Toelichtingen en aanvullingen bij de nota

KERK EN POLITIEK OVER DE AIDSPROBLEMATIEK IN AFRIKA



Wereldlijke overheid en kerkelijke uitspraken



Scheiding (of onderscheid) tussen kerk en staat betekent dat er geen staatsgodsdienst is en dat levensbeschouwelijke overtuigingen en bijbehorende rituelen en praktijken niet opgelegd worden, maar sluit geenszins samenwerking tussen staat en levensbeschouwelijke organisaties uit. Zie hierover bv. de recente 'religienota' in Nederland.

http://www.refdag.nl/artikel/1402410/Christelijke+partijen+blij+met+religienota.html



Zie over de verhouding staat - godsdienst enkele beschouwingen van M. Gielis i.v.m. Anthonius van Gils:

- In zijn boek De gronden van het christelijk katholiek geloof uit 1800 stelt Van Gils i.v.m. de verhouding geloof en rede dat het christendom weliswaar bovennatuurlijk is en dus de rede te boven gaat, maar daarom nog niet tegen de rede ingaat; er moet een overeenstemming zijn tussen het geloof en het redelijk inzicht omdat men anders dwaasheden als goddelijke openbaring zou kunnen beschouwen. Van Gils maakt in dit boek ook een onderscheid tussen burgerlijke tolerantie (noodzaak) en theologische tolerantie (te verwerpen). Een laatste belangrijk punt is dat hij wijst op het maatschappelijk nut van de godsdienst: gelovigen zijn de beste burgers (vgl. het artikel van Bocken).

- Voor de Van Gils is de Brabantse Omwenteling met als belangrijkste gebeurtenis de slag van Turnhout: "Turnhout, eerste troost der Staten") bepalend geweest voor de rest van zijn leven. Er is immers continuïteit zowel in de politiek van opeenvolgende 'keizers-koster' als in het verzet van o.a. Van Gils daartegen. In de Brabantse omwenteling als strijd tegen keizer-koster Jozef II, in de Boerenkrijg tegen de godsdienstpolitiek van de Franse Revolutie, in het verzet van de Noord-Brabantse en Kempische clerus tegen Napoleon en in het verzet tegen Willem I en de Belgische Opstand / Omwenteling gaat het telkens om een strijd tegen onterechte inmenging van de staat in de godsdienstaangelegenheden en/of in het onderwijs. Zo gezien ligt de slag van Turnhout ligt aan de oorsprong van België, voor zover dat ontstaan is uit het katholiek verzet tegen de godsdienst- en onderwijspolitiek van Willem I en met dien verstande dat de conservatieve katholieken, die in 1789-90 de overhand hadden, zich in 1825-1830 getransformeerd hadden tot liberaal-katholieken, die een (monster)verbond sloten met de liberalen. Daardoor werd België de eerste staat in Europa waarin echte godsdienstvrijheid in de grondwet ingeschreven werd, tot ongenoegen van de paus, die in 1832 Mirari vos uitvaardigde, waar onlangs Bart De Wever nog naar verwees in het debat over de kamerresolutie tegen de paus, om zich te verzetten tegen een schending van de scheiding tussen kerk en staat van de kant van de nieuwe keizers-koster van het politiek-correcte denken. De huidige liberale opvatting kenmerkt zich door de misvatting dat godsdienstvrijheid betekent dat het geloof wordt teruggedrongen in de privé-sfeer.



CD&V versus 'Paars'

Vele kiezers hebben in 2007 op CD&V gestemd omdat zij wilden dat paars gebroken werd (en niet zozeer omwille van de communautaire problemen, waar het kartel zich vervolgens volledig in verstrikt heeft). Het wordt dus dringend tijd dat CD&V zich tegenover paars profileert!



De vrijheid van de Kerk om zich uit te spreken over morele kwesties

Marleen Temmerman, gynaecologe en SP.A-senator, stelde dat religieuze gezagsdragers hun mening mogen verkondigen, maar wel de waarheid moeten vertellen. 'Ze mogen ook niet zomaar zeggen dat roken niet schadelijk voor de gezondheid is. De paus moet eerlijk blijven. Als hij om morele redenen tegen condooms is moet hij dat zeggen.' De SP.A-politica ontkende ook dat de uitspraken van de paus uit hun context zouden zijn gerukt.

(zie http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=1K29A9PD ;

zie ook het debat: http://www.standaard.be/Meningen/Forum/Index.aspx?pageName=detail&forumId=829383 )

- De vergelijking die Temmerman maakt, klopt niet: de schadelijkheid van roken wordt door niemand betwist, maar dat geldt niet voor het nut van eenzijdige propaganda voor het condoom als preventiemiddel tegen AIDS (want dat wordt blijkbaar aan de paus verweten dat hij dat nut ontkent). Er zijn ondertussen voldoende reacties gekomen van wetenschappers die de paus gelijk geven om te stellen dat er blijkbaar ook een wetenschappelijk debat aan de gang over condooms en AIDS-preventie. In een dergelijk debat horen politici niet in te grijpen met resoluties. Zie ook de reactie van Ivo Brosens (ook een gynaecoloog, denk ik), die in zijn reactie op het artikel stelt: er is "wetenschappelijk geen reden om de uitspraak van de paus te veroordelen als een 'misdaad tegen de menselijkheid'".

- Het verwijt dat de paus niet eerlijk zou zijn (want dat suggereert Temmerman toch), is onbegrijpelijk: het is toch zo klaar als een klontje dat de paus om morele redenen tegen het condoom is. Hoogstens zou men zoals Clumeck kunnen zeggen dat preventie een zaak is van de wetenschap alleen, maar deze stelling wordt in onze nota weerlegd.

- Het is uit het bovenstaande overduidelijk dat Temmerman helemaal niet goed gelezen heeft wat de paus gezegd heeft. Dat de uitspraken van de paus niet uit hun context zouden zijn gerukt is dus hoogst twijfelachtig!



Het wetenschappelijk debat over Aidspreventie



- Zie hierover ook de website van C'axent, vooral het bericht 'De paus heeft gelijk' van 1-4-2009: http://www.caxent.be/

- een artikel van Luc Bonneux in DS

- een artikel van een aantal specialisten uit alle delen van de wereld in Le Monde, waarin naar gezaghebbende studies wordt verwezen die hetzelfde zeggen als de paus

- Peter Piot:

http://walter-covens.skynetblogs.be/post/6136633/peter-piot-prijst-inzet-kerken-tegen-aids

http://www.hivnet.org/index2.php?option=com_content&do_pdf=1&id=968

http://www.maroc.nl/forums/showthread.php?p=3918963



Condoomgebruik en katholieke moraal



Morele aanvaardbaarheid van het condoom voor anticonceptie

- In 1816 (BATZILL, nr. II), 1822 (BATZILL, nr. III; DH, nr. 2715) en 1823 (BATZILL, nr. IV) antwoordt de penitentiarie op vragen over 'onanistisch' gebruik van het huwelijk (= coïtus interruptus) dat de vrouw niet schuldig is wanneer zij, na haar echtgenoot vermaand te hebben, omwille van hogere redenen toch haar huwelijksplicht vervult; uit een antwoord uit 1847 blijkt echter dat ze het niet mag verlangen (BATZILL, nr. VI).

- In 1842 antwoordt de penitentiarie aan Mgr. Bouvier, bisschop van Le Mans, nogmaals hetzelfde; voor de houding van de biechtvaders wordt verwezen naar Alfonsus van Liguori, die stelt dat de biechtvaders alleen de vrouwen met de grootst mogelijke bescheidenheid mogen ondervragen over het vervullen van de huwelijksplicht (BATZILL, nr. V; DH, nrs. 2758-2760); Mgr. Bouvier dringt aan op discretie vanwege de biechtvaders teneinde de goede trouw van de biechtelingen intact te laten; hij wijst op het belang van de wederzijdse liefde (FLANDRIN, p. 82-83).

- Een decreet van het H. Officie van 21 mei 1851 veroordeelt met een verwijzing naar de anti-laxistische stelling over masturbatie uit 1679 het onanisme in het huwelijk en verklaart dat het te laks en gevaarlijk is dat biechtvaders de gehuwden niet ondervragen over een dergelijk misbruik van het huwelijk (BATZILL, nr. VII; DH, nrs. 2791-2793; FLANDRIN, p. 83). Is er onder Pius IX (1846-1878) een verschuiving in de richting van een strengere moraal, of is het H. Officie strenger dan de penitentiarie?

- H. Officie veroordeelt op 6 april 1853 zowel het 'condomistisch' als het 'onanistisch' gebruik van het huwelijk (BATZILL, nr. IX; DH, nr. 2795).

- Nog meerdere veroordelingen van het zogezegd onanisme in het huwelijk (zie BATZILL); op 3 april 1916 stelt de penitentiarie dat de vrouw weerstand moet bieden als de man de 'sodomiticus coitus' wil voltrekken (BATZILL, nr. XVI; DH, 3634) en op 3 juni 1916 als hij een condoom gebruikt (BATZILL, nr. XVII; DH, 3638-3640); op een vraag van de bisschop van Haarlem antwoordt het H. Officie in 1922 dat 'de half voltrokken geslachtsdaad' zondig is (BATZILL, nr. XVIII; DH, nr. 3660-3662).

- PIUS XI, Casti connubii (1930)



Moeilijk te beoordelen gevallen: wat met jongeren die van hun geboorte HIV-besmet zijn en nu aan seks toe zijn? Zie reactie op 'De maat van God'.