| Start |
|
Lezing en dialoog met de gezinnen van de Landelijke Gilden
Concrete mogelijkheden voor geloofsoverdracht in het gezin.
Aan, de gelovigen (Dalai Lama – Schoten 2002)
Iedereen is vrij om wel of niet te geloven. Maar vanaf het moment dat je een religie hebt en gelooft wat die religie leert, moetje er groot belang aan hechten en proberen te vermijden om de ene dag wel en de andere dag niet te geloven. Doe niet zomaar wat, maar handel zo dat watje zegt overeenkomt met je gedachten.
Sommige mensen denken: wanneer ik in het boeddhisme geloof, moet ik in staat zijn om er volmaakt naar te leven, anders geef ik het op. Zo'n houding van alles of niets komt vaak voor bij westerlingen. Ongelukkig genoeg is het moeilijk om van de ene dag op de andere volmaaktheid te bereiken. Het is door steeds verder te gaan met je training dat je je doel bereikt. Ligt daar geen essentieel punt? Zeg ook niet tegen jezelf. 'Of ik nu oefeningen doe of niet, dat maakt geen enkel verschil, ik zal toch nooit iets bereiken'. Stel jezelf een doel, begin eraan, en beetje bij beetje zult je het bereiken.
leder heeft zijn eigen aard en zijn eigen aspiraties, en wat goed is voor de
een is niet per se goed voor de ander. Dat is iets wat je absoluut voor ogen
moet houden, wanneer je andere religies of spirituele wegen beoordeelt.
Hun diversiteit komt overeen met die van mensen. Zelfs al lijkt het op het
eerste zicht niet zo, daarom blijft het niet minder waar dat een groot aantal
mensen er baat bij vindt en gevonden heeft. Laten we dat niet vergeten en laten
we aan alle religies het respect betuigen dat ze verdienen. Dat is zeer
belangrijk.
Alle religies hebben hun rituelen. Maar er zijn ook meer fundamentele aspecten.
De essentiële praktijk van het boeddhisme bijvoorbeeld is de beheersing van
de geest. Omdat dat niet gemakkelijk is en een onafgebroken inspanning vraagt,
hechten velen onder ons er maar een secundair belang aan. Aan de ene kant geloven
ze in het boeddhisme, maar aan de andere kant zijn ze niet in staat om hun geloof
vol te houden. Ze stellen zich tevreden met uiterlijke rituelen, oppervlakkige
manifestaties van devotie, teksten die ze alleen met de lippen reciteren.
In de Tibetaanse rituelen houdt men ervan om gebruik te maken van trommels, bellen, cimbalen en andere muziekinstrumenten. Mensen die dat zien, zeggen tegen elkaar: 'Kijk, dat zijn mensen die het boeddhisme beoefenen!' Maar wat werkelijk van belang is, dat zijn overdenkingen die de geest afkeren van een schijnwereld, dat is liefde, mededogen en de geest van verlichting, en meer diepzinnige beoefeningen waaraan je al je energie zou moeten besteden. Is dat niet zo?
Bij christenen zie je hetzelfde verschijnsel. Ze gaan 's zondags naar de mis en zeggen snel een paar gebeden met hun ogen dicht. Maar wanneer ze met hun dagelijkse moeilijkheden geconfronteerd worden, komen allerlei gedachten naar voren die niet verenigbaar zijn met hun religie. Ze zijn niet in staat om hun geloof te tonen, of om een houding te hebben die overeenkomt met wat Christus leert.
Dat betekent dat je niet veranderd bent. Je bent zoals de anderen. Je bent
een gelovige wanneer het om ceremonies gaat, maar je realiseert je niet echt
het doel van je geloof.
Religies lijken een beetje op geneesmiddelen. Geneesmiddelen tonen hun doeltreffendheid
als je ziek bent, niet als je in goede gezondheid verkeert. Wanneer alles goed
gaat, ga je ze aanbevelen voor je vrienden en kennissen. 'Deze is heel goed,
die is duur, maar die heeft een mooie kleur.' Hoe ze er ook uitzien, hun enige
functie is om ziekten te genezen. Wanneer ze op dat moment geen nut hebben,
is er geen reden om ze uit te stallen.
Evenzo moet een
religie of een spirituele weg nuttig zijn op het moment dat onze geest in moeilijkheden
is. Wanneer je je geloof uitstalt wanneer alles goed gaat, en je gedraagt je
zoals de meeste mensen wanneer er zich problemen voordoen, wat heb je er dan
aan?
Het is belangrijk om je vertrouwd te maken met het onderricht of de oefeningen
die je krijgt, en ze in het leven van alledag toe te passen. Dat is niet iets
waar je onmiddellijk toe in staat bent. Daar kom je beetje bij beetje aan toe
door training.
Abel Herzberg
Zoals er mensen
zijn dier zingen, niet omdat zij dit willen,
maar omdat er een stem in hen oprijst –
zijn er ook mensen die geloven, niet uit angst
en niet op hoop van beloning,
maar omdat zij krachtens hun wezen niets anders kunnen
Persoonlijke getuigenis
Het godsdienstonderricht op school.
De vraagstelling
'Leven is kiezen' hoor je wel eens zeggen. En inderdaad, je kunt er niet buiten. Het leven bestaat uit steeds maar opnieuw kiezen: huwen of niet, kinderen krijgen of niet, en hoeveel? Een huis huren, kopen, bouwen? Naar welk werk zoek ik? Willen wij samen, man en vrouw, uit gaan werken? Naar welke school sturen wij onze kinderen? Waaraan besteden wij ons geld? Laten wij ons raken door de armoede en de onrechtvaardige behandeling van zovelen in onze wereld?
Welk soort vakantie
kiezen we? Waaraan geef ik mijn tijd: werk - gezin - hobby – anderen?
Sommige van deze keuzesituaties zijn heel belangrijk, en ons antwoord bepaalt
dan ook de verdere richting van ons leven. In elk leven zijn er momenten waarop
een mens een wissel neemt en op een nieuw spoor komt. Beslissingen die je slechts
één keer neemt. Maar ook andere, meer dagdagelijkse keuzen kunnen de kwaliteit
van ons leven bepalen: waaraan besteden wij ons geld? Welke plaats krijgt de
T.V. en de video in ons gezin? Enzovoort, enzovoort. Vaak zijn het meer koerscorrecties.
Hoe gaan we met
al dit soort keuzen om? Wellicht zijn er in ons leven keuzen geweest die we
heel bewust gemaakt hebben. Maar wie kan zeggen dat er niet veel keuzen onbewust
worden gemaakt, of halfbewust? Onze cultuur dringt ons bepaalde keuzen op: we
worden omringd door min of meer verborgen verleiders die bijvoorbeeld voortdurend
een beroep doen op onze kooplust, op onze hebzucht. Denk alleen maar aan de
reclame die ons dag in dag uit bewerkt. Maar keuzen kunnen ook bepaald worden
door bepaalde leefpatronen in de familie, door de reacties van collega's op
het werk, door de buren. Het is al heel wat als wij ons bewust worden van de
verschillende mechanismen die onze keuzen beïnvloeden.
De vraag die wij ons hier willen stellen is: of ons geloof ook een rol speelt
in onze belangrijke, maar ook in onze dagdagelijkse keuzen. Laten wij ons bepalen
door het Evangelie als wij kiezen? En hoe kan dat?
Vijf elementen
In een vijftal korte
hoofdstukjes willen wij ingaan op deze vraag: hoe leren gelovig kiezen?
Je zult hier geen pasklare antwoorden vinden voor concrete keuzen waar je eventueel
voor staat, ook geen technieken of trucjes, die je alleen maar goed zou moeten
uitvoeren. Er zijn geen trucjes om gelovig te kiezen. Maar de ervaring leert
dat een minimum aan methodiek toch wel een hulp kan zijn. Deze bijdrage wil
dan ook niet meer zijn dan een bescheiden hulp.
In een eerste hoofdstuk willen wij peilen naar een belangrijke grondhouding
in ons zoeken naar een gelovige manier om te kiezen.
Als je écht verlangt
je te laten bepalen door het Evangelie, dan vind je ook wel de weg om op de
golflengte van het Evangelie te komen.
In een tweede hoofdstukje - hoe kunnen wij vrije mensen worden? - komt
een andere grondhouding aan bod: De innerlijke vrijheid, om zo vrij mogelijk
te kunnen kiezen.
In een derde hoofdstukje - luisteren naar het Evangelie - zal de aandacht
gaan naar de plaats
van bezinning, stilte en gebed. Als ik verlang mij te laten bepalen door het
Evangelie, dan zal ik ook moeten luisteren naar het Evangelie.
In een vierde hoofdstukje zal het gaan over het luisteren naar je eigen diepte.
Gevoelig worden voor wat het Evangelie in je eigen diepte aan beweging brengt,
om van daaruit een innerlijk kompas te vinden bij je keuzen.
In een vijfde en laatste hoofdstukje zal vooral benadrukt worden dat
leren gelovig kiezen een groeiproces is dat tijd vraagt. Een groeiproces
ook waarin een 'invoelende buitenstaander' soms een hulp kan zijn.
1. Op de golflengte van het Evangelie leven
We willen zoeken hoe we kunnen leren gelovig kiezen. Laten we dit woord 'gelovig'
au sérieux nemen. Niemand gaat er aan denken gelovig te kiezen, als hij niet
in zijn gewone leven probeert gelovig te leven. Als het geloof zijn concrete
leven niet raakt, wat zou dan plots het geloof een keuze moeten bepalen? Het
leven moet al een beetje op de golflengte van een gelovige grondhouding afgestemd
zijn, wil een gelovige keuze mogelijk zijn. Het leven moet in zijn grondrichting
naar het Evangelie georiënteerd staan. Wie in zijn dagdagelijks leven zichzelf
zoekt, slaaf is van zijn begeerten en driften, zal wel heel moeilijk tot een
gelovige beslissing komen.
Welnu, de grondrichting van het leven van een mens wordt bepaald door het overwicht
van de liefde op het egoïsme, of omgekeerd van het egoïsme op de liefde.
Als de liefde het overwicht heeft, dan zal elke keuze die in de kaart speelt van dit overwicht zich voltrekken zonder hevige reactie, integendeel, het zal dat overwicht verder uitdiepen en laten openbloeien. Een keuze die integendeel tegen dat overwicht ingaat, brengt onrust en weerstand. Als de grondrichting van het leven goed zit, met andere woorden als de liefde het overwicht heeft op de zelfbetrokkenheid, dán is het zinvol een gelovig keuzeproces in te gaan; en dat is ook de golflengte van het Evangelie.
Maar misschien ben je je niet bewust dat je met je leven de hoofdtoon van het Evangelie raakt. Er zal dan een bewustwordingsproces op gang moeten komen. In deze artikelenreeks gaat het nu precies over het bewuster gaan kiezen vanuit je geloof, bewuster kiezen voor het Evangelie als leidraad voor je leven.
Je kunt de vraag die ons hier bezig houdt heel helder stellen: als wij een keuze gelovig willen doen, zijn wij dan ook bereid ons door het Evangelie te laten bepalen?
We kunnen dit verlangen, maar is ons verlangen authentiek, is ons verlangen echt? Als het toch al vast staat dat wij 'onze' zienswijze gaan doorvoeren, of als het oordeel van anderen ons zo sterk bepaalt, dan is het uiteraard niet zeer zinvol om een gelovig keuzeproces in te gaan. Verlangen wij echt dat het Evangelie onze keuze mee bepaalt?
Het gaat dus om de kwaliteit van ons verlangen. En die zal getoetst moeten worden. Je kunt de kwaliteit van het verlangen toetsen door je de vraag te stellen of je bereid bent de prijs te betalen voor je gelovig kiezen. Het is niet nodig dat die bereidheid van meet af aan volmaakt zou zijn. Maar het is wenselijk dat wij zouden zoeken te groeien in bereidheid, in beschikbaarheid, in vrijheid. Want om te leren gelovig kiezen is er een stuk vrijheid nodig. Over die vrijheid lees je in het volgende hoofdstuk.
Vragen
1. Maak een lijst van concrete keuzesituaties in je leven nu. Breng daarin een hiërarchie aan. Ga je verschillend om met verschillende keuzesituaties?
2. Neem een belangrijke keuze uit je leven. Welke factoren hebben allemaal meegespeeld bij het maken van die keuze? Indien je nu voor diezelfde keuze zou staan, zou je anders te werk gaan of niet?
3. Kun je in je eigen leven keuzemomenten vinden waarbij het Evangelie of een expliciete gelovige houding bewust heeft meegespeeld?
4. Zijn er keuzen geweest waarvan je nu weet dat een niet-evangelische houding bepalend was?
2. Vrije mensen worden
In ons voorgaand hoofdstuk zijn we ervan uitgegaan dat er bij de lezer - of bij het koppel - een verlangen aanwezig is om ook het Evangelie te laten meespelen in de keuzen die moeten gemaakt worden, in beslissingen die genomen (moeten) worden. Hoe echt is dat verlangen? Wij willen wel, maar kunnen wij ook? Zijn wij voldoende vrij om ons te laten bepalen door het Evangelie? Over die vrijheid gaat het in deze bijdrage. Groeien in vrijheid om des te beter te kunnen kiezen.
Een eerste stap in die groei zal zijn: ons bewust worden van wat ons nog allemaal onvrij maakt. En dat we nog onvrij zijn hoeft ons niet te beangstigen. Onze onvrijheden horen bij ons mens-zijn. Zo zijn er heel wat dingen in mijn leven, waarvoor ik niet verantwoordelijk ben, en die mij toch sterk bepalen: de cultuur waarin ik geboren ben, de familie waaruit ik voortkom, de studies die ik gedaan heb, enz...
Ook zijn er een aantal ervaringen geweest, van kindsbeen af, die maken dat ik nu op bepaalde situaties zo of zo reageer: angstig, krampachtig, met opwinding, nonchalant, gelaten enz... Allemaal dingen die maken dat ik ben wie ik ben.
De vraag is natuurlijk: hoe ga ik daarmee om? Hoe kan ik, mét mijn onvrijheden, toch groeien in vrijheid, om beter te kunnen kiezen? Want misschien moeten wij nog vrij worden van onze eigen familie, van de denk- en leefpatronen die er heersen en waarmee we zijn opgegroeid. Niet omdat die familiale traditie noodzakelijk slecht zou zijn... Neen, maar we moeten er innerlijk vrij tegenover kunnen staan, en dan zelf zien of we in die familiegeest verder willen gaan of niet.
Vrij worden betekent ook: Je niet afzetten tegen. Je zou eerder kunnen stellen dat je afzetten tegen (tegen om het even wat) vaak een vorm is van onvrijheid! Het is een teken dat je nog op een niet-verwerkte manier erdoor bepaald wordt.
Vaak is het ook zo dat heel onze omgeving ons onvrij maakt: de collega's op het werk, de kennissenkring, de buurt, het milieu waarin we leven... Hier ligt er een band met wat er breder op maatschappelijk vlak normerend is. En voor wie een weinig bewust christelijk wil leven, is het vlug duidelijk dat onze Westerse (consumptie-)maatschappij nu niet bepaald evangelisch is. Het 'hebben' is er belangrijker dan het 'zijn', je moet je sociaal laten gelden (denk maar aan de zovele statussymbolen ...); en als je te veel hebt en je hebt het zó dat je waardering afdwingt, dan ben je machtig, heb je macht over anderen.
Dat is zowat het
'ideaal' van onze wereld die daarmee alleen maar vaak heel vernuftig inspeelt
op onze eigen behoeften en verlangens, op wezenlijke domeinen van ons mens-zijn:
materie, minne en macht. Het Evangelie spreekt in dit verband over 'bekoringen':
de bekoring van hebzucht, eerzucht en heerszucht (zie bijvoorbeeld de drie bekoringen
van Jezus in de woestijn, Matteüs 4,1-11).
Indien wij ons leven willen richten vanuit de boodschap van het Evangelie, dan
zullen wij ook moeten leren ontdekken waar een aantal maatschappelijke patronen
ons onvrij maken. Wellicht is niemand van ons vrij van zo'n maatschappelijke
druk, en dikwijls doen we eraan mee zonder dat we daar eigenlijk voor gekozen
hebben. Ook hier is een proces van bewustwording noodzakelijk.
Ook hier moet er een stuk vrijheid groeien.
Maar vrij komen te staan tegenover je familie en tegenover je maatschappelijk milieu is tegelijk ook vrij komen te staan tegenover jezelf, want je bent een stuk van je familie, en je bent zelf ook een stukje van de maatschappij. En in dat proces van vrij worden tegenover jezelf is er een belangrijke stap die we niet mogen overslaan. Wil ik groeien in vrijheid, dan moet ik mij niet alleen bewust worden van wat mij nog onvrij maakt, ik moet mezelf ook leren aanvaarden. Mezelf aanvaarden zoals ik ben, met al mijn goede kanten en kwaliteiten, maar ook met mijn concreet gedetermineerd zijn, met mijn grenzen en beperktheid, met mijn onvrijheden. Misschien is een mens dan pas volwassen als hij zichzelf aanvaarden kan.
Pas wanneer ik mezelf aanvaard heb, is er echte groei mogelijk, pas als ik
mijn grenzen aanvaard en respecteer, pas dan kunnen de grenzen een beetje verlegd
worden...
Dus, mezelf aanvaarden om te kunnen groeien in innerlijke vrijheid.
Groeien naar innerlijke vrijheid toe, houdt in dat we leren afstand nemen van onze eigen oordelen en waardering, van onze eigen gevoelens en wensen. Maar 'afstand nemen van' betekent nog niet 'afstand doen van'.
We moeten geen afstand doen van eigen oordeel, van eigen voorkeur, van eigen wil. Wie zou dat kunnen? Maar we kunnen wel maken dat er ruimte komt voor andere oordelen en voorkeuren, we kunnen proberen niet vast te plakken aan eigen inzichten of goesting. We kunnen ons oefenen in loskomen, in afstand nemen van, in ruimte scheppen. Het betekent dat wij leren open komen voor iets dat groter is dan onszelf, groter dan wij beide samen. Is er daartoe ruimte in ons leven? Zijn er momenten waarop wij samen kunnen danken voor wat ons gegeven is en wat wij niet zelf maken? Komen wij open voor het mysterie dat wij God noemen, wat wij niet kunnen grijpen of begrijpen maar dat ons grijpt en draagt? Zitten wij af en toe ook op die golflengte? Krijgt die dimensie van ons leven ook een kans?
Het is wel duidelijk: vrije mensen worden, is een opgave voor het leven. Maar tijdens een gelovig keuzeproces heb je er meer aandacht voor. Je probeert bewust te worden van de verschillende factoren die je beïnvloeden (familie, milieu, eigen inzichten en gevoelens), en je waakt erover dat ze in de beslissing niet de doorslag geven; die laat je van elders komen, vanuit je bezinnend omgaan met het Evangelie.
En of je nu groeit in innerlijke vrijheid of niet, kun je in zo'n keuzeproces vaak aan heel concrete reacties merken. Je wordt extra prikkelbaar tegenover de kinderen, of er treedt een zekere moedeloosheid op: we kunnen het ideaal toch niet aan. Of je vindt gewoon geen tijd voor stilte en bezinning. Of je gaat je feitelijke gedrag als norm hanteren in je kritiek op anderen. Of je raakt uit je evenwicht als je ziet hoe collega's opgaan in (ijdele) prestaties. Of je neemt jezelf al te zeer au sérieux. Of je laat je opjagen door het werk. Het zijn tekenen van onvrijheid, waar je geleidelijk aan zelf moet achterkomen.
Vrije mensen worden, doe je niet in het luchtledige. Dat maken de zojuist aangehaalde voorbeelden wel duidelijk. Het gebeurt dag in dag uit, in het alledaagse leven. Vrij worden is dus geen oefening op zich. Het heeft altijd te maken met ons concrete leven, hier en nu.
Als je op het spoor
komt van een stukje onvrijheid bij jezelf, onthoud dan de volgende tip:
pak die onvrijheid niet te hardhandig aan. Het zou wel eens energieverspilling
kunnen zijn... Meestal moet je die onvrijheid niet rechtstreeks aanpakken. Het
zou wel eens
een teken kunnen zijn dat je je zelf mét die onvrijheid nog niet aanvaard hebt...
Kun je dan, moet je dan helemaal niets doen? Toch wel. Als je op het spoor komt
van een stukje onvrijheid, dan moet je meestal niet tegen die onvrijheid vechten,
dat is negatief en vaak weinig vruchtbaar. Probeer positief te werken. Werk
aan positieve waarden, waarden die in de tegengestelde richting gaan als de
richting waarin je onvrijheid je duwt.
Bijvoorbeeld: je merkt dat een bepaalde situatie op het werk je ergert en dat je reageert door je op te sluiten in jezelf. Wel, dan moet je proberen je te oefenen - want vanzelf gaat het in zo'n situatie nu precies niet - proberen je te oefenen in openheid, in het naar anderen toegaan, in het iets doen voor anderen, bv. in het gezin. De kunst zal hier zijn, kleine stappen te zetten. Want meestal heb je in zo'n situatie niet de moed om dé grote stap te zetten. Een heel klein stapje zetten is zoveel belangrijker dan de grote stap niet zetten!
Een hulp om in vrijheid te groeien zal zijn dat je regelmatig omgaat met iemand die zelf echt vrij is. Dát is de bedoeling van het biddend omgaan met Christus in het evangelie.
Vragen
1. Heb ik zelf bewust positie genomen tegenover denk- en leefgewoonten van mijn familie? Waarin uit zich dat?
2. Op welke punten van mijn leven merk ik dat ik mij niet zomaar laat bepalen door mijn maatschappelijk milieu?
3. Herken ik sommige reacties van onvrijheid, opgesomd aan het einde
van dit hoofdstuk?
En welke andere ontdek ik bij mijzelf?
3. Biddend luisteren naar het Evangelie
Je leeft naar een beslissing toe, er is een keuzeproces bezig, een koerscorrectie
dringt zich op... En je verlangt dat het Evangelie hierin een rol zal spelen,
je verlangt met andere woorden dat het Evangelie inspraak krijgt in je concrete
leven. Als dat verlangen echt is en je bent voldoende vrij om te kunnen
kiezen, neem dan het Evangelie ter hand.
Nu kun je het Evangelie lezen als een stuk informatie. Informatie over de
mens Jezus van Nazareth en wat Hij in het leven van enkele leerlingen betekend
heeft.
Maar dat is nog geen gebed.
Wanneer ontstaat er dan gebed ? Eigenlijk als er een vonk overspringt. Als er een vonk overspringt van Jezus' vredesboodschap op mijn vredespogingen, van Jezus' omgaan met tollenaars en zondaars op mijn apartheidspolitiek tegenover mensen die er op een of andere manier niet bij horen, van zijn geloof in God op mijn kleinsgelovigheid, enz...
Als er een vonk overspringt... Als je gaat merken dat het wat met je leven te maken heeft. Bidden met het Evangelie, is dan ook meer dan over het Evangelie nadenken: het is je inleven in het Evangelie, je innerlijk aansluiten bij Jezus en zijn leerlingen, je inleven in mensen die Jezus ontmoet. De bedoeling van zo een gebed is dat je geleidelijk aan meer vertrouwd raakt met de dynamiek van het Evangelie, dat je geleidelijk aan zelf meer en meer in die dynamiek komt te staan. En die dynamiek is er een van dienende liefde.
Door je in te leven in het Evangelie krijgt die dynamiek een kans om op je in te werken, om sporen na te laten. Het gaat er minder om, in het gebed, wat wij met het Evangelie doen, het gaat er meer om wat het Evangelie met ons doet!
Eigenlijk komt het er op aan zó met het Evangelie om te gaan, dat het ons hart omvormt, zó dat wij het dienen meer zijn toegedaan dan het gediend worden. Dat gebeurt natuurlijk niet in tien minuten. Het vraagt tijd. Het vraagt een lange vertrouwdheid met het Evangelie. En in de mate dat je zelf in die dynamiek gaat staan, zul je ook van daar uit kunnen kiezen en beslissen.
Maar hoe kun je je met je eigen leven van nu inleven in een stukje Evangelie? Of nog: hoe kun je zo een stukje Evangelie op je eigen leven leggen? Hier volgen nu enkele vragen die daarbij kunnen helpen.
Neem het Lucasevangelie en lees de parabel van de barmhartige Samaritaan, Luc. 10,25-37. Bij het gesprek tussen de wetgeleerde en Jezus, lees je dat de wetgeleerde Jezus op de proef wil stellen. En ik, die het Evangelie lees naar een beslissing toe, ben ik eerlijk? Is mijn verlangen om mij door het Evangelie te laten bepalen echt? En is de vraag van de wetgeleerde een vraag die mij ook bezighoudt? Hoe zou ik zo een vraag vandaag formuleren? Er is bij de wetgeleerde een duidelijke afstand tussen het 'weten' en het 'doen': waar herken ik dat in mijn eigen leven?
Bij het parabelgedeelte kan ik mij proberen in te leven in de verschillende personen, proberen in hun huid te kruipen: in de man die overvallen wordt, in de rovers, in de priester of de leviet, in de Samaritaan. En hoe reageer ik dan innerlijk, welke gevoelens komen dan telkens bij mij op? Waar herken ik mij het meeste in? Hoe laat ik de oproep, die van de parabel uitgaat, naar mij toekomen? Hoe word ik naaste van mensen langs de weg? Hoe máák ik mij tot naaste van mensen in nood? En, op een nog dieper niveau, kan ik iets van God herkennen in mensen die zich tot naaste maken van anderen? Enzovoort, enzovoort.
Een aantal concrete
tips of suggesties, die nu volgen, willen een hulp zijn om met zo een stukje
Evangelie tot gebed te komen. Het is belangrijk dat je je eigen 'liturgie voor
het gebed' zou zoeken en vinden. En die kan dus voor ieder verschillend zijn.
Bij zo een
'liturgie' horen onder meer de volgende elementen:
a. Het kader. Meestal hebben wij een minimum aan kader nodig om tot gebed te komen. Het kader betekent onder andere de plaats waar ik wil bidden: living, slaapkamer, bureau, tuin... Misschien helpt een icoon of een brandende kaars of een ander symbool.
b. Ook je lichaamshouding kan je helpen tot gebed te komen of kun je het bidden bemoeilijken. Niemand bidt zonder zijn lichaam. Alleen de ervaring zal uitmaken welke voor jou de goede plaats is, de goede houding, welk kader je nodig hebt.
c. Tot stilte komen. Het is goed de tekst van het Evangelie van tevoren
even te hebben gelezen. Maar als je gaat bidden, moet je niet onmiddellijk met
de tekst willen bidden.
Neem eerst de tijd om tot stilte te komen.
Zoek een moment
om te bidden als het stil is in huis. Vaak zal dat 's avonds zijn, maar het
kan ook overdag, als bijvoorbeeld de kinderen uit huis zijn.
Maar niet alleen de stilte rondom je is belangrijk. Probeer ook zelf innerlijk
stil te worden, totdat alle dingen die door je hoofd gaan stilaan wegebben.
Hiervoor de tijd nemen is geen verloren tijd. Integendeel, het zal je
helpen om tijdens het gebed tot concentratie te komen.
d. Concentratie. Concentratie in het gebed heeft niets te maken met hard intellectueel bezig
zijn. Concentratie heeft ook niets te maken met krampachtigheid.
Om te kunnen bidden mag je niet in een kramp zijn, integendeel, je moet ontspannen
zijn.
Concentratie wil zeggen dat je maar met één ding tegelijk bezig bent. Doe wat
je doet helemaal. Wees er helemaal bij. Daar zijn we meestal niet zo in getraind.
Ook in ons alledaagse leven niet. Hoe vaak doen we geen twee dingen tegelijk?
Terwijl ik met iets bezig ben, denk ik al aan iets anders. Het moet ons dan
niet verwonderen dat, als wij gaan bidden, wij dan niet onmiddellijk tot concentratie
komen.
e. Verstrooiingen.
Wat ons uit onze concentratie haalt tijdens het bidden, noemen wij verstrooiingen.
We zijn met andere dingen bezig dan met datgene waarmee we bezig wilden zijn...
Laat je daardoor niet ontmoedigen. Wordt niet kwaad, want dat is ook een middelpuntvliedende
kracht. Twee tips in verband met verstrooiingen tijdens het gebed:
Als de verstrooiingen gaan over mensen of situaties die je ter harte gaan,
neem ze dan op in je gebed. Maak van je verstrooiingen een stuk gebed.
Ga dus het gebed niet binnen met een houding van: 'en nu zal ik eens een straf gebed bidden' of 'en nu moet het gebeuren'. je kunt niets afdwingen. Maar ga het gebed binnen met open handen. En het mogen gerust lege handen zijn. Dan kun je iets ontvangen.
f. Enkele woorden over de factor tijd. Op zich is het niet zo belangrijk of je nu tien minuten, of twintig of dertig minuten bidt of meer, al is het evident dat er normalerwijze meer kan groeien in dertig minuten dan in tien. Maar van belang is wel dat je de tijd die je uittrekt voor gebed, van tevoren vastlegt én dat je dan ook probeert je daaraan te houden. Wat je dus niet moet doen is de duur van je gebed laten afhangen van de stemming van het ogenblik. Bijvoorbeeld het gebed vlot niet, er gebeurt niets, ik zal dus maar ophouden en morgen misschien iets langer bidden. Dat is struisvogelpolitiek. Een gulden regel is veeleer dit: als het moeizaam gaat, doe er dan een minuut of twee bij! Ook in een dor gebied groeit er misschien meer dan je op dat moment voelt.
g. Welke tekst kiezen? Neem een objectieve regel aan. Je neemt één Evangelie,
bijvoorbeeld het Marcus-evangelie, en telkens je gaat bidden, neem je een volgende
perikoop. Of je neemt het Evangelie van de volgende zondag. Elke week vind je
in Kerk en Leven een korte commentaar op dat Evangelie. Dus neem niet alleen
maar je lievelingsteksten...
Als je tijdens een keuzeproces een wat langere tijd - een aantal weken
of maanden - biddend gaat luisteren naar het Evangelie, dan is het goed dat
je een schriftje gebruikt om na het gebed kort te noteren wat je getroffen heeft,
hoe je innerlijk gereageerd hebt.
Maar je moet niet
verwachten dat elke tekst uit het Evangelie je een klaar antwoord zal geven
op je vraag. Maar beetje bij beetje zal er wel een richting duidelijk worden.
Daarom is het goed die 'beetjes' te noteren. Daarover meer in het volgende hoofdstuk.
Tot slot nog even wijzen op een mogelijk gevaar. Als je met het Evangelie gaat
bidden, zou je wel eens ontmoedigd door het radicale van Jezus' boodschap. Het
is een ideaal, maar het staat zover af van mijn concrete leven. Het is té mooi.
Het is niet haalbaar. Hoe daarmee omgaan?
Het evangelie geeft het ideaal aan, de richting. Maar jij moet het vertalen naar jouw concrete situatie én naar jouw concrete mogelijkheden. De kunst zal zijn te leren werken met kleine stapjes. Welke die zijn, dat moet je zelf vinden, en dan moet je ze ook zelf zetten.
Vragen
1. Probeer een 15 minuten stil te zijn. Vraag je daarna af hoe het gegaan is. Wat is er allemaal door je hoofd gegaan? Was het een lege stilte of was het een diepe, rijke stilte?
2. Neem Luc. 10,25-37 (de barmhartige Samaritaan) of Luc. 19,1-10 (Zacheüs) en tracht er 15 minuten mee te bidden. Noteer achteraf welke elementen uit de 'liturgie voor het bidden' je geholpen hebben én wat je innerlijk het meest getroffen heeft.
4. Luisteren naar je eigen diepte
Je tracht te leven op de golflengte van het Evangelie, je leert zien wat je onvrij maakt en hoe je kunt groeien in vrijheid, je neemt het Evangelie ter hand en probeert ermee te bidden: het zijn elementen en momenten in een groei naar een gelovige keuze. Maar hoe kan bidden met het Evangelie een hulp zijn om tot een goede beslissing te komen?
Op het eerste gezicht lijkt het bidden met het Evangelie om tot een goede beslissing te komen wel een omweg. En dat is het ook. Maar het is een omweg die ruimte schept. Want je blijft niet met je neus zitten op de vraag die je bezig houdt. Je probeert te bidden, niet direct rond de inhoud van de keuze waar je mee bezig bent, maar rond de boodschap van het Evangelie. Zo decentreer je jezelf: jij, met je vraag, je beslissing staat niet langer in het centrum. En dit helpt je om afstand te nemen tegenover de situatie.
Bidden met het Evangelie,
zo kon je lezen in het vorige hoofdstuk, is proberen je in te leven in een stukje
Evangelie, om meer en meer vertrouwd te raken met de dynamiek van het Evangelie,
om zelf meer en meer in die dynamiek te gaan staan, neen dynamiek van dienende
liefde. Maar geldt dat niet voor iedereen? Daarmee weet ik nog niet wat
ik moet doen.
Hoe kom ik nu te weten wat ik in mijn concrete levenssituatie moet doen?
Kan ik in het biddend luisteren naar het Evangelie iets meer vinden dan een algemene weg, een mentaliteit? Een vergelijking kan hier helpen. Hoe kom ik er achter dat lekkere spijzen ook goed zijn voor mij? Door ze op te eten en erop te letten of het mij smaakt en of ik ze goed verteer... Welnu, ook voor het Evangelie en zijn boodschap hebben we een soort smaakgevoel.
In je gebed probeer je je in te leven nu eens in het gewone leven van Jezus van Nazareth, dan weer in Jezus die eenzame plekken opzoekt om te bidden, of je probeert je in te leven in Jezus die zieken geneest, die zijn leerlingen uitzendt, of je tracht te bidden met het lijdensverhaal, enzovoort.
Je zult dan gaan merken dat je door het een meer wordt aangetrokken, en door het ander minder. Daarvoor gevoelig worden, voor dit meer of minder aangetrokken worden, dat is belangrijk. Als ik het Evangelie op mijn leven leg, wat komt er dan in mij in beweging, wat trekt mij aan, wat stoot mij af? Door daarop attent te zijn hebben heel wat mensen de weg gevonden die zij moesten gaan.
Zo werd bijvoorbeeld Charles de Foucauld op een bepaald moment zozeer gegrepen door het verborgen leven van Jezus dat hij zelf een verborgen leven is gaan leiden gewoon tussen de mensen. Zo kan ook het verborgen leven van Jezus een uitnodiging worden om in je gezin meer aandacht te hebben voor de contemplatieve dimensie van het leven, of het kan je uitnodigen om meer aandacht te hebben voor het kleine, het verborgene in je milieu.
Een ander zal bijvoorbeeld sterk aangesproken worden door Jezus die steeds maar verder trekt om in te gaan op nieuwe vragen en noden van mensen. Het kan een uitnodiging zijn om je in te zetten voor nieuwe noden in onze maatschappij vandaag. Dit zijn slechts enkele voorbeelden die kunnen laten aanvoelen en vermoeden hoe het biddend luisteren naar het Evangelie een uitnodiging kan inhouden tot een koerscorrectie in je leven.
Maar keren we even terug naar het ‘smaakgevoel’. Belangrijk bij het bidden met het Evangelie is niet alleen wat je inhoudelijk treft, maar evenzeer wat zich afspeelt op het vlak van je diepste affectiviteit, van een diepere bewogenheid. Het komt er op aan attent te zijn voor wat rust brengt, vrede, geluk, dankbaarheid, vertrouwen, het komt er op aan te leren zien waar ik diepe harmonie ervaar, waar ik me helemaal thuis voel. Je thuis voelen, diepe harmonie ervaren, vrede en rust vinden, het zijn uitdrukkingen die wijzen op ervaring op psychisch, psychologisch vlak, maar ze hebben tegelijk ook te maken met ons geloof in God, met ons scheppingsgeloof. Wij zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Als wij thuis komen bij onszelf, dan komen wij ook thuis bij God. God, die ons meer nabij is dan wij onszelf nabij zijn, zo schrijft Augustinus, of, zoals een hedendaags theoloog het formuleerde: God als diepste grond van ons bestaan.
Welnu, als het besef ons door God gedragen te weten echt gaat leven, dan zullen wij ons ook durven toevertrouwen aan zulke momenten in ons gebed, momenten van diepe harmonie, van vrede, geluk, blijheid, van je helemaal thuis voelen. Dit worden momenten die richtinggevend kunnen zijn in een keuzeproces. Gaandeweg ontdek je, door te luisteren naar het Evangelie, wat je telkens tot rust brengt en tot innerlijke harmonie, maar ook waar je telkens weer op weerstanden stuit.
En zo ontstaat er iets als de lijn van jouw evangelische betrokkenheid.
Wat je diep gelukkig maakt, tot harmonie brengt, daar
waar je je in eenklank met God ervaart, het zijn richtingwijzers naar een keuze
toe, naar een beslissing toe.
Maar ook de moeilijke momenten, de momenten van weerstand, kunnen een
boodschap inhouden.
Misschien is er iets wat je niet in je wilt toelaten. Misschien is het een uitnodiging
tot verandering in je leven?
Als je zo regelmatig
een stukje Evangelie op je laat inwerken en dan achteraf noteert wat je in beweging
bracht, wat je deed, hoe je je erbij voelde, dan zul je gaandeweg merken dat
het bidden je verandert in de diepte, dat er een andere kijk groeit op een
aantal dingen.
Hoe kan dit nu een hulp zijn in een keuzeproces? Als je voldoende lang je opengesteld
hebt voor de boodschap van het Evangelie, kun je je afwisselend inleven in de
verschillende keuzemogelijkheden - een huis kopen of niet, het gezin uitbreiden
of niet, naar een ontwikkelingsland gaan of niet - tot je merkt dat één van
de keuzemogelijkheden als het ware samenvalt met de diepte die er gegroeid is
vanuit je gebed.
Je moet dus zolang
wachten tot de keuzemogelijkheid waar je je inleeft én de diepte, die gegroeid
is vanuit het Evangelie, in elkaar schuiven.
Met andere woorden het keuzeproces is pas ten einde als je het duidelijke
gevoel hebt dat in deze keuzemogelijkheid het Evangelie het best gestalte kan
krijgen in jouw leven, in het leven van je gezin.
Zo'n keuzeproces vraagt tijd. En meestal heb je hierbij enige hulp nodig van anderen: van je partner, van je gezinsgroep, van een meevoelende buitenstaander. Daarover verneem je meer in het volgende hoofdstuk.
Vragen
1. Niet alleen in je gebed maar ook in je andere ervaringen zijn er momenten van licht en momenten van duisternis. Hoe ga je om met de wisseling van licht en duisternis in je leven? In welke mate bepalen zulke momenten je concrete gedrag?
2. Maak een curve van je levensverhaal: de hoogtepunten, de dieptepunten, de vlakte- momenten. En heb aandacht voor de momenten dat de curve weer naar boven gaat: verrijzenismomenten, uit de dood naar het leven.
3. Neem een paar belangrijke keuzemomenten uit je leven. Zijn die gegroeid in een tijd van vrede, geluk, harmonie? Zijn er beslissingen die je genomen hebt in een tijd van onrust, ontgoocheling, moedeloosheid? Hoe kijk je er nu op terug?
4. Als je probeert te bidden met het Evangelie, merk je dan iets
van innerlijke bewegingen? Hoe reageer je met je gemoed, met je gevoelens
op teksten uit het
Evangelie? Waar zijn er aantrekkingspunten, waar zijn er
weerstanden?
5. Een groeiproces waarin anderen je kunnen helpen
Uit de vorige bijdragen is wel duidelijk geworden dat 'leren gelovig kiezen' niet gebeurt door het toepassen van een formule of een recept, waardoor plots op een bepaald moment de juiste beslissing uit de bus komt. Gelovig kiezen is veeleer een weg, een groeiproces, en daar is tijd voor nodig. Het gaat met het leven mee. Tijd is belangrijk.
Tijd schaft raad. Dit is gewoon nuchtere menselijke wijsheid, uit ervaring gerijpte wijsheid. Diezelfde wijsheid vind je ook in de spreuk uit het Evangelie: 'Aan de vruchten ken je de boom'. Of er vruchten komen, en of het er goede zijn, kun je pas na verloop van tijd uitmaken. Een goede beslissing of keuze kun je niet op een bepaalde termijn afdwingen, ook niet door veel gebed. Alleen door tijd leer je ondervinden wat in je verlangen vruchtbaar is en groei bevordert. Er zit dus beweging in, dynamiek.
In zekere zin komt
er nooit een einde aan. Ook een goede beslissing wordt nooit je
eigen 'bezit'. Eens de beslissing genomen, dan houdt je je eraan, rustig en
onbezorgd. Maar ze blijft altijd openstaan voor groei, voor nieuw inzicht dat
berust op de ervaring die het leven met zich meebrengt. Er groeit wel degelijk
een zekerheid, in de diepte, maar niet als iets wat je nu eens en voorgoed bezit,
wel als iets wat je altijd weer opnieuw gegeven moet worden. In trouw aan de
beweeglijke realiteit kan een beslissing met de tijd ook andere vormen aannemen.
Het element tijd kan ook nog meespelen vanuit een heel andere hoek, met name
als je als koppel zo'n bewust keuzeproces doormaakt. Want dan is het natuurlijk
heel goed mogelijk dat na een tijd van zoeken, bezinnen en delen voor mij
duidelijkheid groeit, maar niet voor mijn partner. Dan zijn ‘ wij'
natuurlijk nog niet klaar. Juist omdat het voor mijn partner niet duidelijk
is, blijft er ook voor mij een element twijfel bestaan, en moeten we dus verder
zoeken.
Tenslotte nog dit:
op het moment dat men ervoor kiest om op een bewuste en meer intense wijze een
gelovige keuze in te gaan, is er meestal al heel wat gegroeid. De motivatie
is stilaan sterk genoeg geworden om het veeleisende van zo'n keuzeproces aan
te kunnen.
Een hulp hierbij zal ongetwijfeld zijn je te laten helpen. Op de eerste plaats
door je partner. Zo'n keuzeproces samen ingaan is op zich al een hele stimulans.
Bovendien veronderstelt dit dat er wegen gevonden worden om samen de mogelijkheidsvoorwaarden
te scheppen voor stilte en gebed, en om binnen het koppel uit te wisselen
rond ieders gebedservaring. Ook een gezinsgroep kan hier een hulp bieden.
Ook al is de methodiek die in deze brochure is voorgesteld op de eerste plaats bedoeld om tot beslissingen te komen binnen het koppel, toch kan men in een gezinsgroep - waar de verschillende koppels zich laten inspireren door deze methodiek - uitwisselen over de manier waarop eenieder het beleeft. Zo leert men ook van elkaar.
Maar je kunt je ook laten helpen door een buitenstaander, een 'begeleider'. Zo een begeleider is er natuurlijk niet om de beslissing in jouw plaats te nemen, wel om het hele proces in een zekere objectiviteit te laten verlopen. Hij kan een hulp zijn om je niet te verliezen in je eigen gevoelens, in je eigen bewogenheid. Hij kan een hulp zijn om op een goede manier met het Evangelie bezig te zijn en bijvoorbeeld niet alleen maar je lievelingsteksten als inspiratiebron te nemen.
Wat doet dan zo'n begeleider? Hij luistert meer dan hij spreekt. Hij luistert naar wat je in de voorbije week of weken heeft bezig gehouden, hij luistert naar je zoeken en je bidden. En hij probeert samen met jou de bewegingen van rust en onrust, van vreugde en weerstand te verhelderen.
Jij vertelt hem hoe het gegaan is, hoe je biddend zoeken bepaald wordt door je dagdagelijkse leven met de vreugden en zorgen, maar ook hoe je concrete leven gekleurd raakt en verdiept wordt door je biddend zoeken.
In het gesprek met de begeleider staat centraal wat je in de voorbije tijd hebt ervaren, meegemaakt (thuis, op het werk, met vrienden, in lectuur, in gebed ... ) Vanuit het luisteren en verhelderen stelt de begeleider dan weer voor om te kijken en te luisteren naar het Evangelie. Het decentrerend moment. Niet zo maar, om te decentreren, maar omdat het verlangen aanwezig is je concrete leven, de keuze of koerscorrectie waar je voor staat, te laten bepalen door het Evangelie.
Tot slot nog dit:
Je laten helpen in zo'n keuzeproces heeft ook te maken met een belangrijke voorwaarde om gelovig te kunnen kiezen. Want niemand gelooft op zijn eentje. Hoezeer geloven een persoonlijke daad is, - je engageert jezelf met je hele persoon - het wordt nooit het uitsluitend privé-bezit van één mens noch van twee mensen. Je geloof leeft en groeit binnen de grotere geloofsgemeenschap.
Ons eigen geloof en ons luisteren naar het Woord van de Schrift moeten dus steeds getoetst worden aan die grotere geloofsgemeenschap, aan de kerk. Hoe groot ook de verscheidenheid binnen die geloofsgemeenschap kan en mag zijn, de toetssteen van onze echtheid zal zijn of wij - over alle tegenstellingen en conflicten heen - verbonden willen blijven met de hele geloofsgemeenschap. Wat ook inhoudt dat wij in ons zoeken en kiezen aandacht geven aan het geloofsinzicht van die grotere gemeenschap, de kerk. Hoezeer dus een keuze of koerscorrectie ook mijn persoonlijk leven of het leven van ons gezin aangaat, een echt gelovige keuze is, in deze zin, ook altijd kerkelijk.
Aan te bevelen lectuur:
-
Geloven met het hart, Manu Verhulst, Lannoo 1999.
-
Geloven en gelukkig zijn, Jos Devijver, Averbode 1997.
-
Brieven aan alle mensen die van het leven houden, A.
Luysterman, Halewyn 2000
Samenstelling: Johan Van Calbergh & Tom Deseyn