Start

Meibedevaart 2005: “Doe maar wat Hij U zeggen zal”

Openingslied: Wat was ik diep verheugd

Begroeting en Kruisteken

Priester:

God is zijn volk altijd nabij.
Moge Hij ook nu weer in ons midden zijn met de tekenen van zijn trouw en van zijn liefde.
Wij willen ons ontvankelijk opstellen voor de Geest van Jezus.
Graag nodig ik u dan ook uit om dit samenzijn gelovig te beginnen (+) in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Wij zijn hier samen naar aanleiding van onze mariale bedevaart.
Maria is de eerste gelovige van het Nieuwe Testament.
Wij mogen onze manier van geloven confronteren met de hare.

Schuldbelijdenis

Lector:

“Wees gegroet, Maria.”
God vraagt ook ons als bondgenoot.
Hij heeft ons hart en onze handen nodig om vlees en bloed te worden in deze wereld.
Maar zo dikwijls sluiten wij ons hart of zeggen wij :
“Ja, maar…” in plaats van “Mij geschiede naar uw woord.”
Heer, ontferm U over ons…

Lector::

“Vol van genade.”
Maar we zijn zo dikwijls vol van onszelf,
of vol van zorg en bekommernis
alsof wij het allemaal zelf moeten doen,
of vol van bitterheid
omdat het leven niet naar onze wens verloopt.
De vreugde van het geloof “dat tot vervulling zal komen wat vanwege de Heer gezegd is”, ontgaat ons dan.
Christus, ontferm U over ons….

Lector:

“De Heer is met U.”
In elke eucharistieviering wordt dit tot ons gezegd.
Op vele plaatsen in het evangelie wordt ons dit toegezegd.
Maar wij zijn dikwijls bezig met zoveel bijkomstigheden
dat deze diepe bron van hoop en vreugde ons ontgaat.
Of wij zijn zo getekend door tegenslag en lijden
dat wij niet meer kunnen geloven in Gods trouw.
Heer, ontferm U over ons…

Priester:

Moge de altijd weer barmhartige God zich vol tedere liefde naar ons toekeren.
Moge Hij, iedere tijd opnieuw, ons hart en ons leven vervullen van zijn genade.
Moge Hij ons met elkaar op weg doen gaan
als mensen die leven in blijde verwachting.
Amen.

Eerste lezing

Maria zag haar Zoon opgroeien met iets ontembaars in zijn ogen en zijn haren.
Zij zag Hem verre wegen gaan,
onbegaanbare paden in de bergen,
tot in de woestijn,
dagenlang.
Zij luisterde vaak naar zijn verhalen en gedachtegangen.
Maar nooit verstond ze helemaal wat Hij bedoelde.
En als zij peinzend over het landschap keek en de zon zag branden op de heuvels,
dan werd ze bang en kon ze een pijn voelen alsof zij nu reeds afscheid van Hem nam, voorgoed.
Zij zag haar Zoon in 't spreekgestoelte van de synagoge.
Zij zag Hem redetwisten met de rabbi en met de grote leiders van zijn volk.
Zij hoorde harde woorden vallen.
Hij riep hen achterna dat zij huichelaars waren.
Toen kromp haar hart ineen, zij verstijfde van schrik.
Zij zag Hem gebogen over zieken.
Ze zag Hem kinderen optillen in het zonlicht.
Zij zag hoe Hij melaatse mensen tegemoet ging, terwijl anderen terugweken.
Zij zag Hem binnengaan bij zondaars om er te eten,
en ze hoorde van een grote zondares die Hem gezalfd had.
Zij werd er angstig van, onzeker.
En in het donker, als niemand het zag, schreide zij zachtjes voor zich uit.
Zij zag haar Zoon toen Hij werd weggevoerd.
Ze hoorde mensen toen zeggen: “Het moest er eens van komen."
Zij zag hoe ze Hem geboeid wegbrachten en ze wist niet wat de landvoogd had gezegd.
Toen zij Hem terugzag, was Hij onherkenbaar geworden, een verwrongen verkleurd gezicht en veel te smalle schouders tussen de stoere soldaten.
Ze verborg haar gelaat in een hoofddoek.
Haar handen beefden.
Op de heuveltop waar alle misdadigers worden terechtgesteld,
heeft zij Hem teruggezien.
Hij scheen zo ver, zo onwezenlijk ver,
ook al kon zij nog enkele lieve woorden van Hem opvangen.
Maar toen zij, uren later, zijn dode lichaam waste en bette,
voelde zij een grote vrede, alsof Hij nu pas, en voor ’t eerst, bij haar was teruggekeerd om nooit meer weg te gaan.
Drie dagen later wist zij het: Hij leeft, Hij is verrezen.
Vijftig dagen later was het Pinksteren.
Nadien zag zij de leerlingen van haar Zoon verre wegen gaan, over zeeën en bergen,
naar alle mensen, grote en kleine.
Zij luisterde naar hen en opnieuw wist zij het zeker: Hij is verrezen.
Zij hoorde en zag ook hoe slaven werden vrijgelaten
en hoe armen niet langer verstoten werden en zieken met liefde werden opgenomen.
Ja, zij wist het zeker: het Rijk Gods groeit, elke dag.
En ook nu weer kon zij zingen: “Magnificat. mijn hart prijst hoog de Heer…”

Tussenzang: Mijn hart zingt voor de Heer

Evangelie : Johannes 2,1-11 (nieuwe bijbelvertaling)

Priester:

Op de derde dag was er een bruiloft te Kana, in Galilea.
De moeder van Jezus was er,
en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd.
Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem:
“Ze hebben geen wijn meer.”
“Wat wilt u van me?” zei Jezus. “Mijn tijd is nog niet gekomen.”
Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan:
“Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.”
Nu stonden daar voor het joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten,
elk met een inhoud van twee à drie metreten.
Jezus zei tegen de bedienden: “Vul de vaten met water.”
Ze vulden ze tot de rand.
Toen zei hij:
“Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.”
Dat deden ze.
En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde
- hij wist niet waar die vandaan kwam,
 maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel –
riep hij de bruidegom en zei tegen hem:
“Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor
en als ze dronken zijn de minder goede.
Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!”
Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken.
Hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.

Voorbeden

Priester:

Gelovig en in vertrouwen, zoals Maria, willen wij nu biddend voor God uitspreken wat ons ter harte gaat.

Lector:

Wij bidden voor de Kerk van God op aarde.
Dat zij mag gezien en ervaren worden als een gemeenschap van mensen
waar plaats is voor iedereen,
Voor vaders en moeders, grootouders en kinderen, alleenstaanden en gehuwden.
Laten wij bidden…

Wij bidden voor alle mensen die moeten leven met veel verdriet.
Dat zij door te bidden op voorspraak van Maria
gesterkt mogen worden.
Laten wij bidden…

Wij bidden voor alle mensen
die gevoelig zijn voor de woorden die uit het hart van Maria komen
en voor wie de Kerk van vandaag soms te veel geleerde woorden spreekt.
Dat zij dankzij hun groot geloof
en gesterkt door Jezus en Maria
zich toch thuis mogen voelen in de Kerk.
Laten wij bidden ..

Wij bidden voor hen die verantwoordelijkheid dragen in de Kerk,
in onze parochies en in de Landelijke Beweging.
Dat ze mogen groeien in geloof en vertrouwen in de Heer.
Dat ze steeds bedacht mogen zijn op het voorleven en doorgeven van de Blijde
Boodschap.
Laten wij bidden…

Priester:

Dank Heer voor alle vriendschap, voor alle genade, die we van U krijgen.
Dank voor zovele mensen die, naar het voorbeeld van Maria, zich inzetten voor het geluk van anderen.
Gij weet wat er in ons hart leeft. Gij kent onze vragen en verlangens.
Sta ons dan bij op voorspraak van Maria.
Amen.

Offerandelied: ‘t Klinkt zo zacht mij in d’oren

Offerandegebed

Goede Vader, Maria zegt tot ons: “Doe maar wat Hij u zeggen zal.”
Zij nodigt ons uit ons vertrouwen te schenken aan Jezus.
Vandaag vieren wij nog steeds wat Jezus ons gevraagd heeft op het Laatste Avondmaal: “Doe dit tot mijn gedachtenis.”
Schuchter leggen wij nu ook ons leven op dit altaar,
de hoop en wanhoop die wij kennen,
het geloof en het ongeloof waartussen wij zoeken,
en de liefde die ons warm maar ook angstig kan maken
omdat wij soms vrezen onszelf erdoor te verliezen.
Aanvaardt onze goede wil en onze inzet.
Moge Jezus, uw Zoon, hier dan onder ons komen,
Hij die voedsel is voor ons, pelgrims als we zijn, mensen onder weg.
Wij vragen het U door Jezus, uw Zoon en onze Heer.
Amen.

Prefatie

De Heer zal bij u zijn…
Verheft uw hart…
Brengen wij dank aan de Heer onze God…

Heilige Vader, machtige en eeuwige God,
wij danken U om Maria, onze Moeder.
Haar leven was zuiver in geloof en daad,
zij is een voorbeeld van dienende liefde.
In haar is duidelijk geworden dat het goed is dat wij ons aan U toevertrouwen,
ja, dat het goed is uw Woord te beluisteren en eenvoudigweg te doen wat U van ons verlangt.
In Maria mogen wij zien dat geloof ‘leven’ betekent.
Tot onder het kruis bleef zij één met haar zoon Jezus.
Ja, zij is werkelijk de eerste gelovige van het Nieuwe Testament.
In haar mogen wij ook zien dat geloven in uw Zoon gelukkig maakt.
Heer God, om haar en omwille van Jezus willen wij u nu loven met de woorden…

Eucharistisch gebed

Communielied: Uw boodschap dragen wij

Slotgebed

God, onze Vader,
U hebt ons bijééngebracht om in eenheid van hart en geest
uw Woord te vieren en maaltijd te houden.
Laat uw Woord in ons groeien en vrucht dragen opdat wij op onze plaats U zelf doorgeven in een levende traditie aan de generatie die na ons komt.
Zo heeft Maria dit ook gedaan, de Moeder van uw Zoon.
Mogen wij allen die éénsgezindheid met ons meedragen
en ervan getuigen
door een leven van daadwerkelijke naastenliefde,
in vertrouwen, in geloof, in dienstbaarheid, op de wijze
waardoor Maria door het leven ging.
Dit vragen wij U door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Slotlied: Liefde gaf U duizend namen

Gebedstocht
Slotgebed
Uit het 'Gebedenboekje' van Toon Hermans

Lektor:
Moeder Maria,
mijn eigen moeder heeft mij van u verteld
toen ik een kind was.
Sedert die jaren weet ik reeds wie gij zijt.
Ik weet dat gij een bron zijt van gaven,
en dat gij miljoenen mensen die u aan hebben geroepen,
hebt verhoord.
Als ik naar uw beeltenis kijk,
gaat er een warmte vanuit,
alsof gij zeggen wilt:
'Zeg maar wat je op je hart hebt, en ik zal je bijstaan'.
Men noemt u niet voor niets,
de Moeder van Altijddurende Bijstand.
Sta ons bij, Maria, dag in dag uit,
altijd en overal,
laat ons niet alleen. Amen.

Lied aan de grot: Wees gegroet Maria