4Korenbloesem : LENTE

Vorige keer zochten Remi en Josée de stilte naast de marathon in Zwitserland. Vandaag verkennen ze Sion.

1320, ACHTTIEN JAAR NA 1302

Remi Heylen


Sion - Zwitserland, midden augustus 2011 - + 30° C

's Zondags, de dag na de marathon, bezochten we het nabijgelegen Sion, de oudste stad van Zwitserland. Ook hier was het opvallend stil. Was het de hitte, in de voormiddag al temperaturen rond 30°, die de mensen binnen hield of naar de waterkant had gejaagd? We hadden bij manier van spreken de binnenstad voor ons alleen. Aan de hand van een stadsplan, opgehaald bij de dienst toerisme, volgden we de kastelen- en musearoute.
Net voor de open toegangspoort van een oud pand rinkelde de gsm van Josee. "Exposition" stond op een bord boven de poort die toegang gaf tot een soort binnenkoer overdekt door de geleide ranken van een (eeuwen?)oude druivelaar.
Op de affiche die aan de poort hing stond "Une courbe à l'élégance" (noot : op het internet is er een gelijknamige blog). "De toegang is gratis" zei de jongeman die iets verderop bij de deur zat op Franse smekende toon. Na het telefoontje zijn de brave Vlaamse zielen dan maar binnengegaan. Waarschijnlijk waren we die dag enkele van de weinige bezoekers.
De jongeman bleek de kunstenaar zelf te zijn. Hij was vioolbouwer-restaurateur en had o.m. in Namen gestudeerd. We hadden de tijd en het werd een boeiende conversatie over van alles en nog wat. Momenteel zou hij in New York moeten werken bij één van de grootste restaurateurs wat zijn grote droom was.
Zo'n stad voor u alleen is wel luxe. We hebben ons broodjes genuttigd onder de paraplu van een drankstandje op het groot plein gelegen aan de voet van de twee heuvels die de stad domineren. We hadden zicht op de ruïne van het kasteel Tourbillon en op de andere heuvel stond het slot en de basiliek van Valeria. Het historisch museum in Valeria zuden we sowieso bezoeken. Gaan we naar die ruïne? Die lag te blakeren in de zon. Een jong koppeltje waagde de klim naar de ruïne. Goed, we zullen het dan ook maar wagen. Het oneffen pad, steile stukken en vooral de hete zon maakten het wel lastig. Bovengekomen moesten we toch even rusten in de schaduw van de brede toegangspoort. Het was alsof we in een haardroger zaten zo heet was de wind die door de metersdikke poort waaide.
De restanten van de ruïne hadden we snel verkend. Een blijkbaar bewoond deel waarachter een verdord grasperk lag. Toen we terug naar beneden wilden gaan, hoorden we plots iemand vragen of we Duitssprekende Zwitsers waren. Neen, we zijn Vlaamssprekende Belgen. België kende hij wel. Hij was ooit in Brussel en had daar een verDUVELd zware nacht meegemaakt. De man die ons aansprak was blijkbaar een soort opzichter. Hij sprak geen Frans en was blijkbaar blij dat hij ook eens een babbel kon slaan met iemand die hem verstond.
"Willen jullie de kapel zien? vroeg hij toen we aanstalten maakten om verder te gaan. "Ja, we zijn nu toch hier, dus waarom niet" was onze reactie.
Hij nam zijn sleutelbos en voor ons ging de kapeldeur open. De koelte binnen was welgekomen. Van de ene seconde op de andere stonden we eeuwen terug in de geschiedenis. De eerste delen van de kapel dateren van de 13de eeuw. In de kapel begon de man honderduit te vertellen over de bisschop van Sion die hier zijn zomerresidentie had. Onder de witte verflaag die in de 17de eeuw was aangebracht (een algemene regel toen) zijn bij de restauratie fresco's van de 14de eeuw ontdekt. Omdat de temperatuur in de kapel dank zij de dikke muren gans het jaar door constant bleef, waren die nog tamelijk goed bewaard. In een zijkamer van de kapel had men de mooist bewaarde fresco's op kunststofpanelen gehangen en een luchtvochtigheidsregeling geplaatst om de fresco's optimaal te bewaren. Ze dateren van 1320 wist hij te vertellen.
Daar sta je dan oog in oog met een getuigenis van 18 jaar na 1302.
Op zo'n moment ben je blij dat je de klim naar die top hebt ondernomen en is de hitte, het zweten, enz snel vergeten. Bij de afdaling vroeg ik me af of de Franssprekende en Italiaanse toeristen die naar de ruïne gingen ook de fresco's zouden te zien krijgen. Dus, als je ooit in Sion komt en de ruïne gaat bezoeken, haal dan je beste Duits boven dan krijg je de fresco's misschien te zien. Want opvallend is wel dat er op het internet weinig of niets over terug te vinden is.

HITTEGOLF

Paul Sannen

April 2007


Nu zijn de lusten van mei aprilse grillen.
Voorjaarsmoeheid krijgt geen kans:
waaghalzende meiraapjes,hooliganzen
proberen het paren.
Gaapjes lopen de meisjes bloot onder hun kleren.

’t Is geen aprilvis:de meivis schiet zijn kuit reeds
in’t kruid, de koekoek stuurt de karrekiet
met een kluitje in het riet.

Aprildoorn en –kers hebben het bloeien aangevat,
aprilkevers vreten van hun blad.

Akkers blijven onbeschreven, maar alles
met huid of haar: zo geil als boter in augustus.

Alle criteria voorbij:
aprilklokjes voor de maagd Maria.

Ook de vogels zitten met een ei.



PS. Morgen aprilboomplanting!

ECHT GEBEURD!

Guy De Pooter


Als rasechte dierenliefhebber offerde ik me graag op om een tam everzwijntje een goeie thuis te geven. Even de voorgeschiedenis : de familie Maertens in Beau Fays – rasechte jagers – redde in volle jacht een heel jong everzwijntje uit de klauwen van de honden. Florence – dochter van en dierenvriend in hart en ziel – bekommerde zich om het biggetje (amper een kilootje zwaar). Ze verkreeg zowaar dat “Rôti” bij hen binnen mocht wonen!!! Met de tutterfles en later met patatjes en groenten kwam Rôti langzaam maar zeker in de wereld van de mens. Iedere dag maakte Florence met haar troeteldier aanvankelijk wandelingen door het bos, later fietstochten van enkele kilometers en Rôti was in geweldige fysieke conditie!! Het diertje volgde haar alsof het een schoothondje was!
Binnen in huis was Rôti een voorbeeld van netheid! Hij had een bakje met zand, waarin hij zijn “commissiekes” deed. Ongelooflijk maar waar, geen plaske of geen hoopke in huis!!! Ik heb ooit hondjes gehad die er een ander gedacht over hadden…. Over hygiëne!!!
Florence genoot, Rôti genoot…. Tot het noodlot toesloeg… Rôti wrong met zijn snuit de leidingen van de verwarming uit de muur!!! En toen moest hij eruit!!

Toen kwam ik dus op de proppen. Via via was ik in contact gekomen met de familie Maertens en op een zaterdagmiddag, ik met mijn jeepke met daarin een stevige bak, naar Beau Fays. Een heel gezellige familie, heel joviaal, met heel wat verhalen over Rôti, zodat ik wist wat ik mocht verwachten. Het afscheid was niet makkelijk, maar met de belofte om regelmatig verslag uit te brengen en foto’s door te mailen, lukte het Florence toch om het zwijntje af te staan.
Het beestje woog toen ongeveer 7 kg en was nog mooi in pyjama, zoals wij dat noemen. Ver was ik nog niet… nog voor Boirs… toen mijn passagier de bak waarin ik hem zo veilig had opgesloten…. ook even open wrong… hij had met leidingen noch met stevige deurtjes geen enkel probleem!! Niet lang speelde hij vanachter in de jeep, of hij zat naast mij op de passagierszetel! Geen enkel probleem zolang hij rustig van het voorbijrijdende landschap genoot… maar de chauffeur interesseerde Rôti snel meer dan het landschap!!Na enkele voorzichtige duwtjes, drong hij echt aan om op mijn schoot te komen… niets is minder veilig dan een everzwijn op je schoot tegen 120 kg per uur… dacht ik en duwde hem fors van me af. Dit was zonder de waard gerekend want ogenblikkelijk beet dat olijke varkentje me in mijn duim om hem niet meer los te laten!! En pijn dat dat deed!!! Niet te geloven dat zo’n klein beestje zo’n kracht had!! Met 1 hand aan het stuur en 1 in de bek van dat kleine monstertje toch de 4 pinkers opgekregen en ik naar de pechstrook… Met mijn vrije hand even een “koek” op zijn snuit gegeven (amaai, mijn hand doet er nog zeer van) en mijn duim was weer vrij. Oef! Nu wist dat klein monster dat er grenzen waren aan de vrijheid!!
Snel dat kereltje gepakt en weer opgeborgen in zijn bak, alles goed gebarricadeerd en komaan verder naar Geel. Niet te geloven maar waar : geen 3 kilometer verder had ik weer een passagier!! Gelukkig was hij zijn “koek” nog niet vergeten en liet hij me de verdere rit met rust...
Prachtig waren de gezichten van de voorbijrijdende chauffeurs als ze het gezicht van mijn passagier bemerkten!!!

Eén keer thuis diende zich het eerste probleem aan : Rôti wilde binnen… en mijn vrouwtje kon dit toch wel niet verdragen zeker!! Iedere keer dat de achterdeur openging, roefelde die kleine rakker achterna!!! Bijna ambras in’t kot!! Je begrijpt me wel hé?
In mijn schuur had ik ondertussen een prachtige everzwijnenstal klaargemaakt. Met vers hooi, lekker eten en drinken… hier zou onze – vanaf nu Mowgli – (gered door de wolven- zie je het verband?) een mooi leven leiden. Deur toe en alles in orde… ja voor een half uur… en onze Mowgli stond weer aan de achterdeur!!! Nog beter gebarricadeerd voor die nacht, in afwachting dat er betonnetten zouden aanrukken ’s anderendaags, en zo gingen we onze eerste nacht in.

’s Morgens was de stal leeg!! Mowgli was ontsnapt en geen spoor meer ervan te bekennen! Onze 3 kinderen bracht ik op de hoogte… mijn vrouwtje niet… gezien de lichte stress van de dag ervoor, begrijp je?
Rondgezocht, geroepen, rondgefietst… nergens onze aanwinst te bespeuren…tot 3 dagen later… hey : onze Mowgli loopt op onze gazon… met een lekker worteltje en voldoende geduld kregen we hem weer in zijn hok, dat ondertussen dus met ijzeren betonnetten hermetisch vergrendeld was. En zo kwam het dat ons varkentje zich moest schikken aan ons nieuwe huisreglement: 2 wandelingen per dag en voor de rest rusten in je hok. Natuurlijk deed het nieuws de ronde en de Milis (een rots in de branding en van niks of niemand bang) sprong eens binnen om mee een wandeling te maken. Mijn 2 honden gingen ook mee en Mowgli genoot…. Wat een snelheid door het bos, wat een oerkracht, waauw, zelfs de Milis verschoot ervan! Trouwens, na enkele weken bleven mijn honden thuis als ik Mowgli meepakte het bos in… ook zij waren niet gerust… Ondertussen loste ik mijn belofte in aan Florence: verslagen en foto’s vlogen naar Beau Fays en Mowgli groeide fors aan.
En ja … de Milis kwam nog eens langs voor een wandeling… Ok Milis, hier neem een wandelstok, ik neem er zelf ook een…. Neen zei de Milis, voor niks nodig… heimelijk zette ik zijn wandelstok snel weg – je moet het zelf maar weten hé straffe bink - en daar gingen we. Onze Mowgli had er ondertussen een aard van weg om collega-wandelaars zonder stok het leven zuur te maken… hij roetjste het liefst van al tussen de benen , hij sprong tegen de stokloze wandelaar, hij deed mijn medewandelaars dansen door het bos!! Ik had er in ieder geval mijn plezier in, de Milis in dit geval minder…. Zet dat beest in zijn kot!!! Paniek bij de stoere Milis en grinnikend heb ik hem een half uurtje later van zijn kwelduivel verlost… de Milis is nooit nog teruggekomen om met mijn varkentje te komen wandelen!!!

Enkele maanden later, Mowgli woog ondertussen zo’n 15 kg, nodigde ik de familie Maertens eens uit om naar hun petekindje te komen kijken. Nu moet je weten dat Mowgli zich in al die maanden bijna nooit had laten pakken, hem dragen liet hij niet toe!! En wat gebeurt er… de familie Maertens komt op die zaterdagnamiddag bij ons op het erf gereden, ik zet zijn hok open en Florence roept erop….. Mowgli-Rôti komt als een pijl uit een boog afgelopen, springt in Florence haar armen en legt zijn snuit op haar schouder!!! Het beestje was terug bij zijn moeder!!! Wat een tedere omhelzing, je zou de tranen in je ogen krijgen. En dan begrijp je beste lezer… waar ik normaal een varkentje houd om later een sappig koteletje te eten…. Kon ik ten overstaan van Florence toch niet besluiten om Mowgli later tot gastromisch diner om te toveren… dit zou te pijnlijk zijn. Maar wat dan ?

Maanden later biedt de oplossing zich aan : een vriend van mij heeft 4 everzwijnenzeugen zitten en hij zoekt een beer (mannetjesvarken)… In ruil voor een lekker stukje everzwijnengebraad spreken we af dat hij mijn beer mag hebben… voor de voortplanting!!
De familie Maertens is in de wolken met deze oplossing, ook ik ben er heel blij mee, van mijn vrouwtje nog niet gesproken!!
Maar hoe slim een ever wel is… de vangkooi (met stalen baren) staat opgesteld in zijn kooi, met lekker eten erin… maar onze Mowgli komt er niet in!! Enkele dagen kan hij de honger verbijten maar uiteindelijk kan hij de verleiding niet meer aan en pakt het voedsel in de vangkooi, met het heerlijke gevolg dat Mowgli gevangen is en kan vervoerd worden… naar een nieuw paradijs : 4 jonge zeugen… Met de vangkooi op de remork, ikke naar de Jef… weer met prachtige gezichten van passanten…
De beer bij in het zeugenparadijs… en ambras in’t kot!! “Da’s geen erg”, zei de Jef,” binnen een paar dagen is dat voorbij, dan zijn de zeugen het gewoon dat er een baas is in’t kot”. Zo gezegd, zo gedaan en afgewacht.
Tot de derde dag…. Het kot van de Jef is ‘s morgens leeg : alle varkens zijn verdwenen!!! De omheining is stuk gewroet en de evers zijn de pist in!!
Wat nu gedaan? Van ons hart een steen gemaakt en ja die varkens moesten eraan! Te gevaarlijk in het verkeer!! De 2 eerste schoten we dezelfde avond : 2 zeugen, 4 dagen later schoten we de andere 2 zeugen … en onze Mowgli? Die wist wel beter en liet zich niet meer zien!! En tot op heden weten we nog steeds niet wat er met ons keilerke gebeurd is, heel spijtig enerzijds, anderzijds zien we dat er in Postel terug everzwijnen gesignaleerd werden… zit daar misschien onze Mowgli bij?

AFVAL

André Luyckx


Een mens krijgt nogal wat rommel bijeen waar je niks mee zijt : reclameblaadjes , verpakkingsmateriaal , lege flessen en potten ....
Allemaal zaken die ooit hun nut gehad hebben , maar die nu onder de voet liggen of staan , en waar je niks meer kan mee aanvangen .
Gelukkig is er de tweewekelijkse huisvuilophaling , waar je die dingen kwijt kan .
Als milieubewuste Vlaming probeer je al die afval zoveel mogelijk te beperken , niet alleen uit milieu-overwegingen maar ook om financiële redenen.
Daarom proberen we zoveel mogelijk te sorteren , om al die consumptie-overschotten een tweede leven te gunnen, en natuurlijk ook omdat je de meeste gesorteerde afvalsoorten gratis kwijt kunt op het containerpark.
Om de zoveel weken vindt ons Chris dat de zakken en dozen in de garage nu wel vol genoeg zijn , en dan volgt een rit naar het containerpark .
Vorige donderdag was het weer zover .
De koffer van de auto werd volgeladen met lege flessen , blauwe en groene zakken en dozen vol papier-afval .
Meestal moeten er nog wat dozen op de achterbank ( En legt daar 'nen doek onder !!!) ... en ik kan vertrekken .
Ik ben praktisch nooit de enige bezoeker. Altijd staan er wel enkele auto's die zorgen dat de containers vol geraken .
Een man had zijn koffer open staan , en trok met enkele volle dozen naar de papiercontainer , om daar zijn vrachtje te deponeren .
Enkele tellen later kwam ik ook met mijn dozen aanzeulen , om ze in dezelfde container te kieperen .
Uit gewoonte werp ik eerst een blik in de container om te zien of er somtijds niets te recupereren valt .
Enkele jaren geleden heb ik zo een album met oude postkaarten en nieuwjaarsbrieven van de recyclage gered , en sedertdien hoop ik stiekem op nog zo eens een meevaller .
Stel u mijn verwondering voor , dat ik er deze keer minstens honderd boeken in aantrof .
Ik kon enkele titels lezen , en toen ik de naam Arthur Van Schendel bemerkte , kon ik een nadere kennismaking niet meer van me afzetten .
Als ik redelijk ver over de rand leunde , kon ik net bij de bovenste boeken .
"De Oogst" van Stijn Streuvels , twee dichtbundels van A. Roland-Holst en Gerrit Achterberg , de Max Havelaar van Multatuli en "Kaas" van Elsschot kon ik eruit vissen .
Aan de rest kon ik niet aan .
Ik zag nog een schooluitgave van de middeleeuwse "Beatrijs" en Shakespeare's "Hamlet" maar die bleken onbereikbaar .
Was dat afval ???
Als zelfs de meesterwerken van de Nederlandse en internationale literatuur al in de containers van de wegwerp-maatschappij belanden ... !
Hoe zeer het mij ook speet ... de literatuur kreeg een lading oud gazettenpapier over zich heen .
Maar de vijf die ik gered had , gingen mee naar huis .
"Kaas" heb ik in één ruk herlezen , en de Max Havelaar is de volgende die aan de beurt komt .
Met dank aan de man die zijn boekenkast heeft leeg gemaakt , maar toch wel met enige wrevel dat zelfs onze ECHTE top-auteurs vroeg of laat tot containervulsel gedegradeerd worden .
Als ik Bart De Wever zou zijn , zou ik zeggen "Sic transit gloria mundi "
Maar ik ben Bart De Wever niet , en dus zeg ik het niet .

HET MUISJE


We hebben de inzendingen weer met plezier zien binnenkomen. Wij willen ze jullie niet onthouden. Hier gaan in volgorde van aankomst::

Leo Bortier:


Jarenlang heb ik het Vesperkoor geleid. Ons vast lokaal was een oude zolder in de al even oude Abdij van Tongerlo. En zoals dat gebeurt op oude zolders, kwam er onder de repetitie af en toe een muisje dat de weg verloren was even meezingen. Meestal zag ik als eerste dat kleine kreatuurke en deed ik gewoon verder. Toen het muisje echter zag dat er geen kaas op de plank was, rende het in één ruk voor de sopranen en de alten, naar de andere kant van het lokaal, waar het ook een holletje had. Op het moment dat het verschrikte diertje de zaal doorrende steeg er steevast een krijsend gehuil op bij de sopranen en de alten: een muis! Een muis! Op het panische af. Sommigen bleven niet zitten op hun stoel!
Enfin, dat ging zo door. Tot op zekere dag de kleine knager net naast mijn voet liep. Ik nam hem op de sloef en kwakte het diertje tegen de muur. Het was morsdood. Eerst was er gegil, maar kort daarna was ik de beul en had ik maar weinig respect voor de dieren. Dus:
Wie een muis doodt voor de vrouwen
zal ‘t zich vroeg of laat berouwen!

André Luyckx:


Hier nog een muizenhistorie .

Proefmuizen en muizenproeven
Iliane kan mooie tekeningen maken .
Maar ze stelt de redacteurs altijd weer voor onverwachte moeilijkheden .
Want vorige keer was een paard verloren gelopen in 4-Korenbloesem , deze keer was het een muizebeest .
Wat zal het volgende keer zijn ??? Als het een bergmandril of een coelacanth is , dan doe ik niet meer mee .
Want natuurlijk verwacht de hoofdredacteur hopen kopij over de fauna in ons korenblad .
Muizen ... dat gaat nog .
Mijn muizenverhaal dateert al van het begin der 60-er jaren .
Ik was toen nog een vlijtige student-intern aan het St.Thomasinstituut te Brussel .
Dat gezegde instituut had toen al een respectabele ouderdom , en dat was er duidelijk aan te zien .
Ik herinner mij nog enkele bijnamen van lokalen uit die tijd .
Siberië , dat was een gang met kleine slaapkamertjes voor studenten , waar het in de winter echt Siberisch-koud kon zijn .
Het apenkot , dat was onze turnzaal .
Alle praktijklokalen hadden -kot als aanduiding : het pianokot , het alchimistenkot (scheikundelokaal) , het Fidel-kot , genoemd naar de min of meer gelijkenis van onze leraar fysica met de meer bekende Fidel uit Cuba .
En dan was er nog het kot van Fernandje . Broeder Ferdinand was leraar biologie , en een van de knapste koppen die ik ooit ontmoet heb .
In dat laatste kot speelt het muizenverhaal zich af .
Want broeder Ferdinand was niet alleen een eminent bioloog , maar hij deed ook proeven ... met muizen !
Daartoe stonden er aan de kant van de venster een reeks terraria bevolkt met witte muizen .
Als wij biologie-les hadden , dan gebeurde het wel eens dat wij al klaar zaten aan onze banken , maar dat er van de leraar nog geen glimp te bespeuren was .
En wat is er mooier , als je dan toch moet wachten , om een kijkje te nemen bij die speelse beestjes .
De terraria waren bovenaan afgesloten met een metalen plaat vol gaatjes , die op zijn beurt vastzat aan een metalen band aan de bovenkant met een soort kliksysteem .
Al vrij vlug hadden we door hoe dat kliksysteem werkte , en de volgende stap was dan één van de diertjes uit zijn kooi te halen , en over de bank laten rondlopen .
Het waren heel tamme muisjes , want je kon ze zonder problemen weer oppakken en terug in de kooi stoppen .
Als Fernandje lang weg bleef , kwam het voor dat wel vier of vijf beestjes op de banken aan het rondhuppelen waren .
De kreet " Em es doe !" van de wacht bij de deur , was het sein om vliegensvlug de diertjes terug in een van de kooien te stoppen .
Dat het de juiste kooi was , kwam daarbij niet zo nauw !
De proeven van Fernandje klopten nooit , en zelfs het aantal muizen dat oorspronkelijk in een bepaald terrarium zat , was nogal eens aan wisselingen onderhevig .
Als een muis zich soms niet direct liet pakken , en er geen tijd meer was om ze vlug naar de kooi te repatriëren , dan lieten we het beestje gewoon los onder de bank .
Het beestje bleef dan meestal een tijdje verweesd zitten rondkijken , maar verdween dan wel tussen de wirwar van bankonderstellen en andere rommel .
Op een keer had een van de externen een sigarenkist bij , en daarin een nest jonge halfwas-muisjes .
Wij hadden die dag biologie-les , en de muizen werden voorzichtig in een van de terraria los gelaten .
Met spanning zaten wij te wachten tot Fernandje binnen kwam .... Zou hij het zien ???
Want enkele grijs-roze muizen tussen die witte .... dat moest toch opvallen !
Maar hij begon zijn les zonder zijn proefmuizen een blik te gunnen .
Dat viel tegen !
Hoe moesten we nu zijn aandacht op zijn muizenproeven richten ?
Het duurde tot het einde van de les .
Toen we naar het volgende leslokaal moesten , wierpen enkelen een gespeeld-toevallige blik in de muizenkooi .
"Broeder !!! Uw muizen hebben gejongd !!!"
Vol ongeloof kwam broeder Ferdinand het fenomeen bekijken .
Dat er van witte muizen grijze afstammelingen kwamen , dat bleek geen probleem .
Maar dat de proefmuizen allemaal mannetjes-muizen waren , daar hadden we niet aan gedacht !


Dan kwamen de poëten, waarbij we proberen de lay-out van hun poëzie te respecteren:

Paul Sannen

EEN MOEDIGE MUIS
Verrek platteland, waar ’t sneeuwt
honger uit kat en muil geeuwt,
de koude een klem op de neus is.
Bibber… ik vertrek, ik verhuis!

Kom op tafel dansen
in mijn nieuwe huis!
IK keukenmuis, ik DE keukenmuis!

Kom lekkerbek, smaak die haute cuisine:
al te gek die rode en paarse graantjes.
Enkel te krijgen in speciaalzaak of apotheken,
en… zie dat kaasje op dat plankje steken!!

Annie Van de Vonder en Maud

Het toeval wil dat mijn kleindochter afgelopen dinsdag een versje aan het maken was over de muis, ik weet niet dat het in aanmerking kan komen voor 4Korenbloesem maar ik stuur het je toch maar door:
In ons huis zat een muis
Die danste op het fornuis
Toen zag ze een luis
op het kruis
Dat is hier niet pluis
schreeuwde de muis.
Gemaakt door Maud, 9 jaar


Noël De Pauw

Noël De Pauw, die Iliane van zeer nabij gevolgd heeft bij de creatie van de muis:

DE MUIS
Zoals de berg er ooit een baardeZo heeft mijn vrouw een muis, een fel behaarde,
Getekend in van 4 Koren het orgaan
Zij deed dat om met mij gelijk te staan
Nu hebben wij er beide 3, met de 2 aan elke hand uiteraard
Maar die 1 van mij is draadloos en zonder kop of staart.



George Hanks


Wij kregen dit mailtje van Mia Peetermans: “Tijdens het kerstconcert van de Klingel zat er een man voortdurend te schrijven. Wie in zijn buurt zat, vroeg zich af: "Wat schrijft die toch ?". Hier lees je het. Omdat de tekst in het Engels is, volgt er ook een vertaling.
SING A SONG AND TROT ALONG


A CHOIR TO BEHOLD.
A SPLENDID ONE I'M TOLD!

WITH THE MEN RIGHT AT THE BACK,
THE LADIES UP FRONT IN GOLD AND BLACK.

MERRILY THEY SANG
AND CHURCH BELLS RANG.

MY FRIENDS MIA AND NANCY I COULD SEE
BUT DARE THEY LOOK UP TO SEE ME?

THE LIGHTS GLOWED AND WE ALL BURST INTO SONG.
IT WAS ENJOYABLE AND NOBODY COULD DO WRONG

WHAT DID WE, THE AUDIENCE, SING?
I'VE NO IDEA BUT I WILL GIVE MIA A RING.

A YOUNG LADY CAME ON TO NARRATE
BUT HER THROAT WOULD NOT COOPERATE.

SO SHE SIPPED SOME HOLY WATER,
THAT A THOUGHTFUL LADY GAVE TO HER.

THEN SHE LEFT THE STAGE AND WENT OFF WALKING.
SOON SHE CAME BACK AND COULD NOT STOP TALKING.

THE NAME OF THIS JOYFUL CHOIR IS KLINGEL
AN UNUSUAL NAME BUT IT RHYMES WITH JINGLE.

ONCE AGAIN WE ALL SANG TOGETHER,
JUST LIKE BIRDS OF A FEATHER.

THE SHOW WAS A SUCCESS AND APPLAUSE IT DID GAIN
AND THEN WE WALKED HAPPILY THROUGH THE RAIN.

A CHAT AND A DRINK WAS NEXT ON MY LIST.
THE CONCERT CHEERED ME UP AND LIFTED THE MIST.

THIS POEM WAS DONE WHILST OTHERS WERE SINGING.
TIME FOR ME TO STOP TYPING AND START KLINGELING!!!



Zing een lied en ga dan door vertaling: Mia Peetermans

Een koor om met aandacht te bekijken.
Een schitterend koor, heeft men me verteld.

De mannen staan achteraan,
De vrouwen vooraan in goud en zwart.

Opgewekt klonk hun lied
en de klokken zongen mee.

Ik kon mijn vriendinnen Mia en Nancy zien
Maar zouden zij durven opkijken om naar mij te zien?

De lichten gingen aan en we barstten allen samen uit in gezang.
Het was plezierig en niemand kon iets verkeerds doen.

Wat zongen wij, het publiek?
Ik heb er geen idee van, ik zal Mia eens bellen.

Een jonge vrouw kwam naar voren om te vertellen
Maar haar keel wou niet meewerken.

Dus nipte ze van wat heilig water
Dat een attente dame haar gaf.

Dan verliet ze het podium en wandelde weg.
Spoedig kwam ze terug en kon dan niet stoppen met praten.

De naam van dit vrolijke koor is Klingel.
Een eigenaardige naam maar hij rijmt op jingle.

We zongen nog eens allemaal samen.
Het klonk als uit één keel.

Het concert was een succes en het verdiende een applaus.
Dan wandelden we vrolijk door de regen.

Een babbel en een drankje stonden vervolgens op mijn lijst.
Het concert had me opgebeurd en deed de mist in mijn hoofd verdwijnen.

Dit gedicht werd geschreven terwijl de anderen zongen.
Nu is het tijd om te stoppen met typen en te beginnen met “klingelen”!