HONDEN-ABC
De eerste doelstelling van K.V. De Leievrienden is hondenliefhebbers en -eigenaars bij te staan in de opvoeding van hun hond tot gehoorzame en betrouwbare huisvriend. Als hondenschool hebben wij bovendien resoluut gekozen voor gehoorzaamheid (en leren wij bijvoorbeeld geen pakwerk of agility). Naast veel plezier is die gehoorzaamheid ook een zeer competitieve hondensport, met een eigen jargon. We zorgen er voor, via dit Honden-ABC, dat die typische woorden ook een betekenis krijgen.
Apport
Algemene houding
Aangelijnd volgen
Autorijden
A-klas
^Top
De A-klas, de natte droom van elke puppy en
puppy-geleider. Het gevoel van doorgaan naar de A-klas is een beetje te
vergelijken met wat een puber voelt wanneer hij slaagt voor zijn eerste
rijbewijs en hij/zij eindelijk die brommer kan bestijgen.
Voor de overstap van de puppy-klas naar de A-klas hoef je geen test af
te leggen. Wanneer je hond ouder is dan 6 maand kan je na de overgang
(zie data activiteitenkalender) overgaan naar de A-klas. In de puppyklas
leert je hond al spelend de basisoefeningen zoals zitten, liggen, volgen
enz. Maar vooral leert hij – door goed gedrag te belonen - naar jou te
luisteren (en kijken). In de A-klas doe je eigenlijk gewoon verder op
dezelfde manier als in de puppy-klas, maar worden de oefeningen alleen
een beetje meer uitdagend en wordt er van jou een meer correcte
uitvoering verwacht. Niets om bang van te zijn. Je zal zien, éénmaal in
de A-klas, droom je alweer van de B-klas.
En wat leer je nu concreet in de A-klas:
- de houdingen uiteraard: staan, zitten en liggen;
- blijven (2 minuten lang in dezelfde houding) met jou ernaast;
- het voorstellen van de hond, met vooral tandjes tonen en laten
aanraken;
- komen wanneer jij het vraagt (met de leiband aan);
- leren spelen met jou en al spelend iets brengen;
- en wandelen. Veel wandelen, aangelijnd nog. Maar wel al met wendingen.
Je leert links of rechts draaien, zonder dat je hond je daarbij hindert.
De lessen van de A-klas in K.V. De Leievrienden duren 45 minuten en
vinden plaats op zondag om 9.30 uur en op donderdag om 19.00 uur.
Af
^Top
Twee letters, zeer kort en daarom zeer geschikt als bevel. Veel
begeleiders gebruiken “af” als ze willen dat de hond gaat liggen.
Uiteindelijk doet het er niet veel toe welk bevel jij gebruikt voor
welke opdracht, zolang je een bevel maar consequent gebruikt en niet de
ene dag “liggen” zegt, en de andere dag ‘”af”. Gebruik dus altijd
hetzelfde bevel voor dezelfde opdracht of oefening. Zeker wanneer er
meerdere personen met dezelfde hond trainen is het belangrijk dat jullie
mekaars “woordjes” kennen. Hang desnoods in het begin een lijstje met de
gekozen bevelen op je ijskast. En denk er aan, dat een bevel best zo
kort mogelijk en duidelijk is. In officiële gehoorzaamheidswedstrijden
mag een bevel maximaal uit twee woorden bestaan. “Hondje, ga alsjeblief
eens liggen” levert je dus gegarandeerd strafpunten op. Maar bovenal
zijn dergelijke zinnen voor je hond absoluut niet duidelijk. Een hond
werkt graag met jou mee, maar dan moet het wel duidelijk zijn wat er van
hem verlangd wordt. Die duidelijkheid geef je door korte bevelen te
geven.
Apport
^Top
Een voorwerp dat een hond op bevel moet ophalen en terugbrengen.
Apporteren is ook onderdeel van de gehoorzaamheidswedstrijden. Sommige
honden apporteren al beter dan andere. Toch is het bij de “moeilijke”
rassen ook vaak wat zoeken naar een goede apport. Een kous of washandje
met koekjes in, een versleten handdoek, enz kunnen helpen bij het
aanleren van het apporteren. In de handel vind je apports in alle maten,
kleuren en vormen, met of zonder piepertje.
Algemene houding
^Top
Zowel in de
officiële wedstrijdklassen, als in de “overgang” (van bijvoorbeeld A naar B,
maar ook B naar C) kan je punten verliezen op “algemene houding”. Deze
algemene houding gaat zowel over de houding van jezelf als begeleider als
het gedrag van je hond. Je mag als begeleider bijvoorbeeld niet onbeleefd of
lastig zijn tegenover de jury, het terreinpersoneel en de andere spelers.
Geweld, maar ook ongepaste taal of gedrag (zowel van de begeleider als van
de hond) kunnen leiden tot uitsluiting. Maar ook slordig werken, of te laat
komen kan bestraft worden.
De meest voorkomende vorm van puntenverlies echter op algemene houding is
toch het bevuilen van het terrein door de hond (bevuilen van het terrein
door de begeleider is tot nu toe niet voorgekomen). Een plasje door de hond
(afgekort op het wedstrijdblad met PP) wordt beboet met 3 minpunten en een
hoopje (afgekort op het wedstrijdblad met KK) met 5 minpunten. In totaal
mogen er slechts 10 punten worden afgetrokken voor algemene houding. Dat het
bevuilen van het terrein bestraft wordt is zeker een reden om je hond al
zeer vroeg het plaspleintje te leren gebruiken.
Aangelijnd volgen
^Top
Het wandelen met de hond levert
vaak komische situaties op (voor diegene die het bekijkt tenminste). In
sommige gevallen zijn de rollen echt omgekeerd en neemt niet het baasje de
hond mee uit wandelen, maar neemt de hond de leiding. Nochtans is er niets
leuker dan met een hond gaan wandelen. Of toch wel, met een hond gaan
wandelen die je niet naar alle kanten meesleurt.
Om goed aangelijnd te volgen en dus dicht te wandelen moet de hond al als
puppy geleerd en geaccepteerd hebben om een halsband te dragen, zodat de
overgang naar het aanlijnen kleiner is. Ook het wandelen moet duidelijk
aangeleerd worden en in sommige gevallen kan een slipketting daarbij
noodzakelijk zijn, maar ook met positief belonen (met bijvoorbeeld koekjes)
kan je al veel bekomen. Als je een slipketting gebruikt, gebruik die correct
en gebruik zeker geen prikbanden, want dat is gewoonweg dierenmishandeling!
Het “aangelijnd volgen” (want zo moet het wandelen uiteindelijk verlopen) is
naar veiligheid en hoffelijkheid in onze maatschappij eigenlijk een
vereiste. Mensen die wandelen met een hond die zij niet onder controle
hebben, betekenen een gevaar voor anderen.
“Aangelijnd volgen” in de hondenschool begint zeer eenvoudig in de
puppy-klas. Geleidelijk aan leer je tijdens het wandelen naar rechts en
links draaien, in de hogere klassen zijn de wandelingen al aangevuld met
tempowisselingen (traag wandelen of lopen), slalommen (al dan niet tussen
andere honden), over en op hindernissen, enz.
Autorijden
^Top
Heel veel
leden van KV De Leievrienden komen met de auto naar de hondenschool. En ook
dat mee autorijden moet aangeleerd worden aan een hond, bij voorkeur al op
zeer jonge leeftijd. Je hebt honden die dol zijn op mee autorijden en al op
jonge leeftijd hun rijbewijs halen, voor sommigen echter is het zowel voor
hen en hun medepassagiers een ware marteling.
Alhoewel honden in België niet specifiek in de wetgeving op de
verkeersveiligheid worden vermeld en ze dus worden beschouwd als ‘lading’
(wat inhoudt dat ze de bestuurder op geen enkel moment mogen hinderen) kan
je toch maar best je hond zo vervoeren dat hij de bestuurder niet kan
bereiken. Het is immers een kwestie van aansprakelijkheid. Krijg je een
ongeluk doordat je hond op je schoot springt - of je kat onder je rempedaal
zit -, dan kun je met andere woorden in de problemen komen. Beboeten omdat
je hond los in de auto zit, zal de politie wellicht niet doen.
Een hond behoort voor de veiligheid dus zeker achterin de auto te zitten. Er
zijn tegenwoordig al verschillende systemen op de markt die de veiligheid
kunnen verhogen. Een Duitse automobielorganisatie heeft onlangs met een
crashtest nagegaan hoe veilig de bestaande systemen zijn om je huisdier in
de auto vast te maken. In de crashtest - een botsing aan 50 km per uur -
werden boxen getest, speciale autogordels voor huisdieren, en er werd ook
bekeken wat er gebeurt wanneer je een dier níet vastmaakt, zowel met het
dier als met de bestuurder van de wagen. Een hond van 20 kg ontwikkelt
bijvoorbeeld bij 50 km/u een kracht van iets meer dan een halve ton of
verandert eigenlijk in een baby-olifant.
Het maakt, volgens de test, wel een belangrijk verschil waar je de bench of
box plaatst. Het best plaats je zo’n box achter een van de voorste zetels,
op de grond. Of je kunt ‘m ook in de kofferbak zetten, vastgemaakt tegen de
achterbank aan. Nog veiliger is het als de kofferruimte is afgescheiden met
een scheidingshekje of -net. Ook voor grotere honden, in een bench dan, is
dat de beste manier. Let wel: die moet dwars staan, dus haaks op de
rijrichting. Een gordelsysteem wordt eigenlijk afgeraden te gebruiken,
hoewel dat nog steeds veiliger is dan zonder. Zulke ‘harnassen’ zijn wel
veilig als ze brede gordels en stevige sluitingen hebben, en als ze het dier
heel dicht bij de rugleuning van de achterbank houden.
En tenslotte, nog belangrijk. De meeste honden kunnen wel een tijdje in de
auto alleen gelaten worden, mits deze in de schaduw staat en er enkele
raampjes zijn opengedraaid.
Belonen
^Top
Wil je een hond iets leren, en dus gewenst gedrag
aanleren en slecht gedrag uitsluiten, dan is het een kwestie van consequent
te belonen. En belonen, dat kan bij een hond alles zijn. Koekjes geven, even
spelen, balletje gooien, beloning met je stem, enz.
Maar belonen moet je wel consequent volhouden. Het helpt niet om éénmaal een koekje te geven of na een paar keer het gewenst gedrag te hebben gezien, te stoppen met belonen. Je hond moet letterlijk honderden keren ervaren dat goed gedrag beloning betekent, alvorens hij ook zonder beloning effectief het gewenst gedrag zal stellen.
Maar niet getreurd, elke hond kan leren. En dus hangt het eigenlijk van de begeleider af om volte houden. Maar als mens of begeleider is het wel zoveel leuker om goed gedrag te belonen, dan wel om slecht gedrag te bestraffen. Want zeg nu zelf, wie deelt er niet graag koekjes (of cadeautjes) uit? En krijgen, dat doet iedereen graag.
B-Klas
^Top
Na een geslaagde overgangsproef in de A-klas kom je in
de B-klas. Je hond is dan al minstens 7 à 8 maanden oud.
In de B-klas worden de oefeningen, in vergelijking met de A-klas, alweer een
beetje moeilijker. Al komt het er toch vooral op neer dat je als hond en
begeleider leert samenwerken. Of dat je hond aandacht heeft voor jou en zo
je bevelen opvolgt enerzijds en anderzijds dat ook jij consequent het
gewenst gedrag beloont en eventuele “eigenzinnigheden” bijstuurt.
Wat leer je nu in de B-klas?
- aangelijnd
volgen: een kleine wandeling met linkse en rechts wendingen, met binnen- en
buitenkanten;
- vrij volgen: los wandelen op een recht stuk;
- down: 2 minuten los blijven liggen met de geleider op 4 meter voor
de hond;
- terugroepen in zit-voor;
- houdingen: zit, lig en staan;
- apport: speeltje werpen op 5 meter voor de hond en laten
terugbrengen;
- voorstellen: tandjes tonen en laten staan om aangeraakt te worden,
zonder tegenstribbelen, opspringen, grommen of wegtrekken.
Blaffen
^Top
Blaffende honden bijten niet, zegt het spreekwoord.
Maar dat betekent niet dat het aanhoudend geblaf van, een hond niet flink
irritant kan zijn. Voor jezelf, voor je buren, maar ook voor je hond zelf.
Uitzonderlijk kreeg een hondeneigenaar al eens een geldboete voor overmatig
geblaf van zijn hond.
Maar waarom blaft een hond nu? Een hond kan blaffen om verschillende
redenen: om iemand te verjagen bijvoorbeeld. Typisch tegenover de postbode
die hij/zij als indringer beschouwt. Honden blaffen ook uit enthousiasme,
wanneer je thuiskomt misschien. Of om aandacht op te eisen. Of uit
frustratie en ongeduld. Typisch voorbeeld daarvan zijn honden die blaffen
voor of tijdens de les.
Je staat met je hond aan de kant en wacht rustig het begin van de les of je
beurt af. Uit ongeduld begint je hond te blaffen. Na een tijdje mag hij dan
eindelijk het terrein op of de oefening beginnen. Geblaf werd beloond. De
hond heeft het al snel begrepen: blaffen kan helpen om sneller het terrein
op te mogen en/of zijn kunstjes te tonen. Aangezien dit geblaf eigenlijk
aangeleerd is, zal het ook terug afgeleerd kunnen worden.
Brevetproef
^Top
Een hond sociaal opvoeden en leren gehoorzamen is
één van de hoofddoelen van een hondenschool. Deze basisgehoorzaamheid
vinden de meeste hondenbezitters voldoende voor hun gezinshond. Baasjes
die echter actief met hun hond bezig zijn en succesvol alle klassen
doorlopen hebben (puppy, A-, B-, en C-klas) willen daar vaak toch iets
meer mee doen. Dat meer is in eerste instantie de brevetproef.
De brevetproef is de officiële overgangsproef in de gehoorzaamheids-discipline. De brevetproef kan op verschillende locaties en tijdstippen behaald worden. Hondenschool KV De Leievrienden bijvoorbeeld organiseert zelf zo’n brevetproef tijdens de wedstrijd (volgend jaar op zaterdag 12 juni 2010).
Vooraleer je aan de brevetproef kan meedoen, dient je hond te slagen in de socialisatietest, waarbij vooral gekeken wordt of je hond in verschillende situaties niet agressief is naar andere mensen en honden toe. Bovendien dient de geleider een werkboekje aan te vragen (wanneer de hond geen stamboom heeft, vraag je dit aan na de socialisatietest). Wanneer de hond geslaagd is in een officiële brevetproef, kan de overstap gemaakt worden naar de debutantengroep (waar de lessen gratis zijn) en kan je meedoen aan officiële wedstrijden, georganiseerd door verschillende hondenscholen aangesloten bij de KKUSH (Koninklijke Kynologische Unie Sint-Hubertus).
De brevetproef bezorgt menig deelnemer nog al eens
wat stress, maar eigenlijk zijn het de basisoefeningen (blijven liggen,
aangelijnd en onaangelijnd volgen, apporteren, oproeping, houdingen enz)
die beoordeeld worden.
Corrigeren
^Top
Belonen van gewenst gedrag is de basis van de
opvoeding van een hond, maar dat neemt niet weg dat je ongewenst gedrag
soms moet corrigeren. Je moet een hond dus niet alleen aangeven wat goed
is (enthousiast belonen), maar ook wat niet goed is. Nog dit vooraf: het
is, wanneer je een hond corrigeert, eerst en vooral belangrijk dat je
een echte “baas” bent voor hem, in de zin van een leider. Er is niets
zieligs aan om "de baas te spelen" over de hond! Integendeel, een hond
is er gelukkig mee wanneer hij duidelijke leiding krijgt.
Eén van de methodes om een hond te corrigeren is een zogenaamde baas-gekoppelde correctie. Dit betekent dat je de hond laat weten dat je bepaald gedrag van hem niet accepteert. De meest gebruikte baas-gekoppelde correctie is het gebruik van de stem (FOEI!). Baas-gekoppelde correcties kunnen alleen effectief zijn wanneer het voor de hond heel duidelijk is dat de baas ook hoger in rang is dan de hond. Wanneer deze rangorde-verhouding niet goed is, bestaat de kans dat de hond de baas-gekoppelde correctie niet zal accepteren! Aan de andere kant, wanneer de hond duidelijk respect heeft voor zijn ranghogere baas, zal in veel gevallen een kort FOEI voor de hond al voldoende zijn om zijn ongewenst gedrag te stoppen.
Wanneer baas-gekoppelde correcties effectief zijn, leert de hond echter alleen dat hij het ongewenst gedrag niet mag vertonen wanneer de baas in de buurt is. Wanneer de baas er niet is, is er (begrijpelijk) voor de hond ook geen reden om het ongewenste gedrag niet te vertonen. Immers, hij heeft geleerd dat het gedrag ongewenst is in de nabijheid van de baas.
C-klas
^Top
De C-klas is in
hondenschool KV De Leievrienden de voorbereiding op de brevetproef. Alle
oefeningen die moeten afgelegd worden in de brevetproef worden in de
C-klas aangeleerd. Concreet gaat het om volgende oefeningen: blijven
liggen (2 minuten), aangelijnd volgen, los volgen, terug naar plaatsje,
oproeping, apporteren en houdingen.
De lessen van de C-klas starten op zondag om 9.30 uur en op donderdag om
19.00 uur.
Chip
^Top
Elke hond moet worden geïdentificeerd, ofwel door
middel van een elektronische chip of door middel van een tatoeage. De
identificatie met een elektronische chip moet worden uitgevoerd door een
dierenarts. De identificatie met een tatoeage moet worden uitgevoerd
door een dierenarts of door een tatoeëerder die lid is van een erkende
vereniging.
Je kan je hond ook laten identificeren door een elektronische chip EN
een tatoeage, maar niet door twee elektronische chips of twee leesbare
tatoeages.
Een chip is een minuscuul klein apparaatje dat door de dierenarts via
een injectienaald wordt aangebracht onder de huid van de hond. Iedere
chip en dus ieder gechipt dier heeft een eigen nummer, dat met een
speciaal apparaat afleesbaar is. In internationale databanken zijn alle
gechipte dieren geregistreerd en weet men wie de eigenaar is. Een
weggelopen hond is op deze manier goed op te sporen. De meeste rashonden
worden al bij de fokker op zeer jonge leeftijd gechipt. Het chipnummer
staat vermeld in het paspoort of vaccinatieboekje. Wanneer je er niet
zeker van bent of jouw hond gechipt is, kunt je de dierenarts bij een
bezoek vragen om dit te controleren.