Start

LAAT HET VUUR BRANDEN

Intredelied

Inleiding en verwelkoming

(jongere)

Dit is een vuurplaats in de stad,
De stad van Jan Berchmans
En vuur moet branden.
Dit is het moment om met velen te bidden om het heilige Vuur van de Geest.
Dit is het moment om het vuur onder de as op te rakelen.
Wij zijn nu halverwege groot en klein.
Maar in het afgelopen jaar hebben wij met deze 53 jongeren uit onze stad mogen ontdekken wie we zijn.
Zoekers, mensen onderweg,
En nu we weten dat we ons steeds mogen verwarmen aan het vuur van Christus
willen wij ons laten tekenen om vurige mensen, christenen vol vuur te zijn.
Want wij willen de wereld verwarmen.
Wij zullen het vuur van de Geest dragen tot in de kille plekken van de stad en van de wereld

         (iemand steekt het eerste vuur aan)

         (jongere 2)

Welkom aan onze mama’s en papa’s, aan onze oma’s en opa’s, meters en peters, aan zussen, broers en de hele familie, aan al die mensen die speciaal voor ons gekomen zijn. We geloven dat jullie ook op zoek zijn naar dat eeuwige vuur…
We zijn blij dat jullie dit mooie moment met ons willen meevieren. Willen jullie ook voor ons bidden? Warm je vandaag …En samen zullen wij nieuwe vuren ontsteken…..In Christus’ naam

         (derde jongere)

Deken Felix, wilt u in deze viering voorgaan, wilt u ons het sacrament van het vormsel toedienen, in naam van de mensen hier, in naam van de kerkgemeenschap, in naam van de goede God zelf?

(een mama)

ze zijn nog met velen,
deze jonge mensen,
die in deze wereld
nog van anderen houden.
De nieuwe volwassenen
Die elkaar verdragen,
Ze zijn niet als bijen en vlinders
die bloemen omzwermen
zo lang ze in bloei staan,
en zoete nectar geven,
Zonder veel bijbedoelingen
blijven zij geven.
Steeds iets van zichzelf,
Van hun tijd,
Van hun dromen,
Dank je God,
Om deze jonge mensen,
En ook om jouw ideeën,
Laat de Geest die dat bewerkt nu vandaag maar komen..

(tweede vuur wordt aangestoken)

(deken Felix)

Ik heb vandaag geen tovermiddel meegebracht, enkel een beloftevol teken voor onderweg.
Jullie zijn – nu meer dan ooit voorheen – de tatoeages van God. Jullie maken hem zichtbaar. Of jullie verbergen hem…

Jongens en meisjes, laat het Licht in jullie schijnen en het Vuur in jullie branden, laat door de handoplegging en zalving, Gods Geest jullie bezielen en vormen tot trouwe christenen… niet alleen vandaag, maar jullie ganse leven lang. Vandaag komt God heel dichtbij.

Schuldbelijdenis

(jongere 4)

Wij hebben het vuur in ons leven gedoofd.
Toen wij niet dankbaar konden zijn
om alles wat we zomaar krijgen, ·toen we steeds meer en meer wilden hebben.

(jongere 5)

Wij hebben het vuur bij anderen gedoofd
Toen we harde woorden spraken, toen we
geen moeite deden om elkaar te begrijpen.

(jongere 6)

Wij hebben het vuur gedoofd
Toen we niet durfden opkomen
voor iemand die gepest werd.
Toen we maar meededen om
niet uit de toon te vallen.

Openingsgebed

(Deken Felix)

Geest van God, ·Daal neer als een vuur over deze jonge mensen.
Dat zij warmte ontvangen wanneer ze in de kou staan.
Ontsteek in hen de vlam om geestdriftige jongeren te worden.
Beziel hun hart, dat ze het vuur in medemensen wakker houden.
Geest van God,
Wijs ze de weg naar de vuurplaatsen in de wereld,
Gemeenschappen die recht doen en vrede maken,
Beziel ze met het heilige vuur van de Geest
die in ons bidt, in ons werkt, ·blijf ons doordringen met uw gaven, ·en zend uw Adem als een vuur door ons heen.
Dat vragen wij u door Christus onze Heer
Amen.

Eerste lezing

Mama van:

Nu lag hij geveld! Een grote, stoere eeuwenoude eik. Hij lag languit op de grond, afwachtend. Men zaagde de takken af. Prachtig hout! En de Heer bleef er dromend bij staan kijken. Toen zei Hij: “Zeg me eens, kranige stam, wat zou je wensen dat ik van jou laat maken?”

Na een poosje stilte zei de boom: “Een deur! Dan bied ik de mensen de kans om langs me heen naar U toe te komen. Een open deur. Of misschien een venster waardoor de mensen bij U binnenkijken. Dan kunnen zij U beter doende zien. U naar binnen leren kennen en begrijpen. Een raam met helder glanzend spiegelglas.” De Heer luisterde met belangstelling.

“Of liever een tafel. Een tafel waar mensen rondom U mogen aanzitten en waar Gij dan gastvrij in goedheid en liefde Uzelf kunt geven… Misschien vraag ik te veel… het mag ook eenvoudiger zijn: een gewone rustbank, buiten onder de boom, zodat de vermoeide reiziger er zich even kan zetten om wat uit te rusten. Bij U…”

Mama van:

En het was weer stil. De boom wachtte. En de Heer bleef even in gedachte… Een mooie stam. Toen zei Hij: Ja, je hebt goede voorstellen gedaan: een deur, een venster, een tafel, een rustbank; het is allemaal nodig en het zijn kostbare meubelen. En toch, als je nu echt het beste wilt voor je medemensen, weet je wat Ik je dan kan aanraden?”

De boom hield de adem in en luisterde met gespannen aandacht.

 “Weet je m’n beste eik: het moeilijkste, maar het mooiste. Laat me gewoon brandhout van je maken. Laat je zagen en in stukken hakken. Dan geef je de mensen warmte en licht en dat hebben ze het meeste nodig. Ik weet het, het is veel gevraagd. Want terwijl je voor de anderen warmte en licht betekent en een lichtende vlam bent, verga je zelf geleidelijk tot fijne lichtgrijze as, die nog nasmeult om dan roerloos niet meer te zijn dan wat stof door de wind, al spelend verspreid.”

Een deur, een tafel, een rustbank of venster betekent heel veel voor de andere, maar ook voor jezelf. Dan ben je iets. Het geeft rijke voldoening. Maar brandhout geeft zich verloren om het beste voor anderen te zijn.

Tussenzang

Vurig verhaal uit de bijbel

(deken Felix)
Op het Pinksterfeest in Jeruzalem, toen is er iets bijzonders gebeurd. Er zijn vele mensen in de stad. Joden uit de hele wereld; Ze willen het feest vieren, het oude oogstfeest, het feest van Gods geboden. Uit het Oosten en het Westen zijn ze gekomen, uit het Noorden en het Zuiden, uit Azië. Mesopotamie, uit Kreta en Rome. De stad is vol van hen, ze zijn vrolijk, een gedruis van veel mensen.
En de vrienden van Jezus? Uit Galilea zijn er, de vissers van het Meer, met Petrus. Ze zijn op één plaats bijeen, bang en een beetje uitgedoofd.
Plotseling komt het over hen als een zware storm die hen overvalt, als vurige vlammen, als en laaiend vuur van de Geest van God.
Hun hart trilt er van.
Ze beginnen te spreken, hardop, vrij, met woorden, vurige woorden, tongen als vuur; Ze moeten het uitroepen, ze kunnen het niet meer voor zichzelf houden.
Jezus leeft. Ze schreeuwen bijna. Ze gloeien van ijver en van enthousiasme. Jezus leeft. En de vonken slaan over. En het vuur laait op.
En nooit waren ze nog als tevoren.

Homilie

Doopselherdenking en geloofsbelijdenis

(samen)

Wij geloven in de Vader
Die de schepper is van het eerste licht.
Hij houdt zijn hand boven ons hoofd
en laat ons nooit in de steek.
Hij roept ons in dit leven om koninklijk te leven
zorgend, als herders voor elkaar.
Wij geloven in Jezus van Nazareth
die vurig in opstand kwam
tegen elke vorm van onrecht
maar door haat en onverdraagzaamheid
om het leven werd gebracht.
We geloven ook dat Hij nog steeds verder leeft
Want zijn vuur is niet te doven,
en brandt ook nog vandaag.
Wij geloven dat zijn Geest ons aanspoort
en in beweging zet
Hij is bezieling en kracht,
als een vuur in ons hart,
een vuur dat niet uitdooft,
maar dat doorgaat en omvormt,
tot wij allemaal mensen zijn,
zo lief als God.
Wij geloven dat we die weg samen kunnen gaan,
hier in deze geloofsgemeenschap,
week na week,
verbonden met alle christenen
waar ook ter wereld
die Gods droom willen waarmaken
een hemel op aarde
waar iedereen zijn plaats heeft
en zich thuis mag voelen.

(jongere)

Samen zijn we op weg gegaan.
We hebben Jezus beter leren kennen doorheen de stapstenen die ons werden aangereikt.
Met de kruisoplegging kregen we ons vormselkruisje,
het blijft ons herinneren aan Jezus en zijn uitnodigende manier van leven.

(Cathechiste)

Dit kruisje dragen jullie ook vandaag als teken dat jullie bereid zijn samen de uitdaging aan te gaan: de Geest van God toe laten in jullie leven; liefdevol en krachtig.
Liefdevol, zoals de glimlach van een kindje ons hart opent.
Krachtig, zoals olie op steen een onuitwisbaar spoor nalaat.

(Jongere )
Heer, geef ons de geest van wijsheid.
         Heer, geef ons de geest van inzicht.
         Heer, geef ons de geest van raad.
         Heer, geef ons de geest van sterkte.
         Heer, geef ons de geest van vroomheid.
         Heer, geef ons de geest van liefde.
         Heer, geef ons de geest van eerbied.

(Deken)

Nu jullie die geloofsbelijdenis hebben uitgesproken, ga ik je de handen opleggen en je zalven met Chrisma. Laten wij het nu eerst stil maken, en in ons hart bidden dat Gods Geest over jullie mag komen en dat jullie mogen blijven groeien naar het beeld van Jezus, de Gezalfde.

Gebed in stilte

Handoplegging

(deken Felix)

Stort Uw Geest uit
Over jong en oud, man en vrouw,
Over hoog en laag, noord en zuid, oost en west.

Stort uw VUUR uit
In hart en mond van mensen,
In hun ogen en gun handen

Zend Uw ADEM neer
Over hen die geloven of twijfelen
Die liefhebben of eenzaam zijn

Zend Uw VUUR uit
over woorden en zwijgen van mensen
over hun talen en liederen

Zend Uw ADEM uit
over allen die toekomst bouwen
het goede bewaren
die het leven behoeden en de schoonheid scheppen.

Stort Uw GEEST uit over
Huizen en steden
de wereld van mensen
over alle mensen van goede wil

Stort Uw GEEST, Uw VUUR, Uw ADEM
Uit over deze jonge mensen,
Maak hen tot getuigen en tot dragers.
Zend ze als bewakers van de vuurplaatsen in de wereld
En geef ze de kracht om nooit te vergeten
Dat Gij het VUUR EN HET LICHT ZIJT

(allen)

Wij vragen U,
zend de Geest die Jezus bezielde,
over deze jonge mensen
die willen opgroeien tot echte christenen.
Geef hen de Geest van Liefde en Blijdschap,
van Vrede, Geduld en Vriendelijkheid,
van Goedheid en Trouw,
van Eerbied en Liefde voor Uw Naam.
Laat ze groeien in solidariteit en verbondenheid
Inzet en verdraagzaamheid,
Maak ze mild en tot verzoening bereid,
En geef ze zin voor geloof, hoop en liefde
Door Jezus Christus onze Heer.
Amen.

Zalving met Chrisma

(deken doet wat olie op het vuur)

De 53 Jongeren worden gezalfd in 5  groepjes  - de catechisten gaat achter de kinderen staan)

Voorbeden

(deken)

Laat ons het vuur aansteken
van dankbaarheid.
Help ons mensen te worden die
openstaan voor al het mooie en
het goede in het leven.

(jongere)

Heer,
Laat ons het vuur aansteken
van mildheid. Help ons mensen
te worden bij wie anderen kunnen
thuis komen.

(jongere)

Heer,
Laat ons het vuur aansteken van
moed en durf.
Help ons mensen te worden
die durven opkomen tegen onrecht
veraf maar ook heel dichtbij.

(jongere)

Heer,
Laat ons het vuur aansteken van zin voor het goede,
De waarheid en het schone,
Help ons mensen worden die woorden spreken
getuigend van U

Tafeldienst

Offerandelied

Deken

Bid broeders en zusters, dat mijn en uw offer aanvaard kan worden door God, de Almachtige Vader.

Allen: Moge de Heer het offer uit uw handen aannemen tot lof en eer van Zijn Naam, tot welzijn van ons en van heel Zijn Heilige Kerk.

Gebed over de gaven

(deken)

Gebed over de gaven

P: Goede Vader, de vormelingen hebben brood en wijn op de tafel gezet. Gij hebt het koren laten groeien voor het brood en de druiven voor de wijn. Jezus geeft het ons als zijn Lichaam en Bloed.
Help ons te worden zoals Hij: goed voor iedereen.
Dan zijn we echt kinderen van de Vader, die leeft in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Groot dankgebed

De Heer is met ons allen.
Allen: Hij is het die ons kracht geeft.
Wij zijn blij dat de Heer ons blijft liefhebben.
Allen: Zo kunnen wij met Hem verbonden leven.
Daarom willen wij God danken.

Allen: Die dankbaarheid zijn wij Hem verschuldigd.

(deken)

Opgroeien vandaag is mooi en moeilijk.
De wereld is niet steeds in goede handen.
Maar als jonge mensen samen en geestdriftig
voor iets kiezen, komt er een nieuwe wind aangewaaid.

Allen: Wij willen leven, wij willen dromen.
Wij willen grote dingen doen
en mee zorg dragen voor alles en allen.

Dat wilt Gij, God, mensen die van harte leven
in een wonderlijke schepping, mensen die zich laten uitdagen om stenen te verleggen voor een betere wereld waar ieder tot zijn recht kan komen.

Allen: Wij willen danken en erover zingen.
Wij zullen het doorvertellen dat Gij groot en heilig zijt. God die bestaat in alles, als de aarde, die ons draagt,
als de hemel, waarnaar wij kijken.

heilig

(Deken)

Dat Gij zo'n God zijt, leerden wij van Jezus.
Geboren, kind geweest als ieder van ons.
En toen hij twaalf was ging Hij met zijn ouders
naar de tempel.

Allen:

Jezus, een jongere,
die van zijn ouders veel geleerd had,
maar die ook zelf moest kiezen
welke weg Hij nemen zou.

(deken)

En dat heeft Hij gedaan. Tussen schriftgeleerden zat Hij en luisterde en stelde vragen. De dingen die Hij zag gebeuren rondom zich, bewogen Hem. En Hij besefte dat er iemand uit zijn volk moest opstaan, om anderen de ogen te openen, omver te werpen wat mensen klein en angstig maakte, lief te hebben, te genezen en te zalven.

Allen:

Hij was groot, een mens om van te houden,
die deed wat Hij geloofde.

(deken)

Hij wist dat zijn manier van leven en zijn woorden
door sommigen niet werden aanvaard.
Hij riep zijn vrienden samen voor een laatste maal.
Hij dankte God, deelde het brood met hen en zei:

'Dit brood is mijn leven.
Ik geef het jullie.
Neem het aan.'

Toen Hij de beker nam met wijn, zei Hij:
Deze wijn is de pijn die Ik zal doorstaan.
Drink hiervan.
Dit is een teken van God, die wil vergeven,
die altijd met mensen wil verder gaan.
Blijf samen doen wat Ik met jullie heb gedaan.'

Allen:

Wij willen het leren.
Wij zullen het blijven herhalen
en Zijn naam met waardigheid dragen.

 
(deken)
God, wek Jezus' geest in deze jonge mensen en in ons allen, dat wij samen, vrijmoedig en trouw aan Hem,
in onze wereld durven staan.
Leer ons om de struikelstenen op te ruimen en consequent te kiezen voor wat recht en goed is.
Leer ons hier, vandaag, om brood te vermenigvuldigen door het te delen.
Leer ons mensen van het Christusvuur worden, meer dan ooit.

(allen)

Laat ons jong zijn in een gemeenschap
die ons oproept en bezielt.
Laat ons deel zijn van een Kerk
die zoekt en samen brengt.

(deken)

Door Hem en met Hem en in Hem zal Uw naam geprezen zijn, Heer onze God, Almachtige Vader, in de eenheid van de Heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid.

Allen: Amen

Onze Vader

Vredegebed

(deken)

Heer zendt Uw Geest over jong en oud,
over de huizen van de mensen,
over de wereld van de mensen.
Zend Uw Geest over onze gemeenschap
die vanuit Uw Goed Geest wil leven,
opdat er vrede zij
overal waar de mensen wonen.
De vrede van de Heer zij altijd met u.

Allen: En met Uw Geest.

sjaloom
Communie

Slotbezinning

(jongere)

Je hoort een stem die zegt:
ik ben er.
Ik ga met je mee.
Je kijkt om je heen
en je ziet een mens die je toelacht,
ogen die je moed geven,
een hand die je vasthoudt:
jij telt mee!
Je wordt dan warm vanbinnen.
God gaat steeds mee
in mensen….

Soms zijn anderen moe, ongelukkig, alleen.
Dan kan ik warmte geven
als vuur.
'Vuur brengen' is niet gemakkelijk.
En toch droomt God ervan
dat iedere mens de andere verwarmt.
Hij houdt van iedere mens.

Vuur is Jezus komen brengen,
kracht,
licht,
om kleur te geven aan het donker,
om ons te ontdooien,
de weg te vinden naar elkaar.
Heer,
Geef mij iedere dag opnieuw
een kleine vonk van uw vuur.
Want wij zijn de aanstekers van uw heilig Vuur

Slotgebed

(deken Felix)

Maak vurige christenen onder ons.
Verdiep ons verlangen naar goedheid
om elke dag oprecht en moedig te leven,
door Christus, onze Heer.
Amen.

Zending en zegen door de deken

(deken)

De Heer is voor U
Om u de weg te wijzen,
De Heer is naast u
om u voor gevaren te behoeden
en u in zijn armen te sluiten.

De Heer is onder u
Om u op te richten
als u op de grond ligt.

De Heer is in u
Om u te troosten als u verdriet hebt,
De Heer is met u
om u met vreugde te vervullen.

De Heer is over u
om u te zegenen
AMEN

(met deze woorden zegende Sint-Patrick in de vierde eeuw zijn mede-gelovgen in Ierland)

Slotlied

Jongeren bewegen choreografisch met enkele brandende aanstekers (die versierd

Kinderen doen bewegend met een brandende aansteker een sobere beweging op festivalwijze. Op de melodie  “ Let us shine” Ze zijn de aanstekers van nieuwe vuurplaatsen…Niet meer dan een aansteker. Maar dat is genoeg.
Daarna gaan ze de kerk in en geven de aansteker aan iemand van wie ze hopen dat hij of zij ook het Christusvuur zal bewaren en doorgeven. De aanstekers draagt een klevertje waarom staan: Draag jij het Christusvuur in je,
De jongeren krijgen nadien zelf ook een aansteker

ZEGEN