|
|
|
Schelde & Zeehaven |
|
Op deze pagina: |
|
|
Haven behandelt 186 miljoen ton goederen in 2011 |
|
|
Jaarlijks 30.000 vrachtwagenritten uitgespaard Maandag 19 december nam Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits door middel van een druk op de knop de Amoras-installatie in gebruik. Het Amoras-project biedt een permanente en duurzame oplossing voor het verwerken en bergen van baggerspecie in de Antwerpse haven. Dat gebeurt door een uniek slibverwerkingssysteem met een waterzuiveringsinstallatie, waarbij de verschillende fracties maximaal hergebruikt worden. Doordat de baggerspecie via een pijpleiding en de restfractie via transportbanden verloopt, komt er geen transport over de weg aan te pas. Op die manier worden er zo jaarlijks 30.000 vrachtwagenritten vermeden. Na 15 jaar zou het de bedoeling zijn dat de havenbodem stilaan definitief gesaneerd is en dat jaar na jaar ook de waterkwaliteit van de Antwerpse dokken verbetert. Om de toekomst van de haven van Antwerpen veilig te stellen is voldoende diepgang voor de scheepvaart essentieel. Om die diepgang te garanderen moet er jaarlijks worden gebaggerd. Een groot volume onderhoudsbaggerspecie moet dan worden geborgen. Vandaag wordt echter een ruimtelijk verzadigingspunt bereikt waardoor voormalige bergingstechnieken, zoals storten op het land en in een dokkencomplex, niet langer toegepast kunnen worden. Ook maatschappelijk en milieutechnisch zijn deze oplossing onaanvaardbaar geworden. Daarom besliste minister Hilde Crevits om de verwerking en berging van baggerspecie op een nieuwe en duurzame manier aan te pakken met de bouw van een mechanische slibontwateringsinstallatie in het havengebied. Het project kreeg de naam Amoras en staat, als letterwoord, voor Antwerpse Mechanische Ontwatering, Recyclage en Applicatie van Slib. Het project waarborgt op een duurzame wijze de jaarlijkse verwerking en berging van circa 500.000 ton droge stof, namelijk ontwaterde baggerspecie, in de Antwerpse haven. De exploitatie duurt 15 jaar. Vooreerst is het de bedoeling dat na verloop van jaren de havenbodem stilaan definitief gesaneerd geraakt. Parallel zal ook jaar na jaar de waterkwaliteit van de Antwerpse dokken verbeteren. "Het eindresultaat dat vooropgesteld wordt, is dat aan het einde van de exploitatieperiode, over 15 jaar, de specie die via de sluizen het havengebied binnenkomt, zonder enige behandeling terug naar de Schelde gevoerd kan worden. Dit zou een goede toepassing zijn van het "Craddle to Craddle"-principe waarbij propere havenspecie terug naar de bron kan", vindt minister Hilde Crevits. Voordelen Amoras • Ruimtebesparend De keuze voor AMORAS is een keuze voor een ruimtebesparend project. De inbeslaggenomen ruimte is aanzienlijk kleiner dan bij andere frequent gehanteerde ontwateringstechnieken voor baggerspecie. Energiezuinig Bovendien is de installatie van Amoras milieuvriendelijk en heeft ze een laag energieverbruik. • Waterbesparend & waterzuiverend — een zo laag mogelijk verbruik van water voor het transport van baggerspecie; — hergebruik van gezuiverd afvalwater binnen de installatie als proceswater of bluswater; — de installatie van een waterzuiveringsinstallatie voor de zuivering van de verschillende verontreinigde stromen staat garant voor gezuiverd afvalwater van een zeer goede kwaliteit; — strenge kwaliteitscontrole van de waterstromen voor de lozing in het oppervlaktewater; — geen berging van verontreinigde specie in de slibontvangst. • Minder transport over de weg, dus minder uitstoot Transport van baggerspecie verloopt via pijpleiding en niet via wegtransport. Voor het vervoer van het eindproduct van de slibverwerking (filterkoeken) worden transportbanden gebruikt. Hierdoor worden per jaar ongeveer 30.000 vrachtwagenritten vermeden. • Maximaal hergebruik van de verschillende fracties De droge filterkoeken worden nu opgeslagen. Het is de bedoeling dat de filterkoeken op termijn hergebruikt kunnen worden. Er loopt hiervoor nu een onderzoeksproject, dat financieel gesteund door de Vlaamse regering. Er wordt nagegaan of de droge filterkoeken kunnen worden gebruikt als grondstof voor bakstenen, beton en isolatiekorrels. Het Amoras-project werd gerealiseerd door de Tijdelijke Handelsvereniging SeReAnt, een combinatie van Jan De Nul en Dredging International (DEME), ondersteund door hun respectievelijke milieudochters Envisan en DEC. De investering van circa 480 miljoen euro, bevat de bouwkost, de exploitatiekost en de financieringskost. "Met dit knap staaltje milieutechnologie biedt het Amoras-project een toekomstgerichte oplossing voor het slib uit de Antwerpse haven. AMORAS staat garant voor een zuinig ruimtegebruik en een goede milieuscore. Er is gewaakt over een laag energieverbruik, het gezuiverd afvalwater is van een zeer goede kwaliteit en er wordt rekening gehouden met een maximaal hergebruik van het water en de restspecie. 30.000 vrachtwagenritten worden eveneens uitgespaard. Dit unieke duurzame slibverwerkingssysteem is een staaltje van innovatief toekomstgericht vakmanschap van onze bedrijven, waarvoor ze internationaal aandacht voor krijgen." aldus minister Hilde Crevits.
|
|
|
Erfgoed op Linker-Scheldeoever Voor het eerst in Vlaanderen wordt op zeer grote schaal een erfgoedonderzoek uitgevoerd. De studie zal op basis van objectieve parameters het aanwezige rurale erfgoed op de Linker-Scheldeoever inventariseren en documenteren. De bevindingen worden wetenschappelijk vergeleken met gelijkwaardig erfgoed in de buurt. Op basis daarvan wordt een waarderingskader opgemaakt. Met deze studie zal ook een methodiek opgebouwd worden die toelaat om voor andere projecten van gelijkaardige omvang, archeologie, bouwkundig erfgoed, cultuurhistorische landschapswaarden en andere historische gegevens, samen in kaart te brengen. Aan de studie werken 15 overheids- en privépartners mee. Ruraal erfgoed Linkerscheldeoever Het polderlandschap op de linker-Scheldeoever zal de komende jaren door de ontwikkeling van de Waaslandhaven ingrijpend wijzigen. Veel van het bestaande erfgoed zal daarbij verloren gaan. Daarom voert de Vlaamse overheid in dit gebied op grote schaal een grondig erfgoedonderzoek uit. Met de studie 'Ruraal erfgoed Linkerscheldeoever' wil de Vlaamse overheid de kennis van het rurale erfgoed en zijn geschiedenis nauwkeurig inventariseren, documenteren en bewaren. Het is nadrukkelijk de bedoeling om de wetenschappelijke documentatie van het erfgoed te verzekeren en de ontwikkeling van de Waaslandhaven te vergezellen van een historische en archeologische getuigenis. Het bewaren van het aanwezige erfgoed zal in de meeste gevallen immers onmogelijk zijn. Drie fasen De erfgoedstudie is op 4 oktober 2011 gestart. Ze gaat ongeveer een jaar duren. De erfgoedstudie bestaat uit drie fasen. Een eerste wetenschappelijk fase omvat naast historisch onderzoek een beschrijvend archeologisch, landschappelijk en bouwkundig onderzoek. Dit onderzoek moet inzicht bieden in de ontstaans-, ontginnings- en gebruiksgeschiedenis van het Linkerscheldeoevergebied en in zijn ruimtelijke evolutie tijdens de voorbije eeuwen. Het beschrijvend wetenschappelijk gedeelte moet documenteren wat in het Linkerscheldeoevergebied verloren is gegaan en nog zal verloren gaan aan onroerend erfgoed. In een tweede fase maakt het studiebureau een waarderingskader op. Dat moet mogelijk maken om het relatieve belang van het bestaande erfgoed in het onderzochte ontwikkelingsgebied van linker-Scheldeoever te vergelijken met gelijkaardig erfgoed buiten dat gebied. In de derde fase zullen de deskundigen van het studiebureau, voor al de verschillende projectzones aanbevelingen formuleren over hoe om te gaan met het onroerend erfgoed bij de verdere ontwikkeling van de Waaslandhaven. In deze fase gebeurt de evenwichtsoefening tussen de vastgelegde erfgoedwaarden in het waarderingskader en de geplande projecten in het ontwikkelingsgebied. Het kerngebied van de studie omvat acht geplande projectgebieden voor haven- en natuurontwikkeling: — Nieuw Arenbergpolder 1ste fase, — Prosperpolder Zuid eerste fase, — Doelpolder Midden, — Grote Geule, — Ouden Doel en Doelpolder Noord, — Prosperpolder Zuid tweede fase, — Nieuw Arenbergpolder tweede fase, — Saeftinghedok Zone. Het waarderingskader wordt concreet opgemaakt door vergelijking van het erfgoed in bovenstaand kerngebied met dat in het aangrenzend gebied. Dit aangrenzend gebied bestaat uit het polderlandschap in de rest van de gemeente Beveren, in delen van de gemeente Sint-Gillis-Waas en in de aangrenzende Nederlandse gemeente Hulst. De dorpskern van Doel behoort niet tot het kerngebied van deze studie. Maar er komt wel een opdracht om ook het stratenpatroon van Doel archeologisch en bouwkundig te documenteren voor het nageslacht. Voor het onderzoek naar de gelaagdheid en de ontstaansgeschiedenis van de polders zal het studiebureau het gebied zelf als belangrijkste informatiebron hanteren. Gezien het beperkt beschikbare fundamenteel onderzoek terzake, zal het studiebureau gecombineerd archief-, terrein- en literatuuronderzoek voeren. Er zullen tijdens de studiefase dus ook verkennende boringen in de Saeftinghezone plaatsvinden om archeologische conclusies te kunnen trekken. Financiering De erfgoedstudie wordt gefinancierd door het Vlaams Gewest (Departement Mobiliteit en Openbare Werken), het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen en de Maatschappij Linkerscheldeoever. De afdeling Maritieme Toegang leidt het project. Aansturing en opvolging van de studie gebeurt door een begeleidingsgroep van 15 instanties. Naast de financierende partners zetelen hierin het Agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid, de erfgoedcel van Interwaas, de gemeentebesturen van Beveren en Sint-Gillis-Waas en de initiatiefnemers voor de verschillende projectgebieden. De erfgoedstudie kost 230.000 euro. De studie is gegund aan het studiebureau Tritel uit Antwerpen. Delen van de studie worden in onderaanneming uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen onder leiding van prof. Tim Soens, en door GATE die het booronderzoek en de archeologische advisering verzorgen. |
|
|
De bouw van de tweede sluis in de Waaslandhaven gaat na de bouwvakantie van 2011 van start. Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen startte eind vorige week de formele aannemingsprocedure voor de bouw op. De bouw van de sluis zal uiteindelijk worden uitgevoerd voor rekening van de SPV, die een dochter is van de recent opgerichte NV Vlaamse Havens en waarvan het Havenbedrijf meerderheidsaandeelhouder is. De sluis zou in 2016 operationeel moeten zijn. |
|
|
Belangrijk voor transport binnenvaart De kleine binnenvaartwegen in Vlaanderen bieden nog duidelijke groeikansen voor het transport van goederen. De infrastructuur is voorhanden, de ontwikkeling van kleinere schepen is opportuun. De conclusies staan in een studie die in opdracht van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits is uitgevoerd. Vlaanderen moet volgens de studie inzetten op de innovatie van kleinere binnenvaartschepen. Concreet wordt de ontwikkeling van een duwbaksysteem voorgesteld. De kleinere schepen zijn goed voor het vervoer van 4 miljoen ton vracht. In opdracht van Vlaams minister Crevits heeft het Steunpunt Goederenstromen een studie laten uitvoeren rond het transport van goederen op de kleine binnenvaartwegen in Vlaanderen. Het doctoraatsonderzoek aan de Universiteit Antwerpen is van de hand van Edwin Van Hassel en past binnen het Europese Interreg project INLANAV. Van Hassel heeft interessant onderzoek verricht naar de problematiek rond de verdwijning van kleine binnenvaartschepen (<600 ton) op de Europese en in het bijzonder de Vlaamse binnenwateren. De binnenvaart in Noordwest-Europa is een gekende transportmodus die gebruik kan maken van een groot en zeer fijnmazig netwerk. De laatste 45 jaar zo blijkt, worden er nauwelijks nog kleine binnenvaartschepen gebouwd. Dat houdt in dat de al kleine binnenvaartvloot aan het verdwijnen is. Alleen al in Vlaanderen dreigt zo 4 miljoen ton vracht naar de weg te verschuiven. Dat is niet goed voor het toch al druk gebruikte wegennet. Volgens de onderzoeker liggen er kansen voor het grijpen op de huidige kleine waterwegeninfrastructuur. Die infrastructuur kan perfect dienen om een deel van de totale goederenstromen te vervoeren. Temeer omdat de binnenvaart een bijkomende waardevolle troef heeft als duurzaam transportmiddel. Door in te zetten op het heractiveren van de kleine binnenvaartwegen, door middel van een innovatief binnenvaartconcept, is het mogelijk om een deel van de trafiek te verschuiven naar de kleine binnenvaartwegen. Met afname aantal kleine binnenschepen verdwijnt diversiteit in binnenvaartvloot Het aanbod van kleine schepen op kleine binnenvaarwegen neemt af door te grote concurrentie van het wegtransport. Dit resulteert in vijf belangrijke observaties: — er worden geen nieuwe kleine schepen toegevoegd aan de bestaande binnenvaartvloot — technische afname en vermindering van de bestaande kleine binnenvaartvloot — zeer beperkte instroom van nieuwe jonge binnenvaartschippers voor kleine schepen — afname van het aantal beschikbare kapiteins op kleine schepen — onvoldoende onderhoud aan de kleine binnenvaartwegen. Een gevolg van de afname van het aantal kleine schepen is dat de diversiteit in de totale binnenvaartvloot verdwijnt. De nieuwe schepen worden steeds groter waardoor het te bevaren gebied kleiner wordt omdat die grote schepen niet door alle sluizen kunnen varen. Er is dus een groot risico dat er in de toekomst alleen nog maar grote schepen overblijven terwijl 50% van het waterwegennetwerk in Vlaanderen alleen bevaren kan worden door kleine schepen (<600 ton). Door de grote toename van het aantal grote schepen is er ook een risico dat er een overcapaciteit in het segment van de grote binnenschepen ontstaat. Als dan ook nog het beperkte vaargebied van deze schepen in ogenschouw wordt genomen wordt er een zeer grote concurrentie tussen deze types schepen verwacht. Maximaal gebruik maken schaalvoordelen Het nieuw ontwikkelde concept kan het best beschreven worden als een twee-staps duwboot en duwbak concept. In de eerste stap duwt de duwboot verschillende kleine duwbakken van een zeehaven via een grote waterweg (bv. het Albertkanaal) naar het begin van een kleine vaarweg. In de tweede stap worden de bakken losgekoppeld en varen ze (met een nieuwe kapitein) zelfstanding verder op de kleine waterweg. Waarbij het mogelijk is om verschillende bakjes naar verschillende bestemmingen te laten. In dit concept worden de schaalvoordelen op de grote waterwegen optimaal benut terwijl de bakjes zelf precies groot genoeg zijn om nog op de kleine waterwegen te varen. Een bijkomend voordeel is dat het laden en lossen van de bakjes nu gedaan kan worden zonder dat het duwschip daarbij aanwezig is. De huidige kleine binnenvaartvloot is een traditionele bedrijfstak waarin het schip meestal door een familie geëxploiteerd wordt. Verder is deze subsector zeer gefragmenteerd, wat er toe leidt dat deze kleine schepen in de totale logistieke keten bijna geen marktkracht bezitten. Om de marktkracht van de binnenvaartbedrijven die varen op de kleine waterwegen te vergroten is het van belang dat er defragmentatie plaats vindt. Het kleine bakkenconcept is hier een goed voorbeeld van: het betreft een bedrijf dat meerdere eenheden (duwbakjes) heeft en meerdere waterwegen bedient. Het kleine bakkenconcept is uitgedacht als een achterland transportmodus voor de grotere zeehavens. Dit betekent dat de haven als "knooppunt" fungeert in het logistieke systeem van het concept. De overblijvende kleine schepen kunnen gebruikt worden voor goederenstromen van kleine waterwegen naar andere waterwegen (niet-zeehavengebonden transport). Op deze manier kunnen de nog bestaande kleine schepen optimaal gebruikt worden. Theoretisch begin, praktische toepassing Het grote probleem met innovaties is, is dat er geen bestaand referentiekader is. Dit concept lijkt aan alle voorwaarden te voldoen zonder dat dat echt bekend is. Dit betekent dat er theoretisch onderzoek nodig was om te bepalen of, en vooral ook, hoe het bakkensysteem werkt. Dit is wat er gedaan is in het doctoraatsonderzoek. Het onderzoek geeft inzicht in hoe het systeem werkt, wat de mogelijke winstgevendheid is en wat de grootste bedreigingen zijn. Met deze informatie is het mogelijk om de volgende stap te zetten: de ontwikkeling van een concrete business case in de praktijk. Juist in deze fase is de betrokkenheid van de Vlaamse overheid van cruciaal belang om een voortrekker te zijn, en om van dit concept een technisch exportproduct van Vlaanderen te maken. Belangrijk potentieel De resultaten van dit doctoraatsonderzoek van Edwin Van Hassel aan de Universiteit Antwerpen kunnen een belangrijke bijdrage leveren in beleidsvoorbereidende discussies. Uit het doctoraat komt duidelijk naar voor dat Vlaanderen het potentieel aan beschikbare en al aanwezig infrastructuur maximaal moet gebruiken. Een gedeelte van de infrastructuur, de kleine binnenvaartwegen, wordt onderbenut. Dit is onder andere te wijten aan het gebruikte transportsysteem, meer specifiek het schip, op die infrastructuur. Omdat de aanpassing van de infrastructuur veel kost, is het beter om in te zetten op een innovatie van het binnenvaartschip. Daarnaast moet Vlaanderen de 'market power' binnen de sector aanmoedigen (ev. ook via opleidingen) en nadenken over prikkels voor meer Vlaamse technologische innovaties voor de binnenvaartsector. De studie kan dienen als benchmark voor toekomstige innovatieve concepten. Hiertoe is het wel van belang om soortgelijke projecten te monitoren. Het opzetten van een garantiefonds bij implementatie van innovatieve concepten kan hiertoe bijdragen. Vlaams minister Hilde Crevits: "Deze studie toont aan dat er nog een groter potentieel is voor het transport via de binnenwateren. Het is belangrijk dat we in Vlaanderen alle bestaande infrastructuur maximaal gebruiken voor het goederenvervoer. Ik steun de bouw van loskades, de promotie van de binnenvaartsector enz. Op basis van deze studie kunnen we nagaan of we ook innovatieve impulsen kunnen geven aan het transport op de kleine binnenvaartwegen". |
|
|
Te grindlating Vagant 2 Woensdag 14 september komt de reddingssloep 'Vagant 2' aan in het Provinciaal Havencentrum Lillo. De inbedding van de sloep maakt deel uit van de aanleg van een gloednieuwe maritieme tuin op de terreinen van het Havencentrum. Firma's GeoSea, Cuypers en Aertssen zullen instaan voor het transport van deze bijzondere reddingssloep naar het Provinciaal Havencentrum door de Liefkenshoektunnel. De Vagant 2 meet 10,15 meter bij 3,25 meter en biedt plaats aan 106 mensen. Via deze nieuwe eye-catcher zullen bezoekers meer kunnen leren over reddingsoperaties op zee. Voorzitter Koen Helsen is opgetogen over de vlotte samenwerking met verschillende privé-bedrijven voor de aanleg van de maritieme tuin. "Bedrijven als GeoSea, Deme, het Gemeentelijk Havenbedrijf en anderen leveren een prachtige bijdrage aan de aanleg van deze tuin. Dankzij hun inbreng kan het Provinciaal Havencentrum unieke stukken tentoonstellen en zo de bezoekers een nog betere blik achter de schermen van het gebeuren in de haven en op het water geven. Ik ben dan ook heel blij met deze kruisbestuiving tussen privé-bedrijven en de provincie." Aanleg maritieme tuin In augustus vonden op het terrein rond het Provinciaal Havencentrum grondwerken plaats ter voorbereiding van de aanleg van deze gloednieuwe 'maritieme tuin' die een oppervlakte zal hebben van ruim 1.000 m². De tuin moet in november afgewerkt zijn. weer komen naast de reddingssloep 'Vagant 2' ook twee nieuwe boeien, bolders, containervitrines, een containerklasje, een scheepsmotor, een sleephaak en een echte 'blauwe steen'. De vroegere betonnen Scheldemaquette en een scheepsmotor krijgen een plaatsje in een 'containervitrine', een totaal nieuw maritiem tentoonstellingsconcept. Praktisch Havencentrum Lillo, Scheldelaan 444, Lillo (Antwerpen) >>> www.havencentrum.be - www.facebook.com/havencentrum
|
|
|
Op zoek naar een mooie luchtfoto van de Berendrechtsluis, de grootste sluis van de wereld? Of naar een historisch zicht op het Eilandje? Of bezoek achter uw pc de haven via een trip langs honderd plekken. U vindt het allemaal in de beeldbank van de haven van Antwerpen. Ze biedt niet enkel beelden van de moderne haven, maar laat ook toe de historische groei van de haven in beeld te ontdekken. Deze schat aan informatie werd tot dusver beheerd in de archieven van het Havenbedrijf, maar ter gelegenheid van de Europese Maritieme Dag (20 mei) worden de deuren van deze waardevolle beeldbank permanent opengezet voor het brede publiek. Naar schatting 5.000 beelden uit het rijke beeldarchief van de haven staan momenteel online en dat aantal zal alleen maar toenemen. De beelden op www.havenvanantwerpen.be/beeldbank werden onderverdeeld in een aantal thema's, zoals natuur, diverse soorten kranen, enz. Zoeken in de beeldbank kan snel en eenvoudig. Er kan bovendien uitgebreid en zelfs geografisch gezocht worden. Daarnaast bestaat er met de optie 'Mijn beeldbank' de mogelijkheid om persoonlijke selecties en afbeeldingen op te slaan en in mappen te beheren. Om van deze service gebruik te maken, moeten bezoekers zich wel eerst als gebruiker registreren. Met een zekere regelmaat zullen de bestaande verzamelingen aangepast, bijgewerkt en geüpdatet worden. Zo blijft een visuele beleving van de Antwerpse haven ook voor de virtuele bezoeker telkens een ware ontdekking. De haven kan onder om veiligheidsredenen immers niet individueel worden bezocht; nu kunt u via uw pc een blik achter de schermen van 's werelds vierde haven werpen.
|
|
|
De havennummering in het Antwerps havengebied op basis van kaainummers werd destijds ingevoerd om plaatsen in de haven makkelijker te lokaliseren omdat straatnamen en huisnummers niet altijd zichtbaar aanwezig zijn. De havennummering is vertrouwd voor de meeste havengebruikers en wordt ook vermeld op de verkeersborden. Standaard wordt de nummering vandaag niet voorzien in de diverse gps-systemen. Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen wil deze leemte opvullen en stelt dit bestand gratis ter beschikking. Gps-navigatie werkt met een adressering op basis van straatnaam en huisnummer. Als gebruiker kunt u echter thematische gegevens toevoegen aan de basiskaart in uw gps. Dat gebeurt met een Point of Interest-bestand. Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen biedt nu zo'n hulpbestand aan via zijn webstek. Een PoI-bestand kunt u zelf op uw gps-toestel opladen en geeft u extra navigatiemogelijkheden waardoor een havennummer als bestemming kan worden ingegeven. De module met havennummers is beschikbaar voor de commercieel meest gebruikte systemen (TomTom, Garmin, Mio, Smartpath, Navman, Navio, Destinator). Daarnaast biedt het Gemeentelijk Havenbedrijf een generiek open formaat aan. Het aanbieden van deze service voor gps levert een positieve bijdrage aan de verkeersafwikkeling binnen het havengebied. Gebruikers in de transportsector en binnenvaartsector zijn hiervoor vragende partij. Op www.portofantwerp.com/gps/ kunt u gratis een zip-bestand downloaden dat de nummering bevat in bestandsformaten die bruikbaar zijn op de meest courante gps-toestellen. Wenst u meer inlichtingen? Dit kan via e-mail. Geen plan De haven van Antwerpen is ± 13.357 ha (dat zijn zowat 22.000 voetbalvelden, heel misschien begrijpt u dat beter) groot in omvang en telt zowat 130 km kaaimuur. Dat kan vanzelfsprekend niet op een plannetje dat zomaar eventjes op het scherm te toveren is om het gauw (op het werk, dan is het gratis, nietwaar?) af te printen. Ook niet voor de betweters die het toch weer vertikken te downloaden. Met andere woorden: het bestaat niet apart voor beeldscherm. Nee, ook niet voor Mac of Linux. Ofwel klikt u hier voor de gps-nummering (gratis), ofwel moet u zich behelpen met het gedrukte stratenplan dat in zowat elke behoorlijke Antwerpse dagblad- en boekhandel verkrijgbaar is. Maar dan moet er wel betaald worden, en dat is ook weer te veel gevraagd zeker? En dan hebt u volgens ons bovendien geen havennummers nodig, want wie heden ten dage geen gps heeft, heeft in de haven niks verloren. |
|
|
|
|
© 1995-2000-2002-2004-2007-2009 DEN BRABO: WEBBEHEERDER KOEN CAUWENBERGHS |
|