4Korenbloesem : HERFST



ALASKO FRISCÓ !

Dolf Smets

Wie zou er de frisco uitgevonden hebben?… De frisco, ja, dat netjes afzonderlijk ingepakte, al of niet in chocolade gedoopte blokje roomijs op een houten latje waarmee je het comfortabel kunt vasthouden… Weet jij het?
Ik heb lang gedacht dat het Bet Trifon was! Die is immers in die hete, droge zomer van 1947, toen de Nete haast leeg stond van aan het sluis bij de Lange Brug te Westerlo tot helemaal in Lier, begonnen met frisco’s te leuren. Hij werd alzo een serieuze concurrent van Tistje Crème en de zonen en dochters Bervoets, die in de straten en bij de belangrijke invalshoeken van ons dorp hun ijsjes scheppend van uit die typische geelgeverfde bakfietsen of “triporteurkes” verkochten. Horentjes en wafeltjes in een glazen kastje en een blinkend metalen sierdeksel wenkten daar bovenop naar mensen in de buurt.
Op de Asberg, waar we met enkele schoolkameraden speelden, heb ik voor het eerst de nieuwerwetse frisco gezien (eten… dat was voor de oudere, aankomende soort die af en toe al wat zakgeld bij zich had.) Zij beweerden dat een frisco nog veel kouder was dan een crème!
Bet, in kraakwitte kiel, droeg al stappend zijn koopwaar tegen zijn opvallend dikke buik, in een glimmend witgelakte bak aan een sterke lederen riem over zijn schouders. Kwam hij ergens in de buurt van potentiële kopers bij feesten, kermissen of koersen dan hoorde je hem van ver al roepen van: “Alasko friscó!... Alasko friscó!...” En die laatste “có” werd met een luide en zwierig zwaaiende nadruk de lucht ingegooid. Dat deed hij ook langs groepen supporters tijdens “het half” van de voetbalwedstrijden op de zondagen.
Telkens wanneer Bet bij een kooplustige zijn bak opendeed, steeg daar een toverachtige, nevelige damp uit op. Die kwam van daarbinnen bij de blikken bakjes met het geheimzinnige “droog ijs”, zoals de grote mensen het noemden.
Toentertijd werkte dat allemaal nog voldoende als reclame voor frisco. Tegenwoordig moet daarvoor op TV zo nodig een niet al te subtiel reclamespotje in elkaar geknutseld worden waarin een wulps dametje haar lippen zo suggestief rond zo’n chocoladen frisco past, dat ieder mens die het hart en andere dingen op de juiste plaats heeft, meteen snapt wat er zogezegd niet hoeft bij gedacht te worden.
Bet is later zijn frisco ook in uit te lenen koelbakken gaan verhandelen voor familiefeestjes of aan verenigingen voor bijvoorbeeld een Vlaamse kermis of een andere gelegenheid. En ik geloof dat het op een missiefeest of zoiets was, dat ik Meneer Proost, een eerbiedwaardig rustend priester van op het Nieuw Kasteel te Westerlo, een frisco heb zien kopen, die hem daar tegen betaling werd aangeboden.
De doorbrave ouderling stak het ding profijtig en bedachtzaam door een spleetje tussen de plooien opzij van zijn zwarte soutane in zijn wijde pastoorsbroekzak die gemaakt was om er met gemak een brevier, een portefeuille, een geldbeugel en desnoods nog enkele boeken van Het Davidsfonds in op te bergen.
Hoe het afgelopen is, dat heb ik me al meer dan een halve eeuw afgevraagd…

MECHANOTHERAPIE

André Luyckx

Er stonden maar weinig standen op de rommelmarkt .
Het had die nacht de hele tijd geregend , en vele standhouders riskeerden het niet om hun waren nat te laten worden .
Dus .... veel lege plaatsen .
Een stevige westenwind haalde de temperatuur van half juli ook nog een stuk onder het gemiddelde , en het aantal marktgangers was ook beduidend minder dan anders .
Onze kleinkinderen wisten dat we naar de markt gingen en hadden hun boodschappenlijstje gedicteerd : een prins van Barbie, mooie Barbiekleedjes , een koets van Assepoester , een meisjessmurf , en dan nog een verrassing .
Dus reden ons Chris en ik die zondagmorgen toch maar naar de markt .
Ik had mijn ronde op een uurtje gedaan , maar ons Chris was nog maar in de helft .
Dus maar een koffietje gedronken op een afgesproken plaats , en daar wachten .
Een vijftal meter van mijn zitplaats stonden twee standhouders , man en vrouw , bij hun uitgestalde waren .
De vrouw , klein en slank , zat ineengedoken achter een hoogopstaande jaskraag annex sjaal , kou te lijden op een klapstoeltje .
De man , voorzien van een respectabele speklaag , had het blijkbaar veel minder koud , en paradeerde in short en hemd met korte mouwen .
Een marktbezoekster met een hondje aan de leiband ging op zoek in een stapel kinderkleedjes, maar het hondje begon opeens woest te blaffen .
Een andere keffer in de buurt deed mee in het hondenconcert .
Maar een paar nijdige rukken aan de lijn smoorden de hondse gevoelens .
In een grote doos stond een rijtje boeken , waarvan ik juist de titel van de eerste kon lezen : MECHANOTHERAPIE .
Ik was me juist aan het afvragen wat die mechanotherapie wel mocht zijn , toen een man het boekje vastnam en erin begon te bladeren .
Hij vroeg iets aan de verkoopster, waarop deze drie vingers omhoog stak .
Dat was blijkbaar teveel , want het boek ging terug in de doos .
Even later was er een vrouw die het boek ter hand nam , en dezelfde drie vingers gingen omhoog .
Wederom te veel , en de mechanotherapie ging terug richting doos .
Toen even later een koppeltje het boek voor de derde keer te voorschijn haalde , en er mekaar dingen in aanwees die blijkbaar plezant waren , was mijn belangstelling gewekt .
Het boek had nog steeds geen koper voor de gevraagde drie euro .
Het was even stil aan het verkoopstandje , en ik werd getuige van een verkoopstruc van het duo .
Ze kwamen uit hun stoel en begonnen in de hoop kinderkleedjes te rommelen .
Hier werd een kleedje gekeurd , en daar ging een rokje de lucht in om het nauwkeuriger te kunnen bekijken ... en op enkele tellen stonden er drie vrouwen mee te kijken en te keuren ... en te kopen !!!
Enkele kledingstukken gingen de boodschappentas in , en de geldbeugel werd bovengehaald om te betalen met wat kleingeld .

De echtgenoot van een van de vrouwen stond te wachten tot het keurwerk gedaan was , en zijn oog viel op de mechanotherapie .
Voor de vierde maal verliet het boek de grote doos .... de inhoud bekeken , maar helaas weer niet verkocht .
Toen mijn koffie op was , wandelde ik eens op mijn gemak tot bij het standje .
De mechanotherapie werd voor de zoveelste maal ter hand genomen en doorbladerd .
Het bleek een boek te zijn waarin aanschouwelijk werd voorgesteld hoe je met allerlei toestellen spieren en gewrichten kon trainen en revalideren .
Het deed bij mij al zeer door er alleen maar naar te kijken !
Maar ... de figuren in het boek die de martelwerktuigen demonstreerden , waren zonder uitzondering zeer schaars gekleed .
En met zeer schaars bedoel ik werkelijk UITERST schaars !
Ik vroeg , alleen maar voor de lol, wat het boek moest kosten .
De reeds gekende drie vingers gingen omhoog , en de verkoopster voegde er nog aan toe dat er veel vraag was naar dergelijke boeken !
Spijtig voor haar werd het boek weer niet verkocht , maar je kon het lezen in haar ogen : vijf keer prijs gevraagd op nog geen kwartier .... seffens ben ik het toch kwijt !
Het vervolg van het verhaal weet ik niet , want ons Chris was op de afspraak verschenen en wilde huiswaarts .
" Hebt ge u op het terras kunnen
amuseren ?" wilde ze nog weten.
Het antwoord verbaasde haar : " Ik heb een stukje voor
4-Korenbloesem zien gebeuren .
Ik moet het alleen nog opschrijven."
Wat hierbij gebeurd is .



DE BLINDE PIANIST

Dolf Smets

Ik zag zijn rafelende manchet,
Zijn bleke hand al bij ’t klavier,
Zijn ogen die naar nergens zagen,
Zijn stil bewogen fijn gelaat…

Ik zag het als een spiegelbeeld
In ’t blinkend zwarte politoer
Net boven witte en zwarte toetsen.
Hij wachtte op Rachmaninoff…

En toen die voelbaar in hem was,
Toen speelde die zijn rapsodie
Met brede, zwierig gaande akkoorden
Uit blindeman zijn ziel en lijf…

VAN OVER DE NEET 55 PADDENSTOELEN EN KABOUTERS

Noël De Pauw

De natte zomer en de hoge temperaturen van de laatste dagen zorgen ervoor dat ze als padden-stoelen uit de grond schieten: de paddenstoelen.
De eerste die ik gisteren in de tuin zag was volgens “Het grote boek van de paddestoelen in kleur” meer dan één maand te vroeg. Het was een eetbare boleet want er stond een vorkje en mesje bij.
Andere pictogrammen die in het boek worden gebruikt zijn :
een vorkje en een mesje met een streepje door = niet eetbaar,
één doodshoofdje = giftig,
twee doodshoofdjes = zeer giftig.

Dat eetbaar ook smakelijk is zoals de chanterellekes en de oesterzwammen staat niet vermeld.
Ook het verschil tussen niet eetbaar en giftig is niet duidelijk. Misschien is het niet wassen van de handen na aanraking al voldoende om ter plekke dood te vallen, misschien mag men er een volle emmer van eten voor men het “vliegend schijt” krijgt?
Over welke soort giftigheid het zoal gaat, is wat ik in het boek probeerde te vinden maar niet vond. Waarschijnlijk omdat een eenvoudig handboek over paddenstoelen geen handleiding mag zijn voor drugsverslaafden of mensen die rondlopen met zelfmoordplannen.

Toch stond er bij de Amanita muscaria, enige uitleg die mij boeide. De vliegenzwam (met één doodshoofdje) komt voor in gans Europa. De giftigheid berust vooral op het toxine mycoatropine dat psychische stoornissen veroorzaakt. De vliegenzwam werd al door de oudste Indogermaanse stammen gebruikt als drug “Soma” toen ze nog in de bergen van Afghanistan woonden en later door de volksverhuizingen heeft de vliegenzwam zich uitgebreid en wordt ze teruggevonden in de saga’s van de Noord-Europese Vikingen en op de rotstekeningen in Zuid Frankrijk.

Jaren geleden heeft, hier bij mij in de buurt, een Wit-Rus, Kurt Svrèek, een buitenverblijf gehad. Hij woonde feitelijk in Brussel op een appartement en werkte op één of andere ambassade. Ieder weekend, vooral in de herfst ging hij op zoek naar boleten en kwam daarvoor meestal bij mij terecht. Eerst keek hij even naar omhoog want onder de zilverberken stonden volgens hem de smakelijkste, hij haalde een groot zakmes tevoorschijn, sneed de boleten juist boven de grond af en vulde er een grote plastiek zak mee. “Voor vanavond in een klontje boter”, zo nam hij afscheid.

Hij vertelde mij dat dit in zijn jeugd, jarenlang het enige was dat hij en zijn alleenstaande moeder te eten hadden.
De goede man sprak vele Europese talen en wist alles van boleten, paddenstoelen en vliegenzwammen. In Siberië waar hij destijds woonde gebruikten de mannen de vliegenzwam als drug.
Omdat deze, in zuivere vorm te veel bijwerkingen had, lieten zij hun vrouwen de gedroogde zwammen kauwen, die als gevolg daarvan urenlang lagen te braken met hoofdpijn en verwijding van de pupillen. De urine, die reeds ontdaan was van een reeks giftige elementen en alleen nog de sterk verdunde hallucinerende werking had, was makkelijker te doseren.

De hallucinatie van de vliegenzwam is “megalomanie”. Gebruikers weten dat wel en diegenen die Latijn en Grieks hebben geleerd weten wat hiermee wordt bedoeld.

Kurt legde mij het verband uit tussen de rode paddenstoel met witte stippen en de kabouter die erop zat te wippen. Kabouters bestaan echt, vertelde hij, je moet ze alleen maar kunnen zien, en daarvoor heb je een vrouw nodig met goeie nieren en die gedroogde vliegenzwammen lust.

Over elfen en elfenbankjes later misschien?



UIT EEN “KLINGELAVOND” UIT VORIGE EEUW...

Dolf Smets


Half november... Dan is het jaar bijna voorbij...,maar...de schone dagen nog niet...en een mens gaat zich een beetje voelen lijk wanneer hij na zijn werk eens goed gegeten heeft. Het enige wat hij dan nodig heeft, is nog even met de armen overeen zitten, wat gezelligheid ondervinden, wat praten, wat lachen...

Spijtig genoeg schiet dat laatste er zo vaak over!... En toch is het juist dat, wat we helemaal niet kunnen missen..., of er gaat na een tijd wat knagen aan ons hart...
Lachen, dat zou je elke dag minstens een keertje - minstens een keertje - moeten kunnen doen... En liefst nog zo, dat je er je buik moet bij vasthouden, dat je er niet uitkunt, dat de tranen over je kaken rollen...
Zie, dan kun je er weer tegen! Precies zoals wanneer je eens uit volle borst hebt kunnen zingen. Ja ! Geloof me: zingen, dat is lachen waar ze woorden en muziek opgezet hebben. Zelfs in een treurzang zit nog een restje van een hoopvolle glimlach verscholen!
Je moet het eens proberen!! Wat?! Niet kunnen??
Klinkt het niet dan botst het! Enne...hé!!!...
De deugd die het doet!!

"Een lied is als een blije lach
Die ons geen dag ontbreken mag!"

WAT KUNNEN WIJ MET EEN PAARD ?

Jan Mertens

Om de drie maanden kijken wij uit naar de komst van Iliane en Noël. Het wordt dan telkens een gezellige babbel bij een kopje koffie.
Noël heeft dan het PR-nieuws van het Ceciliakoor bij en het nieuws van over de Neet. Iliane een mapje met illustraties. Dat zijn dan tekeningen om in de sfeer van het komende seizoen te komen, maar vaak ook illustraties die wij gevraagd hebben bij een reeds geschreven artikel.

Eind augustus waren ze weer op post. Benieuwd nam ik de tekeningen in ontvangst. Zoals altijd fijn verzorgde zwarten en grijzen om in te kaderen. Jammer dat we ze zo klein moeten weergeven in ons boekje.
Tot mijn verassing was er een paardenkop bij. Wat kunnen we nu met een paard in 4Korenbloesem?
Is Dolf dirigent geworden van een paardenkoor? Spreken we voortaan van 5Korenbloesem?
Niemand van de regelmatige medewerkers heeft iets met paarden en er is ook nog nooit over geschreven. Niemand heeft gevraagd naar een paardenkop.

'Waar moeten we dat bij zetten, Iliane? Wij hebben niks met paarden.'
'Dan maakt ge er maar iets over' zei ze.
Eigenlijk vonden we het geen slecht idee: eerst de illustratie, dan het artikel. Waarom altijd hetzelfde doen? We dronken dit keer geen koffie maar proefden van onze nog een beetje te vroeg geplukte druiven.

Nu proberen wij al veertien dagen Mrs. Writers Block de deur uit te jagen, maar wij krijgen ons paard niet in het gareel. Wij hebben al zitten foeteren op dat paard. Wij krijgen geen letter uit ons toetsenbord. En dat allemaal door Iliane.
Maar geen nood. Wij gaan die paardenkop goed bewaren tot volgende keer. Wij maken er een spelletje van.

Al wie tegen volgende keer
een artikeltje, een versje, een verhaaltje
over paarden of een paard instuurt
krijgt een beloning!

Natuurlijk worden alle inzendingen ook opgenomen in onze wintereditie, met paardenkop.

AARSCHOT VOLKOREN!

Dolf Smets

(zondag 11-09-11)

Kijk, dat was dan eindelijk weer eens iets als van vroeger, hé! Iets als uit die zalige tijd van de koorontmoetingen in de Kempen, iets uit de jaren zeventig en tachtig van vorige eeuw... Uit de tijd dat Westerlo alleen al “in 7 koren zong”, de tijd dat een van de leerlingen van Jeziko, ons scholenkoor, stiekem de 7 in de slagzin op de affiche veranderde in een “t met afkappingsteken”. “Westerlo zingt in ’t koren” las iedereen…
’t Was ook de tijd dat we naar het festival van Neerpelt trokken met de blokfluiters, naar Lommel met kerstliederen voor de Gouden Ster…, ja eenmaal zelfs voor een koortreffen naar de abdij van Tongerlo, vooral om het bestuur van het Vesperkoor, dat alles organiseerde, een pleziertje te doen,.
Echte koorwedstrijden heb ik indertijd zoveel mogelijk vermeden. Natuurlijke of onnatuurlijke selectie moet zich maar op andere terreinen uiten, meende ik… Daarbij, een koor is geen sportvereniging, geen voetbalploeg, vond ik ook en de bemerkingen van de juryleden worden toch al eens door de leden te persoonlijk genomen: een te vibrerende sopraan (wie is het dan: dat weet toch iedereen), een te doordringende bas of tenor (hadden we het niet gedacht…), een te schuchtere altpartij… Ze staan nog op papier in mijn “archief”. Ik weet, wedstrijden en tornooien ze worden al van in de oudheid gehouden en onvermijdelijk ga je zelfs bij vriendschappelijke koorontmoetingen vergelijkingen maken tussen de deelnemers. Nee, laten we het maar gezellig houden, heb ik steeds gedacht. Eerlijk en zo fijn mogelijk afwerken natuurlijk, maar zo dat iedereen zich goed voelt en meekan!

Wel, zoiets… dat heb ik zondag weer eens mogen ervaren. Koren gezien, zangers en zangeressen, jonge en oudere, die straalden van geluk. Supporters en koorleden op weg naar de verschillende locaties voor optredens, naar de toog (Gilbert heeft mij twee pinten getrakteerd – als hij peinst dat ik dat wel eens terug doe… – ) en op weg naar de toiletten. Alles was pikfijn georganiseerd en voorzien, tot en met een handig winkeltasje als aandenken, met daarin een wafel en een blikje drank.

Wijzelf zongen als eersten al in de hoofdkerk van Aarschot en later nog eens op een podium onder een geïmproviseerde tent voor een plezant publiek! Ik heb De Klingel nog eens ontspannen en vrolijk gezien tijdens het zingen en dat deed me nog het meeste deugd!
Jef Op de Beeck (ons Sint-Ceciliakoor) en broer Leon hebben we met hun kamerkoor uit Schaffen een hoogstaande opvoering van vooral gospelsongs weten brengen.

Maar tenslotte dreigde alles te verwateren in een ongenadige, langdurige plensbui...
In een vinnige reflex is de machtige volksstroom, waarboven de paraplu’s als donker schuim vlokten en die voor de slotsamenzang in de richting van de Grote Markt stuwde, afgeleid naar de hoofdkerk, waar het een ongelooflijke, zielsverheffende gebeurtenis geworden is.

Bestuursleden mochten nog wat innemen op het stadhuis en daar hebben wij het nog eens tegen elkaar en hier en daar ook tegen ander mensen gezegd en ik schrijf het hier voor jou, beste lezer: “Dat mag nog eens meer gebeuren!”