| Start |
|
Statements en getuigenissen.
uit verschillende week- en dagbladen
IPB-beraad over huwelijk
In Rome heb ik net het eerste jaar van de opleiding bijbelse theologie afgerond. Na mijn wijding vertrek ik opnieuw naar de Urbaniana-universiteit om het tweede en laatste jaar van die licentie af te werken. Maar ik was uiteraard niet enkel in Rome om met mijn neus in de boeken te zitten. Ik voelde me er algauw een echte Romein. Dat komt waarschijnlijk omdat ik nooit echt plaatsgebonden wortels heb gehad. Tijdens mijn jeugd ben ik vaak verhuisd. Bovendien kon je me zelden thuis vinden. Ik moest altijd wel ergens heen. Was het niet de Chiro, dan was het de catechese of de pluswerking.
Je kunt er niet naast kijken: de wil van mensen om (kerkelijk) te huwen verzwakt. Uitspraken als „gehuwd of ongehuwd leven, daar beslis je toch zelf over” en „voor een boterbriefje moet je het niet doen”, hoor je vaak.
Moet de Kerk het huwelijk juist nog sterker
benadrukken of moet ze veeleer meer aandacht en waardering hebben voor andere
relatievormen? Het was een vraag die de jonge moraaltheologe Annemie Dillen
het aanwezige IPB-gezelschap, zo’n veertigtal mannen en vrouwen, voorhield.
Het ideaal van het huwelijk als levens- en liefdesgemeenschap blijkt voor vele
(jonge) mensen te hoog gegrepen. Dat heeft te maken met de verhoogde aandacht
voor het individu. Genuanceerd gesteld: er leeft een verborgen angst op falen,
een dubbele beweging van bindingsangst én ontbindingsangst.
Het huwelijk lijkt vele jonge stellen te overvragen. Gevolg: ze gaan géén huwelijk aan of stellen het lange tijd uit. Ongehuwd samenleven van jonge paartjes is niet meer weg te denken uit onze samenleving, ook niet uit de kerkelijke. Zowel in Amerika als in West-Europa is het een culturele norm geworden. De helft van stellen die zich aanbieden voor een (kerkelijk) huwelijk, blijkt reeds een hele tijd samen te wonen.
Aldus lijkt een kloof te bestaan tussen de pastorale praktijk en het theologische spreken, toonde Annemie Dillen aan. Dat geldt voor de houding tegenover samenwonende stellen, maar ook voor deze tegenover hertrouwde echtgescheidenen. „Door de sterke nadruk op de onverbreekbaarheid van het huwelijk lijkt er mogelijks ook een scheiding tussen het spreken van de Kerk en de realiteit van de wereld.”
De Engelse theoloog Adrian Thatcher citerend: „Is het niet mogelijk een moraal van zorg te hanteren die iedereen omvat en aandacht schenkt, en die tegelijk ook bepaalde gezinsvormen op theologische en sociale gronden verdedigt?”
Heikele zaak. In het denken van de Kerk is het huwelijk hét enige kader van seksualiteitsbeleving.
Meer nog, een aangegaan huwelijk is onverbreekbaar. Die onverbreekbaarheid berust niet zomaar op een kerkelijke norm, zoals men wel eens denkt, maar op een evangeliewoord, merkte de Antwerpse bisschop Paul Van den Berghe op.
Veel gehoord in christelijke kringen is het idee om, net zoals bij de orthodoxe
Kerken, toch een tweede huwelijk toe te staan na het doormaken van een welbepaald
verzoeningsritueel.
Op de vergadering stelde mgr. Van den Berghe dat dit ritueel in de orthodoxe Kerk evenwel een pijnlijk boetegebeuren is.
Huwelijk is liefdesgemeenschap. En die liefde toont zich vaak veelzijdig. Soms is ze passie, vriendschap, partnerschap en zelfgave, dan weer duurzaamheid en rijpheid. Een huwelijksrelatie wordt ook met lijden en verdriet geconfronteerd, die op hun beurt ook weer kansen kunnen zijn om te groeien.
Gaudium et Spes, het document van het Tweede Vaticaanse Concilie over de rol van de christen in de wereld, omschrijft het huwelijk als „een intieme, persoonlijke liefdesgemeenschap van man en vrouw”. Het formuleren van het huwelijk in termen van verbond en liefdesgemeenschap was een nieuwigheid die het concilie introduceerde. De ontwikkeling van deze theologie en spiritualiteit (de grote jezuïet-theoloog Karl Rahner speelde er een belangrijke rol in) heeft onvermoede gevolgen: als er geen liefdesband (meer) is tussen twee personen, is er dan ook geen huwelijk meer?
„Het instituut huwelijk mag nooit, noch in
de samenleving noch binnen de Kerk, met de intieme liefdesgemeenschap geïdentificeerd
worden en zou beter als leidraad en richtsnoer dan als norm gehanteerd worden,”
stelde Thomas Knieps op de IPB-vergadering.
Het huwelijk is, antropologisch gezien, méér dan een persoonlijke en intieme
gemeenschap, aldus een opmerking op dezelfde IPB-vergadering. Het huwelijk is
immers ook een sociaal instituut, waar een hele gemeenschap bij betrokken is.
Een belangrijk element in de antropologische benadering van het huwelijk is (en blijft nog steeds) de vruchtbaarheid: het krijgen en opvoeden van kinderen.
„Wie heeft er iets aan dat een paar gehuwd is?” Zo luidde de vraag van jezuïet Hugo Roeffaers, betrokken bij Marriage Encounter (zie hiernaast). De huwelijksspiritualiteit van vandaag legt sterk de nadruk op de openheid van het paar naar buiten en verzet zich tegen het uitsluitende privé-karakter van het huwelijk.
„Een man verlaat zijn vader en moeder en hecht zich aan zijn vrouw, en die twee zullen één vlees worden’, citeerde spreker het eerste bijbelboek Genesis. „Dit geheim is groot!”, schrijft Paulus in de Efeziërsbrief. „Ik betrek het op Christus en de Kerk.” Waarmee met bijbelse woorden wordt aangetoond dat spreken over het huwelijk het hart van de Kerk raakt. En dus brandstof is voor menig gesprek, zeker op het Interdiocesaan Pastoraal Beraad.
Erik De Smet
De International Academy for Marital Spirituality (Intams - Internationale academie voor huwelijksspiritualiteit), met zetel in Sint-Genesius-Rode, wijdt zich volledig aan de studie van het christelijk huwelijk en de huwelijksspiritualiteit. Daartoe richt de stichting, onder bescherming van de kardinalen Danneels en Martini, lezingen en cursussen in en geeft zij publicaties en een tijdschrift over het onderwerp uit.
Intams wil onder meer binnen de Kerk het bewustzijn
versterken dat huwen eigenlijk een bijzondere roeping is. De huwelijksrelatie
tussen man en vrouw dient aangezien te worden als een volwaardige plaats waar
God aanwezig is en ervaren kan worden.
In het jongste nummer van Intams Review (2002-1) lazen we een hoogst interessante
bijdrage van KULeuven-hoogleraar Roger Burggraeve over de betekenis van geslachtsverschillen
in het huwelijk.
Het anderszijn van man en vrouw dient, volgens
de auteur, herontdekt te worden. Het huwelijk is de plaats bij uitstek waar
de partner als andere kan worden ervaren en het bestaan volledig kan worden
gedeeld met een ander.
In een tijd waarin vele verschillende samenlevingsvormen vorm krijgen, wettelijk
verankerd worden en mogelijks een plaats zijn waar ook kinderen kunnen geboren
worden, blijft het huwelijk alsnog een hoeksteen van onze samenleving, met diepe
betekenis voor relatie, seksualiteit en gezin. Willen we evenwel het unieke
karakter van het huwelijk ontdekken, dan moeten we het wel durven afmeten tegen
andere samenlevingsvormen.
BRUSSEL (IPB) - Het Interdiocesaan Pastoraal Beraad (IPB), een interdiocesaan advies- en overlegorgaan binnen de kerkgemeenschap in Vlaanderen, heeft een interactief discussieforum geopend. Via de website www.ipbsite.be wil het IPB aan geïnteresseerden ruimte bieden om te reageren op thema's over kerk en samenleving. Een eerste thema wordt het huwelijk.
Aanleiding om dit thema te kiezen is het beraad over het huwelijk dat momenteel binnen het IPB loopt. Zowel het burgerlijke als het kerkelijke huwelijk staan vandaag onder spanning. Steeds minder jongeren huwen of doen dit op latere leeftijd. Het aantal echtscheidingen neemt toe.
Tegelijk ontstaan nieuwe samenlevingsvormen die vragen om maatschappelijke erkenning. In deze context dringt een grondige reflectie zich op over de betekenis van het (kerkelijk) huwelijk, en over de houding tegenover andere samenlevingsvormen.
Op deze website van het IPB kan gereageerd worden op reflecties over, uitdagingen en vragen voor de pastoraal. Door dit interactief
gespreksforum houdt het IPB op een ruimere manier voeling met wat leeft, waardoor het gesprek ook binnenkerkelijk gestimuleerd wordt. Het interactief gespreksforum moet ook het het beraad binnen het IPB-Forum verruimen en verrijken.
Informatie: IPB-secretariaat, Guimardstraat 1, 1040 Brussel. Tel.: 02 / 509 96 87,
fax: 02 / 509 96 09, e-mail: ipb@kerknet.be, website: www.ipbsite.be
Wat willen mensen die kerkelijk trouwen eigenlijk? En hoe kun je daar als kerk bij aansluiten? De Nederlandse pastoraalpsycholoog dos Pieper deed er onderzoek naar in Vlaanderen. Een gesprek.
Ruim tien jaar geleden onderzocht Jos Pieper voor zijn proefschrift in welke mate de kerkelijke huwelijksvoorbereiding inspeelt op de religieuze bewogenheid van huwenden in Nederland. Vandaag werkt hij als 'pastoraalpsycholoog’ aan de Katholieke Theologische Universiteit in Utrecht (KTID en aan de theologische faculteit van de Universiteit Utrecht. Daar is hij vooral bezig met de betekenis van religie voor de geestelijke gezondheid van de mens. Maar op vraag van de Vlaamse interdiocesane dienst voor gezinspastoraal deed hij zijn vroegere onderzoek naar de huwelijksvoorbereiding over in Vlaanderen. Met name de koppels die in 1999 in de bisdommen Brugge en Gent en in Nederlandstalig Brussel in het huwelijksbootje stapten, kregen een vragenformulier toegestuurd. Ondertussen zijn de gegevens verwerkt en is het onderzoeksrapport klaar.
Aan welk profiel beantwoorden mensen die voor een kerkelijk huwelijk kiezen?
"Meestal zet je dit soort onderzoek op omdat je een spanning ervaart. In dit geval: zijn de mensen die een kerkelijk huwelijk vragen, nog wel christelijk gemotiveerd? Er blijken twee tendensen te bestaan. Aangezien veel meer mensen kerkelijk huwen dan er regelmatig praktiseren, kun je vermoeden dat een grote groep op scharniermomenten in het leven zoals geboorte, huwelijk en overlijden, zich toch tot de kerk wendt, maar er voor de rest nauwelijks een binding mee heeft.
De tweede tendens is dat almaar meer koppels beslissen om alleen maar voor de wet te huwen. Het aantal kerkelijke huwelijken daalt ook in België. Dat zou betekenen dat wie voor de kerk huwt, dat toch vanuit een christelijk-kerkelijke motivatie doet.
Dat die motivatie inderdaad een niet onaanzienlijke rol speelt, verraste mij tien jaar geleden al bij mijn Nederlands onderzoek. Slechts eenderde van het bestand is niet zo intrinsiek gemotiveerd. De christelijke motivatie speelt dus toch nog voor een aanzienlijke mate mee bij wie huwt.
Het klopt dus niet 'dat paartjes het alleen nog maar doen voor de traditie en de sfeer'. Al blijft de sfeer - motivatie - romantiek, kader - nog wel een belangrijke rol spelen."
U onderzocht vier soorten motieven om te trouwen: de rol van kerkelijk-gelovige, de sociaaltraditionele drijfveren en motieven die verband houden met 'rite de passage' en met sfeer.
"De ondervraagden profileren zich als een groep zelfstandige kiezers die zich niet door sociale druk of door traditionele overwegingen laten leiden. De drie andere motievenclusters zijn voor de meeste paren wel van toepassing.
Anders dan in het Nederlandse onderzoek kwam er een aparte groep motieven naar voren in verband met de 'rite de passage' of het overgangsritueel. In mijn proefschrift kon ik nog schrijven dat het huwelijk evolueert van een rite de passage naar een 'rite de confirmation’, een soort bevestiging of bestendiging van wat er al is. Vandaag blijkt, ook bij mensen die al samenwoonden, de emotionele overgang toch een rol te spelen. Mensen beleven hun huwelijk als een dichter bij elkaar komen, een hechter samenhoren, een verstevigen van de hand. Misschien wijst dat op een
kentering sinds de jaren '70 en '80: een huwelijksverbintenis wordt minder beleefd als 'een briefje dat niet zoveel voorstelt" maar, krijgt blijkbaar opnieuw iets meer waarde."
Wat verwachten trouwers van de huwelijksvoorbereiding?
"Het opvallendst is dat ze het vooral willen hebben over de inhoud van de huwelijksviering, het ritueel. Daarvoor wenden ze zich tot de kerk. En niet zozeer voor een uitgebreide ingroei in het geloof of voor catecheseachtige activiteiten. Na het huwelijk blijkt ook dat velen de kerk weer snel vergeten. Ze willen er vooral een goed ritueel van maken, met aandacht voor de liederen, de teksten en andere rituele elementen. Ze verwachten dat de viering een persoonlijke toets krijgt.
Daarnaast willen ze zich in de voorbereiding ook graag buigen over het thema trouw. Relatietopics zoals omgaan met meningsverschillen en conflicten zijn ook populair. Dan komt het geloof aan de orde. Ongeveer de helft wil daar dieper op ingaan. Voor de trouwers zelf is dat geen centrale topic, voor de begeleiders wel."
Kunt u het effect van de huwelijksvoorbereiding inschatten?
"Mijn uitgangsvraag was: betekent zo'n voorbereiding iets voor het geloof van mensen die huwen? Wanneer ze beweren dat geloof sindsdien belangrijker is geworden in hun leven, dan is dat zeker het geval. Een jaar na hun huwelijk zegt 11 procent dat zij dat zo ervaren. Een minder diepgaand - maar niet minder reëel - effect voor de anderen kan zijn dat hun geloof weer eens een keertje werd geactualiseerd. Ook dat betekent natuurlijk een stap vooruit in je geloofsontwikkeling. Maar wat mij hierin voorzichtig stemt, is dat toch een aanzienlijk aantal koppels beweert dat niet diepgaand op de eigen opvattingen werd ingegaan. Dat is natuurlijk niet bevorderlijk voor een actualisering van je geloof Het valt op dat wie een voorbereidingscursus volgde, vaker beweert de eigen mening te hebben kunnen zeggen. Maar het kan natuurlijk dat precies mensen die daarop uit zijn, sneller geneigd zijn zo’n cursus te volgen."
Het gesprek over de vormgeving van de huwelijksviering vinden trouwers erg belangrijk. Steken daar kansen in voor de huwelijksvoorbereiding?
“Als je een gesprek begint met een uiteenzetting over de verbondsidee, over de christelijke sacramentele betekenis van het huwelijk - dat het huwelijk een
symbool is van het verbond van Christus met de kerk -, loop je het risico dat velen
zich afvragen: 'Kunnen wij hier wel iets mee?' Maar als je begint met hoe je vorm, kunt geven aan het overreiken van de ringen, welke woorden je gebruikt voor het jawoord, dan maak je kans dat het paar ook iets vertelt over wat trouw voor hen betekent. Dan kan de pastor of het onthaalkoppel misschien aanstippen dat trouw ook iets te maken heeft met het bijbelse thema van het verbond... Op die manier sluit je aan bij de beleving. En zo zou je van de verschillende elementen van de viering - lezingen, voorbeden, zegen - kunnen overgaan naar de christelijk-kerkelijke betekenis ervan."
Het ritueel staat voorop. Aan de christelijke betekenis van het huwelijksleven hechten huwenden veel minder belang.
Zijn er mogelijkheden om daarna door te stoten?
"Als psycholoog pleit ik voor een inductieve benadering. Waar staan de huwenden? Wat betekent een huwelijk voor hen? Welke religieuze verbindingen leggen ze
al? Twee elementen komen vaak voor. Vanuit het aanvoelen dat ze een meer diepgaande emotionele hand, een hechtere verbintenis smeden, rijst bij velen het vermoeden dat dit iets te maken heeft met een goddelijke zegen, bescherming of inbedding'.
Vervolgens is het huwelijk voor velen ook van betekenis mei het oog op kinderen. Ze willen een ruimte - hoe vaag ook - die hun kinderen de kans biedt in de
christelijke traditie op te groeien. Een soort bedding waarin die kinderen hun leven vorm kunnen geven, al moeten ze later zelf een keuze maken. Vanuit die gegevens kun je voorzichtig en bescheiden een catechetische verdieping aanreiken. Maar je kunt niet verwachten dat je op zo’n punctueel moment catechetisch diep door kunt stoten."
Uw onderzoek wijst uit dat de begeleiders scherp de kloof aanvoelen tussen het leven van de kandidaat-huwenden en de christelijk-kerkelijke invulling van het huwelijk. Hoe reageren ze daarop?
“Er zijn twee stromingen, die je ook in de positionering van de kerk tegenover de samenleving tegenkomt. Een groep zegt: 'We moeten het zuiver houden. Desnoods
worden we een kleine groep, klein maar fijn.' Anderen beweren: 'We moeten aanhaken bij de cultuur, daarmee de confrontatie aangaan en ermee in gesprek blijven.'
Bij de verantwoordelijken is er, me dunkt, een groeiende tendens om te kiezen voor een zuiverden lijn omdat in onze cultuur religie sterk verschoven is van specifiek christelijk naar algemeen religieus. Dat laatste merk je ook in het onderzoek, al springt één geloofsthematiek er merkwaardig genoeg uit: 75 procent wil graag meer weten over de sacramentele betekenis van het huwelijk. Misschien komt dat doordat ze zich daar niets meer bij kunnen voorstellen en er gewoon benieuwd naar zijn."
In uw aanbevelingen stelt u.- 'Naarmate je het psychosociale aspect van de relatie aan bod laat komen, zal ook de religieuze duiding aanslaan bij de huwenden.' Is die vloeiende overgang wel zo evident?
"Inderdaad niet. Ongeveer eenderde van het bestand huwt niet uit een christelijk-gelo vige motivatie, maar om sociaaltraditionele redenen en om de sfeer. Zij zitten niet te wachten op verdieping, maar willen alleen het ritueel krijgen. Bij hen slaat een gelovige duiding niet aan. Bij de anderen is er een bedreven pastor nodig, die hen het gevoel geeft dat die duiding bij hun levensverhaal aansluit. Het vergt wel wat vaardigheid om zo'n gesprek te voeren."
Hoe kijkt u er zelf tegenaan dat het voor een flink pak trouwers vooral om het ritueel en niet om gelovige verdieping gaat?
“Als mensen het gevoel hebben dat hun levensverbintenis iets met God te maken heeft in de zin van inbedding of bescherming, dan lijkt mij dat toch al iets. Als je door die viering een - zij het eenmalige - religieuze bedding voor hen kunt creëren, ben je volgens mij niet zinloos bezig. Een recent Romeins document over huwelijkscatechese gaat ervan uit dat de huwelijksvoorbereiding paren socialiseert, dieper binnenhaalt in de kerkgemeenschap, in alle facetten van hun leven. Ik denk dat dit voor de meesten gewoon te hoog gegrepen is. Religie is in onze samenleving nu eenmaal sterk geïndividualiseerd. Mensen komen op bepaalde momenten in hun leven in aanraking met de kerk. Maar weinigen zijn ingeschakeld in een permanent catechesetraject
dat hen als het ware volledig in de kerk opneemt. De groep huwenden die werkelijk parochieverbonden is en zijn hele leven in een kerkelijke context situeert, schat ik op zowat 10, hooguit 15 procent."
En dat heeft zo zijn gevolgen voor de manier waarop je je voorbereiding inricht?
"Alles hangt af van de visie van waaruit je pastoraat bedrijft. Als je voor een meer inductieve vorm kiest, vertrek je van waar de mensen staan. Je kunt natuurlijk ook uitgaan van de leer, vanuit de overtuiging: hoe vaker en nadrukkelijker we die voorhouden, hoe meer de betrokkenen ervan zullen opsteken en erin zullen meegaan. Ik denk niet dat dit echt werkt. je moet toch op een of andere manier aansluiten bij iets wat ze beleven of kennen. Maar je kunt ook daar te sterk in doorschieten. Dan word je een louter service-instituut in functie van oppervlakkige gevoelens en opvattingen. Dan neem je je als kerk niet au sérieux. Het komt erop aan de spanning uit te houden - en dan bereik je bij de een iets meer dan bij de ander. En al merk ik dat verantwoordelijken het daar almaar lastiger mee krijgen, ik pleit er toch voor niet te snel een van beide polen - leven en geloof - te ontladen.”
Stelt u opmerkelijke verschillen vast tussen Vlaanderen en Nederland?
"Ik zie veel overeenkomsten. Toch zijn er enkele verschillen. Over de toename van de beleving van een overgang bij het huwen, had ik het al. Verder valt ook op dat de sfeer en de sociaaltraditionele motivatie bij dit Vlaamse onderzoek ook iets groter waren. Misschien waren de mensen destijds nog uitgesprokener in hun keuzes: 'Ik doe het, en dan betekent dat ook iets voor me. Anders doe ik het niet.' Misschien kwamen daardoor die sociale en sfeermotieven minder voor."
Heeft het sterkere cultuurkatholicisme in Vlaanderen daar wat mee te maken?
"Best mogelijk. Omdat je in Nederland zowel katholicisme als protestantisme hebt,
is de vanzelfsprekendheid van je geloof er sowieso al minder groot. Daardoor heeft het cultuurkatholicisme de jongste twintig, dertig jaar in Vlaanderen vermoedelijk iets minder onder druk gestaan dan in Nederland.
Misschien, zo vertellen ze mij, komt het ook doordat het onderzoek vooral in de bisdommen Brugge en Gent plaatsvond, waar kerk en cultuur sterker vervlochten zijn dan bijvoorbeeld in Antwerpen."
Rapport over kerkelijke huwelijksvoorbereiding
Kerkelijk huwen raakt
stilaan uit de mode. Met een partner tijdelijk of voor onbepaalde duur samenwonen
lijkt de norm geworden. Wie nu nog kiest voor een kerkelijk huwelijk, doet dat
met een zekere overtuiging. Als scharniermoment in het leven vindt de Kerk het
belangrijk
er te zijn voor de toekomstige en jonge echtparen. Maar op welke manier moet
de Kerk zich aanbieden aan de huwenden?
Uit een onderzoek, verricht door de Utrechtse
professor Jos Pieper in samenwerking met de Interdiocesane Dienst voor Gezinspastoraal
(IDGP), blijkt dat de kerkelijke huwelijksvoorbereiding in Vlaanderen herzien
moet worden. Wat jonge stellen verwachten van de huwelijksvoorbereiding lijkt
soms niet overeen te stemmen met wat begeleiders en priesters hun aanbieden.
Het rapport stelt enkele problemen vast en formuleert voorstellen.
Wanneer we kijken naar de vraag hoe de huwelijksvoorbereiding vandaag verloopt,
stellen we vast dat zeer veel huwenden weinig of geen vorm van voorbereiding
genieten. Van de ondervraagde koppels in het onderzoek zegt slechts 19 procent
te zijn uitgenodigd voor het volgen van ‘onthaal’ (waarmee een gesprek met een
ouder echtpaar uit de parochie) en slechts 31 procent werd uitgenodigd voor
de verloofdencursus.
De twee andere stappen in de huwelijksvoorbereiding, de aanvraag tot het huwelijk
en de ondertrouw, kunnen aangegrepen worden als een gelegenheid voor een pastoraal
gesprek met de priester die het huwelijk zal inzegenen. Volgens het onderzoek
van professor Pieper liggen echter de verwachtingen van het paar niet altijd
op de lijn van wat de priester hun graag wil geven.
Wat verwachten huwenden dan wel van dergelijk
gesprek volgens Pieper?
De thema’s waarover huwenden het liefst praten, zijn allereerst de concrete
voorbereiding van de huwelijksviering in de kerk (uitzoeken van teksten, liederen
en muziek), vervolgens de invulling van de levenslange trouw aan elkaar en de
praktische inrichting van het leven als echtpaar. Huwenden wensen tijdens de
voorbereiding vooral te spreken over de opbouw van een relatie en over wat de
studie „de diepere achtergrond van de menselijke liefde” noemt.
EIGENAARDIG?
Hierbij lijkt veel minder interesse te bestaan
voor wat de bijbel over het huwelijk te zeggen heeft en voor het geloof als
basis van een kerkelijk huwelijk. De paartjes zijn niet a priori geïnteresseerd
in het uitdiepen van het geloof op
het moment van dit levenslange engagement voor elkaar, dat nochtans gesloten
wordt voor God en voor de kerkelijke gemeenschap.
Is dat eigenaardig? Absoluut niet. Twee op vijf stellen kiezen vandaag voor
een godsdienstige plechtigheid naast het burgerlijke huwelijk. Velen zijn wel
gelovig opgevoed, maar gaan weinig of nooit naar de kerk. Hun betrokkenheid
bij de lokale parochie is volgens het onderzoek van Pieper matig tot gering
(slechts 12 procent voelt zich sterk verbonden met de parochie). Dat hoeft niet
te verbazen: het kerkbezoek ligt over de hele lijn bijzonder laag.
We mogen dus aannemen dat een groot deel van de huwenden zelden geconfronteerd
wordt met het evangelie, het geloof en God. Even buiten beschouwing gelaten
wat sommigen daarover eventueel nog in hun kinderjaren gehoord hebben, mogen
we misschien wel stellen dat vele kandidaat-trouwers die een kerkelijk huwelijk
voorbereiden, een onbeschreven blad zijn wat de godsdienstige invulling van
die keuze betreft.
EERST ONTMOETEN
Eén van de aanwijzingen geformuleerd door
professor Pieper aan het adres van de begeleiders luidt dan ook: „Priesters
zouden zich ervan bewust moeten zijn dat er ook huwenden zijn (22 procent) die
in het gesprek met hen niet geïnteresseerd zijn in een inhoudelijke verdieping.”
Daarbij wordt niet bedoeld dat er dan maar helemaal geen inhoudelijke verdieping
moet worden aangereikt. Wel is het uitermate nodig dat de begeleider (al dan
niet priester) de mensen die hij voor zich krijgt, eerst beter leert kennen.
Er moet een echte ontmoeting tot stand komen waarbij wordt geluisterd naar wat
die jonge mensen bezighoudt. Pas wanneer de begeleider begrijpt wie hij voor
zich heeft, kan hij een zinnige bijdrage leveren voor de geloofsverdieping van
de huwenden.
Als stafmedewerker van IDGP werkte Liselotte Anckaert mee aan de verwerking
van de cijfers van Piepers onderzoek. Een van de belangrijkste resultaten van
de studie is volgens haar juist die discrepantie tussen verwachtingen van beide
partijen.
„Priesters spreken met de huwenden over het algemeen graag over de gelovige
invulling van hun keuze. De huwenden zelf verwachten zich daar niet altijd aan.
Zo ontstaat slechte communicatie. Hier moet de Kerk nieuwe wegen vinden om de
geloofsinhoud in verband te brengen met de vragen die de huwenden zich wél automatisch
stellen. Het aspect van de levenslange trouw zou een goede toegangspoort kunnen
zijn.”
ONBESCHREVEN BLAD
Juist omdat vele kandidaat-trouwers op spiritueel
vlak ‘onbeschreven bladen’ zijn, vindt de gezinspastoraal het zo belangrijk
dat de Kerk bij de gelegenheid van de huwelijksvoorbereiding haar stem laat
horen. Op zo’n scharniermoment in het leven staan mensen vaak meer open voor
spiritualiteit. En heeft het evangelie niet heel veel zinnige dingen te zeggen
over liefde en trouw? Is God niet diegene die ons voorgaat in de eeuwige en
trouwe vriendschap? Dat begrijpen kan veel bijdragen tot een geslaagd huwelijk,
waarin de partners zich niet blind staren op zichzelf of op elkaar, maar altijd
nieuwe brandstof voor hun geluk vinden door het rustige vertrouwen op de Heer.
De Kerk moet wel op zoek gaan naar een nieuwe manier om deze boodschap over
te brengen. Het evangelie doorgeven en mensen spiritueel doen groeien gaat niet
vanzelf, zeker niet wanneer de kandidaten er niet vanzelf vragende partij voor
zijn. Volgens IDGP is de huwelijksvoorbereiding de start van een ook na het
huwelijk blijvende pastorale bekommernis.
De gezinspastoraal staat ook voor de vraag, welke groep mensen hij deze pastorale
huwelijksvoorbereiding wil aanbieden. Een feitelijk geveven is dat nogal wat
mensen die wel kerkelijk willen huwen, dit inhoudelijk niet willen invullen.
91 procent van de ondervraagde stellen gaf als motivatie op dat het kerkelijke
huwelijk „toch iets bijzonders is”. Vraag is wat daar precies mee wordt bedoeld.
„Willen wij openstaan voor iedereen of willen we onze huwelijksvoorbereiding
richten op mensen die vanuit religieuze bewogenheid kiezen voor een kerkelijk
huwelijk? Daar moeten we uitkomen. We moeten de drempel niet zo verlagen dat
we tot een servicekerk verworden, maar we moeten ook geen elitekerk zijn. Het
is een moeilijk spanningsveld”, aldus Liselotte Anckaert.
WERKGROEP
De resultaten van de studie leidden tot de
oprichting van een nieuwe werkgroep die de aanbevelingen van professor Pieper
beter wil bestuderen. Deze interdiocesane werkgroep zal enkele avonden samenkomen
om over de zaak te reflecteren en om aangepaste werkmethodes en materiaal uit
te denken. De werkgroep ziet onder meer een sterke uitdaging in de vraag hoe
men vandaag het sacrament van het huwelijk ter sprake kan brengen en hoe moet
worden omgegaan met de spanning tussen relationele en geloofsthema’s. Beide
thematieken moeten evenwichtig aan bod komen tijdens de huwelijksvoorbereiding.
Het Interdiocesaan Pastoraal Beraad (IPB) sprong alvast op de kar van deze werkgroep.
Om een steentje bij te dragen tot de reflectie over een vernieuwde huwelijksvoorbereiding,
opende het advies- en overlegorgaan van de Vlaamse Kerk een interactief discussieforum
op zijn website (www.ipbsite.be). Binnen het IPB loopt momenteel een beraad
over het huwelijk. Er wordt nagedacht over de betekenis van het huwelijk (in
het bijzonder het kerkelijke huwelijk) en over andere samenlevingsvormen. Op
de site kan gereageerd worden op reflecties over, uitdagingen en vragen voor
de pastoraal.
Lieve Wouters
De wat bizarre berichten ten spijt die vorige week uit het Vaticaan kwamen overgewaaid, gaat het helemaal niet zo slecht met het kerkelijk huwelijk. Dat illustreert een gloednieuwe studie van de Utrechtse psycholoog Jos Pieper over de huwelijksvoorbereiding in Vlaanderen.
Jos Pieper voerde eind 2000 een enquête uit
bij al wie in 1999 voor de kerk huwde in de bisdommen Gent en Brugge of in de
Nederlandstalige Brusselse kerk. Daaruit blijkt dat de veelgehoorde verzuchting
- ,,Wie voor de kerk trouwt, doet dat toch alleen maar voor de sfeer en uit
traditie’’ - niet klopt.
Tweederde van de ondervraagden haalt - naast andere - uitdrukkelijk christelijk-kerkelijke
motieven voor zijn beslissing aan. Wie die motivatie niet deelt, voelt zich
meestal niet langer gedwongen toch in het kerkelijke huwelijksbootje te stappen.
Opvallend is wel dat het gros van de huwelijkskandidaten vooral het huwelijksritueel
belangrijk vindt, terwijl maar een minderheid de huwelijkssluiting als de ‘verdichting’
van een christelijk-geëngageerd huwelijksleven beschouwt. Niettemin stelt de
Utrechtse psycholoog vast dat Vlaamse trouwers van rond de millenniumwissel
hun huwelijk meer als een - religieus beleefde - overgang naar iets nieuws beschouwen
dan hun Nederlandse geestesgenoten dat 10 jaar geleden deden.
Het onderzoek van Pieper wijst niet op een revival van het kerkelijk engagement bij jongvolwassen Vlamingen. Toch blijkt er een voldoende maatschappelijke basis te bestaan waarop de kerk een zinvolle huwelijks- en gezinswerking kan uitbouwen. Met wat durf en creativiteit kan ze, zonder haar eigenheid te verloochenen, inspelen op wat er in de samenleving met betrekking tot relatievorming leeft.
Zou paus Johannes Paulus II met die visie instemmen? Zijn toespraak begin vorige week tot de rechters en advocaten van de Romeinse kerkelijke rechtbank, naar aanleiding van de opening van het gerechtelijk jaar, doet uitschijnen van niet. Grondthema van de pauselijke lezing was de onverbreekbaarheid van het huwelijk - een basispijler van de christelijke huwelijksvisie.
De onverbreekbaarheid van het huwelijk vindt voor gelovigen haar grond in de overtuiging dat de trouw van de gehuwden Gods onverbrekelijke trouw aan zijn volk en Christus’ onomkeerbare trouw aan zijn kerk weerspiegelt. Gelovigen zien daarin bovendien een grondstructuur van de werkelijkheid zelf oplichten, meent de paus: de huwelijksband van man en vrouw is van nature uit gericht op die onverbrekelijke trouw. Elke rechtscultuur zou daar dus rekening mee moeten houden.
Daarom pleit de paus er niet alleen voor dat kerkelijke rechtbanken die onverbreekbaarheid in het vizier houden - en dus de nietigverklaring niet onrechtmatig toepassen -, maar roept hij ook burgerlijke rechters en advocaten op om dat doen. Vooral dat laatste fragment van de pauselijke lezing haalde vorig week het nieuws. Helaas los van de context en zonder de nodige nuancering.
De schuld van de media? Dat is te makkelijk. Inhoudelijk kun je je afvragen of het Vaticaan in zijn terechte pleidooien voor onverbreekbaarheid niet ook begrip en barmhartigheid moet tonen voor wie daarin mislukte of slachtoffer werd van de partner. Scheiden doet altijd lijden. Vervolgens, kan het eigenlijk wel dat je pas tien dagen na zo’n delicate toespraak de tekst ervan in een andere taal dan het Italiaans kunt raadplegen? Dat is vragen om moeilijkheden.
Maar wat wilde de paus meegeven aan burgerlijke rechters en advocaten? De rechters riep hij op ten volle gebruik te maken van hun opdracht om te proberen te verzoenen, voor de rest moeten ze hun werk doen - ze kunnen immers geen gewetensbezwaar inroepen.
En de advocaten? ,,Als beoefenaars van een vrij beroep moeten zij altijd het gebruik van hun beroep afwijzen als het doel in strijd is met de gerechtigheid, zoals bij de scheiding. Ze mogen er alleen hun medewerking aan verlenen wanneer de scheiding, in de bedoeling van de cliënt, niet gericht is op het verbreken van het huwelijk, maar op een ander gewettigd effect dat alleen via deze wettelijke weg kan worden bereikt. Op die manier dienen advocaten - via hulp aan en verzoening van personen die een huwelijkscrisis doormaken - werkelijk de rechten van mensen. En zo voorkomen ze dat ze loutere technici worden die in dienst van om het even welk belang optreden.’’
Een uiterst gekunstelde gedachtegang, die we wellicht het best begrijpen als een oproep aan advocaten om hun bijstand in scheidingszaken niet te herleiden tot juridische spitstechnologie in functie van het verbreken van een huwelijk. Mee zorgen voor een rechtvaardige regeling en voldoende garanties voor wie slachtoffer wordt van een echtscheiding, kan natuurlijk wel.
Het huwelijk, kerkelijk zowel als burgerlijk,
staat onder spanning. Dit om allerlei redenen. Of dat een goede zaak is? Misschien
wel. Instellingen moeten bij tijd en wijlen in vraag kunnen gesteld worden,
willen ze nog aansluiten op de ervaringen van de concrete mensen. Een instelling
moet haar structuur bijschaven al naargelang van het leven van mensen, anders
wordt ze een lege doos, die men weggooit. Natuurlijk is een instelling ook een
bedding voor de traditie. Heel belangrijke waarden moet zij kunnen blijven doorgeven,
zoals het respect voor elke mens en zijn relaties. Christelijke kerken hebben
hier eeuwenlang heel belangrijke boodschappen gebracht.
Relaties uitbouwen, zeker levenslang, is moeilijk. Het kan slechts gebeuren
met vallen en opstaan.
Het vraagt dat men heel diep graaft in zichzelf en vertrouwen heeft in zichzelf
en in de ander. Dat gebeurt op de fundamenten van ons leven. Dat boort een laag
aan, die niet onmiddellijk te zien is in het licht van ons jachtig bestaan,
waarin mensen op jacht zijn naar heel andere dingen zoals erbij horen met een
mooie auto, veel geld, veel reizen, veel plezier. Is het wel mogelijk in deze
tijd levenslang bij mekaar te blijven? Levenslange trouw aan één partner ligt
niet meer ingebed in onze cultuur.
Persoonlijk vind ik dat de kerk veel te lang het huwelijk heeft gepromoot vanuit
een visie, waarin gebrokenheid en fouten geen plaats hadden. Het levenslange
huwelijk stond op een vlag geschreven, die hoog boven ons waaide, maar die de
lading niet dekte. Daaraan moeten kerkelijke instanties eerst werken. De officiële
kerk moet mensen au sérieux nemen, met hun beperkte mogelijkheden, maar ook
met hun verlangen om echte liefde te geven en te krijgen. Daarin past het echt
au sérieux nemen van echtgescheidenen, door hen onder meer niet uit te sluiten
van de sacramenten. Jezus zelf zocht toch ook eerst de zwakkeren op, niet de
wettische Joden? En, wie zonder zonde is...
Wie die boodschap van de kerk naar buiten moet brengen? Mensen, die weten waarvan
zij spreken en die een taal kunnen spreken die niet uit vorige eeuw komt, maar
inslaat op de situatie van vandaag, zowel bij jongeren als bij ouderen. Mensen,
die nieuwe inzichten in verband met seksualiteit in die boodschap kunnen integreren,
vanuit de absolute gelijkwaardigheid van man en vrouw.
De kerk, dat zijn wij allemaal die zeggen ertoe te behoren. Wij, vooral de ouders
onder ons, zouden een voorbeeld moeten kunnen geven van eerlijk zoeken en engagement
in een relatie. De perfectie is geen ideaal!! Als onze kinderen zouden kunnen
zien hoe wij omgaan met onmacht, verdriet, teleurstelling en met vreugd en geluk
natuurlijk ook, dan zouden ze beter kunnen inschatten dat een huwelijk, ook
levenslang, de moeite waard is. Dat het kansen inhoudt tot zelfontplooiing op
een heel fundamenteel niveau.
Als jonge ouders met kinderen de meerwaarde van zorg voor hun kinderen beter
konden ervaren, zouden ze misschien minder vlug tot een echtscheiding overgaan.
Verantwoordelijkheid voor kinderen is wel geen deugd die bovenaan het lijstje
staat in onze samenleving. We zeggen wel dat het kind centraal staat in onze
cultuur, maar volgens mij is dat dikwijls niet het geval. Heel dikwijls moeten
kinderen voldoen aan de eisen en verwachtingen van de ouders, in een tijd waarin
er weinig tijd is voor mekaar.
Mensen met relatieproblemen kunnen het heel zwaar hebben. Dikwijls staan ze daar alleen mee. Goede vrienden en vriendinnen of eventueel een professionele begeleid(st)er kunnen helpen om klaar te zien en vol te houden in de zoektocht naar een duurzame relatie. Dat is dus een opdracht voor ons allemaal.
Het huwelijk: een werk van lange adem. De Adem is er ook.
Christiane Dumez
De tijden zijn veranderd. Wie een geslaagde relatie wil, moet die elke dag opnieuw verdienen. Net daarom is het huwelijk, dat de partners voor de rest van hun leven voor een voldongen feit plaatst, een gedateerd instituut.
Zelf woon ik sinds 10 jaar ongehuwd samen met mijn partner. We hebben samen vier kinderen die opgroeien in een stabiele omgeving met weinig spanningen. Iets wat ik bij weinig bevriende (meestal gehuwde) koppels zie...
Vaak vraagt men ons waarom wij niet trouwen.
We kaatsen de bal dan terug: waarom wel (kerkelijk) trouwen? Want in theorie
zijn er mooie argumenten voor, in de praktijk blijkt de concrete motivatie nagenoeg
altijd minder verheven:
- druk van de ouders of de omgeving
- een ultieme poging om een scheefgelopen relatie te redden (!)
- kinderen in aantocht
- men wil iets achter de hand ingeval van een echtscheiding (!)
- de romantiek van de huwelijksdag die lonkt
- enz...
Wie nog trouwt, ziet het huwelijk steeds vaker als reddingsboei, een bijkomende bron van zekerheid. Vaak kiezen net de minder sterke koppels voor deze schijnoplossing. De hooggespannen verwachtingen van de trouwers en ontnuchterende confrontatie met de realiteit (de droom van het huwelijk is weg) maakt dat de relatie na een huwelijk vaak onder hogere druk staat dan er voor.
Mijn welgemeend advies aan kandidaat-trouwers: denk goed na, stel je huwelijk bij de minste twijfel uit. Ga samenwonen en bouw rustig aan je relatie, dag na dag. Als het kan, je leven lang...