Start

WAKE 12 12

Vóór alles luisteren we naar het verlangen van Ripal om te bidden.
Het kan ons op het juiste spoor zetten deze avond.

Mijn naam is Ripal. Ik ben 23.
Ik zou willen bidden, maar ik weet niet waar.
Blang Oi is verdwenen.
Mijn ouders zijn verdwenen, mijn broers, mijn kleine zus.
Alleen ik ben er nog.
Ik weet niet in welk graf ze liggen.
Dus bid ik bij de massagraven.
Morgen vertrek ik.
Volgend jaar op nieuwjaarsdag kom ik terug.
Alleen om te bidden.
Ik wil hier nooit meer wonen.

Lied: ICLZ nr. 566: Hoe is uw naam, waar zijt Gij te vinden.

Kruisteken

Begroeting en welkom
We waken deze avond bij de bron, bij de Heer over leven en dood.
Dat deden we al vaker.
Maar deze wake is anders:
wij kennen niemand persoonlijk van de meer dan 160.000 slachtoffers
van de vloedgolf in Zuid-Oost Azië.
Daarom zeg ik proficiat omdat jullie gekomen zijn. Van harte welkom.

Deze wake is anders:
wij roepen tot onze God en Vader
op voorspraak van zijn Zoon
en met de kracht van Zijn Geest
voor de overledenen en overlevenden die vooral moslim zijn.
Ook daarvoor zeg ik proficiat.

Deze wake is anders:
Na de vele inspanningen voor materiële hulp en bijstand vragen mensen
zich af of misschien ook niet: wat helpt hier bidden nog?
Maar soms voelt het hart wat het verstand niet denken kan.
Ook dat verdient een proficiat.

Gebed

Laat ons bidden
Wees hier aanwezig, Heer,
neem deel aan ons leven
en leer ons lief en leed
te delen met velen.
Heer, wees hier aanwezig.
Heer, wees hier aanwezig.

Wees hier aanwezig, Heer,
spreek ons aan
en leer ons van harte
luisteren naar pijn en verdriet.
Heer, wees hier aanwezig.
Heer, wees hier aanwezig.

Wees hier aanwezig, Heer,
trek met ons mee
en leer ons elkaar vergezellen
op de weg door het leven.
Heer, wees hier aanwezig.
Heer, wees hier aanwezig.

Wees hier aanwezig, Heer,
en geef dat wij goed voor ogen houden
waar het in het leven allemaal om te doen is:
dat wij zouden liefhebben met hart en ziel.
Heer, wees hier aanwezig.
Heer, wees hier aanwezig.

Zo zij ons gebed,
vandaag maar ook morgen en altijd. Amen.

Lezing

Inleiding op de lezing
Wat we gezien en gehoord hebben de voorbije weken, mag niet zomaar vergeten worden als de media binnenkort andere onderwerpen en gebeurtenissen onze woonkamers binnenloodsen. Voor velen, kinderen mét of zonder ouders, ouders mét of nu zonder kinderen moet het ergste nog komen. Daarover vertelt de lezing. Het is een artikel uit de krant ‘De Standaard’ van zaterdag 15 januari met als titel:

“Negen vrouwen vechten om “baby 81”
Negen Srilankaanse vrouwen eisen een baby die daags na de tsunami naar een ziekenhuis werd gebracht, als hun kind op. Het is tot een handgemeen gekomen tussen de vrouwen die allen een baby verloren.
Eén vrouw dreigt zelfmoord te plegen als het jongetje, dat in het ziekenhuis bekend is als ‘baby 81’, niet aan haar wordt toegewezen. Een andere vrouw dreigde een van de artsen te doden.
Omdat de betwisting zo hevig is, heeft het ziekenhuis de politie gevraagd een onderzoek in te stellen. Desgewenst zal er DNA-onderzoek worden gedaan, maar dat is duur en het is onduidelijk wie dat moet betalen.
De drie à vier maanden oude baby, die onder de blauwe plekken en modder zat, werd door een oude man naar het Kalmunai Base-ziekenhuis in het oosten van Sri Lanka gebracht. Het was de 81ste patiënt die daar die dag werd afgeleverd, vandaar zijn naam. De artsen zeggen dat het heel goed met hem gaat.
De ouders die het kind opeisen geloven misschien echt dat het hun kind is, zei een dokter. “Ze hebben allen een kind verloren en alle baby’s die zij bekijken zien er uit als hun baby”.
Van de bijna 31.000 slachtoffers in Sri Lanka zijn er 12.000 (40 procent) jonger dan 18. Ongeveer duizend kinderen hebben beide ouders verloren en 3.200 één ouder.

Stilte

Er wordt een kruik met water aangebracht.

Overweging

Water, het is nooit door mensenhanden gemaakt.
Water speelt in ons leven een enorme rol.
Water heeft je als baby beschut, voor je geboren werd.
Water drenkt de aarde en maakt vruchtbaar.
Zoals de dauwdruppels een nieuwe dag aankondigen,
Zo doet water herboren worden.
We maken dagelijks veelvuldig gebruik van water zonder erbij stil te staan.
En toch is ook dit een wonder.
Water kan ons raken als we er intens van kunnen genieten:
een verkwikkende douche 's morgens, een wandeling langs de zee, het gekletter van een waterval.
Om nog maar te zwijgen van een glas koud water in volle zomer of een duik in het water als het drukkend heet is.

Muziek
Het lied van de tsunami12 12-actie

Evangelielezing
Marcus 4, 35-41

Homilie
Kerstmis 2004 was anders dan andere jaren.
‘Stille Nacht’ werd ‘Verwoestende Nacht’.
Wij hebben de TV-beelden alleen moeten zien, duizenden hebben ze moeten ondergaan.
Secondensnel eindigde voor bijna 200.000 mensen hun niet ten einde geschreven biografie.

Moeten wij God ter verantwoording roepen? Hoeden wij ons voor te vlugge en pasklare antwoorden. Want we weten best dat het paleis van Herodes stevig gebouwd is en dat de hutten en de krotten van arme vissers tot op vandaag gemaakt zijn van alleen maar hout zoals de stal van Betlehem en het kruis van Golgotha.
Maar God zal ons wel verdragen als we onze woede en onze onmacht naar de hemel slingeren omdat we, ondanks onze grote vrijgevigheid bij de actie 12 12 en zoveel andere liefdadigheid, met lege handen staan, sprakeloos, hulpeloos tegenover het geweld van de zee die wij niet aan banden kunnen leggen.

Het is verschrikkelijk wat er op 26 december in Zuid-Oost Azië is gebeurd. Het is eveneens ongelofelijk wat voor golven van sympathie de vloedgolf bij mensen in de hele wereld tot stand heeft gebracht. Zo dicht bij elkaar hebben wij ons zelden gevoeld want de tsunami heeft ook alle grenzen tussen hindoe en moslim, boeddhist en christen weggespoeld. Op zulke ogenblikken stelt zich de vraag naar de waarheid anders. Ze stelt zich nu nog maar voorzichtiger, behoedzamer, zachter, stiller …
God is groter, raadselachtiger, mysterieuzer dan onze vlug uitgesproken redeneringen en snel getrokken conclusies. Natuurlijk zijn ook die 200.000 doden in de liefde van God geborgen, dat hoop ik ook. Wie dat niet geloofd moet wel dwaas zijn. Maar toch krijg ik op het ogenblik dat woord van Gods liefde niet zo gemakkelijk over mijn lippen. Tenminste op het ogenblik niet.
Bij dit gebeuren lijkt God ons  zo schrik barend, zo vrees verwekkend, met zijn zwijgen soms onuitstaanbaar.

Wat is de mens, dat Gij, God, aan hem denkt … bidden we in een psalmgebed.
Voor U en in uw schepping van hemel en aarde, zijn we zó klein.
Maar ook weer niet zo klein dat wij ons niet zouden kunnen oprichten en met gevouwen handen maar ook met gebalde vuisten tot U mogen bidden:
Laat Je zien, maak Je aan ons bekend, grote, onvoorstelbare God. Jij overstijgt al ons denken, ons gissen en vermoeden. Laat Je kennen in mensen die ginds gaan helpen, verplegen en verzorgen, die de doden waardig proberen te begraven, die omzien naar wezen en zich om hen bekommeren. Die naaste, die engelbewaarder blijven, ook als de slachtoffers van de voorpagina’s verdwenen zijn.

Ik hoop dat wat we vanuit de verte gezien hebben en het leven van duizenden heeft veranderd ook ons op andere gedachten heeft gebracht. Dat we duidelijker mogen zien wat belangrijk is in het leven en wat bijkomstig is. Dat we vandaag doen wat gedaan kan worden. Dat we dankbaarder worden voor de vele zo vanzelfsprekende dingen die echter in enkele seconden voorbij kunnen zijn.
Help ons daarbij, God, want ons geloof is vaak zo klein en onze moed niet sterk genoeg. Ook bij ons zijn veel harten gewond en veel ogen met tranen gevuld.
Geef ons opnieuw van uw levensadem, geef ons uw zegen, maak ons sterk.
Blijf bij ons in de boot. Dan mogen wij ons, samen met zoveel gekwetste en bange mensen, bij U geborgen weten voor tijd en eeuwigheid.

Aanbrengen en ontsteken van de Paaskaars

Bidden en zingen

Refrein:  De nacht loopt ten einde, de dag komt naderbij!

De nacht viel …
en niets bleef
dan hun onmacht.
Geen enkel woord
vond nog gehoor
woorden konden niet helen. (pauze) En toch durven wij zingen:
Refrein:  De nacht loopt ten einde, de dag komt naderbij!

De nacht viel …
en zij hadden geen
andere woorden dan schreeuwen,
vloeken en tieren.
Het was de angst die regeerde. (pauze) En toch durven wij zingen:
Refrein:  De nacht loopt ten einde, de dag komt naderbij!

De nacht viel …
er werd alleen nog
vijandschap geademd,
het water vervloekt
dat dood en vernieling zaaide. (pauze)  En toch durven wij zingen:
Refrein:  De nacht loopt ten einde, de dag komt naderbij!

De nacht viel
en er werd enkel verloren
aan hoop en vertrouwen,
er was alleen verlies,
voor wie eerst nog dacht te winnen.(pauze)  En toch durven zingen:
Refrein:  De nacht loopt ten einde, de dag komt naderbij!

De nacht viel
ook over ons, niet-slachtoffers,
enkel maar mede-machtelozen,
delers in alle kleine mensen
die de prijs betaalden.(pauze) En toch durven zingen:
Refrein:  De nacht loopt ten einde, de dag komt naderbij!

Stilte

Aanbrengen kruisje + kaarsje en het kaarsje ontsteken aan de Paaskaars

Tekst op kruisje TSUNAMI 12-12

Litaniegebed als voorbeden

Refrein: Houd hen in leven, wees Gij hun redding
        steeds weer zoeken hun ogen naar U.

Laaf hen aan de bron die vriendschap heet,
dat zij zich geven aan elkaar,
zoals een bron zich geeft. (pauze) Voor hen zingen wij:
Refrein: Houd hen in leven, wees Gij hun redding
        steeds weer zoeken hun ogen naar U.

Laaf hen aan de bron die moed heet
dat zij de kracht vinden
om zich opnieuw te voeden
aan het leven uit de zee. (pauze) Voor hen zingen wij:
Refrein: Houd hen in leven, wees Gij hun redding
        steeds weer zoeken hun ogen naar U.

Laaf hen aan de bron die troost heet,
dat zij weerbaar blijven
nu het leven hen zo ‘n pijn doet. (pauze) Voor hen zingen wij:
Refrein: Houd hen in leven, wees Gij hun redding
        steeds weer zoeken hun ogen naar U.

Laaf hen aan de bron die vreugde heet,
dat zij weer leren genieten
met lijf en leden, met hart en ziel. (pauze) Voor hen zingen wij:
Refrein: Houd hen in leven, wees Gij hun redding
        steeds weer zoeken hun ogen naar U.

Laaf hen aan de bron die stilte heet,
dat zij aandachtig zijn
voor het geheim in dingen en mensen,
voor Uw geheim, God. (pauze) Voor hen zingen wij:
Refrein: Houd hen in leven, wees Gij hun redding
        steeds weer zoeken hun ogen naar U.

De gebedskaartjes worden uitgedeeld, terwijl wordt het lied van de 
tsunami 12 12i-actie opnieuw beluisterd.

Samen bidden van gebed op de gebedskaart

Tekst voor het gebedskaartje

God,
wij bidden U voor alle doden van de Tsunami:
voor de kinderen, de jonge doden vooral.
Zij hebben hun dromen gedroomd
maar hun toekomst bleef ongeschreven.
Hebt Gij ze toch ingevuld, God?
Maakt Gij goed wat ze hebben gemist?
Met onze tranen bidden wij tot U,
met onze vragen, met ons: waarom?
We vragen U niet om een antwoord,
maar geef ons de tijd om in ons
de hoop te laten rijpen
dat het onvervulde vervuld wordt bij U.
Mogen wij in deze dagen zo voor U staan:
opstandig, niet berustend, en niet begrijpend?

Tekst van Marius Degeest (achterkant)

Wie vreest voor ’t water, haat de minste regen:
de tsunami is bij elke druppel nog meer over-vloed.
Toch is levend water ’t meest een bron van zegen
die het koudste zaadje overvloedig kiemen doet.

De kracht van God is dat altijd immense.
Tenslotte zijn wij dan toch maar mensen

©  Marius Degeest