Het grafmonument van Jaak Nicolaas Lemmens te Zoerle-Parwijs
Op het kerkhof van Zoerle staat een opvallend monument: in steen is daar een orgel nagemaakt; ervoor staat een grafkruis. Dit monument is enkele jaren geleden gebouwd ter ere van de organist en componist Jaak Nicolaas Lemmens, die uit Zoerle afkomstig was en er ook begraven ligt. Zijn oude grafsteen is overigens ook bewaard: hij staat enkele meters van het monument vandaan tegen de muur van het koor van de classicistische Sint-Niklaaskerk (1777-78; herbouwd in 1879).
Jaak Nicolaas (of Jacques-Nicolas) Lemmens werd geboren te Zoerle-Parwijs op 3 januari 1823. Hij kreeg zijn eerste muziek- en orgellessen van zijn vader Jean-Baptiste Lemmens, onderwijzer en organist in Zoerle-Parwijs. Op elfjarige leeftijd kreeg Jaak verdere orgelles van een organist in Diest. In 1839 ging hij aan het Koninklijke Muziekconservatorium van Brussel piano studeren. Toen zijn vader een jaar later ziek werd, ging hij terug naar Zoerle-Parwijs om hem als organist te vervangen. Even later werd hij tot organist aan de Sint-Sulpitiuskerk van Diest benoemd, maar na 15 maanden ging hij terug naar het conservatorium te Brussel om zijn studies weer op te nemen. In 1842 won hij een eerste prijs in de pianoklas en in 1845 in de orgelklas. Ook in de compositieklas bij de bekende musicoloog François-Joseph Fétis won hij een eerste prijs.
In 1846 ging Lemmens naar Breslau in Silezië, thans Wroclaw in Polen, maar toen in Duitsland gelegen, om bij de befaamde organist Adolf Hesse de klassieke Duitse orgeltraditie van Johann Sebastian Bach te bestuderen. Daarvoor had hij een studiebeurs van de Belgische overheid gekregen. In 1847 won hij met zijn cantate Le Roi Lear de Prix de Rome. Een jaar later publiceerde hij zijn eerste orgelwerken, Dix Improvisations dans le style sévère et chantant.
Op 31 maart 1849 werd de 26-jarige Lemmens tot professor voor orgel aan het Koninklijke Muziekconservatorium te Brussel benoemd. Deze functie bekleedde hij gedurende twintig jaar. Zijn orgelklas in het Brusselse Conservatorium lokte ook talrijke studenten uit het buitenland. Zijn meest bekende leerlingen waren de Fransen Charles-Marie Widor (1844-1937) en Alexandre Guilmant (1837-1911). In 1850 maakte hij een concertreis naar Parijs. Zijn optredens in La Madeleine, de Saint-Vincent-de-Paul en de Saint-Eustache brachten hem veel succes. Ook leerde hij er de beroemdste negentiende-eeuwse orgelbouwer, Aristide Cavaillé-Coll (1811-1899), kennen. Zo kreeg Lemmens een internationale faam als orgelvirtuoos, in het bijzonder als Bachvertolker.
Op zijn 34ste verjaardag, 3 januari 1857, huwde hij de Engelse sopraan Helen Sherrington (1834-1906), die sinds 1852 aan het Brussels conservatorium studeerde. Typisch voor zijn compositorische werk zijn de drie sonates die in 1874 tot stand kwamen: Pontificale (met als slotdeel een fuga Fanfare), O filii en Pascale. Jaak Lemmens overleed op 30 januari 1881 op zijn landgoed Linterpoort te Zemst, maar werd begraven in zijn geboortedorp.
In eigen land is Lemmens vooral bekend omdat hij op vraag van het Belgische episcopaat in 1878 te Mechelen, de hoofdstad van het aartsbisdom en van de kerkprovincie, de École Supérieure de Musique Religieuse stichtte, een kerkmuziekschool waar vooral Gregoriaans en orgel werd onderwezen. Na zijn dood werd Lemmens als directeur opgevolgd door Edgar Tinel (1854-1912), die de opleiding verruimde met vakken als muziektheorie, compositie en koordirectie. In de 20ste eeuw waren de componisten Julius Van Nuffel en Jules Vyverman, die vooral door hun kerkmuziek bekend werden, directeurs van de École Supérieure de Musique Religieuse, die mettertijd het Lemmensinstituut genoemd werd. Directeur Jozef Joris (1962-1988) verplaatste in 1968 het Lemmensinstituut naar Leuven, richtte er in 1971 een muziekhumaniora in op en liet de diploma's van het instituut gelijkstellen met die van een conservatorium. Onder de huidige campusdirecteur Paul Schollaert, die bekendheid verwierf door zijn Nederlandstalige kerkliederen, werd de afdeling hoger onderwijs van het Lemmensinstituut omgevormd tot de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst, die thans zoals de conservatoria diploma's aflevert volgens de bachelor-masterstructuur. Men kan er het diploma van Master in de Muziek behalen in diverse afstudeerrichtingen: instrument (viool, blazers, piano, orgel, e.a.), zang, jazz en lichte muziek, woordkunst en muziektheorie en -schriftuur (o.a. compositie). De afdeling Muziekpedagogie van het Lemmensinstituut is vrij uniek en zeer gerenommeerd. Enig in Vlaanderen is zeker de opleiding tot Master in de Muziektherapie, waarvoor wordt samengewerkt met de faculteit psychologie van de Katholieke Universiteit Leuven. In kringen van kerkmusici wordt wel betreurd dat ook in het Lemmensinstituut de bijzondere aandacht voor de religieuze muziek verdwenen is, zodat er in Vlaanderen - anders dan in Nederland - geen instituut meer is dat zich in de geest van Lemmens zelf daarop toelegt.
Tot voor enkele decennia werd Lemmens vooral gewaardeerd als "stichter van de Westeuropese orgelschool" en vond men dat hij "als componist ... terecht vergeten" was (GWP, 1970). O.i.v. de beweging voor de authentieke uitvoering van barokmuziek, bv. van Bach, zijn de musicologen recentelijk tot andere inzichten gekomen in de betekenis van Lemmens voor de orgelkunst. Vroeger dacht men, zoals Lemmens zelf overigens, dat hij in Duitsland de authentieke Bachtraditie had leren kennen en die in Frankrijk ingevoerd had. In werkelijkheid was de manier van orgelspelen die Lemmens van Adolf Hesse in Breslau had overgenomen - met het kenmerkende legato -, o.i.v. de romantiek reeds sterk vervormd t.o.v. die van Bach; het orgelspel in Frankrijk daarentegen leunde, vóór Lemmens daar zijn zogezegde authentieke Bachtraditie invoerde, veel sterker aan bij de wijze waarop Bach en zijn tijdgenoten het orgel bespeelden. Kan men dus heden ten dage minder waardering opbrengen voor Lemmens als Bachvertolker dan in het begin van vorige eeuw, juist als romantisch componist wordt hij thans sterker gewaardeerd dan vroeger. Feit blijft dat hij aan de basis ligt van de Belgisch-Franse symfonische orgelschool. Meer en meer voeren hedendaagse organisten zoals Nico Declerck van de Turnhoutse Sint-Pieterskerk - zeker als ze een romantisch orgel zoals die van Cavaillé-Coll of van Schyven tot hun beschikking hebben - met plezier orgelstukken uit zoals de Fanfare in re groot uit Lemmens' École d' Orgue, basée sur le plain-chant romain (1862); er bestaan ook nogal wat CD-opnamen van met buitenlandse organisten. De Nederlandse organist Ben van Oosten zette in 2000 samen met de drie sonates uit 1874 vijf stukken uit deze École d' Orgue, o.a. de Fanfare, op CD.
Opnamen van orgelstukken van J.N. Lemmens:
- De beroemde Fanfare in D major (Allegro non troppo) van Lemmens gespeeld door Ben van Oosten op het Schyven-Van Beverorgel van de O.-L.-Vrouwekerk van Laken
- Uit de orgelsonate nr. 1 in D minor, Pontificale, de Marche Pontificale (Maestoso) (duur: 5'49") eveneens door Ben van Oosten op hetzelfde orgel
- De Marche Triomphale (duur: 4'20") van Lemmens gespeeld door Jos Van der Kooy op het Cavaillé-Collorgel van de H.-Hartkerk te Hasselt. Zou het mogelijk zijn dat dit eigenlijk hetzelfde stuk is als het voorgaande?