart aan zijn vrienden geeft, wordt stilaan ook bekwaam om
op één of andere wijze zijn hele leven te geven.
Hoe kunnen wij dit evangelie beleven gedurende deze week? Wij zouden vooreerst
in de communie van deze eucharistie aan de Heer kunnen vragen dat wij meer en
meer het geheim van het echte geluk ontdekken, nl. bereid zijn om steeds weer
voor anderen te leven en zo zelf ook open te bloeien.
En elke dag kunnen wij ook heel concreet iets doen in de aard van het aanbieden
van een glas water aan een vriend. ’s Avonds kunnen wij dan even nadenken of
wij dit echt gedaan hebben. Zo krijgen wij deze levenshouding stilaan in de
vingers en in het hart. En wij kunnen dan bidden om zelf meer en meer liefde
te worden.
+ Paul
7 juli: 14e zondag: Mt 11,25-30: Zachte moed
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Een aantal jaren geleden was ik op bezoek bij een priester-arbeider in de streek
van Charleroi. Hij woonde in een klein huis samen met een drietal jonge mensen
die bij hem een onderkomen hadden gevonden. Eén van hen was een ex-gevangene,
een ander een straffe drinker en de derde een drugsverslaafde die aan het proberen
was af te kicken. Tijdens het avondmaal werd deze priester door die jongeren
geplaagd, met goede bedoelingen, maar op een wijze die helemaal niet fijngevoelig
was. Hijzelf reageerde vriendelijk, met een kwinkslag, zachtmoedig. Er ging
van deze man een kracht uit die moeilijk te omschrijven was. Ondanks de moeilijke
huiselijke situatie waarvoor hij gekozen had, leefde er een diepe vrede in zijn
hart. Hij droeg deze last met een zekere innerlijke vreugde.
In het evangelie van vandaag gaat het om zulke mensen als die eenvoudige priester-arbeider
in Charleroi. Jezus dankt zijn Vader in de hemel omdat Die de beslissende dingen
van het leven voor zelfzekere mensen verborgen houdt, maar aan nederige mensen
openbaart. Het is één van de enige keren in het evangelie dat Jezus spreekt
over wat in zijn eigen hart leeft en dat hij zijn vrienden vraagt die gevoelens
te delen: “Leer van Mij dat Ik zachtmoedig en nederig van hart ben.” En Jezus
belooft dat mensen die zo leven een diepe vrede ervaren en dat zij de zware
last van het leven als een zachte last dragen. Ondanks alle bezorgdheid voor
anderen en voor zichzelf gaan zij met een lichte tred, vrolijk en vrij, door
het leven.
In de week die voor ons ligt, kan dit evangelie ons bemoedigen. Ieder van ons
draagt op één of andere wijze de last van het leven, in zijn werksituatie of
in zijn gezin of in de geheimzinnige ruimte van het eigen hart. Wij kunnen die
last zomaar niet naast ons neerleggen! Maar hoe kunnen wij de zware last die
wij tillen als ware het een lichte last dragen? Hoe kunnen wij temidden van
de aanvechtingen van het leven een zekere vrede van hart vinden? Jezus suggereert
ons dat dit gebeurt als wij de moed van de zachtheid beleven en eenvoudig van
hart worden. Er zijn zovele situaties waarin het begrijpelijk is dat men hard
reageert met woord en daad. Maar vraagt het niet meer moed om op een zachte
wijze te spreken en te handelen? En wordt daardoor het hart van een andere mens
niet dieper geraakt? Jezus zegt dat wij zulke levenshouding van Hem mogen leren.
Zo zouden wij in de morgen van een nieuwe dag kunnen bidden: “Heer, geef mij
de moed van de zachtheid om vrede te vinden.” En ’s avonds kunnen wij in die
geest, met een blik op de voorbije dag, het onzevader bidden.
+ Paul
14 juli: 15e zondag:
Mt 13,1-23: Het vruchtbare zaad
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Soms heb je in deze tijd de indruk dat vele woorden uit de media en uit gesprekken
onderweg als het ware wegwaaien in de wind. Maar er zijn ook woorden die het
hart raken. Zij schieten als het ware wortel in de diepte van een mensenleven.
En vele jaren later dragen zij veel vruchten. Een jongere vertelde dat haar
moeder haar eens zei op een ogenblik dat zij de indruk had nergens nog iets
goeds te kunnen doen: “Ik geloof dat jij een heel goed meisje bent en dat je
nog veel goeds zal doen in het leven.” Meer dan vele kritische woorden van opvoeders,
had dit woord van deze mama het hart van haar meisje geraakt. Dit zaadje in
haar hart ontkiemde. Het bracht veel vrucht voort. En een vrouw die zich enorm
heeft ingezet voor de migranten in ons land, vertelde in een interview dat een
woord van kardinaal Cardijn haar leven als jonge arbeidster in de diepte veranderd
had. Cardijn had gezegd: “Jonge arbeidsters, jullie leven is evenveel waard
in Gods ogen als dit van een prinses uit Laken, jullie zijn onvervangbaar waar
jullie leven en werken.” Soms kan ook een woord uit het evangelie iemand heel
sterk raken. Toen Franciscus in een kerk het evangeliewoord hoorde: “Zeg aan
ieder huis waar je binnengaat: Vrede”, ontdekte hij zijn eerste roeping. Dit
zaad werd een rijke oogst in een heel leven dat echte vrede uitstraalde.
Dit is de boodschap van het evangelie van vandaag. Het woord van Gods liefde
kan soms wel op een rots vallen of tussen distels, maar normaal moet het honderdvoudige
vrucht voortbrengen. Dit woord is heel de boodschap van Jezus: “God bemint jullie,
zie elkaar heel graag.” Dit woord kan ook een concreet woord uit het evangelie
zijn dat ons bijzonder treft, zoals b.v. “Zalig die hongeren en dorsten naar
rechtvaardigheid, zij worden verzadigd.”
Wij kunnen deze week een woord uit het evangelie vóór ogen houden dat ons ooit
bijzonder getroffen heeft. Of wij kunnen het centrale woord over Gods liefde
en over onze wederzijdse vriendschap met ons meedragen. En dan ligt het voor
de hand dit woord de hele week ook te beleven. Het kan zo in ons stilaan vlees
en bloed worden. Na de communie kunnen wij eens nadenken welk woord wij deze
week met ons meenemen. Wij kunnen bidden om dit woord concreet te beleven. En
elke avond kunnen wij onze dag toetsen aan dit woord.
Zo gaan wijzelf stilaan ook meer en meer echte woorden tot elkaar spreken, thuis
en onderweg. Die woorden brengen zeker veel vrucht voort.
+ Paul
21 juli: 16e zondag:
Mt 13,44-52: Onkruid en tarwe groeien samen op
Dierbare broeders en zusters
Beste jonge christenen
Onlangs vertelden mij een vader en een moeder: “Wij hebben heel goede kinderen.
Zij zijn nog altijd leider in een jeugdbeweging. Thuis zijn zij heel dienstbaar.
Zij nemen hun studies ter harte. Maar met sommige aspecten in hun manier van
leven hebben wij soms moeite. Wij willen de sfeer niet bederven door hen te
bevragen.Wat moeten wij doen?”
Een jongere getuigde over zijn vriendengroep:
“Het zijn heel toffe typen. Wij gaan voor elkaar door het vuur. Wij maken heel
veel plezier onder elkaar. De anderen weten dat ik probeer als een christen
te leven. Zij lachen daar ooit een beetje mee, maar zij vinden mij toch sympathiek.
Soms proberen wij samen over serieuze dingen te spreken, maar ik voel dat ik
daarin niet te ver mag gaan.”
En iemand zei over zijn parochiegemeenschap:
“Het gaat niet slecht bij ons. Maar het blijft soms zo oppervlakkig. Het radicale
evangelie is weinig aan de orde. Bidden vele mensen wel echt in de eucharistie?
Heeft het evangelie invloed op hun leven van iedere dag? Soms probeer ik mijn
medechristenen op te roepen om meer evangelisch te leven. Zij hebben daar ooit
wel oor voor. Maar als ik teveel aandring, sluiten zij zich af. Ik voel dat
er grenzen zijn.”
Geliefde vrienden, voor al die ervaringen is het evangelie van vandaag misschien
wel een licht op onze weg. Jezus spreekt over een akker, waarop tarwe en een
onkruid dat veel op tarwe gelijkt, samen opschieten. De knechten van die landbouwer
stellen voor het onkruid uit te trekken. Maar die landbouwer heeft reeds heel
wat ervaring. Hij vreest dat samen met het onkruid ook heel wat tarwe verloren
zal gaan. Hij wacht dan ook liever de tijd van de oogst af om dan de goede tarwe
te redden.
In onze gemeenschappen, in onze families, in ons eigen hart groeien tarwe en
onkruid door elkaar. Als wij teveel oog hebben voor het onkruid en het ongenadig
wieden, kan de goede tarwe van de liefde gekwetst worden. En dat zou echt niet
goed zijn!
Wat kunnen wij dan doen deze week? Wij kunnen bij elkaar en in ons eigen leven
vooral oog hebben voor wat goed is en ons daarin verheugen. Misschien kwijnt
het minder goede dan wel vanzelf weg. En elke avond kunnen wij God danken voor
zoveel goeds dat wij nu met nieuwe ogen gezien hebben.
+ Paul
28 juli: 17e zondag:
Mt 13,44-52: Een kostbare parel
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Binnen twee weken vertrekt een groepje jonge Limburgers naar Italië om daar
een lange voettocht te ondernemen naar Assisi, de stad van Franciscus. Onderweg
zullen zij met elkaar spreken over de ervaring van Franciscus, over zijn zoektocht
naar geluk en ook over hun eigen zoektocht. Na haast tien eeuwen blijft het
leven van deze man blijkbaar jongeren van onze tijd intrigeren en uitdagen.
Als jonge lakenkoopman was Franciscus op zoek naar de zin van het leven. Eerst
waagde hij een militair avontuur. Het werd een fiasco! Zijn gezondheid had een
knak gekregen. Dagenlang kon hij nu rondzwerven op de wegen van zijn streek.
Eens ontmoette hij een melaatse. Hij ging hem deze keer niet uit de weg, maar
hij omarmde hem als een vriend. Later zal hij zeggen dat in die ontmoeting voor
hem het echte leven begonnen was! Later trof hem in het evangelie het ideaal
van de broederlijkheid tussen de mensen in het licht van de liefde van God,
ons aller Vader. Nu wist Franciscus waarvoor hij echt kon leven. Hij liet alles
in de steek. Hij vond vrienden die zijn nieuwe vreugde deelden. Overal, op alle
wegen van zijn land, werd hij zo een getuige van Gods vreugde.
Over deze vreugde spreekt het evangelie van vandaag. Het is de vreugde van iemand
die een schat in de akker ontdekt en alles verkoopt om die schat te verwerven.
Het is de vreugde van iemand die een kostbare parel ontdekt en heel zijn bezit
verkoopt om die parel de zijne te kunnen noemen.
Die schat en die parel kan men ook dicht bij huis, zelfs in het eigen hart ontdekken.
Het is niet noodzakelijk daarvoor een avontuur zoals dit van Franciscus en van
onze missionarissen te beleven. Een jonge man schreef mij dat zijn leven veranderde
toen vrienden hem uitnodigden om concreet de evangelische vriendschap van dag
tot dag te beleven. Een vrouw getuigde dat temidden van een gezellig leventje,
een vage onrust haar hart bekroop. Het was het begin van de zoektocht naar geluk.
Zij begon met heel haar hart te bidden en de mensen als het ware met de ogen
van Jezus zelf te zien. Ook zij had de parel ontdekt!
Wij kunnen ons deze week misschien eens afvragen: waar is mijn parel … waar
is mijn schat? En is er misschien voor mij een nog meer kostbare parel, een
meer vreugdevolle schat? Daarover mijmeren is reeds een levensechte manier van
bidden.
+ Paul
4 augustus: 18e zondag: Mt 14,13-21:
Het feest van de gemeenschap
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Wanneer mensen honger hebben aan brood en vriendschap, zijn er drie mogelijkheden
om hen te helpen. Men kan vooreerst verwijzen naar hun eigen verantwoordelijkheid
om zelf voor hun leven in te staan. Dit is zeker belangrijk, maar soms is dit
een alibi om niet solidair te moeten zijn. Men kan ook een actie van solidariteit
organiseren langs persoonlijke weg of op een structurele wijze. Dit is zeker
heel zinvol en efficiënt. Maar het is ook mogelijk mensen samen te brengen in
een maaltijd, waarin zij elkaar tot vreugde zijn en waar de liefde circuleert
onder elkaar. Een dergelijk initiatief is b.v. het “Café Anoniem” in Hasselt,
een thuis voor migranten en Vlamingen. Men kan er binnenspringen voor een tas
koffie en een ontmoeting met vrienden. Regelmatig is er ook de gelegenheid om
samen te middagmalen voor een bescheiden bijdrage. En op kerstdag en bij andere
gelegenheden is er een groot vriendenmaal, waarin mensen uit vele volkeren en
ook mensen die door het leven gekwetst zijn, elkaar hartelijk ontmoeten.
Deze dynamiek van brood en vriendschap vinden wij terug in het evangelie van
vandaag. Men kan zelfs zeggen dat zulk initiatief als het ware aan het evangelie
ontspringt. In het evangelie van vandaag zijn vele mensen met Jezus samen op
een eenzame plaats. Als het avond wordt, geven de leerlingen van Jezus er zich
rekenschap van dat al die mensen wel honger zullen hebben, maar dat er op deze
eenzame plaats geen voedsel voorhanden is. Hun eerste voorstel is dat deze mensen
zelf hun verantwoordelijkheid nemen. Zij kunnen toch naar de dorpen in de omtrek
gaan en daar eten kopen! Maar Jezus reageert door te zeggen dat de leerlingen
zelf voor eten moeten zorgen. Zo beginnen de leerlingen te denken aan een tweede
mogelijkheid: een voedselvoorziening “organiseren” met het weinige dat voorhanden
is. Maar Jezus zelf denkt aan een derde, heel nieuwe mogelijkheid. Hij nodigt
de mensen uit voor een gezamenlijke maaltijd, samen gezeten op het gras op die
eenzame plek. Het wordt door de zegening van brood en vissen een overvloedige
maaltijd. Niet alleen twaalf korven voedsel blijven erover, maar in het hart
van al die mensen is er nieuwe vriendschap gegroeid.
Waartoe kan dit evangelie ons deze week inspireren? Jezus nodigt ons telkens
weer uit om als gemeenschap één van hart en één van geest te zijn. En een bevoorrechte
plaats om gemeenschap te zijn is volgens het evangelie de maaltijd. Wij zouden
b.v. in ons eigen gezin de maaltijd ’s avonds of ’s zondags als een echte ontmoeting
kunnen beleven. Wij kunnen ook geburen of een vriend of eenzame mensen aan tafel
uitnodigen voor een maaltijd en voor een gesprek. Wij kunnen zelf op bezoek
gaan bij mensen die naar een bezoek uitkijken en waar de tafel figuurlijk altijd
gedekt is. Tijdens deze vakantietijd zijn er zeker heel wat mogelijkheden. En
eigenlijk kan elke ontmoeting tot een wederzijdse vreugde uitgroeien.
+ Paul
11 augustus: 19e zondag:
Mt 14,22-33: In de storm naar Jezus toegaan
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Een aalmoezenier van een universitair ziekenhuis vertelde mij het verhaal van
Bartje, een kleine jongen van zes jaar, zonder enige familie, stervensziek.
Bartje vroeg aan de aalmoezenier: “Ik ben echt ziek, denk je ook niet …” De
priester antwoordde dat hij dat ook zo aanvoelde. “En wat gebeurt er dan?”,
vroeg de kleine jongen, “ga ik verdrinken in een zee?” “Neen”, zei de aalmoezenier,
“je zal niet verdrinken in het water. Iemand, Jezus, waarover ik je verteld
heb, staat je op te wachten met open armen: je moet zomaar over het water naar
Hem toelopen en in zijn armen springen.” “Wacht Jezus op mij?”, vroeg Bartje,
“dan loop ik vandaag of morgen zeker naar Hem toe!”
Zo gebeurt het evangelie dat zojuist is voorgelezen, ook nog vandaag. De leerlingen
van Jezus hebben tegenwind. Zij zijn volop in de storm. Iemand komt over de
golven naar hen toe. Zij zien spookbeelden in de hevigheid van de storm. Maar
dan krijgt die figuur een eigen gelaat, zijn woord heeft een vertrouwde klank:
“Rustig, wees niet bang.” Altijd komt Jezus, ook in de storm en als het spookt
in het hart, mensen tegemoet met zijn meest eigen boodschap: “Vrede!” Dit woord
geeft vertrouwen aan Petrus. Hij loopt naar Jezus toe. Maar zijn angst is nog
groter dan zijn vertrouwen. Hij zinkt weg in zijn twijfel. Dan steekt Jezus
zijn hand uit en grijpt Petrus vast. De storm gaat liggen op het meer en ook
in het hart van Petrus.
Geliefde vrienden, hebben ook wij geen ervaring van tegenwind? Moeten ook wij
ons niet door de stormen van het leven heen vechten? Dan kan het erop lijken
dat het gelaat van Jezus vaag en wazig is. Maar toch spreekt Hij tot ons hart.
Hij zegt ons: “Wees maar niet bang.” Zijn liefde verlangt, b.v. in het gebed,
onze vrees te overwinnen. Maar wij durven dan nog niet voluit op Hem vertrouwen.
Hoe dikwijls gaat ons geloof niet kopje onder als de golven van de zorgen en
de moeilijkheden op ons af komen? Maar Jezus wacht ons steeds weer op. Zijn
hand is altijd naar ieder van ons uitgestoken. Uiteindelijk is dit de beslissende
uitdaging van ons leven: ons aan God toevertrouwen. En dikwijls gaat zulke overgave
ook samen met een nieuw vertrouwen in mensen. Dit is de echte strijd van het
geloof: ons aan de Liefde toevertrouwen!
Misschien moeten wij juist op dit ogenblik van ons leven deze keuze maken of
deze opnieuw maken. Wij kunnen ook elke avond dit vertrouwen uitbidden, b.v.
in het onzevader. Moge dit vertrouwen ons van elke vrees in ons hart genezen
en ons tot vreugde zijn.
+ Paul
18 augustus: 20ste zondag:
Mt 15,21-28: Een gelovige vreemde vrouw
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Een tijdje geleden had ik een fijn gesprek met veertienjarige jonge mensen uit
een beroepsklas. Wij spraken samen over de grote vraag: “Geluk, wat is dat eigenlijk
… wanneer voel ik me gelukkig?” Er kwamen allerlei spontane bedenkingen naar
voor: als mijn voetbalploeg kampioen zou spelen … als mijn hond mooie puppies
krijgt … als mijn bromfiets snelheid haalt … Je kan met dit alles alleen maar
instemmen. Maar ik vroeg die jonge vrienden of er ook niet een geluk bestaat
in het hart zelf. De antwoorden gingen stilaan naar de kern van de zaak: als
wij van elkaar houden in onze klas; als ik een ruzie bijleg met iemand die me
getreiterd heeft; als ik het samenspel verzorg in de match. “Zou dat ook iets
met bidden te maken hebben”, vroeg ik. De meesten dachten van niet. Eén jongen
zei: “Na mijn vormsel ben ik begonnen elke avond met God te spreken.” En toen
kwam een andere jongen aan het woord: “Ik ben niet gevormd en ook niet gedoopt
… maar onlangs heb ik in Scherpenheuvel een kaars laten branden voor mijn mama
die alleen gebleven is … En als mijn mama moe is, doe ik het werk in de varkensstal,
ook al ben ik allergisch voor die dieren.” Ik was blij verwonderd om het geloof
in het hart van deze ongedoopte jongen. Plots besefte ik dat het geloof, over
alle grenzen heen, een weg zoekt in het hart van jonge mensen van goede wil.
Gelijkt het evangelie van vandaag niet op het verhaal van deze jongen? Werpt
het zelfs geen nieuw licht op zijn ervaring? Een vreemde vrouw van over de grens
smeekt Jezus om de genezing van haar dochter. Jezus schijnt de vraag eerst niet
te horen. En daarna geeft Hij een ontwijkend antwoord. Maar die vrouw dringt
aan: “Mogen ook de “heidense” hondjes niet profiteren van de brokken die van
de tafel van gelovigen vallen?” Jezus is diep geraakt door het getuigenis van
deze vrouw voor wie het geloof van het evangelie toch heel vreemd is. Van harte
verhoort Hij haar gebed.
Als christenen leven wij in deze tijd overal samen met mensen die zeggen niet
te geloven of anders te geloven. Maar gebeurt het niet tijdens vriendengesprekken
met hen, in de brede familie of op het werk, dat wij dieper in hun hart mogen
kijken? Worden wij dan niet getroffen door hun verlangen om goede mensen te
zijn? Zijn wij dan soms ook niet getuige van de openheid van hun hart voor een
grotere werkelijkheid? Komt een dergelijk geloof ook niet aan het licht in bedevaartplaatsen?
Dit alles is heel begrijpelijk: God spreekt immers tot het hart van elke mens!
En dat laat sporen achter! Het kan echt de moeite waard zijn daarvoor deze week
aandachtig te zijn.
+ Paul
25 augustus: 21ste zondag:
Mt 16,13-20: Wie zeggen de mensen dat Ik ben
Geliefde broeders en zusters
Beste jonge christenen
Onlangs maakte ik in een cel in een gevangenis een merkwaardig gesprek mee.
Een jongeman uit een naburige cel was komen buurten. Hij was een beetje verrast
door mijn aanwezigheid. Hij zei dat hij thuis nooit iets over het geloof gehoord
had. Hij kende wel de naam van Jezus. Maar hij kon zich daarbij niet zoveel
voorstellen: “Misschien een grote man uit vroegere tijden?” De celbewoner zelf
reageerde met heel zijn hart: “Voor mij is Jezus belangrijk. Hij geeft zin aan
mijn leven. Hij is voor ons geluk gestorven. Ik mag mijn hart aan Hem uitspreken.
Hij luistert altijd, ook in deze cel. En die Jezus vraagt mij zo goed mogelijk
van alle mensen te houden. Ik doe het niet altijd. Maar ik probeer het steeds
weer opnieuw.” Ik zag dat zijn vriend bij dat alles nadacht. Ging het hem te
boven of was hij een beetje geïntrigeerd? Er was een hele tijd stilte. Toen
ik uit de cel wegging, heb ik gezegd: “Ik zal deze avond zeker voor jullie beiden
bidden opdat jullie gelukkig mogen zijn.”
Dit kleine vriendengesprek in een gevangeniscel is zeker alleen maar van ver
te vergelijken met de belangrijke gebeurtenis die het evangelie van vandaag
verhaalt. Op een beslissend ogenblik van het evangelie, vraagt Jezus aan zijn
leerlingen hoe de mensen Hem inschatten. De antwoorden zijn heel verscheiden:
een nieuwe Johannes de Doper of iemand als Elia en Jeremia of een profeet …
Maar in de ontmoeting met Jezus is het alleen maar “van horen zeggen” niet zo
belangrijk! Ieder mens die met Jezus in contact komt, moet persoonlijk zijn
houding tegenover Hem bepalen. Daarom vraagt Jezus aan de groep van zijn leerlingen
wie Hij is in hun eigen ogen. Petrus geeft het antwoord op die beslissende vraag:
“U bent de Messias, de Zoon van de levende God.” In zijn zoon Jezus is God in
ons midden gekomen. Hij openbaart ons Gods liefde in hoogsteigen persoon. Die
liefde geeft zin en inhoud aan ons leven.
Telkens weer opnieuw wordt deze vraag aan ieder van ons gericht: “Wie is Jezus
concreet voor jou?” Op die vraag kan een theoretisch antwoord “van horen zeggen”
niet volstaan. Wij moeten met heel ons leven stelling nemen. Wij mogen belijden
dat Jezus in zijn persoon en zijn boodschap ons leven zijn volle zin en betekenis
geeft.
Jezus zegt aan Petrus en aan ons dat zulke keuze in het gebed moet rijpen. En
als men zo voor Hem kiest, wordt men zelf een rots waarop anderen kunnen bouwen.
Deze week kunnen wij ons persoonlijk door Jezus laten bevragen: “Wie ben Ik
voor jou? En wie wil jij voor Mij en voor je medemensen zijn?” Maar zulke dialoog
vraagt heel wat tijd en gebed, ergens onderweg of in de stilte van de avond.
+ Paul