4Korenbloesem : ZOMER

FEODALE TIJD IN WESTERLO AFGESLOTEN MET PRACHTSPEKTAKEL

Jan Mertens

Wij hopen dat jullie het De Merodespektakel hebben gezien. De moeite, amai !We zijn regio Westerlo wat gewend wat muziek en zang betreft, maar dit was spektakel dat er inging. Je kreeg een lesje geschiedenis, kon meeleven met de miserie van jan (of was het gibbe?) met de pet en kreeg een beetje meer achtergrond bij het Westerlo van nu.Je wist niet waar eerst te kijken. Prachtige muziek en zang met bovendien unieke decors, acteurs, dansers, kleren, kleuren, licht en tien keer 1200 man op de tribunes, overgoten met hetzelfde avondlijke meilicht, dat in onze kinderjaren, vorige eeuw, de mensen inspireerde om Maria te laten verschijnen. Alleen maar uitbundig tevreden mensen.
Het was wellicht nog beter geweest, indien er nog meer korenbloesemers hadden meegedaan. Want op de diverse locaties waar wij er opmerkten was de zang en de klank toch nog een beetje rijker.
Het was een mooie manier om afscheid te nemen van de feodale tijd, het verleden, waar menig Westelaar zo graag in vermeit. Zelfs prinsen moeten vandaag updaten naar de 21ste eeuw.
Meteen is het zomer. Geniet ervan. Oogst nu de vriendschappen en de bloesems, die je een heel jaar gezaaid hebt. Denk nog niet teveel aan de zware repetities van het najaar. Je zal wel verwittigd worden...

GIERIGAARDS

Jan Mertens

Het schijnt dat koren verzamelplaatsen zijn van gierigheid. Zingen kost niks - af en toe een pint tijdens een repetitie - maar voor de rest niks, nul euro. Waar vind je dat nog? Een hobby waar je elke woensdagavond, en sommige meerdere, om niet te zeggen alle, avonden van de week mee kan doorbrengen met uw portemonnee toe.

Geen wonder dat ikzelf ook heb deelgenomen aan het korengebeuren en mijn vrouw stimuleer om zo lang mogelijk lid te blijven van het koor. Koren houden van blijvers. Hoe langer ze lid is, hoe vaker ze gevierd wordt. Ze moet echt niet bang zijn dat ze weldra de oudste zal zijn. De ervaring leert dat zij, naarmate er nieuwe leden bijkomen, meer en meer bij de jongeren begint te behoren.
Ook buiten de koren trekken gierige koorleden mekaar aan. Uitverkoren plaatsen zijn De Beste Frituur van het Dorp, de Lidl en de Aldi. Hier rijdt iedereen met dezelfde kar, ten minste binnen, want buiten op de parking zie je meer en meer van die hoge 4X4 luxetractoren, die zich wijdbeens over 2 parkeerplaatsen geparkeerd hebben.
Misschien zijn het wel de stichtende gebroeders Albrecht zelf? Wisten jullie trouwens dat de gebroeders Albrecht hun roots hebben in Ottersweier. Als dat geen referentie is in koormiddens! Maar wij weiden uit, alhoewel een woordje over Ottersweier nooit verveelt.... Maar nu terzake.
Uren kan ik staan praten in de Aldi. Mensen, die je vroeger elke week in de kerk zag - ook dat was niet zo duur- zie je nu in de Aldi. Voor geen geld kan je je rijk wanen als je de reclamebakken wat in het oog houdt. Zo ook die dag, 6 jaar geleden.

Bij de ingang had ik, door de pijpenrook heen, al een goed en lang gesprek gehad met JVG. Enkele meters verder onderbrak LS eventjes haar levensverhaal om mayonaise in haar kar te laden. MP, die het altijd al te warm heeft van haar eigen, verkoos de koele stand van de slaatjes, de yoghurtjes en de puddinkjes om de eerste woordjes van haar kleindochtertje op te zeggen.
Na amper een uurtje was ik al bij de rommelige rekken met de acties van de week. Wat ik daar zag kon ik niet laten liggen. Voor een habbekrats! Een vogelkooitje met blinkend klatergouden tralietjes, met een voetbadje, een drinkbakje, een schommeltje, een stokje, een trapezetje en een klimkoordje! Simpel eigenlijk, maar o zo schoon! Mocht ik een vogel zijn, ik zou er zeker willen in wonen. En jij ook, als je eerlijk bent, dat weet ik zeker.
Zou ik of zou ik niet? Ik zou.

Al 6 jaar staat het kooitje nu bij ons in de keuken, met vrij zicht op het fornuis en een stukje van de living en, als je op het trapezestokje zou gaan zitten, uitzicht op de prachtige tuin van de buren. Bij te hevige zon, zo rond de middag, scherm ik het een beetje af om de kleuren niet te laten verschieten. Elke week wordt het gewassen met lauw water met een scheutje azijn, maar niet aan de binnenkant. Vanbinnen hoef ik er niet veel aan te doen, want voorlopig is het nog steeds, al zes jaar, onbewoond. Eventjes met de stofzuiger volstaat.
Zo zit ik er uren naar te kijken en te dromen van de lang verwachte geluksvogel, die als eerste het kooitje zal mogen bewonen. Op Google-afbeeldingen heb ik al veel foto’s gezien van kandidaat-bewoners. De mooiste heb ik gedownloaded en hopelijk lijkt mijn eerste bewoner op deze prachtexemplaren.
De kleinkinderen denken dat het een van de meesjes zal zijn, die ze nu al zotte akrobatentoeren zien uithalen rond hun draaiende mezenbol en bij het nestkastje aan de appelboom.

Zes jaar wachten is lang en niet altijd plezierig.
Het vervelendst vind ik sommige bezoekers die zich in de keuken komen bemoeien.
‘Ah ... is het vogeltje dood?
Welk vogeltje heeft erin gezeten?
Wij hebben ook eentje gehad, maar de kat heeft het opgegeten. ...’
Bij sommigen volstaat een simpele ‘Mmmm’, waarmee je alle kanten op kan. Die tateren dan toch weer voort over het weer, zonnepanelen, pedofilie, Wittgenstein of Helmut Lotti, die ze toch wel gezien hebben zeker, mét zijn Jelle. Jaja!
In het begin praatte ik maar wat mee.
‘Ja ... gestorven ... ja de kat ... ja parkieten ... kanaries in alle kleuren ... enz. ... enz. ...’
Wat moet ik toch altijd verzinnen?
Waarom staat het kooitje leeg?

Aan jullie durf ik het toegeven. Gierigaards onder elkaar. Ik weet dat jullie het niet verder vertellen.
Al jaren durf ik aan niemand vertellen dat ik al zes jaar aan het wachten ben tot er vogeltjes in de reclame zullen zijn in de Aldi.

DAUWTRIP

Paul Sannen

Er is geen verzet mogelijk: weer start de zon
waar’t meeste licht is. Een lava van kleuren en even warm tuurt heet in de ogen.
Een uitslaande stralenbrand vuurt door ‘t februarikruin. Tovert diamant
in’t spinrag, zet mieren op rollerskates.
Bloemen voelen tederheid en willen - ze rillen reeds - gepuurd worden.

Alles moet uit de gaap van zijn luie slaap!

Die ’t gras te grazen nemen
liggen zwart en rood met hun borsten bloot
- er is genoeg voor iedereen-
melk te worden.

In lome genoegzaamheid, Brabants en boers: nostalgie
met een veulen aan moeders hand. Alleen de klompen
ontbreken nog.

Houten, en holen van zand: streekprodukten geven hun geheimen niet prijs.

Boven deze abdij van rust, een havik
met lege handen. Straks zit hij er anderen mee in het haar.
Negen kraaien krassen op. Een eekhoorn schrikt zich onder de schaduw
van zijn staart vandaan.

Onder de vogels - die zich opnieuw uitvinden, de rest van
hun leven beginnen te vieren - komt samen met zijn eerste
water, zonder pels, een tweepoter te voorschijn.
Een hapklare haas denkt dat de jacht open is.

Plots zonder gewicht of gezicht, die zijn varken geworden vraatzucht
als paspoort heeft:Vulpes vulpes. Als Reinaert vermoord wordt
is hij de laatste die er last van heeft. Volgens die tweepoter toch, die ziet …
en zucht. Verstoord het lege maisveld doorstreept: een kijkboek
zonder bladzijden.

Er is veel ochtend deze morgen.
Teveel voor één schilder.

Een dichter neemt het overschot mee naar huis.


MIJN HERT DAT IS GEVANGEN !

André Luyckx

Er zijn zo van die liederen die , telkens ge ze hoort , herinneringen oproepen , droevige of plezante ... maar zeker meer plezante !
Het lied waarop ge de eerste keer met uw lief gedanst hebt , zal zo wel bij ongeveer iedereen in het geheugen blijven hangen zijn .
Op de Klingel haalden we zo , enkele tijd geleden , een paar "oudjes" uit de dikke kaft .
"Pakt nu eens nr.71 " zei Dolf .
Ik wist direct waarover het ging : "Mijn hert dat is gevangen" , een lied waar ik zeer plezante herinneringen aan overhoud .

Jaren geleden trouwde een collega bij ons op school , en wie het voorstel lanceerde weet ik niet meer , maar we zouden de huwelijksmis zingen met de leerkrachten .
Een repertoire was gauw gevonden , want uit de verzamelde liedboeken van De Klingel , Vivace , Con Bravura en het St.Michielskoor , kon een behoorlijk programma samengesteld worden .
Herman Van den Brande - zaliger gedachtenis - zou de repetities leiden en dirigeren .
Een van de "gepikte" Klingelliederen was "Mijn hert"
Enkele weken repeteren leverde een heel aannemelijk resultaat op , en ... het plezier van samen zingen was geboren .
"Dat doen we nog !" was de algemene overtuiging na die eerste huwelijksmis , en de repetities gingen door .
Nieuwe liederen werden gevonden en aangeleerd , en Herman schreef nog enkele bewerkingen die " konden dienen" , en zo zag het Tongelsboskoor het levenslicht .
We hadden succes , en enkele collega's die in het begin wat schuchter en terughoudend waren , stapten mee in de boot .
We hadden al gauw zo'n 50 liederen , alle vierstemmig , als parate kennis .
Huwelijksmissen van collega's , vrienden , kennissen , familieleden van leerlingen .... de aanvragen bleven binnen stromen .
En nr.71 - Mijn hert - was er dikwijls bij.

Elk jaar in mei gingen we met de helft van de lagere school ook een week op sportkamp naar Maasmechelen .
Vermoeiend ... maar ook zo plezant , vooral in de late (dikwijls ook vroege) uurtjes , als de leerlingen sliepen .
Dan kwamen in ons hoofdkwartier de gitaren boven , en er werd gezongen , nieuwe liedjes uitgevonden , gelachen en gezwansd .
Altijd dezelfde "hanggatten" - en dat waren er dikwijls een tiental - trokken dikwijls de pret tot de nieuwe dag in de lucht kwam .
Op een van die Limburgse avonden waren we , een stuk na middernacht , opeens enkele van die die-hards kwijt .
"Is den Hans al slapen ??? Dat kan toch niet , zo vroeg al !!! - En Kristel en de Jef , waar zitten die ??? "
Het raadsel werd opgelost toen we plots in de gang een vierstemmig koortje hoorden in gang schieten .
"Mijn hert dat is gevangen" klonk het zuiver door de Limburgse nacht .
De vier vermiste apostelen kwamen stoetsgewijs door de gang gestapt , met op hun schouders een opgezette reebok , ontvreemd uit de inkomhal .
We kwamen niet bij van het lachen !!!
Bij verschillende optredens achteraf waar die 71 op het programma stond , hadden we nog steeds napret als we aan die reebok dachten .

Dat is allemaal al meer dan twintig jaar geleden .... het Tongelsboskoor is ter ziele gegaan en de dirigent overleden .
Maar als ik soms nog eens met de oud-collega's over het koor van toen praat , dan komt altijd weer die anecdote boven .
"Weet ge 't nog , van die reebok op sportkamp .... dat was toch 'ne plezante tijd !!! "
En als we op de Klingelrepetities nu terug "Mijn hert" zingen , dan zal het bij mij altijd met de glimlach zijn .
Want die reebok ... die vergeet ik nooit !
WAAR OF NIET WAAR? TOCH ECHT GEBEURD!!door Guy De Pooter


Op uitnodiging van goede vrienden – ook bourgondiërs – trokken mijn vrouw en ik op een zalige zomeravond richting Lichtaart om er een aantal lekkere wijnen te proeven. Goed beladen trokken we even over middernacht terug naar huis… Ik bedoel dan een beladen wagen: ons alcoholgehalte was zeker binnen de legale grenzen!!
Voor het rode licht aan de ring rond Geel moest ik natuurlijk stoppen. In het licht van de straatlampen zag ik, zo’n 30 meter voorbij het kruispunt, het silhouet van een zittende, niet al te grote hond, met opstekende spitse oren.
“ Hij” zat rechts van de baan. Op het moment dat het groen werd, zag ik dat plots een grote muskusrat de baan overstak. Niet te geloven maar waar…de “hond” vliegt laag boven de grond achterna!!! Wij verschieten ons een bult maar als jager-natuurkenner wist ik onmiddellijk dat onze “hond” een OEHOE was. ( Een oehoe is de grootste West-Europese uilensoort, die in de Ardennen opnieuw ingeburgerd is en ook in de Eifel nog in de vrije natuur voorkomt).
Terwijl ik langzaam voorbijrijd, zie ik dat de muskusrat trachtte een tuin in te vluchten, maar omdat de mazen van een heras-omheining te klein waren om er doorheen te kruipen, loopt ze evenwijdig met de weg mee en draait de Badstraat in, gevolgd door de uil.
In een plotse reactie, draai ik mee de Badstraat in, waarop mijn vrouwtje paniekerig roept : “Wat ga je doen?” Impulsief (aangeboren ) antwoord ik koeltjes dat ik die uil zijn dinertje ga opdienen… “Wees maar niet bang, er kan je niks gebeuren, want de deur van de auto is dicht.” Ondanks mijn lichte zomerschoentjes, stap ik richting rat en uil, die vlak naast mekaar zitten. De rat probeert nog steeds door de heras-omheining te ontsnappen aan haar belager. De uil wilde de rat duidelijk aanvallen, maar kon ze blijkbaar alleen niet de baas. Vandaar dat ik op de proppen kwam… Met een magistrale rechtse pure tip (van in mijn jeugdige voetbalperiode) belandt de rat in hemelse sferen. De oehoe was ondertussen van ’t verschieten op een verkeersbord gaan zitten. Na me vergewist te hebben dat de rat effectief het tijdelijke voor het eeuwige had gewisseld, pakte ik ze op en bracht ze onder het verkeersbord, waarop de uil zich had neergezet. Ik gooide ze voor hem op de grond en stapte terug naar mijn wagen, waar mijn vrouwtje nagelbijtend het ganse spektakel had gevolgd.
Sprakeloos maar blij dat er mij niks overkomen was, wilde ze dat we direct naar huis zouden doorrijden. “Nee, nee, zei ik, we wachten nog effen om te zien wat de uil gaat doen…” Mijn woorden waren nog niet koud of de uil dook van boven zijn uitkijkpost op de al dode rat, precies alsof hij ze nu zelf eens zou afwerken. Met zijn sterke, bepluimde klauwen, scheurde hij zijn buit in stukken en als hij had kunnen spreken, ik ben er zeker van dat hij me zou bedanken voor deze lekkere souper!!
Heel nieuwsgierig naar de herkomst van deze abnormale observatie (Een oehoe komt in de Kempen niet in de natuur voor), schreef ik ’s anderendaags een artikeltje in het nieuwsblad van Geel. En effectief, niet lang daarna ontving ik de verklaring : niet ver van “ de plaats delict” woonde iemand die nogal wat illegale roofvogels en uilen bezat. De oehoe was er enkele dagen daarvoor ontsnapt en was dus op het moment dat wij daar voorbijkwamen uitgehongerd op jacht naar zijn prooi… een grote muskusrat! Omdat de uil gewoon was altijd dode prooien te krijgen, kon hij dus die levende rat niet de baas. Gelukkig hadden wij die avond zo’n lekkere wijntjes geproefd in Lichtaart en konden we die uil bij toeval zijn lunch bezorgen!!
Ongelooflijk maar waar!!



EEN VLINDER



We hebben de inzendingen moeizaam zien binnenkomen. Er was er maar één.
Wij willen ze jullie niet onthouden.

Hier gaat de inzending van

Gilbert Sieben:

‘Het begin geïnspireerd door een groot Vlaams dichter :

Oh wimpelende flimpelende pimpelding,
met je zwart gestipt wit kleedje aan.
In het duits ben je een Schmetterling,
vlieg maar gauw van hier vandaan.
Vlieg samen met het citroentje,
of met de page van de koningin,
of met het mooie groentje,
de zwoele zomer in.’




Maar niet getreurd om zo weinig inzendingen.... wij hebben in onze voorraadkamer nog een gedicht van Paul Sannen:



GESTOORD


Tot er plots een vlinder op de mouw kwam zitten
van een eerwaarde pater,diep in gebed verzonken.
Met veel misbaar tierde hij de vlinder weg,brullend
“zie je niet dat ik met God verenigt ben vuil insect”!!!
Waarop de vlinder antwoordde:”dat zal moeilijk gaan,
daar je het zelfs met mij niet kunt eens worden”!