Start

Viering van de vierde paaszondag
Roepingendag

Lied

Opening
Lector: Op een dag als vandaag waarop velen moederdag vieren in ons land horen we een verhaal over een herder die zorg draagt voor zijn schapen. Zou niet elke moeder een stukje van die herder kunnen zijn: zorgzaam en oplettend, steeds bezig om zijn volk samen te houden en hen te geven wat het beste is? In de zondaglezingen van de laatste weken horen we telkens opnieuw hoe Jezus voor ons is: iemand die bij ons is in lijden en nood, iemand waar we op kunnen rekenen, iemand die wij kunnen ontmoeten bij mensen, en zoals vandaag: iemand waar elk van ons voor telt. Jezus stierf voor zijn kudde en vraagt ook ons om trouw aan elkaar te leven.

Priester: Het is ook roepingenzondag vandaag. Wij zijn allemaal geroepen om elkaars hoeder te zijn. We bidden vandaag in ’t bijzonder om enthousiaste mensen die geloven in de toekomst van de kerk van Jezus en die volmondig aan die kar willen trekken. Laten wij samen stilstaan bij de aanwezigheid van Jezus in ons midden en deze viering beginnen in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen

Openingsspel
Samen met de kinderen denken wij na over hoe wij soms als grote mensen handelen. De kinderen spelen het als een spel, volwassenen menen het als grote ernst. Dragen wij onze roeping met een overtuigd en trouw hart? Wat voor een herder zijn wij?
(Herder komt vooraan.)
Zo was er eens een herder met schapen. Hij had een taak gekregen, en dat leek hem wel wat. Letten op de schapen: een rustige job met veel afwisseling. Moeilijkheden kon je te slim af zijn. Dat is het risico van het vak
(Herder gaat op stap met zijn schapen achter zich.)
Zo ging onze herder elke dag vakkundig op stap met zijn schapen. Hij bracht ze precies daar waar zijn baas het vroeg.
Maar op een dag daalden hongerige wolven uit de bergen naar beneden.
(Wolvengehuil)
De herder hoorde hun gehuil aan alle kanten. Hij riep zijn schapen toe om hem te volgen en rende het bergpad af naar het dorp.
(Herder loopt weg en de schapen splitsen naar voren links en rechts en naar achter.)
Voor hij er erg in had kon geen enkel schaap hem nog volgen. Naar alle kanten waren zij weggevlucht. Er was geen kudde meer. Er waren wel wolven. Herdershonden haalden de schapen die niet verloren gingen in kleine groepjes naar beneden. Het duurde vele dagen…
(Schapen komen stilaan weer naar voor.)
Herder zijn is een gevaarlijk beroep, zei de man in de plaatselijke herberg, en de mensen knikten.

(Herder komt vooraan.)
Er was ook een andere herder. Hij deed het werk al zoveel jaren en had al veel geluk gehad. De schapen volgden zijn stem en kenden snel de route waarlangs hij lopen zou. En als er een wolf werd gesignaleerd stapte hij de andere kant op en nam extra honden mee. Dan liep niemand gevaar.
(Herder gaat op stap met zijn schapen achter zich.)
Zo was hij ook nu op stap met zijn kudde. Zoals gewoonte. Hij vond het leven niet zo boeiend meer, en hij werd een ontevreden mens.
(Herder gaat zitten - op blokken aan de preekstoel - en valt in slaap)
Om zijn zinnen te verzetten had hij schnaps meegenomen. En als hij wat dronken werd waren er de honden nog voor de kudde.
(Schapen verdwijnen langs alle kanten.)
Op een dag is de herder wakker geworden. Rondom hem liepen zijn trouwe herdershonden, jankend, bloedend en verward. Verderop lagen enkel dode schapen. Slechts een paar stonden nog bij hem. De rest was verdwenen.
(Schapen komen stilaan weer naar voor.)
Ontredderd is de herder weg gegaan. De drank had hem doen inslapen. Dat zou hij zichzelf nooit vergeven. Maar dwaasheid kent geen keer…

(Herder vooraan.)
En dan was er nog een andere herder. Elke morgen vertrok hij met zijn kudde naar de weiden met het lekkerste jonge gras. Nooit zou hij zijn kudde achterlaten. Dat had hij zichzelf en de eigenaar beloofd.
De schapen kenden zijn stem en als de stal openging en zijn stem klonk stonden allen op om op weg te gaan.
(Herder gaat op stap met zijn schapen achter zich.)
En toen kwamen de wolven.
(Wolvengehuil - schapen gaan kort bij elkaar staan - herder stapt er rond.)
De herder had zijn stok en riep zijn schapen samen. Hij legde vuurtjes aan rond het hele troep, heel de nacht door tot de morgen tot de rovers verdwenen. Dan beloonde hij hen allemaal met nieuw gras op een nieuwe wei…
(Samen met de schapen keert de herder terug naar het vertrekpunt.)

Wie zou van deze drie is volgens U een goede herder? En waarom?
(Gesprekje met enkele kinderen die antwoorden op die vragen.)

Schuldbelijdenis
Priester: Laten wij na dit openingsmoment nadenken en bidden dat wij niet zouden zijn als mensen die hun roeping ontrouw worden. Of laten we vergeving vragen voor al de keren dat we deze trouw niet konden waarmaken…

Kind: Wij lopen, ook wel snel weg als wij iets moeten doen, of als wij denken dat iets voor ons te moeilijk wordt.
Lector: Het lijkt soms alsof wij in onze maatschappij nog alleen maar interesse geven aan iets dat leuk is en zonder verplichtingen. Zijn wij ook mensen die hun verantwoordelijkheid graag ontlopen?
Kind: Toch ziet God ons graag. Laten wij Hem vergeving vragen…
Heer, ik deed….

Kind: Wij sluiten soms graag de ogen als iemand ons nodig heeft. Soms zijn we liever lui dan moe.
Lector: Het is gemakkelijk om te doen alsof, en om excuses te vinden als mensen op ons beroep doen. Soms bekoord ons de lust om alleen op aarde te zijn om te genieten en zijn we bang voor wat menslievendheid en inzet.
Kind: Toch ziet God ons graag. Laten wij Hem vergeving vragen…
Heer, ik deed….

Kind: Als er iets misloopt geven wij dat niet toe. We denken dat dat gemakkelijker is. Toch komen er daardoor spanningen.
Lector: Een probleem toedekken alsof het nooit gebeurd is, een conflict uit de weg gaan, onze schuld niet willen zien en niet willen bekennen, problemen eindeloos laten aanslepen. Het zorgt voor een lelijke etterbuil en toekomstig leed. We doen het allemaal wel eens.
Kind: Toch ziet God ons graag. Laten wij Hem vergeving vragen…
Heer, ik deed….

Priester: Inderdaad, toch ziet God ons graag. Meer nog: Hij roept ons om liefdevol en vergevingsgezind te zijn en Hij schenkt ons vergeving en kansen om te leven in overvloed. Laten wij Hem daarom danken en lof toezingen…

Lofzang

Openingsgebed
Lieve Heer, U hebt ons gevraagd om te bidden voor werkers in uw wijngaard. We smeken U daarom: zend uw heilige Geest over velen. Geef hen een moedige geest om U boven alles te durven volgen. Rust hen toe om herder te zijn dienstbaar aan mensen. Amen

Eerste lezing
Lector: uit de brief van kardinaal Danneels voor roepingenzondag.
“Als heden ergens het woord priester valt, volgt er steevast meteen een ander woord:‘weinig’. Er zijn inderdaad minder priesters en ze worden ouder. En de aanwas door priesterroepingen is gering. Op deze roepingenzondag nodigt de Heer ons uit om daarover na te denken en met dieper geloof te kijken naar het probleem van de priesterschaarste. Zeker, het roepingenprobleem is breder – er zijn ook nog de diakens, het religieuze leven en de lekenroepingen – maar vandaag willen we het over de priester hebben.
Waarom hebben we priesters nodig? Het antwoord gaat vaak allereerst de kant uit van ‘wat doet de priester?’. Wie zal anders instaan voor de verkondiging, voor de liturgie en de sacramenten? Wie zal anders in Christus’ naam de gemeenschappen leiden? Daarvoor zijn inderdaad priesters nodig.
Maar is dat de diepste reden? Priesters zijn meer dan wat ze doen. Is het zo dat, zoals er personeel nodig is voor de post, de spoorweg, het onderwijs en de ziekenzorg, er ook mensen nodig zijn voor de sector godsdienst? Nee, een priester is méér dan wat hij ‘doet’. Het geloof ziet verder en dieper: in de priester komt de Christus onder ons aanwezig op een eigen manier; in hem spreekt, viert en handelt immers de Heer Jezus zelf. Niet omdat de priester beter zou zijn of heiliger dan de anderen, maar omdat hij onverdiend tot die dienst werd geroepen. Zoals Jezus tijdens zijn leven onder de grote groep van zijn
volgelingen er twaalf uitkoos om Hem van dichtbij te volgen en aan zijn zending deel te nemen, zo doet Hij nu nog: binnen de grote gemeenschap van de gedoopten, kiest hij er enkelen aan wie hij zijn dienstwerk op een bijzondere manier toevertrouwt. Ze zijn niet méér dan de overigen, maar ze zijn wel anders. De Kerk kan dus niet zonder.”

Tussenzang

Evangelie volgens Johannes (10,11-16)
Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. Maar een huurling, geen echte herder dus, als die een wolf ziet komen, laat hij de schapen in de steek en gaat ervandoor - het zijn zijn eigen schapen niet! - en de wolf overvalt ze en drijft ze uiteen. Hij is immers een huurling en bekommert zich niet om de schapen. Ik ben de goede herder: Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen Mij, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; Ik geef dan ook mijn leven voor mijn schapen. Ik heb nog andere schapen dan die uit deze hof. Ook voor hen moet Ik een herder zijn: ze zullen luisteren naar mijn stem. Zo wordt het: één kudde met één herder.

Geen homilie

Geloofsbelijdenis 1

Voorbeden
Bidden wij samen tot de Herder van alle mensen. Dat Hij oog en oor heeft voor de noden van zijn schapen:

Lector: Wij bidden om priesters die in hun optreden van elke dag een sprekend voorbeeld zijn van Gods liefde. Dat jonge mensen door hen geboeid zouden raken en zouden groeien in geloof en inzet. L.o.b.

Kind: Bidden wij voor onze moeders, bijzonder op deze dag waarop velen hen vieren, omdat zij ook herders zijn voor hun kroost. Dat zij mogen genieten van dankbare opgroeiende kinderen. Bidden wij dat moeders en vaders samen werk zouden maken van stevige warme en overtuigd christelijke gezinnen. L.o.b.

Lector: Bidden wij voor vreugde in onze gezinnen en voor verbondenheid met de natuur, met het leven en met andere mensen. Want uit gelovige verbondenheid kunnen mensen geroepen worden om een leven te leiden ten dienste van God. L.o.b.

Kind: Bidden wij voor onze leiders en leidsters in jeugdbewegingen, bij sport en ontspanning. Dat zij zich inzetten met liefde en verantwoordelijkheid. L.o.b.

Lector: Bidden wij voor allen die een voorbeeldfunctie dragen, voor allen die voor plaatselijke gemeenschappen en groepen de leiding dragen of als verkozenen in de staat de leiding dienen op te nemen. Dat zij herder zijn, trouw aan de mensen en bereid om zich in te zetten voor de hoogste kansen tot menswaardigheid voor iedereen. L.o.b.

Lector: voorbeden van de dag…

Priester: Heer, luister naar de vragen en noden van uw mensen, uw gezinnen, uw gemeenschappen. Sluit al hun grote vragen in uw menslievend hart en leidt hen als goede herder langs wegen vol geluk. Amen

Offerandelied

Offerandegebed
Priester: Vader, Gij leidt ons op weg naar de schaapstal. Aanvaard de inspanningen van uw gezinnen, van gemeenschappen, van parochies, van leidinggevenden overal, van uw geroepenen… om uw weg te volgen, en neem allen bij U op, die breken en delen voor het welzijn en het geluk van anderen, in Jezus naam. Amen

Dankgebed
Heer onze Vader,
Wij danken U,
want telkens weer roept Gij mensen om te leven in uw naam.
Abraham, Izaak en Jakob hebben uw roepstem gehoord
en zijn in geloof de weg van uw belofte gegaan.
Mozes en de profeten hebben in uw naam gesproken
als onvermoeibare getuigen van uw Woord.
Maria heeft op uw spreken geantwoord:
“Mij geschiede naar uw Woord”.
Zo werd zij de moeder van uw Zoon Jezus Christus,
en de eerste van allen die in Hem geloven.
En Uw Zoon maakte ons allemaal deelachtig aan uw woord.
Hij leerde ons uw liefde voor alle mensen kennen.
Voor dit alles danken wij U en zingen…

Heilig…

Vader, Jezus heeft tot uw leerlingen gezegd: “Kom en volg Mij”.
Hij leerde ons de weg bewandelen van het geluk:

Allen:
Met Hem kunnen wij troost bieden aan bedroefden,
vrij spreken wie gevangen leeft,
en met liefde mensen omgeven wiens waardigheid werd geschonden.
Hongerigen spijzigen wij met voeding waar ze recht op hebben,
dorstigen laven wij met aandacht en nabijheid.
We laten zieken weer genieten van het leven
en vertrouwen doden respectvol aan U toe.

Want door Jezus weten wij hoe U bent: dienstbare Liefde.
Wij danken U voor Zijn voorbeeld.
Uw Zoon is voor ons de herder
die in uw naam zijn leven voor ons gaf.
Hij wilde de dood niet ontlopen
en bleef zijn opdracht tot de dood toe trouw.
Hij gaf ons bovendien een teken van hoe wij kunnen leven.

Op die laatste avond nam Hij omgeven door zijn leerlingen het brood
en sprak de dankwoorden uit. Hij wijdde het toe aan U Vader,
brak het brood en gaf het aan allen met de woorden:
“Neem en eet hiervan, dit is mijn lichaam,
gebroken brood omdat allen zouden leven,
zonder zonde en pijn…”
Dan nam Hij ook de beker en sloot een nieuw vriendschapsverbond.
Hij sprak een zegen uit en wendde zich tot U Vader,
waarna Hij allen uitnodigde met deze woorden:
“Neem en drink hieruit”, gij allen, want dit ben ik zelf,
vergoten in de aarde opdat jullie allen zouden leven.
“Dit is mijn bloed,” teken van een nieuw verbond,
“dat voor u en allen vergoten wordt tot vergeving van de zonden.
Doe dit altijd tot gedachtenis aan Mij.”

Nog steeds verkondigen wij de dood van Jezus, de Verrezene,
en verwachten dat Hij wederkomt vandaag en morgen.
Velen volgden zijn weg met Maria en vele heiligen als voorbeeld
en zijn ons voorgegaan in zijn Geest.
Gedenk allen en bijzonder hen wiens namen ons dierbaar blijven.
Roep ook vandaag mensen om te getuigen van het Evangelie.
Dat zij in kracht van de Heilige Geest mogen bijdragen
aan het dienstwerk van uw Kerk.
Want zo zal uw naam met vreugde worden verkondigd
tot in eeuwigheid. Amen

Onze Vader

Vredeswens

Communielied

Bezinnend slotgebed
Lector:
Die zachte fluistering,
was jij dat God?
Heel zacht, heel stil, haast ongemerkt?
Zó dat ik het eerst niet hoorde?

Luisterde ik niet goed?
Sprak jij te stil?
Of hoorde ik je niet
omdat jouw aanwezigheid zo vanzelf spreekt,
en jouw fluistering er altijd is?

Net als de wind,
die door de bomen ruist,
die mijn gezicht streelt,
en die pas opvalt als hij zwijgt.
Zoals de lucht
die ik in- en uitadem
er altijd is.
Ongemerkt.
Gewoon.
Onmisbaar.

Ik mocht je gaan ervaren, God,
in de warmte van mens tot mens,
in een blik, een handdruk, een gebaar.
En gaandeweg de rit,
langzamerhand, op kousenvoeten,
ben ik het gaan horen:
jouw roep naar mensen,
en naar mij.

Blijf ons toch roepen, God!

(Gebed uit de brochure “Twaalf gebeden om roepingen”  van het bisdom Rotterdam)

Zending en zegen
Dank voor dit samen vieren met groot en klein. We leerden hoe God ons roept tot herders voor elkaar. Tracht deze week te leven in vriendschap en toewijding aan elkaar opdat meer mensen geroepen zouden worden om in ’t spoor van Jezus allen ten dienste te staan. Moge de Heer voelbaar aanwezig in ons leven staan. Moge Hij ons zegenen in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest.
Amen