| Start |
|
Vader, wij danken U voor heel Uw schepping,
voor vuur en aarde, lucht en water,
voor planten, bloemen, dieren, mensen,
voor aardbol en zon, maan en sterren,
voor de wisseling van de seizoenen:
winter en lente, zomer en herfst,
geborgenheid en uitkomst, uitbundigheid en inkeer
en elk seizoen zijn eigen feest om U, om ons:
de Mei-maand en de Octobermaanden van Maria
haar bedevaartsoord te Oostakker en te Lourdes,
Allerheiligen en Kerstmis, Pasen tot Pinksteren
en in 't nevelig worden van de zomer:
Kapellekesdagen voor Maria-Tenhemelopneming.
Zo wentelt het jaar,
U verdiept ons geloof,
U richt ons naar U en naar elkaar,
naar Jezus en Maria.
Om hen zijn we samengekomen en we zingen U,
met Maria, met alle heiligen en engelen,
een lied vol vreugde, een lofzang voor U:
Heilig, heilig,...
Ja, Vader, we danken U.
We danken U dat U ons in het leven riep.
U gaf ons een vrije wil,
om vrij te kiezen om mens te zijn,
om te worden zoals U,
om deel te hebben: deel aan U,
deel aan Uw leven, Uw geluk, aan Uw wezen:
liefde krijgen, liefde geven,
ten volle leven en mekaar doen leven...
maar nooit zou ons dit gelukt zijn
had U ons niet gegeven: Jezus en Maria:
Jezus die ons alles weer kwam leren,
die met woord en daad, met hart en ziel,
heeft uitgelegd wat liefde is,
die nooit die liefde heeft verloochend,
die is doorgegaan en niet heeft opgegeven, zichzelf vergeten,
-niet Mijn wil, Uw wil, Vader!-,
zichzelf totaal gegeven,
Zijn lichaam weerloos vastgenageld...
als een korrel graan in de aarde,
gebroken, gestorven, kiemkracht voor allen...
en Maria, die bij Hem bleef,
die niet week van zijn zijde,
alles meegevoeld,-scherp als de steek van een mes,-
en meegedragen: Zijn kruis, Zijn lijden,
meegeofferd, meegeleden,
zij ook zichzelf vergeten, meegestorven,
enkel en alleen opdat wij zouden leven!
Op de avond voor zijn lijden,
-reeds alles voorvoeld, alles doorleefd en vastberaden,-
nam Jezus brood, zegende, dankte U, brak,
gaf aan Zijn leerlingen:
Neem en eet dit brood,
elk van U,
want dit is Mijn lichaam,
dat voor u wordt gegeven.
Toen zij van dat brood hadden gegeten
nam Hij ook de beker,
zegende en dankte U opnieuw,
gaf toen te drinken
en zei:
Neem en drink uit deze beker.
Het is de beker
van het nieuwe altijd blijvende verbond;
het is mijn bloed,
dat voor U en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedenken.
Verkondigen wij het mysterie van het geloof...
Heer Jezus, Wij verkondigen......
Ja, Vader, dat geloven wij: verrezen is Hij,
opgestaan uit dood en uit wat neerhaalt,
de windsels achtergelaten.
Enkele getuigen hebben Hem gezien,-
Hij zei: vrede, houd moed, Ik ben met jou,
je zal leven waar Ik leef!-
Daarna is Hij voor onze ogen verdwenen
en - voor allen bereikbaar -
naar U, Zijn Vader gegaan.
Net als Hij is ook Maria opgenomen
met heel haar wezen, verheerlijkt bij U.
Vader, het is Uw wil dat wij allen leven bij
U.
Daartoe hebt U gegeven: Maria en Jezus,
dit kostbare brood, Uw belichaamd woord, deze beker wijn
en ook Uw Geest, Uw eigen Geest, die leven geeft.
We vragen U:
Vervul ons met die Geest, steeds weer, steeds meer.
We vragen het U:
voor alle mannen en vrouwen die op U hopen,
die willen leven vanuit U.
We vragen het U voor al onze zieken,
voor allen die vluchten,
voor allen die opgesloten zijn.
Ook vragen we U Uw ontferming
over allen die gestorven zijn...
Voltooi wat U in ons begonnen zijt.
Bewerk het beeld dat U voor ogen had
lang voor U ons in het leven riep.
Maak allen een,
breng ons waar U ons 't liefste ziet,
met allen samen, met Maria, met Jezus, want