Start

Brief van de bisschop november 2004

Sterven

In november zien we in de natuur zowat alles aftakelen, sterven of een winterslaap beginnen. De christelijke gemeenschap herdenkt de overledenen. Dat brengt onze gedachten niet alleen bij diegenen die ons voorgegaan zijn, maar ook bij wat we dagelijks meemaken en horen en zien in verband met sterven.

Sterven is een werkwoord, het is niet iets dat ons, in normale omstandigheden, zomaar overkomt zonder onze betrokkenheid. Het is een gegevenheid, ons ,,gegeven’’ als voltooiing van het leven. Terwijl het ons overkomt, zijn wij tevens geroepen om er een menswaardig gebeuren van te maken. Het kan inderdaad een moment van waardebeleving zijn.

Daartegenover kregen we niet het recht om zomaar over het leven te beschikken, door te doden bijvoorbeeld of door mee te werken aan om het even welke vorm van dood.

Het verhaal van Jezus’ leven gaat daar niet over, ook al weet Hij van meet af aan dat Hij met de dood geconfronteerd zal worden. Hij leeft ons wel een nobele houding tegenover de dood voor, een zending tot over de dood heen eigenlijk.

Christen zijn is een houding aannemen die leven brengt, die levend maakt, gelukkig maakt. In feite komt het erop aan leven te geven aan wie het niet heeft. We willen mensen optimaal doen leven. We geven leven door, hoop aan wie er geen heeft en openen perspectieven voor wie geen uitzicht heeft. Het is zo deugddoend wanneer we zien dat mensen zich totaal inzetten voor zieken, in palliatieve zorg, bij gehandicapten, bij allerlei moeilijkheden en in uitzichtloze situaties. Leven geven is de roeping van elke christen, juist omdat ieder mens geroepen is op weg te gaan naar het Rijk van Diegene die aan de bron staat van alle leven.

We horen wel eens beweren dat de mens het ,,recht heeft’’ om zijn stervensomstandigheden te bepalen, om te vragen zijn dood te versnellen. Komt dat er niet op neer dat men aan zichzelf of aan anderen de macht geeft om te doden? Deze opdracht kunnen wij echter niet geven, die is ons niet toevertrouwd. Mensen zijn geroepen om gelukkig te zijn; dat bereikt men niet door te doden. Menselijk geluk zit anders in mekaar. Bij het ,,doden’’ kent men zich een rol toe waar men niet bevoegd voor is. Het leven is immers een gave van God.

Komen we nog even terug op het werkwoord ,,sterven’’. Dat is wellicht de edelste, de nobelste taak waaraan een mens kan meewerken. Misschien – zeker - ook wel de moeilijkste, vandaar dat een degelijke voorbereiding, een heel leven lang, nodig blijkt te zijn. Doden, integendeel, wordt niet geassocieerd met begrippen als edel, nobel en soortgelijke hoogmenselijke kwaliteiten. Sterven is een ,,kunst’’, die typisch menselijk is. Doden integendeel verwekt verafschuwing, verontwaardiging, woede. Zoals gezegd, omdat het ons niet zomaar toekomt.

Sterven gaat gepaard met pijn, met afscheid nemen, met een rouwproces. Het wordt anders beleefd naar gelang van de omstandigheden. Een rustige natuurlijke dood is anders dan het overlijden bij een ongeval of bij zelfdoding. Er zijn vele schakeringen van pijn en droefheid.

Verontwaardiging en niet begrijpen is ook diep menselijk. Een dierbare verliezen, in welke omstandigheden dan ook, grijpt diep in ons leven in, doet ook de edelste gevoelens in ons opbloeien. Wie echter kiest voor vrijwillige doding, menselijk begrijpbaar wellicht omwille van onhoudbare en uitzichtloze situaties, zij het door abortus, euthanasie of andere vormen, laadt toch op zijn schouders een gewicht dat lang kan blijven wegen.

Als we dit thema in een breder kader zetten of ruimer toepassen, komt het er uiteindelijk op neer dat we God moeten toelaten God te zijn. Het is niet onze roeping om zijn taak over te nemen.

+Luc Van Looy