Start

Verhaal van de geliefden

Ze keken voor zich uit
verder dan de aardse horizon.
En samen droegen ze een diep verlangen naar de nieuwe morgen.
In hun ogen leefde het verlangen om samen
hand in hand te leven
hun toekomst op te bouwen.
Ze legden hun hand in elkaar
en staken het meer over, samen op weg naar de overkant.
Met de hand over de schouder waren ze veilig en zeker.
Ze leefden in elkaars geborgenheid.
Maar in de verte ontdekte ze een schim, die op een mens geleek.
Ze kenden zijn naam niet …
Hij noemde ziekte, ongeval, geweld …
En in het voorbijgaan raakte de vreemdeling de geliefde aan …
Heel eventjes maar …
Hier raakten ze beiden los van elkaar.
Hun armen grepen nog naar elkaar, maar ook hun vingers konden elkaar niet meer houden.
Rustig is de vreemde verder gegaan en de ruimte tussen de geliefden werd groter en wijder.
Toen begrepen ze dat de vreemde man een naam had “de dood”
en de ruimte van het heengaan werd vervuld met een eindloos verlangen om elkaar eens weer te zien.
Misschien herkennen we dit verhaal …
We staan aan deze oever van het meer.
Jonge mensen, een gezin, een bejaarde vader of moeder …
We weten dat er een overkant is, maar die lijkt zo ver.
En dan die fatale tijding, het resultaat van een doktersonderzoek, een verkeersongeval of de gevreesde wending.
De dood is soms dichterbij dan wij durven vermoeden.
De geliefde ging in de boot …
Een kus op het koude voorhoofd of een zachte streling door het haar.
Vaarwel en tot ziens.
En wij blijven op deze kant van de oever …
Wij blijven achter met vele, vele herinneringen die wij in stilte bewaren.