| Start |
|
Nabeschouwingen van Barabbas
Ik voel me nog steeds geen misdadiger, maar vergeleken bij hem
was ik maar een slechte revolutionair.
Ik ga de geschiedenis in als een mislukte vrijheidstrijder ;
Hij zegeviert met de dag dat hij langer dood is.
IK was één van de velen, HIJ was uniek.
Daarom ben ik nu vrij en is hij gekruisigd.
Heeft het volk dat werkelijk zo gewild, - hij dood en ik vrij ?
Ach, wat heet het volk en wat is de wil van het volk !
Het werd zoals gewoonlijk opgezadeld en gemanipuleerd door zijn broodheren,
door die potverterende bende die met ‘ brood en spelen ’
het volk onwetend en onmachtig houdt.
Tegen die bende hebben we gevochten, allebei,
alleen hij met open handen en ik met een dolk in mijn vuist.
Achteraf gezien waren zijn open handen meer bedreigend dan mijn toegeklemde
vuisten.
Van mij ging een kracht uit die iedereen met schrik vervulde,
van Hem ging een kracht uit die iedereen genas, -
van eigenwaan, van nationalisme, van bezitsdrang en vooral van angst voor eigen
leven.
Dié genezende , bewust makende kracht was tegelijk zijn bedreiging !
Hij beloofde niemand gouden bergen,
geen land van melk en honig :
Hij stuurde het enkel maar aan op het delen van de schaarste .
Heel subtiel leerde hij het volk vermenigvuldigen door het te delen..
Hij opende hun ogen hun ogen voor die allerdiepste kracht
van onderop en binnenuit , waar geen heerser tegen opgewassen is :
de kracht van de dienstbaarheid.
Hij leerde hen af wat iedere revolutie toch weer met zich meebrengt : nieuw
egoïsme.
Hij bevrijdde van de diepste vijand
in henzelf : de angst voor iemand anders.
De leiders voelden instinctmatig aan , dat zijn verzet veel radicaler was
dan het optreden van hier en daar een geweldenaar zoals ik.
Hij werkte aan de wortel van het
kwaad, want hij dacht niet : “jouw dood, zal mijn leven zijn”,
maar, “mijn dood zal jouw leven zijn!”
Dàt maakte hem geweldloos,
tot de revolutionair van alle revolutionairen !
Tot een mens die na zijn dood pas goed begint te leven.